Aflevering 2

Vijf Zeer Korte Verhalen: aflevering 2

Wit
Een man hoort van zijn vriendin dat hij vader wordt. Hij schrikt. Hij weet natuurlijk dat ze van plan zijn een kindje te nemen, maar als zo’n kindje onderweg is, is dat toch andere koek. De man vond het vooral fijn om zonder condoom te kunnen vrijen.
Langzaam went hij aan het idee. Hij is steeds minder bang zijn vrijheid kwijt te raken. De man en zijn vriendin kopen babyspullen en richten de babykamer in. Ze richten de babykamer zo sober mogelijk in. Ze willen dat de baby opgroeit in een prikkelvrije ruimte, om zo een evenwichtig mens te worden. In de babykamer staan een witte wieg en een witte kast. Er hangen witte gordijnen. De muren zijn wit geschilderd, de deur is wit geschilderd. Er ligt geen speelgoed in de babykamer. Het dekentje en het kussen in de wieg zijn wit.
De man en zijn vriendin verzinnen een naam met internationale allure voor de baby. Hun baby zal een wereldburger worden.
Na zes maanden begint zijn vriendin, tijdens het ontbijt – het is zondag, ze hebben lekkere broodjes in huis gehaald – te bloeden.
Ze rijden naar het ziekenhuis. Waar mogelijk overtreden ze de verkeersregels.
De dokter zegt dat de baby er aan komt.
Als de baby geboren wordt, leeft de baby nog anderhalve seconde.
Als ze willen, mogen ze de baby een paar dagen thuis houden.
In het wiegje legt de man pakken ijs neer. De man en de vrouw leggen de baby in de wieg en kijken hand in hand naar de baby.
De man tilt de baby uit de wieg en loopt met zijn zoon in zijn armen door het huis. ‘Dit is de televisie,’ zegt de man, ‘dit is de bank.’ Hij loopt met de baby door het huis en benoemt alle spullen: de koelkast, de eettafel, de planten, de boekenkast, de bedden, de badkamer, de poezen, de wasmachine, de droger, de computer en de salontafel. Na drie dagen wordt de baby meegenomen door een droevig kijkende vrouw in een net pak. Ze raakt de man en de vrouw even aan, wikkelt de baby in een deken, en vraagt of ze de baby begraven of cremeren.
Sokpop
Mijn vriend laat zich onderuit zakken. Hij heeft alleen een onderbroek aan. Hij zit op een plastic klapstoel. Een witte. Mijn vriend zegt dat hij zo gaat douchen, dat we daarna kunnen gaan. We hebben afgesproken op stap te gaan. Een rondje door de stad te maken en ergens iets drinken. Er is kermis in de stad. Misschien dat we een rondje over de kermis lopen.
Mijn vriend zit onderuit gezakt op zijn klapstoel. Zijn benen wijd. Ik kijk tegen een bobbel tussen zijn benen aan. Ik gok dat het zijn geslachtsdelen zijn. Ik lig op de bank, ik wacht tot mijn vriend gaat douchen, zodat we daarna kunnen gaan. Ik drink calvados uit een longdrinkglas en ik rook sigaretten. Ik houd mijn buik in, zodat mijn vriend niet ziet hoe dik ik geworden ben. Ik zeg tegen mijn vriend: ‘Je zou toch gaan douchen?’
Mijn vriend zegt dat hij een cadeau voor me heeft.
Uit zijn keukenla pakt hij een paar verse sokken. Ze zitten nog aan elkaar vast, ze komen zo uit de fabriek. Ik bedank hem, trek de sokken los en doe ze over mijn handen. Twee sokpoppen kijken me parmantig aan.
Mijn vriend zegt dat hij gaat douchen. Dit keer doet hij het.
De ene sokpop zegt tegen me dat ik dik geworden ben. Daarna zegt hij: ‘Tsjongejongejonge.’ De andere sokpop zegt niets. Hij blijft me aankijken. Zijn gezicht een paar centimeter van het mijne. Terwijl de ene sokpop ‘Tsjongejongejonge’ blijft zeggen, tilt de andere sokpop met zijn mond mijn shirt omhoog. Mijn buik is bloot. De sokpop pakt het glas calvados. Die ene sokpop blijft maar ‘Tsjongejongejonge’ zeggen. Ik hoor nu pas dat hij een beetje slist. De calvados wordt over mijn buik gegoten. De drank is op kamertemperatuur. De sokpop pakt mijn aansteker in zijn mond en steekt de calvados in brand. Grote blauwe vlammen. De douche loopt nog steeds. De ene sokpop blijft maar ‘Tsjongejongejonge’ zeggen en ik kan de geluiden van de kermis vanaf hier niet horen.

Tatoeage
Mijn beste vriend, Harold, heeft van zijn verjaardagsgeld een tatoeage-apparaat gekocht. Hij wil al heel lang iets met tatoeages doen. Zelf heeft hij ook twee tatoeages. Een van een Boeddha en een van een Japanse vis. Ineens kloppen er allemaal mensen bij Harold aan. Ze willen een tatoeage. Hij zegt dat hij nog amper ervaring heeft. Hij zegt dat hij alleen nog heeft geoefend op nephuid en op bananen. Het maakt de mensen niet uit. Ze zeggen dat ze een tatoeage willen. Hij vraagt dan wat voor tatoeage ze willen. Ze zeggen dat het hen niet uitmaakt. Hij tekent iets op een blaadje. De mensen zeggen ‘prima’ en hij tatoeëert ze. Met trillende en impressionistische hand.

Aangespoelde man
Een man spoelt aan op een bewoond eiland. Overal staan huizen en flats. Het eiland heeft de zaakjes prima op orde: nergens liggen vertrapte negermaskers. Er zijn autowegen en joggers op het bewoonde eiland. De meeste joggers hebben tatoeages. De man mag de mobiele telefoon van een jogger lenen. De man belt zijn beste vriend, die vriend vraagt waar de man zit, de man vraagt het aan de jogger, de jogger zegt het tegen de man, de man zegt het tegen zijn vriend, de vriend zegt dat het ongeveer een uurtje rijden is, dat hij daarna nog een half uur met de boot moet, maar dat hij hem zeker op komt halen, geen probleem. Wel wil de vriend van de aangespoelde man eerst nog even douchen.

Gever
Van jongs af aan baalde ik er van niet homoseksueel te zijn. Het sprak me erg aan, lekker met de jongens onder elkaar. Kletsen over voetbal, films, boeken en muziek. En als je geil werd, reeg je je aan elkaar, dronk wat na afloop en ging als goede vrienden uit elkaar. Hoewel ik voor alle mensen bang ben, ben ik voor vrouwen het meest bang.
In mijn puberjaren, toen ik via via hoorde dat God bestond, bad ik iedere nacht tot God om me homoseksueel te maken. Geen gehoor. Ik legde me erbij neer.
Ik zit met een oudere homoseksueel op het strand. Hij is een volger van mijn weblog, hij leest de stukken op mijn weblog. Hij heeft me gemaild, ik heb hem teruggemaild, dat ging zo een paar keer door en toen vroeg hij me mee naar het strand. Ik benijd hem om zijn geaardheid. Waarschijnlijk heeft hij er zelfs niet voor hoeven bidden. De oudere homoseksueel heeft bijna al zijn kleren uitgetrokken. Hij draagt een klein blauw broekje en ligt zonder handdoek in het zand. Ik draag meerdere lagen kleding over elkaar. Ik heb het erg warm. Het is erg warm. Ik draag meerdere lagen kleding over elkaar omdat ik dan, in mijn hoofd, kan denken dat ik dik ben omdat ik allemaal lagen kleding over elkaar draag en niet omdat ik dik ben.
De oudere homoseksueel zegt dat hij, als homoseksueel, tot een minderheid behoort. Ik zeg dat de meerderheid van de mensen tot een minderheid behoort.
Hij vertelt dat hij veel geneukt heeft in zijn jonge jaren. Hij heeft twee partners verloren aan aids. Zelf is hij de dans ontsprongen. Hij zegt dat hij denkt dat dat komt omdat hij een gever was, en geen ontvanger. Ik wist niet dat je een keuze had. Maar ik krijg hoop, om mijn oude droom homoseksueel te worden nieuw leven in te blazen. Misschien maak ik als gever een kans, en kan ik zo, stapje voor stapje, door stug vol te houden, alsnog homoseksueel worden.
De oudere homoseksueel vraagt of ik wat chips wil. Chips sla ik zelden af. Hij pakt een zak chips. Hij scheurt de zak niet open, maar knipt de bovenste helft er met een schaar vanaf. Een keurige rechte lijn. De oudere homoseksueel houdt de zak chips voor me, ik mag als eerste pakken. Ik pak zoveel mogelijk chips, met twee handen tegelijk.
(wordt vervolgd)

Joubert Pignon (1978) werkt in een dierenwinkel. In zijn atelier schrijft hij zo kort mogelijke verhalen. Hij debuteerde najaar 2012 met Er gebeurde o.a. niets bij uitgeverij Atlas Contact.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s