Geen zichtbare afstand van het beschrevene

Alle boeken van Bret Easton Ellis komen in sterke mate voort uit zijn persoonlijke leefwereld. Hij zegt die wereld te willen becommentariëren, maar tegelijkertijd lijkt hij er zelf mee vergroeid te zijn. Die opstelling heeft tot veel verwarring en controverse geleid. Een overzicht van zijn leven en werk.

Bret Easton Ellis wordt geboren op 7 maart 1964 in Los Angeles. Zijn vader is makelaar, zijn moeder is huisvrouw, en hij heeft twee zussen. Hij groeit op in de buitenwijk Sherman Oaks, in de heuvels rondom L.A. De familie is welgesteld, maar de situatie thuis is verre van idyllisch. Brets vader drinkt en is soms gewelddadig tegen zijn vrouw en kinderen. Wanneer Bret ongeveer vijftien jaar is zet zijn moeder haar man het huis uit. Terugblikkend omschrijft hij zichzelf als een voorlijk kind: ‘Ik herinner me heel precies dat ik zwarte coltruien droeg en langzaam door de regen liep met mijn handen in mijn zakken, zelfs al op de kleuterschool. Ik had helemaal geen plezier in waar mijn klasgenoten zich mee vermaakten: klimrekken, draaimolens, samen liedjes zingen, ik vond het allemaal even hopeloos,’ (Rolling Stone, jan. 1999).
Brets moeder is een verwoed lezer en ze neemt hem vaak mee naar de bibliotheek. Het plezier dat lezen hem verschaft wil hij nabootsen door zelf te gaan schrijven, en dat doet hij al op heel jonge leeftijd. Het begint met zelfgemaakte boekjes die hij zijn ouders jaarlijks met Kerst cadeau doet. Brets verhalen worden steeds grimmiger, en dat resulteert uiteindelijk in ‘The Angel’s Trip’, geschreven rond zijn tiende, elfde jaar. Het is een gewelddadig verhaal over een engel die van een kerstboom afvalt en tegen agressieve versierselen moet vechten op zijn weg terug omhoog. Sommige ornamenten prostitueren zichzelf om informatie te verkrijgen over waar de engel zich precies in de boom bevindt. Zelfs een veel vroeger boekje, over een jongen die wakker wordt en ontdekt dat hij in een pannenkoek is veranderd, ontaardde naar eigen zeggen al in een studie in chaos en verval.
Naarmate hij opgroeit baart Bret zijn ouders steeds meer zorgen. Hij haalt slechte cijfers op school en gebruikt stiekem hash. Wanneer dat ontdekt wordt – hij is dan veertien – moet hij een zomer lang in Nevada in een casino van zijn opa werken. Na een maand wordt hij weggestuurd vanwege zijn onhandelbare gedrag. Toch mist de werkstraf zijn uitwerking niet. Bret wordt in Nevada geconfronteerd met een wereld die hij nog niet kende. Hij ontmoet Amerikaanse indianen die in de mijnen en in hotels moeten werken om te overleven, en hij realiseert zich dat hij een verwend rijkeluiszoontje is. De ervaring maakt diepe indruk en het is de basis voor zijn eerste – nooit gepubliceerde – roman.

Journalistieke invloeden
In deze periode komt hij op school in aanraking met de eigentijdse Amerikaanse literatuur. The Sun Also Rises van Hemingway maakt hem bewust van taal en stijl zoals niets tevoren, en hij raakt geïnteresseerd in New Journalism – vooral Joan Didion zal van grote invloed op zijn schrijverschap zijn. Hij schrijft veel journalistieke stukken en voltooit twee romans, waarvan de tweede in de lijn ligt van zijn latere debuut Less Than Zero. Hij is ook geïnteresseerd in acteren en speelt mee in enkele schoolvoorstellingen, maar hij vindt zichzelf teveel naar binnen gekeerd om acteur te zijn. Wel speelt hij piano en zingt hij achtergrondvocalen in een alternatieve rockband. Hij neemt zich voor schrijver of muzikant te worden om zichzelf artistiek te uiten.
Hij is zestien wanneer hij zijn eerste seksuele ervaring heeft, met een klasgenote. In dezelfde week heeft hij seks met een jongen uit zijn klas. Over Ellis’ seksuele geaardheid zal nog herhaaldelijk gespeculeerd worden, maar meestal weigert hij zich erover uit te spreken.
Op zijn achttiende gaat hij studeren aan het Bennington College in Vermont. Hij valt aanvankelijk nogal uit de toon op deze kleine art school, die overwegend zwart, intellectueel en alternatief is. Hij wil zich op Bennington verder verdiepen in muziek, maar de lessen zijn hem teveel op jazz georiënteerd. Hij kiest vervolgens voor een workshop in creatief schrijven, en levert oud werk in om toegelaten te worden. Het zijn journalistieke stukken over de jeugd in Los Angeles, sterk beïnvloed door Joan Didion. De docent, auteur Joe McGinniss, is er zo van onder de indruk van dat hij ze naar de grote uitgever Simon & Schuster in New York stuurt. Die belt Ellis en vraagt hem een roman te schrijven gebaseerd op deze teksten. Op basis van zijn schrijftalent mag hij blijven op Bennington College, want in zijn andere vakken scoort hij – opnieuw – onder de maat.
McGinniss neemt Ellis onder zijn hoede terwijl hij aan zijn roman werkt. De eerste versie van Less Than Zero is er in acht weken, maar het manuscript wordt gedurende twee jaar nog zo’n vier, vijf keer herschreven. McGinniss fungeert daarbij als redacteur. Less Than Zero is gebaseerd op Ellis’ ervaringen in de rijke kringen van Los Angeles. Het beschrijft het leven van Clay, een achttienjarige student die zijn kerstvakantie doorbrengt met seks, drugs, televisie en games. Het verhaal omvat een verkrachting, prostitutie, een abortus en een drugsdode, zonder dat het Clay of zijn vrienden veel lijkt te interesseren. Het aanvankelijke manuscript is zeer lang, en bevat allerlei alledaagse scènes uit het leven van Clay en zijn vrienden, die dienen om de shockerende incidenten te overvleugelen en van hun emotionele lading te ontdoen. De redacteuren van Simon & Schuster korten de roman echter tot de helft in. De uiteindelijke versie bestaan uit een reeks korte scènes waarin de koele, registrerende vertelstijl in sterk contrast staat met de bizarre inhoud.

Lege personages
Ellis is 21 jaar wanneer Less Than Zero verschijnt in mei 1985. De uitgever heeft er geen bijzondere verwachtingen van. De eerste druk omvat slechts 5.000 exemplaren en er wordt weinig aan promotie gedaan, al vindt de presentatie plaats in een hippe New Yorkse club. Zelf vindt Ellis het prima zo, hij heeft tenminste zijn debuut gemaakt. Maar door mond-tot-mondreclame wordt het boek een bestseller. De reacties in de pers zijn zeer uiteenlopend. De New York Times spreekt van een van de meest verontrustende romans in tijden, de Washington Post noemt het ‘de slechtste roman sinds de uitvinding van de drukletter’. De meningen lopen minder uiteen over de vraag of Ellis de tijdgeest goed heeft aangevoeld. Samen met generatiegenoten als Jay McInerney en Tama Janowitz, die in dezelfde periode debuteren, wordt hij gegroepeerd onder de naam Bratpack. Het zijn jonge schrijvers die een tijdperk schetsen van rijkdom, verveling en decadentie, en die daarmee een nieuw, jong lezerspubliek aanspreken. Hun personages hebben alles op materieel gebied, en zijn op zoek naar opwinding, zonder veel succes. Op de veelgehoorde kritiek dat de wereld die Ellis beschrijft oppervlakkig en wezenloos is zegt hij dat dat juist is wat hij wil oproepen en – impliciet – bekritiseren. Bovendien heeft dergelijke kritiek niets met de literaire kwaliteit van zijn werk te maken.
Ellis, altijd een vrij introverte jongen geweest, staat nu midden in de belangstelling. Hij wordt gezien als een wereldwijze schrijver met een leven vol glamour, maar in feite leidt hij een beschermd studentenleven. Na de hectische zomer van 1985 trekt hij zich terug uit de schijnwerpers om zijn studie af te maken. Achteraf zegt hij dat het allemaal te snel is gegaan. Hij heeft aanvallen van hysterie en zit tegen een zenuwinzinking aan. Toch schrijft hij in zijn laatste studiejaar een nieuwe roman, The Rules of Attraction, die in 1987 verschijnt. Het is het portret van drie studenten en hun leven vol seks, drugs, feesten en popmuziek. Opnieuw draait het verhaal om onthechting, de onmogelijkheid werkelijk tot een ander door te dringen, maar Ellis slaat een wat lichtere en gevoeligere toon aan. Maar waar Less Than Zero zichzelf leek te ontstijgen door een complete generatie te portretteren, vallen de meeste critici nu over de leegheid van de personages en hun gebrek aan ontwikkeling. Ellis: ‘Ik wil laten zien hoe saai en verloren deze levens zijn, en dat doe ik liever door middel van hun handelingen dan door hun gevoelsleven te beschrijven. Ik realiseer me dat ik daarmee lezers kan afstoten, want het beantwoordt niet aan de traditionele regels van de literatuur,’ (Authors and Artists for Young Adults, vol 2, 1989).

Satire op materialisme
Ellis studeert af in 1986 en trekt weer in bij zijn ouders. Hij voelt zich echter steeds meer vervreemd van het naar binnen gekeerde leven van hem en zijn vrienden in L.A. Bovendien wil hij afstand nemen van het inmiddels gebroken gezin waarin hij is opgegroeid. In 1987 verhuist hij naar New York. Hij is al langer van plan daar zijn nieuwe roman te situeren, die zal gaan over de yuppies die op Wall Street werken. Ellis leert omwille van research de nieuwe rijken persoonlijk kennen en merkt hoezeer ze geobsedeerd zijn door uiterlijkheden: kleding, auto’s, merkartikelen, de juiste restaurants en clubs om gesignaleerd te worden. Alles draait om status. Het vervult hem met afkeer maar tegelijkertijd voelt hij de aantrekkingskracht van hun leefstijl. Ellis: ‘Steeds als ik aan mijn boek werkte dacht ik: “O God ga je nu echt dat pak dragen vanavond en met die mensen in Nell’s hangen? Ga je die dure southwestern style meubels kopen? Denk eens na!”’ (Mississippi Review, 27/3, 1999). Het balanceren op die grens is volgens Ellis de voedingsbodem van wat zijn meest omstreden roman zal worden, American Psycho. Het is ook een afrekening met zijn vader, die geheel denkt in termen van status en dat deels op hem heeft overgedragen. Ellis heeft vaak beweerd dat American Psycho in veel opzichten een autobiografische roman is, geschreven in een tijd van depressies en zelfhaat.
American Psycho vertelt het verhaal van de 26-jarige Patrick Bateman, die overdag op Wall Street werkt en ’s nachts op extreem gewelddadige wijze en zonder duidelijke motivatie mensen vermoordt. Hij kiest zijn slachtoffers vrij willekeurig, al gaat het vaak om jonge vrouwen. Verteller Bateman leidt een zeer luxe leven waarbij hij geobsedeerd is door allerlei uiterlijkheden – de roman bestaat grotendeels uit uitgebreide beschrijvingen van vrouwen, dure kleding, restaurants, nachtclubs en allerlei uitingen van de consumptiemaatschappij, zonder dat dat bij hem tot diepere reflectie leidt. Zijn moordpartijen beschrijft hij al even klinisch en gruwelijk gedetailleerd.
Ellis beschouwt zijn roman als een satire, een kritiek op het materialisme van de Amerikaanse cultuur en het bijbehorende machismo, en verwacht dan ook geen grote controverse. Maar onder druk van de moedermaatschappij Paramount besluit Ellis’ uitgever Simon & Schuster de roman niet uit te geven, vlak voor de geplande uitkomst van januari 1991. Er zijn fragmenten uitgelekt naar de pers, o.a. Time Magazine, dat spreekt van ‘de meest walgelijke martel- en moordpartijen die ooit zijn beschreven’. Random House wil het boek wel publiceren, waarop de National Organization for Women een boycot op alle uitgaven van Random House afkondigt vanwege ‘deze vreselijke aanval op de vrouw’. Als het boek uitkomt verkoopt het goed, maar de kritieken zijn veelal vernietigend. Men spreekt van sensatiezucht zonder literaire waarde, omdat de auteur geen zichtbare afstand neemt van het beschrevene, met als enige resultaat platte pornografie en geweldsverheerlijking. Ellis wordt met de dood bedreigd, en krijgt nauwelijks meer schrijfopdrachten of uitnodigingen voor lezingen. Hij voelt zich in de ban gedaan en trekt zich voor lange tijd terug. Aanvankelijk wanhoopt hij over het onbegrip, maar uiteindelijk zegt hij zijn schouders op te halen over het gegeven dat het literaire establishment hem niet serieus wil nemen.

Grote invloed
Ellis begint eind 1989 aan een nieuwe roman, maar het zal acht jaar duren voordat hij die voltooit. Niet alleen de nasleep van American Psycho verstoort zijn concentratie, ook drank- en drugsgebruik samenhangend met psychische problemen, de dood van zijn vader en de daaropvolgende juridische strijd omtrent diens nalatenschap, en een liefdesrelatie die na zeven jaar eindigt in 1995. Steeds blijft hij in de media terughoudend over zijn liefdesleven, omdat het de interpretatie van zijn boeken zou beïnvloeden als hij zijn seksuele geaardheid zou (laten) categoriseren.
In 1994 verschijnt The Informers, een bundel met enigszins samenhangende verhalen die Ellis in de loop der jaren verzameld heeft. Hij beschrijft opnieuw het materialistische leven van studenten en hun ouders in de welgestelde kringen van Los Angeles. Het zijn sfeervolle verhalen met personages die balanceren tussen verveling en wanhoop. De kritieken zijn wisselend. Ellis zelf rekent The Informers tot zijn beste werk, maar de verkoopcijfers zijn bijzonder slecht.
Eind jaren negentig hervindt Ellis de discipline om zijn roman af te ronden – daartoe rekent hij onder meer af met een kortdurende heroïneverslaving. Het tij voor hem als schrijver lijkt bovendien in positieve zin te keren. De controverses rond American Psycho zijn afgezwakt en het boek heeft inmiddels een wereldwijde cultstatus verworven, evenals Less Than Zero. Tot de Brat Pack worden ze niet meer gerekend, maar zowel Ellis als Jay McInerney zijn ‘back in fashion’, zoals Entertainment Weekly schrijft in 1998, wanneer van beiden hun nieuwe roman wordt aangekondigd. Daar komt bij dat de Brat Pack van grote invloed blijkt te zijn geweest op een nieuwe generatie schrijvers (waarvan Douglas Coupland de belangrijkste is), die echter veelal blijken steken in epigonisme.

Schoonheidscultuur

Glamorama verschijnt voorjaar 1999. Hoofdpersoon Victor Ward is een gewild fotomodel uit Manhattan dat naar Europa reist om een ex-vriendin op te sporen. Daar komt hij in contact met een uit topmodellen bestaande terreurgroep die aanslagen pleegt op hotels en vliegtuigen. Ellis’ satirische portret van de glamourwereld resulteert in een overrompelende hoeveelheid – al dan niet verzonnen – merknamen en namen van modellen, ontwerpers, film- en popsterren. De tweede helft van het boek heeft een thrillerachtig karakter, waarin Ellis parallellen trekt tussen de modewereld en terrorisme. ‘Er is een relatie tussen de onzekerheid waarmee de schoonheidscultuur het individu opzadelt en de onzekerheid die terroristen veroorzaken. Natuurlijk is het zuiver metaforisch bedoeld,’ (de Volkskrant, 5 maart 1999).
Van het kritiekloos oproepen van een lege wereld wordt Ellis minder vaak beschuldigd dan voorheen, maar over de vraag of hij met Glamorama in zijn satirische bedoelingen geslaagd is zijn de meningen zeer verdeeld. De New York Times: ‘Ellis doet vreselijk zijn best duidelijk te maken hoezeer hij walgt van de oppervlakkigheid van de hedendaagse cultuur en het resultaat is een walgelijke en oppervlakkige roman.’ Anderen prijzen juist Ellis’ observatievermogen en het radicale, niet-behaagzieke karakter van het boek. Als Ellis een wereldtournee maakt ter promotie van het zeer succesvolle Glamorama, voedt dat de veelgehoorde kritiek dat hij te zeer vergroeid is met de wereld die hij becommentarieert om daar overtuigend in te zijn.
Na de anderhalf jaar durende tour werkt Ellis aan zijn nieuwe roman. Bij de uitkomst in 2000 van de verfilming van American Psycho, dat het satirische element van het boek benadrukt, werkt hij mee aan de promotie ervan. Het boek wordt opnieuw – met succes – uitgebracht.

Najaar 2005 zal Lunar Park verschijnen, dat misleidend begint als autobiografie van de succesvolle schrijver Ellis. Hij analyseert zijn eigen romans, die sterk beïnvloed zijn door de slechte relatie met zijn vader. Diens dood en Ellis’ angst op hem te gaan lijken vormen het leidmotief. Daarnaast is Ellis een de kost verdienende vader en echtgenoot. Een thrillerelement wordt geïntroduceerd met het constant opdoemen van e-mails van een onbekende afzender en het verschijnen van de auto van zijn vader. Ellis’ huis lijkt ‘bezeten’ te worden door een monster dat een samenraapsel is van personages uit zijn vorige boeken, zijn vader en satan. Daarmee is Lunar Park een verhandeling over Ellis’ schrijverschap en een horrorverhaal tegelijkertijd. Rond het uitkomen van Glamorama, kondigt hij in Rolling Stone (jan. 1999) aan dat ook zijn nieuwe roman rond zijn eeuwige thema zal draaien: ‘IJdelheid, narcisme, een obsessie voor oppervlaktes, de waarheid vinden in oppervlaktes.’

Erik Brus publiceerde met Fred de Vries het boek Gehavende stad, muziek en literatuur in Rotterdam van 1960 tot nu en is medesamensteller van verzamelboek ROTTERDAM. Hij realiseerde i.s.m. Laurens Abbink Spaink de novelization Zwartboek van de film van Paul Verhoeven. In 2015 verscheen het mede door hem samengestelde boek Ken zó in Boijmans – Frans Vogel 80 (Studio Kers). Lees meer artikelen van zijn hand.


Dit artikel verscheen eerder in de Bret Easton Ellis-special van Passionate Magazine (maart-april 2005).

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s