Gedichten John Schoorl

Sta je daar op een heuvel te galmen naar je ondergelopen land, kwijtgeraakt aan het water, zie je alleen maar brokstukken geluidloos drijven, tinke, tonke, raak het water niet aan, no way zwemmen in eigen ondergelopen land, verdomme, kom terug land, als een gestolen moment, verover eigen land, voordat het verder onder loopt, ja je kan nee je kan niet, lees deze gewichtige mededeling.

Kijk je naar de sterren, blaas de rest erbij, hier op deze binnenplaats van een binnenzee, zij toch zien je spelen, en overal licht, je hebt een vouw in je broek, en duizend pk in je donder, briesbruisende koltrui die je d’r bent, op zoek naar nieuw land, tik de tak af, fok de vaart erin, trek alles met je mee, wolk na wolk, je hebt groeipijnen tegoed, hoor de sonische boem in het lichthuis.

Let je niet op, daar waar wolken krabben, praten ze tegen je, hoor geruis geknoopt aan geduw en gestuw, uit gereorganiseerde openingen van sales naar geoutsourcete turnaround-veranderingen, waar alles in lijnen loopt, in looplijnen die zich uitstrekken over je lichaam, in een harde sok, een papieren maan gaat met de wind, verdomde jazz, pleitejazz, kleurloos in blauw in groen.

Zucht je nog, zie je niks, je zit in de lage piepjes, gooi open die funk, trek een duffelse jas aan, geef een knietje, swing laag zoete draagmoeder, je wordt steeds groter, terwijl je kleiner wordt, onzichtbaar, aan het bed, eeuwenoude stilte, verpakt in wapperende gordijnen, je vasthouden, je wij, en hoor het polderkoor zingen, hassemedassie, hassemedassie, hassemedassie.

Drijf je, zie je psychedelische lollies zwemmen, flesjes volgestopt met wit brood, zie de visser loeren, hoop op mierzoete haaien, hak je mak, denk gewoon dat alles kassi kassi kan, uit het zicht is in de mond, de uit-knop is aan, het zijn de uren van de handdoekman, alles is aan een stokje geregen, behalve de suikerman op de piano, elke toets is een natte wals voor debby, wrijf je droog.

Heb je de toeter weer in je hand, door andere handen, het is verdeeld, je was verplaatst, je was nonjazz, en alle brokstukken waren stuurloos geworden, er vielen letters van de daken, vergat je opengesperde wederbinnenste naar huis te sturen, nu wiegend de buis, de kleppen, om je heen blazen, schuiven, hoor de zieltrein, wrijf het ventiel, ga naar je hoofd, charisma caramba.


John Schoorl (1961) is verslaggever bij de Volkskrant, dichter en schrijver. Hij won de Pop Pers Prijs 2006 met de bundel muziekverhalen Een soulman in de Achterhoek. Onlangs verscheen Lust for Life, een selectie van eerder verschenen muziekgedichten aangevuld met nieuw werk. De bovenstaande gedichten maken deel uit van de nog te verschijnen bundel Hoor de Zieltrein.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s