De favoriete songtekst van Willem Bosch

Februari 2013. Los Angeles.

Ik mag toekijken vanachter de zwaar beveiligde omheining, als een dromend Nederlands schrijvertje, niks te zoeken hier eigenlijk. Of eerder: alles te zoeken, maar nog niet veel gevonden. Ik heb een afspraak met een advocaat om mijn immigration-goals te bespreken en een potentiële agent om me hier aan het werk te helpen. Met die piepkleine strohalm ben ik het vliegtuig ingesprongen, twee dagen geleden.

In Nederland wacht een bescheiden maar groeiende carrière als scenarioschrijver, hier weet ik vooral de weg niet, geef ik te weinig fooi, draag ik verkeerde schoenen, en kent niemand me. Schitterend.
Vanwege het tijdverschil krijg ik om vijf uur ’s ochtends een mailtje met het verzoek voor deze column. Een stukje over een songtekst die veel voor me betekent. En vanwege de jetlag lig ik naar het plafond te staren van het wat schimmige appartementencomplex waar, volgens de vriend bij wie ik logeer, een jaar geleden nog iemand vermoord is. Over een paar uur heb ik de belangrijkste afspraak van mijn carrière, en nu lig ik te denken aan een inspirerende songtekst. Deze situatie, eigenaardig specifiek, heb ik eerder meegemaakt. Een waargebeurd deja-vu.
Vijf jaar geleden schreef ik een speech voor mijn diploma-uitreiking aan de filmacademie. Die avond zou ik Nederlandse filmproducenten ontmoeten op de borrel van de uitreiking. Ik luisterde ‘Piano Man’ van Billy Joel. Een nummer dat ik jaren niet meer gehoord heb.

In Hollywood komt de zon op en herinner ik me de zin waar het om draaide: ‘Well I’m sure that I could be a movie star, if I could get out of this place.’

Wat volgt is een archeologische opgraving op het internet, op zoek naar de speech die ik toen geschreven heb. In de afgelopen vijf jaar heb ik het internet overstroomd met halve en hele mislukte blogs, columns, twitter en recensies. De speech komt uit 2008, eeuwen geleden in internet-jaren.
Het ging over ontsnappen uit Brabant, het maken in de grote stad. Met de kennis van nu ging het nog meer om weg willen. Get out of this place. Ineens vraag ik me af waarom ik in dat vliegtuig naar Los Angeles ben gesprongen.
Uiteindelijk vind ik de speech op mijn Hyves-pagina. Die bestaat nog, zo lang geleden is vijf jaar in de 21e eeuw. Mijn wachtwoord weet ik niet meer, maar de blogs zijn vrij toegankelijk. En daar, onderin, 26 juni 2008, zie ik de titel: ‘Bill I believe this is killing me.’

Het is negen uur ’s ochtends in Hollywood en al 25 graden als ik begin te lezen wat ik vijf jaar geleden geschreven heb. Mijn moeder leefde nog. Geen cent op de bank. 21 jaar oud.

Juni, 2008. Amsterdam.

In juni 2004 liep ik in mijn eentje door de Boerhavestraat te Tilburg, richting de sportvelden van complex Were Di. Tussen mijn vingers klemde een dikke envelop met het inmiddels vernieuwde logo van de Amsterdamse Hogeschool van de kunst. Ik herinner me alleen nog de eerste negen woorden.

‘Beste Willem, namens de toelatingscommissie mag ik je mededelen…’ Ik was op weg naar de sportdag. Hoe nutteloos kunnen de laatste dagen van de middelbare school zijn. Gedwongen volleyballen in schooltenue terwijl groot en meeslepend drama wacht om geschreven te worden.
Die nacht had ik bij mijn toenmalige vriendinnetje geslapen. Vanwege mijn overwinningsroes had ik het mezelf veroorloofd haar discman mee te grissen met de cd die daar nog in zat.
‘The Piano Man’, luisterde ik, van Billy Joel. De afgelopen jaren heb ik het een beetje als mijn filmacademie lijflied beschouwd. Hoe ik met veel omhaal Brabant zou uitzwaaien. En al zegevierend de Randstad zou veroveren.

‘I’m sure that I could be a movie star, if I could get out of this place’

Vandaag, 28 juni 2008, krijg ik mijn diploma. Afgestudeerd aan de Nederlandse Film en Televisie Academie. En vandaag, deze ochtend, wandel ik van de Filmacademie richting de Nieuwmarkt om koffie te gaan drinken, alleen.
Onder mijn arm de Trouw en het Parool, met daarin de gemengde recensies van onder andere mijn afstudeerfilms. De discman is inmiddels een iPod maar Billy Joel, dat leek me toepasselijk, speelt nog steeds.
Heel veel is anders, heel veel ook niet. Het stoffige bruine colbertje is een duur pak. De nep Aviator een Wayfayer Ray Ban. Het ‘houdoe’ is ‘later’ en het ‘keigaaf’ is ‘onwijs mooi.’ Maar ik slof nog steeds met mijn voeten, praat nog steeds hard en wacht nog steeds op die zegetochten. Ik kan nog steeds hopeloos aan meisjes denken en zo verdomd veel twijfelen aan alles.

‘They’re sharing their drinks they call loneliness, but it’s better than drinking alone.’

Ik weet nooit of de tekst een metafoor is voor mijn droom of mijn nachtmerrie. De filmmaker als pianist, met niet veel meer als bestaansrecht dan mensen af en toe een glimlach te bezorgen op een vergeten zaterdagochtend. To forget about life for a while. Één, interieur, sleur van de dag, dag. Dat soort dingen.

Ongelofelijk dat ik al klaar ben. Wat voor me ligt is nog onduidelijk. Maar ik ben er. Weg uit Tilburg, weg uit Brabant, naar Amsterdam. Nu gaat het gebeuren. Sing us a song.

‘And the piano, it sounds like a carnival, and the microphone smells like a beer. And they sit at the bar and put bread in my jar and say: man, what are you doin’ here?’

Billy Joel – Piano Man

It’s nine o’clock on a Saturday
The regular crowd shuffles in
There’s an old man sitting next to me
Makin’ love to his tonic and gin

He says, ‘Son, can you play me a memory
I’m not really sure how it goes
But it’s sad and it’s sweet and I knew it complete
When I wore a younger man’s clothes.’

Chorus:
Sing us a song, you’re the piano man
Sing us a song tonight
Well, we’re all in the mood for a melody
And you’ve got us all feelin’ all right

Now John at the bar is a friend of mine
He gets me my drinks for free
And he’s quick with a joke and he’ll light up your smoke
But there’s some place that he’d rather be
He says, ‘Bill, I believe this is killing me.’
As his smile ran away from his face
‘Well I’m sure that I could be a movie star
If I could get out of this place’

Now Paul is a real estate novelist
Who never had time for a wife
And he’s talkin’ with Davy, who’s still in the Navy
And probably will be for life

And the waitress is practicing politics
As the businessman slowly gets stoned
Yes, they’re sharing a drink they call loneliness
But it’s better than drinkin’ alone

It’s a pretty good crowd for a Saturday
And the manager gives me a smile
‘Cause he knows that it’s me they’ve been comin’ to see
To forget about their life for a while
And the piano, it sounds like a carnival
And the microphone smells like a beer
And they sit at the bar and put bread in my jar
And say, ‘Man, what are you doin’ here?’

Chorus:
sing us a song you’re the piano man
sing us a song tonight
well we’re all in the mood for a melody
and you got us all feeling alright

Tekst en muziek: Billy Joel. Afkomstig van het album Piano Man (1973)


Willem Bosch (1986) is scenarioschrijver van o.a. de BNN-serie Feuten, Van God los (waarvan de aflevering ‘Spookbeeld’ genomineerd werd voor een Gouden Kalf) en de bioscoopfilm Bellicher: Cel (het vervolg op Bellicher – De macht van meneer Miller). Eind 2012 verscheen zijn debuutroman Op zwart.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s