PPWesseling.Naar-de-daken_preview

Op een vreemd feestje terechtgekomen

Een bundel inclusief citaten van Charlie Sheen én Vergilius? Het is even wennen. Naar de daken is de tweede bundel van Bernard Wesseling (1976), die met zijn debuut Focus (2006) de C. Buddingh’-prijs won. Wanneer ook Bukowski, de duivel en een piraat genaamd Eenoog de veroveraar hun plek komen opeisen, lijken we helemaal op een vreemd feestje terecht te zijn gekomen. In het middelpunt van het feestgedruis staat de dichter als hoofdpersoon, die zich angstvallig vast lijkt te klampen aan ieder ander personage dat aanwezig is. Zodra hij loslaat, is het feest immers over. Dan verzakt hij in de angst voor en het verdriet om de dood.

‘Een uiteenvallen tot niets’
Wesseling presenteert een dichter die op verschillende momenten in zijn leven geconfronteerd wordt met de dood. In mooi, breekbaar vers zien we de ik-persoon het eindige ervaren: van een banale jeugdherinnering aan het sterven van een kwal (‘een uiteenvallen tot niets’), tot het afscheid nemen van een geliefde:

Wat kon ik doen? Uit het dodenrijk heeft men
niets te verjagen.

Hem aanraken durfde ik niet: zijn voorhoofd
zou barsten onder een kus van mij.

Wat overblijft is rouw en leegte, maar ook de dreiging die de dood over het leven heen werpt. Ongelofelijk vindt de dichter het om bejaarden op straat tegen te komen die vriendelijk lachen, terwijl ze zich overduidelijk dicht bij de dood bevinden. Waar verdriet op een pijnlijk herkenbare en fragiele manier wordt beschreven, leren we in bang, scherp vers een nieuwe kant van de dichter kennen:

[…] want op mijn plek
ben ik de vogel in de krok zijn bek en
het is begonnen te hongeren.

De dichter zoekt zijn heil bij god – maar kan niet bidden en moet niets hebben van het gedrag van de jehovagetuigen die hij voor zijn deur vindt. Ook de duivel biedt geen verlossing – zelfs niet als de ik-persoon Beëlzebub hoogstpersoonlijk vraagt om hem te helpen de dood te vergeten. Dus droomt de dichter van het zigeunerleven, van piraten, van kunst, van Nescio en Bukowski. En dit zijn de momenten dat je als lezer afgeschrikt wordt. De droombeelden en ontmoetingen met beroemdheden en zwervende zielen zijn vaak gekunsteld en hebben veel minder hart dan de gedichten waarin Wesseling het doodsverdriet etaleert.

De angst in de ogen kijken
Ondanks al deze ontsnappingspogingen komt Wesselings bundel tot een hoogtepunt in twee gedichten die de dood direct in het gezicht staren. ‘Etiquette van een stervende’ volgt de dode het graf in, terwijl ‘Etiquette voor een toekomstige nabestaande’ de pijn van verlies omarmt. Het is een schelle confrontatie met komische trekjes (Neem een ruim getal / als je voelt dat je moet aftellen, je hoeft niet uit te komen) met een duistere conclusie:

Berust liever in het feit
dat de Grote Gelijktrekker je in zijn achterhoofd heeft.
In iedere deling rekent hij je mee.

Naar de daken is geen lichtvoetige bundel. De zware thematiek en de schrijfstijl, die soms wat pompeus aandoet, maken de verzameling niet direct toegankelijk. De aard van het verdriet en de angst van de dichter is echter puur en bij vlagen prachtig omschreven. Angst en verdriet worden niet ontkend: integendeel, Wesseling neemt je mee om ze direct in de ogen te kijken.

Bernard Wesseling, Naar de daken
paperback, 64 blz, € 17,95
Querido, ISBN 978 90 214 4215 0


Anouk Abels

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s