foto 1 Eva Mouton

Eva Mouton: ‘Zonder humor zou het me allemaal te zwaar worden’

Eva Mouton (1987) tekent en schrijft sinds september 2011 wekelijks voor het weekblad van de Belgische krant De Standaard haar gedachten op. Die rubriek heet Eva’s Gedacht, en sinds kort is een selectie van haar werk gebundeld. Dat werd tijd. Eva Moutons Gedachten zijn namelijk erg het lezen en bekijken waard.

Wat kwam er eerder voor je, het woord of het beeld?
‘Het beeld was er eerst: als kind sprong ik na elke maaltijd op de schoot van mijn mama, nam een paar kladbladen en begon te tekenen. Meestal kleine grapjes of uitvindingen – rare brillen, snoepkramen, kinderwagens in de vorm van grote dinosaurusmonden, meisjes met zwaaiende handjes, dat soort werk. Daarna kwam het schrift. Ik weet wel nog dat ik in de kleuterklas een klein schriftje had, waar ik de hele tijd in aan het ‘schrijven’ was. Om de volgekrabbelde pagina vroeg ik aan mijn mama: “En? Heb ik iets geschreven?” Je wist maar nooit. Helaas: het antwoord was telkens neen. Dus toen ik eindelijk kon schrijven, ging er een hele nieuwe wereld voor me open en kon ik eindelijk kleine grapjes en dergelijke bij mijn tekeningen schrijven.’

Die combinatie van woorden en beelden kwam al vroeg, maar hoe heb je dat verder ontwikkeld?
‘In mijn eerste jaar aan de kunsthogeschool volgde ik schilderkunst. Ik wilde mijn teksten integreren in mijn geschilderde beelden, maar vond geen manier. Ik was te nerveus, te ongeduldig, had te veel te vertellen om schilderijen te maken. Na dat eerste jaar besloot ik Vrije Grafiek te volgen. Ik hing korte stukken geschreven tekst tussen mijn tekeningen. Langzaam integreerde ik die teksten ook in mijn tekeningen, maar wat ik in mijn kleine, zelfgebouwde tentoonstellingen zag voelde nog altijd niet volledig als mijn goesting. Liever wilde ik boeken maken. Dus in mijn vierde jaar koos ik voor de richting Illustratie. Mijn eindwerk was een boek in A3-formaat, waarin ik mijn “elke dag een tekening”-project had gebundeld met andere teksten. Dat voelde eindelijk als de juiste drager voor mijn werk.’

Hoe verhouden tekst en beeld zich voor jou tot elkaar?
‘Wat ik niet kan tekenen, schrijf ik en omgekeerd. Die twee vullen elkaar aan. Tekenen en schrijven is voor mij hetzelfde; een vorm van communiceren, van verstilling. Ik kruip achter mijn bureau in mijn atelier om rust, stilte en concentratie op te zoeken. Om mijn gedachten te ordenen en ze door middel van tekenen of schrijven te communiceren aan anderen. Ik vind het zo mooi dat tekenen voor kleine kinderen ook echt een vorm van communiceren is. Is je klasgenootje ziek, dan geef je het een tekening. Wil je oma verrassen? Een tekening. Is je zusje jarig? Tekenen. Dat gebaar van “Ik heb een tekening gemaakt voor jou”, vind ik een van de mooiste die er zijn. Jammer eigenlijk, dat niet meer mensen dat volhouden.’


Eva1Hoe ga je te werk bij het maken van een Eva’s Gedacht?

‘Ik schrijf het altijd eerst volledig uit. Daarna maak ik de tekst korter en kijk ik welke zinnen eigenlijk beter passen in een beeld. Ontgoocheling kun je bijvoorbeeld gemakkelijk in een gelaatsuitdrukking leggen, dat hoef je niet per se uit te schrijven. Soms kan een zin ook gewoon in één geluidje worden gevat, of in één klein beeld. Als ik de puzzel heb gemaakt, begin ik pas te tekenen. Pas wanneer ik teken, zie ik ook of de keuzes die ik gemaakt heb op het computerscherm, daadwerkelijk werken.’

Er staat naast de al gepubliceerde Gedachten ook nog een aantal eerder ongepubliceerde foto’s in, en losse teksten en illustraties. Wat was de gedacht daarachter?
‘Ik wilde dat de mensen iets meer kochten dan alleen een bundeling. Het was voor mij heel natuurlijk om foto’s, tekeningen en tekst toe te voegen. Omdat al die dingen uit mijn kop komen, mag het allemaal naast elkaar bestaan. Foto’s geven het achtergrondverhaal van een Gedacht, teksten zijn thematisch gebaseerd op een Gedacht. De Gedachten vormen de ruggengraat van het boek, de flodders er rond zijn de spieren.’

Twee jaar geleden heb je wel al een magazine uitgegeven – Kopstoot. Hoe verschilt het werk daarin met je rubriek in DSWeekblad?
Kopstoot was een slordigere, meer rock-n-rolle verzameling van teksten, getekende gedachten en tekeningen. Een magazine dat gekreukt mocht worden, opgerold en meegenomen in de binnenzak van je jas. De tekeningen zijn rauwer dan Eva’s Gedacht, maar ook vaak naïef. Het gaat over dood, leven, maar vooral over volwassen worden en je afvragen hoe dat nu eigenlijk moet.’

Welke onderwerpen zijn geschikt voor Eva’s Gedacht, en welke niet?
‘Voor Eva’s Gedacht probeer ik altijd te vertrekken vanuit een anekdote of gebeurtenis die dicht bij mezelf staat. Grote maatschappelijke, politieke onderwerpen ga ik uit de weg. Niet omdat die onderwerpen mij niet interesseren, maar omdat ze niet passen in die rubriek. De krant staat al vol commentaar, opinies en vraagstellingen over de actualiteit. Eva’s Gedacht mag daarom over iets anders gaan, over de kleine dingen. Het mag ook nooit te hard of te cynisch zijn; het gaat over relativeren, kleine humoristische details, situatiehumor.’

In de allereerste Eva’s Gedacht foeter je de redactie van DSWeekblad uit, omdat ze je een eindeloze hoeveelheid schetsen hebben laten tekenen. Er komen een flinke middelvinger en diverse ‘fuck’s’ in voor. Het mag gezegd: dat getuigt van durf. Hoe kwam je daar zo bij?
‘Ik was al een hele zomervakantie test-Eva’s Gedachten aan het opsturen naar de redactie. Omdat het Weekblad een nieuw blad was, zat de voltallige redactie met een vergrootglas naar alle bijdrages te kijken. Terecht natuurlijk, je wilt niet dat het eerste nummer van je nieuwe blad slecht uitpakt. Een week voor het weekblad zou verschijnen moest ik nog eens drie “testjes” maken. Fok, dacht ik. Nu is het genoeg geweest. Ze willen brutaal? Wel, ze krijgen brutaal. Het was wel een gok; voor hetzelfde geld had ik iedereen geschoffeerd en mocht ik niet publiceren. Maar ze waren er wild van.’

Heb je daar veel reacties op gekregen?

‘Ja, ontzettend veel. Vaak van freelancers, die het fenomeen “afwijzing” en “honderdduizend voorstellen doen” maar al te goed kennen.’


Eva2.jpgAls je ALLES op de wereld zou mogen betekenen, wat zou je dan het liefste onderkliederen?

‘Het gaat me er vooral om dat ik zoveel mogelijk kan tekenen. Op ramen, op muren, op de bokaal van mijn vissen, op koffietassen, tote bags en T-shirts. Dat klinkt megalomaan, maar ik noem het liever enthousiast. Wat geweldig zou zijn is bijvoorbeeld op de bodem van het zwembad een tekening te mogen maken. Zodat zwemmers iets hebben om naar te kijken terwijl ze liggen te ploeteren. Ik zwem zelf heel graag, vandaar.’

In je bundel lijkt onder andere schaamte een terugkerende emotie – schaamte en alles wat daarop kan volgen. Schaam jij je zelf snel?
‘Ik kende vroeger bijna geen schaamte, dat is voor mij pas gekomen toen ik voelde dat ik volwassen werd. “Doe ik het wel goed?” “Zijn de mensen kwaad?” “Gaan ze mij geen trut vinden?” “En als ik mij nu zo gedraag?” “En waarom ben ik vergeten propere schoenen aan te doen?” Enerzijds loop ik vaak rond met het idee dat het me allemaal niet kan schelen. Maar anderzijds kan het me allemaal te veel schelen. Heel schizofreen en verwarrend, ja – ook voor mijn omgeving.’

Je had het net al even over naïviteit in je tekeningen. In een recent artikel in DS Weekblad word je samen met Zooey Dechanel en Miranda July een vertegenwoordigster van een nieuw soort naïviteit genoemd. Zou je zelf zeggen dat je alter ego naïef in het leven staat? Naïever dan jijzelf?
‘Ik voel wel een verwantschap met vrouwen als Miranda July en Lena Dunham. Met Zooey Deschanel heb ik dat minder: ik vind haar meer “uitvoerend”, als actrice. Mijn toon en tekenstijl zijn naïef, maar ik hoop dat ik meer zeg dan wat er staat. Naïviteit is een gave, vind ik. Ik hoop dat er toch altijd een bepaalde serieux, een “zwaarte” in mijn werk zit. Dat het niet allemaal springerig en leuk is. Ik zie naïviteit vooral als “met een open blik in de wereld staan”. Als een soort van Winnie The Poeh, niet als Iejoor, die alles meteen afzeikt.’


Eva3.jpgIn het artikel wordt die naïviteit strategisch genoemd. Zie je dat zo?

‘Mijn alter ego ligt heel dicht bij mezelf, en voor mij is die naïviteit van het alter ego een natuurlijke benadering van mijn werkelijkheid. Ik speel dat niet. Tegelijk is het natuurlijk een soort mechanisme om met de werkelijkheid om te kunnen gaan. Het milieu, de politiek, de crisis; dat zijn allemaal dingen die ik me aantrek. Zonder humor zou het me allemaal te zwaar worden.’

Eva’s Gedacht is natuurlijk te koop bij de leukste boekhandels, maar ook bij Eva’s eigen webshop, waar je je bijkans lens kan kopen aan dingen die zij betekend heeft. Samen met schrijver Ivo Victoria en muzikant Arne van Petegem heeft Eva Mouton ook nog een voorstelling gemaakt, die Geen Pijn Of Wat Dan Ook heet. Hier is te zien waar en wanneer het trio de komende maanden te zien is.


Wiegertje Postma (1987) doet aan schrijven. Ze debuteerde in 2006 met de streekbusroman Vijf strippen, die genomineerd werd voor de Academica Debuntantenprijs. Daarnaast was ze jarenlang een gevierd columniste bij Spunk.nl, waardoor haar columns regelmatig in het NRC Handelsblad verschenen. Ook publiceerde ze onder andere in Passionate Magazine, nrc.next en DIF. Lees meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s