Joost de Vries: Saving Private Ryan in plaats van de werkelijke D-Day invasie

‘Life imitates art far more than art imitates Life’ heeft Oscar Wilde eens gezegd. Door kunst gaan mensen immers vaak anders naar de wereld kijken waarna ze hun handelen soms wijzigen. Het laat de invloed van kunst op het dagelijks leven zien. Kunst en literatuur kunnen ook een geheel eigen leven gaan leiden, zonder veel banden met de realiteit. Vooral bij fictie over de Tweede Wereldoorlog is dat het geval. Kijk maar eens naar films als Fatherland, Iron Sky enInglourious Basterds of romans als Siegfried (Mulisch) en The Portage to San Cristobal of A.H. (George Steiner). Dergelijke verhalen zijn bijna volledig losgezongen van de werkelijkheid. Dat onafhankelijke bestaan van fictie ten opzichte van de realiteit is een belangrijk thema in De Republiek, de nieuwe roman van Joost de Vries. In die roman spelen Hitler en de Tweede Wereldoorlog als ‘fictieve’ onderwerpen een belangrijke rol. De Vries daarover: ‘Hoe fictie soms als een soort deken over de werkelijkheid komt te liggen, vind ik heel fascinerend.’
Joost1.jpgDe Republiek begint met het overlijden van popfilosoof annex professor in de Hitlerstudies, Josip Brik. Daarna ontspint zich een verhaal dat leest als een spionageroman, maar ook als liefdesverhaal met het nodige bedrog en avontuur erin verwerkt. Joost de Vries (30) is kunstredacteur bij De Groene Amsterdammer en heeft Journalistiek en Geschiedenis gestudeerd. In 2010 publiceerde hij de romanClausewitz, waarmee hij genomineerd werd voor de Selexyz Debuutprijs en de Anton Wachterprijs. We spreken hem op de dag dat zijn nieuwe boek net in de winkel ligt. Een interview over Hitler, fictie versus realiteit, verbeelding, spionage, liefde, literatuur, Sartre en de invloed van kunst op het leven etc.

Hoe is het idee voor De Republiek tot stand gekomen?
‘Het idee kwam voor het eerst in mij op toen ik net mijn eerste roman Clausewitz aan het afronden was en ik hoorde over een relletje in de Franse literatuur. De schrijfster Marie Darrieussecq had een roman geschreven getiteld Tom est Mort (Tom is dood), over een moeder die haar jonge kind verliest door een ongeluk. Toen dat boek uitkwam, verscheen er vervolgens in een krant een lange boze brief van een andere schrijfster, Camille Laurens, die heel boos was op Darrieussecq omdat volgens Laurens “het verhaal dat Darrieussecq beschrijft, mij is overkomen”. Laurens had daar in ’95 een boek over geschreven met de titel Philippe. Dat ging over hoe zij haar kind verloor en eigenlijk alles wat het fictieve personage van Marie Darrieussecq gebeurt, had zij in het echt meegemaakt. Ze zei dat ze haar rouw had gestolen. Dat vond ik een hele mooie gedachte: het idee dat jouw rouw of verdriet door iemand anders wordt afgepakt. Dat is ook de drijfveer van de hoofdpersoon in De Republiek. Als de grote mentor van Friso de Vos, Josip Brik, overlijdt, verwacht hij dat hij de aangewezen troonopvolger is omdat hij er vanuit ging dat het zijn beste vriend was. Maar opeens is er iemand anders (Philip de Vries) die ook op Briks erfenis uit is en krijgt Friso het idee dat de rouw van Philip niet echt kan zijn.’

‘Tegelijkertijd overleed ook Tonio, de zoon van A.F.Th. van der Heijden en opeens leek het alsof iedereen die je sprak vorige week nog een biertje met Tonio had gedronken of met hem in de klas had gezeten. Iedereen kende hem plotseling, het leek alsof iedereen ineens zijn babysit was geweest. Ik dacht toen: wow, wat fascinerend dat zoveel mensen de behoefte hebben zich te associëren met een trauma dat niet dat van hen zelf is om er een beetje bij te horen. Ook dat speelt tussen Friso en Philip.’

‘Het derde aspect dat er doorheen fietste, waren de Hitlerstudies, wat een heel groot onderwerp is in mijn boek. In mijn vorige roman Clausewitz ging het over de zoektocht naar een verdwenen schrijver en een van de leukste dingen aan dat boek vond ik dat het me de mogelijkheid gaf een heel oeuvre van een niet bestaande schrijver te verzinnen. De term Hitlerstudies uit De Republiek komt eigenlijk uit White Noise van Don DeLillo: zijn hoofdpersoon is professor in de Hitlerstudies. Maar wat die studies inhouden, wordt bij DeLillo verder niet uitgewerkt. Ik vond het daarom heel leuk om dat onderzoeksgebied te verzinnen en lekker veel fantasie in alle mogelijke stromingen en onderzoeksobjecten te stoppen. Die drie dingen komen bij elkaar in het boek en bevestigen elkaar.’

Er komt veel geschiedenis in je boeken voor. Wat is de verdienste van je studie Geschiedenis voor het schrijverschap?
‘Voor het schrijverschap zelf denk ik jammerlijk weinig. Een academische carrière zit heel snel het schrijverschap in de weg, wetenschappelijke teksten hebben te veel richtlijnen hoe ze geschreven moeten zijn. Ik weet nog dat toen ik met mijn afstudeerscriptie bezig was ik de hele tijd teksten terugkreeg met aanmerkingen. Een docent schreef eens in de kantlijn, bij een vrolijke, creatieve formulering van me: “Joost, geschiedenis is al leuk genoeg.”.’

Maar is geschiedenis volgens jou van belang voor de literatuur en de maatschappij in het algemeen ?
‘Het heeft wel nut als je wilt nadenken over fictie. Historicus Chris van der Heijden schreef in Grijs Verleden: “De oorlog was erg, maar het verhaal van de oorlog was erger.” In zijn geval was dat een heel polemische opmerking. Er gebeurt iets werkelijks en hoe we ons dat herinneren en er over vertellen, verandert continu. Er is nooit een één op één relatie tussen wat er echt gebeurd is en het verhaal over wat er gebeurd is. Waar komt die ruis vandaan en hoe wordt die ruis beïnvloed door de verbeelding van wat er werkelijk is gebeurd? Fictie komt als een soort deken over de werkelijkheid te liggen.’

Is dat ook het hoofdthema van De Republiek?‘De mentor van Friso, Josip Brik, is popfilosoof en professor in de Hitlerstudies, maar hij is au fond niet geïnteresseerd in Hitler zelf. Hij vergeet steeds wanneer hij ook alweer geboren is, het interesseert hem niet, hem interesseert alleen de Hitler in fictie. Wat heb je aan feiten die niemand weet?, merkt Brik eens op. Veel interessanter is de leugen die iedereen kent. Met geschiedenis is dat denk ik heel relevant. Als je mensen van mijn leeftijd vraagt: “doe je ogen dicht en denk aan de landing bij Normandië, D-Day, wat zie je dan voor je?”, dan is de kans groter dat ze aan Saving Private Ryan denken dan aan de historische foto’s. Op een bepaalde manier kan de fictie of de verbeelding een reële gebeurtenis bepalen omdat je die fictie blijft onthouden. Die fictie sluipt er in.’

‘We worden geboren in een wereld die al bestaat’ schrijf je in De Republiek. Is dat een ander hoofdthema in je boek?

‘Ja, dat is een citaat van Frans Kellendonk. Hij zei: “Het drama van het leven is dat je geboren wordt in een wereld die al bestaat.” De wereld bestaat met jou, maar ook zonder jou. Ergens zul je daarin iets moeten vinden wat je er aan kunt bijdragen, anders ben je slechts een figurant. Kellendonk zag dat als een soort raison d’etre. Voor kunstenaars in het algemeen en voor mij persoonlijk is dat op een filosofische manier een hele goede drive om zelf dingen te willen maken. Dat is natuurlijk ook het mooie van mijn boek: je hebt iets eigens gemaakt dat anders nooit bestaan zou hebben.’

Volgens Hemingway, Heidegger en Sartre wordt de mens in het leven geworpen. Dat lijkt een beetje aan te sluiten.

‘Ja, dat kun je zo wel zien. Zo is het ook. Uiteindelijk is het een cliché en erg abstract, maar “je moet iets van het leven maken.”’

De hoofdpersoon in je boek, Friso de Vos, wordt verliefd en komt zo in een verhaal terecht dat hij niet per se zo gewild heeft? Denk je ook zo over het leven en de literatuur?
‘Ik weet niet of ik zo over literatuur denk, maar wel over het leven. Je hebt de uitspraak van John Lennon: “Life is what happens to you while you’re busy making other plans.” Dat is het natuurlijk een beetje. Het is het idee dat je allerlei plannen kunt maken, maar uiteindelijk heb je er heel weinig controle over. De grap is dat Friso de hele tijd van zichzelf zegt dat hij calm en collected is. Hij regelt alles voor zijn vriendin en is heel bevoogdend op het bloedirritante af. Tegelijkertijd is hij de rechterhand van Josip Brik die een ontzettende kluns is. Friso loopt naar eigen zeggen als een kruimeldief achter hem aan. Tegelijkertijd is juist hij degene die overal een totale puinhoop van maakt. Hij denkt dat hij iets begint dat hij onder controle heeft, maar vervolgens blijkt al snel dat hij totaal geen vat op de gebeurtenissen heeft.’

Hoe bedenk je de figuren uit je romans zoals Josip Brik, Friso de Vos en Pippa?
‘Alles begint met de ik-persoon. Al schrijvende leer je hoe hij denkt, hoe hij praat. Friso is, al zeg ik het zelf, veruit het leukste personage waar ik ooit mee heb gewerkt. In veel romans is de ik-figuur heel neutraal, hij is een camera die registreert en de grappen en grote emoties aan de bijfiguren overlaat. Ik wilde met Friso juist een personage maken dat slim is, grappen maakt, actie durft te ondernemen, neurotisch en charmant kan zijn. Ik wilde bovenal de intelligentie van het personage kanaliseren – diezelfde intelligentie die hem enorm in de problemen brengt en waarmee hij alles voor zichzelf dreigt te verpesten. Vervolgens wilde ik Friso’s opgefoktheid tonen aan de hand van zijn twee belangrijkste relaties, met de intellectuele superster Josip Brik aan wie hij totaal onderdanig is, en met zijn geliefde Pippa, die hij totaal koeioneert. Ik heb hun personages in feite gevormd aan de hand van Friso’s band met hen.’

‘Ik ben geen autobiografische schrijver, maar het is een beetje zoals Mulisch het uitdrukte: “Ik herinner me dingen die niet gebeurd zijn.” Zo voelt het soms een beetje. Toen ik het boek af had, baalde ik heel erg. Friso was in al zijn woede en frustratie bijna drie jaar lang een uitlaatklep voor me geweest, en opeens is het boek af en is Friso dus weg. Geeft een erg post-nataal gevoel.’

‘Het gekke is dat ik de reputatie heb dat mijn boeken vol staan met literaire intertekstualiteit en verwijzingen, dat personages van me gemodelleerd zijn op personages van andere auteurs, of op die auteurs zelf. Die intertekstualiteit is nogal overschat, als ik van mijn boek een puzzel had willen maken had ik er wel een hoofdstuk met kruiswoordraadsels in opgenomen. In werkelijkheid heb ik er nagenoeg geen grotere lol in dan in het opbouwen van een totaal fictieve wereld in mijn romans: personages als Pippa of Friso’s vriend Felix, of zijn vijand Philip, bedenk ik aanvankelijk bijna als stripfiguren, redelijke extreme personages, grof geschetst en eendimensionaal, die ik vervolgens ga invullen en levensecht probeer te maken.’

Heb je al plannen voor een nieuwe roman?
‘Het is als een liefdesrelatie: het is nog heel pril en als je dan te veel te vroeg gaat benoemen, forceer je het alleen maar. Qua personages heb ik een paar ideeën, ook over het decor, maar hoe en wat precies weet ik nog niet. Eerst wil ik een essaybundel maken, over literatuur en kunst van na 2000. Dus niet over oudere literatuur. Als je tegenwoordig namelijk nog over Flaubert en Tsjechov schrijft, zal niemand zich daar druk over maken. Ik vind het interessanter om een essaybundel te maken over schrijvers van nu. Dat is dus mijn volgende project.’

De Republiek van Joost de Vries is verschenen bij uitgeverij Prometheus. ISBN 9789044622287, € 17,95 euro.


Door: Paul Prillevitz

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s