Mozaïek van verhalen

Kamermensen is de eerste verhalenbundel van de theatermaakster en schrijfster Annemarie de Gee (1987). Op het omslag valt de titel uiteen in twee woorden – een perfecte typografische verbeelding van de inhoud van het boek, dat draait om een kamer en de mensen die er komen.

Kamermensen is niet slechts een verzameling losse vertellingen die min of meer toevallig in één band terecht zijn gekomen. Annemarie de Gee heeft haar boek hecht en strak gecomponeerd, als een dichtbundel. Als een spin in haar web heeft ze draden gespannen tussen de verschillende verhalen, met kamer 104 als middelpunt; een prettige, niet al te chique kamer in een middelgroot hotel, zomaar ergens, in een willekeurige plaats. Als een vlieg op de muur slaat de lezer gade wat zich daar allemaal afspeelt, en word je langzaam maar zeker ingesponnen in het web.

Opmerkelijke figuren
Er komen heel wat opmerkelijke figuren voorbij: een vrouw die alvast een vluchtroute uitstippelt voor in geval van nood; een dominante moeder met drie volwassen zoons, waar een steekje aan loszit; een vrouw die baby’s ‘produceert’ voor anderen. Relaties worden hernieuwd of gaan ten onder.
De sporen van feestjes, overspel of ruzies worden de volgende dag weer vakkundig uitgewist door het kamermeisje, een van de ‘draden’ in het weefsel. Vijfmaal zien we haar met een stofdoek in de weer, de kleurige beddensprei rechttrekkend, de kreukels uit de lakens vouwend. Ook bepaalde gasten komen met tussenpozen voorbij, onder wie Govert Groot, een oud-politicus die zijn vertrek viert in gezelschap van een paar Poolse ‘animeermeisjes’ en regelmatig naar het hotel terugkeert, in een steeds deplorabeler staat. Of het echtpaar uit het slotverhaal ‘Het begin’, dat we eerder in de bundel al tegenkwamen in ‘Het einde’, waarin we lazen hoe hun hoopvol begonnen liefdesrelatie langzaam is uitgemond in een verbeten verbond van subtiele, wederzijdse haat en nijd:

Op een doorwaakte nacht zou hij de cavia’s Maartje en Milou van het balkon duwen. Vervolgens zou zij geen kranten meer voor hem kopen maar Libelles, en aten ze steeds vaker groene sla in plaats van vlees.
Hij zou in hongerstaking gaan en chatten met Yim, een kleine hoer uit Shanghai.

Ondanks de begrenzing van die ene kamer is de fantasie van De Gee grenzeloos. Of het nou om een feestje gaat dat door te veel drank en sluimerende spanningen totaal uit de hand loopt, of een gezin dat ineens een bizarre, ongenode gast krijgt – elk verhaal heeft iets vervreemdends of onvoorspelbaars. Sommige verhalen vertonen verwantschap met die van A.H.J. Dautzenberg, wiens verhaalwerkelijkheid evenmin grenzen lijkt te kennen. In ‘Waar ze was’ bijvoorbeeld wordt een man langzaam opgezogen door een muur. Het blijft vaak raadselachtig wat er nou precies gaande is in of rondom kamer 104; wat er werkelijkheid is en wat fantasie. Toch laat je je als lezer er moeiteloos door inpakken.
Niet alleen inhoudelijk, ook qua vertelwijze trekt De Gee de registers open. Het resultaat is een verrassend en sprankelend mozaïek van verhalen.

Annemarie de Gee, Kamermensen
paperback, 174 blz, € 18,95
Atlas Contact, ISBN 978 90 204 1215 4


Vivian de Gier is schrijver, journalist, redacteur en schrijfcoach. Onder de naam A•Quattro•Mani maakt ze met Marc Brester recensies, literaire interviews en (reis)reportages door heel Europa, in tekst én beeld. Ook schrijven ze korte verhalen, novellen en biografieën. Lees meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s