Het interview

Ziekte maakt gezondheid aangenaam en goed, honger verzadiging, vermoeidheid rust, schrijft De Duistere rond vijfhonderd voor Christus – en tweeënhalfduizend jaar later verlaat Perús Crost de televisiestudio waar hij werkt, loopt over het parkeerterrein naar zijn auto, stapt in en rijdt weg.
In de achteruitkijkspiegel ziet Perús de stad verschrompelen tot een grijze erwt. Zijn gezicht is kalm en uitdrukkingsloos, met staalblauwe ogen. Alleen de ongrijpbare glimlach rond zijn lippen verraadt dat zijn karakter diepte heeft. In gedachten is hij al bij het interview dat hij zometeen moet afnemen.
Hij rijdt een ventweg op en parkeert de auto voor een vrijstaande maisonnette met witbepleisterde muren waartegen klimop omhoog kronkelt. De voordeur wordt geflankeerd door twee Dorische zuilen. Vroeger was het gebouw een herberg.
In de keuken bereidt hij een maaltijd en eet aan tafel bij kaarslicht. Omdat hij de belangrijkste vragen al heeft gesteld, en bovendien verwacht dat zijn gast weinig energie heeft, besluit hij ditmaal geen vast scenario te volgen.
Na het eten doet hij de afwas. Het sop spoelt niet alle wachttijd weg, dus loopt Perús naar het dakterras om een sigaret te roken.
Leunend op de balustrade kijkt hij in de richting van de stad, die onzichtbaar achter dikke mistbanken ligt. Toch ziet Perús haar scherp. Niet alleen haar uitwendig skelet van beton, staal en glas, maar ook de ingewanden daarachter, waarin mensen vrijen, eten, slapen en sterven. Ook hij doolt daar ergens rond, in de helverlichte televisiestudio, of in het café een paar straten verderop, aan zijn vaste tafel, alleen.
Perús kijkt op zijn horloge. Het is acht uur. Tijd om aan de slag te gaan.

Hij verruilt zijn kleren voor een driedelig kostuum en kijkt zichzelf streng aan in de spiegel. De boord zit niet goed. Hij trekt de punten recht en strijkt ze met zijn duimen glad. Prima. Perús loopt naar de logeerkamer, opent de deur en drukt op de lichtschakelaar.
Spotjes flikkeren aan en onthullen een duister tafereel, alsof aan het eind van een diner het tafellaken wordt weggetrokken en de gasten ontdekken dat hun ellebogen al die tijd hebben geleund op het deksel van een grafkist.
In het midden van de kale kamer staat een eikenhouten bed. Op het matras ligt een man, vastgebonden, de benen en armen uitgestrekt. Zijn voeten en handen zijn ingezwachteld. Het verband is met bloed doordrenkt. Naast het bed staat een camera, op een driepotig statief.
Bij het hoofdeinde blijft Perús staan. Hij buigt zich voorover. Over de ogen van de man ligt een nauwelijks waarneembare, melkwitte sluier. Zijn blik is zich aan het onthechten, denkt Perús, klaar om af te reizen. Het zal niet lang meer duren.
‘Daar zijn we weer,’ zegt Perús.
‘Ja,’ zegt de man met krakerige stem, ‘daar zijn we weer.’
‘Hoe was de dag?’
‘Te kort.’
‘Te kort?’
‘Ja. Je arriveert altijd eerder dan verwacht.’
Perús knikt. Hij legt een hand op het voorhoofd van de man. Zijn huid gloeit, hij heeft koorts.
‘Ik ben er iedere dag stipt om acht uur.’
‘Weet ik. Het is de tijd… die krimpt… kleiner wordt… net een gat dat langzaam sluit.’
‘En vroeger?’ vraagt Perús. ‘Hoe was de tijd vroeger?’
De man denkt na, staart naar het plafond. Als een klein reptielenkopje beweegt het puntje van zijn tong tussen zijn gebarsten lippen.
‘Een meetlat. Meer niet.’
Perús loopt naar de camera, knikt wederom, begripvol. Een diepzinnige opmerking. Cryptisch bijna. Maar Perús begrijpt wat de man bedoelt. Hij heeft hem goed geobserveerd.
Iedere ochtend volgde hij de man naar kantoor, waar die zich nauwgezet een weg door de dag notuleerde en factureerde, om klokslag zes uur huiswaarts te keren. De doordeweekse avonden waren spuiten gevuld met een cocktail van televisie, internet en spelletjes die hij zichzelf languit op de bank toediende; de weekenden etalages waarin hij zijn zorgvuldig geregisseerde bestaan tentoonstelde aan vrienden en familie. Perús heeft het allemaal gezien. Hij zag hoe de man zijn vrouw neukte, twee keer per week, conform de standaard. Hij zag hoe hij foto’s van zijn dochter op Facebook plaatste, omdat hij in het magazine Men’s Health had gelezen dat dit een teken was van goed vaderschap.
Zelfs het taalgebruik van de man heeft Perús in kaart gebracht. ‘Gezellig’ was zijn meest gebruikte woord, gevolgd door ‘leuk’ en ‘geweldig,’ lidwoorden en dergelijke daargelaten natuurlijk.
Je kan veel van Perús zeggen, maar hij heeft oog voor dat soort dingen. Je zou het een aangeboren talent kunnen noemen, dat hem op eenzame hoogte plaatst.
De camera staat goed, het gezicht van de man is vol in beeld. Vroeger filmde Perús vlak na het snoeien, een beginnersfout. De pijn was dan zo overweldigend dat het denken erin verzoop. Geen fatsoenlijke volzin te bekennen, alleen een hoop gekerm en gevloek. Niet leuk om naar te luisteren. Zinloos, bovendien.
Dit werkt beter. Je moet ze eerst een dag laten sudderen in de naweeën van de afgelopen avond. En ze dan, vóór het snoeien, interviewen. Zo vertellen ze meer, ook omdat hun woorden het onheil opschorten. Natuurlijk, in het begin moet je ze op weg helpen. Maar al snel worden ze coöperatief. Psychologen zouden het stockholmsyndroom daarvoor verantwoordelijk houden. Perús denkt daar anders over. Volgens hem heeft het meer te maken met bekeringen, initiaties, openbaringen – verandering van perspectief, kortom.

Het ziet er naar uit dat dit een korte sessie wordt. De man is duidelijk aan het eind van zijn Latijn. Dat is geen ramp, Perús heeft inmiddels voldoende materiaal.
‘Vertel eens wat meer over deze dag,’ zegt Perús.
De man zwijgt. Hij pist in zijn broek. Gelukkig filmt Perús alleen gezichten. Een keer begon iemand te kotsen tijdens het praten. Zomaar. Konden ze opnieuw beginnen. Dat soort dingen gebeuren, daar moet je niet over zeuren, de omstandigheden waarin hij interviewt zijn bepaald niet mals.
‘Het licht bijvoorbeeld,’ oppert Perús, ‘vertel eens wat over het licht.’
‘Ah, het licht,’ kreunt de man.
Pijnscheuten rimpelen zijn wangen.
‘Vandaag golfde het. Echt waar. Op het plafond, recht boven mijn hoofd. Ergens in de middag. Een half uur, misschien wel een uur, ik weet niet. Ik denk dat het een weerkaatsing was. Het deed me denken aan een wapperende zijden sjaal. Ik herinnerde me een vakantie in Cordoba. Daar heb je van die straten vol witte huizen. Op het heetst van de dag golfde de zon op precies dezelfde manier over de gevels. Ik liep door die straten. Ik zag ze voor het eerst. Het was prachtig. Prachtig.’
‘Nog meer observaties?’
Perús zoomt in op het gezicht van de man, laat de camera traag van beneden naar boven glijden. Hij wil iedere emotie vangen en vastleggen, iedere contractie betrappen met zijn kille oog.
‘Ja, er zat een vogel in het kozijn. Vlak achter me. Mijn hoofd schommelde in zijn gefluit. Ik dacht dat ik naar buiten vloog… opsteeg… op de muziek. Het is muziek, weet je dat? Ik dacht altijd dat die beesten maar wat deden. Wist ik veel. Ik wist niets. Niets, godverdomme.’
‘Nog dingen geroken, nu we ons toch op zintuiglijk gebied begeven?’
‘Geroosterd brood… in mijn neusgaten. Een ontbijttafel vol. Eieren… jam… roomboter. En toen – opgedoekt. In één keer. Weg.’
De stem van de man wordt zwakker, dunner, als een koord dat ontrafelt.
‘Deze kamer… kan zo vol zijn… zo vol van alles… dat er niet is… je hebt… geen idee.’
Daar komen de tranen. Gretig slurpt Perús ze op, stopt ze veilig weg in de bolle buik van het apparaat.
‘En verder? Nog aan je vrouw en kind gedacht?’
Een stuiptrekking doorsteekt de borstkas van de man, een vluchtige verwijzing naar de oorlog die in zijn binnenste woedt, een oorlog oneindig veel groter en krachtiger dan het bewegingloze lichaam dat zijn strijdveld is. Perús moet denken aan het heelal, dat zwarte, strakgespannen doek, waarachter planeten opvlammen en uitdoven, verwikkeld in een dans die onzichtbaar is voor het menselijk oog, maar daarom niet minder aanwezig. Heel even voelt hij zich verbonden met zijn slachtoffer.
‘Martha kwam langs… .samen met Julia… ze zaten aan het bed… mooier dan ik ooit heb gezien… ik durfde niet naar ze te kijken… hun ogen… verwijtend… zo verwijtend… ze hebben gelijk, weet je… gelijk.’
Met een ruk beweegt de man zijn hoofd omhoog.
‘Martha!’ schreeuwt hij zwak. ‘Martha!’
Met priemende ogen staart hij naar de deur.
De deur is dicht, er is niemand te zien. Dat betekent niets, weet Perús. Gefascineerd filmt hij het opgeheven, verwilderde hoofd. Wat een kracht! Wat een passie! Dit is echte emotie, zuiver en eerlijk als goede wodka. Niet van die namaaktroep, die alle zenders je dagelijks door de strot rammen. Hiervoor leeft Perús, dit is de enige reden van zijn bestaan. Toen hij de man op een zonnige zondag in zijn auto meenam sliep hij nog in de schaduw van de burgerlijke vrede. En kijk hem nu eens! Als een feniks uit de as!
De man laat zijn hoofd zakken. Hij prevelt iets, Perús moet zijn best doen om hem te verstaan.
‘Ik heb gezondigd…. gezondigd.’

Tevreden met het resultaat zet Perús de camera uit en loopt naar het bed dat hij zelf heeft gemaakt, ooit, in een ver verleden. Eerst schuift hij het voeteneinde een paar centimeter naar binnen, daarna de linkerkant en de rechterkant, zodat de ingezwachtelde voeten en handen van de man een klein beetje uitsteken. Het bed is zwaar, de operatie kost Perús behoorlijk wat kracht, al is dat niet van hem af te lezen. De ademhaling van de man versnelt. Hij weet wat hem te wachten staat.
Vanonder het bed haalt Perús een elektrische cirkelzaag tevoorschijn. Hij steekt de stekker in het stopcontact, drukt op de rode knop. Elektriciteit stroomt uit de twee donkere gaatjes, de zaag gilt, en met een gezicht zó onverstoord dat het gebeeldhouwd lijkt, snoeit Perús het eerste stompje bij. Moeiteloos glijdt de zaag door het vlees. Zelfs de botten vormen geen probleem.
Rustig en geconcentreerd neemt Perús alle vier de stompjes onder handen. Zijn pak blijft verschoond van bloedspetters; Perús weet hoe hij moet staan. Kwestie van ervaring. Ondertussen schreeuwt de man met alle kracht die hem resteert. De schreeuw sijpelt door het raam naar buiten, als een huiveringwekkende geest, en valt daar uiteen in een onverschillige wereld. Je zou denken dat zo’n geluid het een en ander teweeg brengt. Niets daarvan. Alles blijft zoals het is. Ook de straatkat die met zijn staart langs de zijgevel van het huis strijkt, kijkt niet op of om.
Voor velen is dit de grootste onrechtvaardigheid die er bestaat, weet Perús: de onverschilligheid van de wereld tegenover het lijden van de mens. Aan de ene kant heb je het vlees, vol van zenuwen, bloedvaten, spieren, en aan de andere kant het koele staal van de zaag dat daar gewetenloos doorheen snijdt. Waarom deze twee tegengestelden in dezelfde wereld zijn opgesloten, daarvoor hebben de mensen geen verklaring.
Daarom doet Perús dit. Om antwoord te geven. Of beter gezegd: om het antwoord weer binnen bereik van het geheugen te brengen. Want de verklaring is al lang geleden gegeven, maar weggejaagd omdat ze geen aangenaam karakter heeft. Zoals alles wat snijdt en bijt en rijt is verjaagd.
De wereld gaat aan gezelligheid ten onder, denkt Perús bitter, en schiet bijna uit met de zaag.
Nadat het laatste stompje is gesnoeid, wikkelt Perús meteen schoon verband om de open wonden. Het geschreeuw van de man is verzwakt tot gemurmel. Perús hurkt naast hem neer, strijkt door zijn haren. Het anker is gelicht, ziet hij, de ziel heeft zijn ogen verlaten. Hij drukt zijn lippen tegen de oorschelp.
‘Ik heb je een gruwelijk lijden bezorgd,’ fluistert Perús. ‘Maar ik heb je ook het licht teruggegeven, de geuren, de geluiden, je vrouw, je kind, de wereld.’
Aan de samentrekkende spieren rond zijn ogen ziet Perús dat de man hem heeft gehoord. Eerbiedig blijft hij naast het bed zitten, dan staat hij op en verlaat de kamer. Het bloed boent hij morgen wel weg.

In de woonkamer zet Perús de film op zijn computer. Hij bladert door de andere videobestanden. Het zijn er al behoorlijk wat. Nog een paar erbij, dan is het project afgerond, klaar om de wereld in te gaan. Een revolutie zal het worden. Iedere huiskamer zal zich vullen met kreten van afschuw. Maar uiteindelijk bezinkt de waarheid, daarvan is Perús overtuigd. En hij zal de eer krijgen die hem toekomt, een plaatsje veroveren in het mausoleum der groten.
Wie hard werkt, moet intensief ontspannen. Dus verruilt Perús zijn driedelig kostuum voor een meer comfortabele outfit en wandelt naar The Crazy Greek, waar hij een Guinness bestelt en plaats neemt op een kruk bij het raam.
The Crazy Greek is een ouderwetse pub, met leren banken, houten lambrisering en een zwartgelakte bar. Perús zit altijd op dezelfde kruk bij het raam. Vanaf die plek kan hij de hele kroeg overzien. Hij rookt wat, drinkt wat, kijkt in het rond. Je loopt makkelijk aan hem voorbij, zo onopvallend is zijn verschijning. Soms lijkt hij weg te zinken in de achterliggende muur. Alleen de helder blauwe ogen zijn scherp aanwezig, als twee brandgaten in een tegen het licht gehouden zakdoek.
Op de bank voor Perús trekt een stel van middelbare leeftijd zijn aandacht. De vrouw heeft geblondeerd haar en hangt verveeld achterover. Een stroom van klachten verlaat onophoudelijk haar mond. Perús luistert aandachtig.
‘Ik begrijp dat je wil besparen, maar goedkoop wasmiddel stinkt Léon, echt. En ik wil niet dat onze kleren ruiken naar goedkope troep. Dat begrijp je toch wel?’
De man tuurt in zijn bier. Het lijkt erop dat hij zich het liefst in zijn glas wil verdrinken.
‘Jij moet trouwens altijd van die dure scheermesjes hebben. Waarom bezuinigen we daar niet op? Dat kan makkelijk goedkoper. Ik gebruik ook goedkope mesjes. Niks mis mee.’
‘Mijn huid gaat daarvan jeuken,’ bromt Léon.
Zo gaat het gekibbel nog een flinke tijd door, totdat ze beide hun jas aantrekken en de kroeg verlaten.
Perús aarzelt. Hij is moe, wil slapen. Aan de andere kant lijkt dit een buitenkansje. Snel slaat hij zijn bier achterover en schiet ongezien naar buiten.
Hij ziet nog net hoe het stel de hoek van de straat omslaat. Perús trekt zijn kraag overeind en loopt de lange nacht tegemoet.
Het is niet niks, een weldoener zijn. Maar iemand moet het doen.

Bart Smout (1983) debuteerde eind 2009 met de roman Lege lijnen. Hij studeerde Literatuurweten- schap in Utrecht en werkt momenteel als redacteur en journalist. Zijn tweede roman is in de maak.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s