foto 1Ellis 2010 @ Maarten Koolsweb

Bret Easton Ellis: De leugen als optimisme

Bret Easton Ellis werd in één klap wereldberoemd met zijn debuut Less Than Zero (1985), een portret van een stel welgestelde maar afgestompte jongeren in Los Angeles. Less Than Zero, verguisd en geprezen, wordt inmiddels gezien als een van de ultieme eighties-romans. Recent heeft Ellis een vervolg uitgebracht, Imperial Bedrooms. Wat is er in vijfentwintig jaar met deze vriendengroep gebeurd, en waar staat hun bedenker zelf? Net als zijn hoofdpersoon Clay, is Ellis inmiddels volop actief in de filmwereld.‘Dit is mijn laatste boek,’ zegt Bret Easton Ellis als het gesprek begint. ‘Het gevoel is er gewoon niet meer. Ik werk liever aan filmscenario’s, tv-scripts, dat vind ik interessanter.’

Meteen geeft hij blijkt van zijn fascinatie voor glamour en celebrities. ‘Momenteel schrijf ik een artikel voor Playboy over Jersey Shore, een reality show van MTV over zeven jonge mensen in een huis. Het is niet een wedstrijd zoals Big Brother, en ze hebben, wat ook ongebruikelijk is, een vaste cast. Dat betekent dat de personages beroemd worden, maar daarna komt niet de neergang die je vervolgens vaak ziet, als ze in de normale wereld terugkeren en niet met hun roem kunnen omgaan. Ze worden en blijven beroemd tijdens de show, maar ze doen alsof ze niet beroemd zijn. Ondertussen doen ze wel aan product-ondersteuning en laten ze zich betalen om op feestjes te verschijnen. De show wordt steeds boeiender.’

Ellis, geboren (1964) en getogen in Los Angeles, heeft twintig jaar in New York gewoond. Hij keerde een paar jaar geleden terug naar L.A. Had dat te maken met zijn fascinatie voor de filmwereld? ‘Nee, ik kwam terug om romantische redenen. En ik had genoeg van de literaire wereld in New York, het verveelde me. Ik had ook veel vrienden in L.A. Ik deed ook al wat filmwerk, en ik mocht de mensen waarmee ik werkte graag. Het waren allemaal positieve redenen.’
‘Maar toen raakte ik in L.A. betrokken bij een groot project, de verfilming van mijn boek The Informers (Ellis’ verhalenbundel uit 1994, red.). Ik werkte er twee, drie jaar aan, tegelijk met het schrijven van Imperial Bedrooms. Er ontstonden allerlei problemen rond de film. Er waren ruzies, het verhaal werd veranderd, betrokkenen sleepten elkaar voor de rechter. Ikzelf had zakelijke banden met mensen die ook mijn vrienden waren. De film viel min of meer in duigen, al is hij wel uitgebracht. Ik vertrouwde bijna niemand meer. Daarbij kwam de gedoemde romantiek van de relatie die ik had. En ik dronk teveel. Ik was er totaal niet op voorbereid dat ik de controle over mijn leven kwijt was geraakt. In die omstandigheden heb ik Imperial Bedrooms geschreven, als een soort exorcisme.’

Van apathie naar agressie
Dat Ellis Imperial Bedrooms in een grimmige periode schreef, valt er inderdaad uit af te lezen. In Less Than Zero is de hoofdpersoon Clay, als negentienjarige student, nog voornamelijk apathisch. Hij is een halfslachtige deelnemer danwel observant, terwijl zijn vrienden experimenteren met seks en drugs, en flirten met geweld. De veertiger Clay uit Imperial Bedrooms is een succesvol schrijver van filmscripts geworden. Zijn vroegere apathie heeft plaatsgemaakt voor agressie en machtswellust. Zo slaapt hij, uit berekening, met de weinig getalenteerde actrice Rain die hoopt daarmee kans op een filmrol te maken. Als Clay hoort dat een van zijn oude maten, Julian, het vriendje van Rain is, werkt hij mee aan een moordaanslag op Julian. Verder heeft hij verwarrende ontmoetingen met zijn kwetsbare ex-vriendin Blair, die nu met Clay’s oude vriend Trent is getrouwd. Ondertussen krijgt Clay dreigende sms’jes en voelt hij zich voortdurend achtervolgd. Uiteindelijk resulteren zijn groeiende wanhoop en paranoia in een gruwelijke geweldsscène.
Waren de masochistische trekken van de Clay uit Imperial Bedrooms al aanwezig in de negentienjarige student die hij was? Ellis: ‘Of de oorsprong al te vinden is in Less Than Zero? Misschien, een interessante gedachte. Clay was in ieder geval een crimineel in Less Than Zero. Zijn passiviteit maakt hem tot een crimineel, hij had de politie kunnen bellen om criminele activiteiten te stoppen, maar dat deed hij niet. Maar in Imperial Bedrooms is hij zelf een dader. Er was blijkbaar in Clay de student iets wat me dwars zat. Als bedenker van zijn karakter zag ik hem vervolgens als man van middelbare leeftijd die tot zulke dingen in staat was. Het moet een combinatie zijn geweest: mijn eigen geestesgesteldheid toen ik het vervolg schreef, en hoe ik Clay voor me zag. Ik heb nog, heel even, overwogen het verhaal vanuit het gezichtspunt van Blair te schrijven. Of zelfs vanuit de overleden Julian, maar ik dacht meteen: nee, te decoratief, too writerly. Daar ben ik klaar mee.’
Een opvallende overeenkomst tussen Less Than Zero en Imperial Bedrooms is dat beide verhalen zich gedurende de laatste dagen het jaar afspelen. Terwijl Clay de student terugkomt naar huis vanwege de kerstvakantie, keert de latere Clay vanuit New York terug naar L.A. om de casting te doen voor zijn nieuwe film. Daardoor komt hij in aanraking met zijn oude vriendenkring, terwijl het jaar ten einde loopt. Waarom heeft Ellis opnieuw die keuze gemaakt? ‘Waarom? Dat weet ik eigenlijk niet (lacht). Misschien wilde ik een soort spiegeleffect met Less Than Zero bereiken. In beide gevallen komt Clay voor enige tijd terug naar L.A. De feestdagen zijn daarbij niet meer dan een achtergrond, al zijn ze wel van belang. Sommige van die eindejaarsrituelen zijn kleurrijk en grappig. Ik heb zelf ook elk jaar een kerstboom… Het heeft verder geen religieuze betekenis. Ik wil er ook niet de spot mee drijven, dat zou ik nooit doen met religieuze overtuigingen.’

Onbetrouwbare vertellers
Veel aandacht voor zijn omgeving heeft Clay toch al niet, en hij raakt gaandeweg Imperial Bedrooms steeds verwarder. Gebruik van verschillende soorten drugs verergert dat. Een onbetrouwbare verteller is niet bepaald nieuw in Ellis’ oeuvre. In zijn vorige roman Lunar Park (2005) voelt een auteur genaamd Bret Easton Ellis zich in zijn huis belaagd door zijn verleden, door geesten, en al dan niet fictieve personages. In Glamorama (1999) beseft het model Victor nauwelijks dat de glamourwereld waarin hij verkeert waanzinnige uitwassen kent. En in het geruchtmakende American Psycho (1991) blijkt de beurshandelaar Patrick Bateman zijn vrije tijd op extreem gewelddadige manier door te brengen.
Wat maakt die onbetrouwbare vertelperspectieven zo aantrekkelijk voor Ellis? ‘Die personages zijn wie ze zijn. Het is niet een vooropgezet plan, op een of andere manier worden ze onbetrouwbaar.’ Heeft het ermee te maken dat hij het belangrijker vindt een sfeer te creëren dan een overzichtelijk plot waarin alle puzzels in elkaar passen? ‘Ja, ik denk dat dat zo is. Ik heb geprobeerd me voor te stellen hoe het met Clay zou zijn vijfentwintig jaar later. Daar komt een verhaal uit voort, dat ik niet tevoren uitdenk.’
‘Maar misschien is Clay niet eens zozeer onbetrouwbaar. Hij is vooral alleen maar in zichzelf geïnteresseerd. Als hij de juiste vragen zou stellen zou Imperial Bedrooms niet eens hebben bestaan. Wanneer Clay Rain tegenkomt op een feestje, zou hij gewoon kunnen vragen: “Wat doe jij hier?”. Rain zou antwoorden: “Ik word vertegenwoordigd door Trent, die manager van acteurs is.” “O, ok,” had Clay dan kunnen zeggen, en dan was hem al een hoop duidelijk geworden. Maar dat gebeurt niet, daar is hij te narcistisch voor. De roman gaat ondermeer over de grenzen van het narcisme. Wat gebeurt er wanneer je jezelf situaties indrijft? Want dat is wat narcisten doen. En vervolgens moeten ze zichzelf de vraag stellen, wat is de opgelopen schade? Dat is wat er in Imperial Bedrooms, in verhevigde vorm want het is een roman, gebeurt.’

Illusie van vrijheid
Nu Imperial Bedrooms is voltooid, werkt Ellis volop aan film- en televisiescenario’s. Wat daarvan ooit gerealiseerd zal worden, is onduidelijk, maar zo werkt het nu eenmaal in Hollywood. Een project is gebaseerd op de waargebeurde zelfmoord van het kunstenaarsduo Jeremy Blake en Theresa Duncan. Ellis’ scenario, gebaseerd op een krantenbericht dat hij over het stel las, is naar eigen zeggen een ontroerend, tragisch liefdesverhaal. Een van de producenten is Gus van Sant, bekend als regisseur van Milk, Elephant en My Own Private Idaho. Ellis: ‘Maar nu heb ikcreative differences met de producers. Niet met Gus, maar de andere. Ze willen niet de werkelijkheid weten die achter het verhaal zit. “Gaat het over twee mensen die allebei kunstenaar zijn en zelfmoord plegen? Kan er niet eentje blijven leven aan het einde?” “Nee,” zei ik. “Kan de vrouw niet iets anders doen om het verhaal wat vrolijker te maken?” Ik: “Nee, want zo is het niet gebeurd.” “Nou misschien kunnen we dan een schrijver vinden die dat wel kan laten gebeuren.” Dus nu word ik misschien uit het project gegooid. Zo gaat het in Hollywood, en het is ok, ik blijf er kalm onder.’
Zal dit gebrek aan onafhankelijkheid in Hollywood hem niet vanzelf terugbrengen naar romans schrijven? ‘Ik begon dit project juist omdat ik dacht dat ik creatieve vrijheid had. Ik dacht: Gus is erbij betrokken, er was de illusie van vrijheid. Misschien krijg ik er ooit helemaal genoeg van, maar zover is het nog lang niet.’

Zelfgemaakte argwaan

Ellis2.jpgDe frustraties rond de verfilming van The Informers, die zo’n stempel drukten op Imperial Bedrooms, zullen Ellis dus niet opnieuw overkomen. Ook al is hij dan teruggekeerd naar een (film)wereld die bol staat van intriges en eigenbelang. ‘Je moet bedenken, paranoia is niets iets nieuws voor mij, ik had het al sinds ik op mijn eenentwintigste debuteerde. Het thema loopt dan ook door al mijn werk, het sterkst in Glamorama. Daarin worstelde ik met het idee dat beroemdheid iemands persoonlijkheid kan overnemen, zelfs de werkelijkheid veranderen. Of iets dergelijks.’
‘Het is heel vervreemdend als je zelf beroemd wordt. Je wordt als het ware twee personen. Er zijn mensen die zeggen: ik heb echt een Bret Easton Ellis-nacht gehad. Wat bedoelen ze daarmee? Ik leid een regelmatig leven, ik ga niet naar superglamourous parties, drugs gebruik ik niet meer. Ja, ik heb fascinaties met mijn personages gemeen. En ik speel met die roem en vervreemding in mijn boeken. Maar de publieke persoon die je wordt, is veel groter dan wie je werkelijk bent. Zo intens materialistisch en yuppified als Patrick Bateman ben ik nooit geweest. Maar in romanvorm ben ik hem wel, komt hij uit mij voort.’
In Less Than Zero zijn de personages, met name Clay, nog afgevlakt vanwege hun drugsgebruik en hun zorgeloze levens. In Imperial Bedrooms komen hun sluimerende angsten volop naar de oppervlakte. Valt die ontwikkeling te verbinden met de veranderde tijdgeest in de westerse wereld, die het afgelopen decennium zoveel angstiger en onzekerder is geworden? ‘Gedeeltelijk zeker. In Amerika is veel angst sinds 9/11, het is the end of The Empire. De rol van Amerika in de wereld is voorgoed veranderd. Daarbij hebben veel mensen het gevoel dat de nieuwe technologie, internet enzovoorts, hun privacy aantast, ook dat creëert achterdocht. Mensen die ermee zijn opgegroeid zeggen: waar heb je over? Maar vooral oudere generaties hebben moeite met de overgang naar een wereld waarin mensen vooral zichzelf willen doen gelden. Een nieuwe vorm van exhibitionisme. Maar de paranoia die men over die culturele veranderingen heeft, is lang niet zo groot als die van mijzelf. Die was persoonlijk en stond los van de tijdgeest.’
Ellis suggereert daarmee dat niet alleen de tijdgeest, maar ook hijzelf veranderd is. Doelend op zijn werk in de filmwereld: ‘De leugens zijn niet per se het kwaad. Ik heb ze vroeger persoonlijk opgevat, daar kwam mijn eigen argwaan vandaan. Je eigen geest kan een gevangenis worden, het creëert zijn eigen verhalen, illusies die je kunnen misleiden. Nu begrijp ik hoe het werkt, de leugen dient om zaken te doen. Het is een vorm van optimisme, een middel om dingen gedaan te krijgen.’

Imperial Bedrooms is onder de titel De figuranten (Nederlandse vertaling Johannes Jonkers) verschenen bij uitgeverij Ambo | Anthos.

Dit interview verscheen eerder in het nov-dec 2010 nummer van Passionate Magazine.
Beeld: Maarten Kools.

 


Erik Brus publiceerde met Fred de Vries het boek Gehavende stad, muziek en literatuur in Rotterdam van 1960 tot nu en is medesamensteller van verzamelboek ROTTERDAM. Hij realiseerde i.s.m. Laurens Abbink Spaink de novelization Zwartboek van de film van Paul Verhoeven. In 2015 verscheen het mede door hem samengestelde boek Ken zó in Boijmans – Frans Vogel 80 (Studio Kers). Lees meer artikelen van zijn hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s