Het absurde verhaal achter een verloren been

Gemeenteambtenaren die een uitvaart regelen voor een anoniem been, de geïdentificeerde – maar vermiste – eigenaar die administratief nog in leven is, een ‘gothic’ forensisch patholoog die zijn moeder meeneemt naar een afspraak met de schrijver en een collectie schedels in het kantoor van een politieagent van het Bureau Vermiste Personen Noordzee; de absurditeit is niet ver te zoeken in Joris van Casterens literaire non-fictie boek Het been in de IJssel. Dit is waar het boek op leunt: koele beschrijvingen, bijna altijd zonder expliciet oordeel, van absurde mensen en gebeurtenissen. 

Van Casterens stijl van vertellen, waarin hij zichzelf als waarnemer in het verhaal centraal zet, laat de lezer de bureaucratische molen zien die in werking treedt als er een lichaamsdeel gevonden wordt. Na een uitzending van Opsporing verzocht raakt hij geïntrigeerd door het been en de afwezigheid van een lichaam. In een regionale krant leest hij dat het been van een Duitser is en waarschijnlijk vanuit Düsseldorf driehonderd kilometer heeft gereisd naar Wijhe in Overijssel. Hij komt tot de conclusie dat hij hier wat mee moet doen. ‘Dit moet grondig worden uitgezocht, ik besluit op pad te gaan.’

Geen oordeel
Zijn zoektocht brengt hem langs Nederlandse en Duitse autoriteiten, en ook familie en kennissen worden uitgehoord door Van Casteren. Wie is nu Stephan Hensel, de Duitser die door DNA-onderzoek geïdentificeerd werd als eigenaar van het been? Hij blijkt een interessant personage te zijn: moeilijke jeugd, hang naar drank, drugs en prostitutie, maar toch haantje de voorste op zijn werk, zo ontdekt Van Casteren in vele gesprekken met betrokkenen. Hij laat ze uitgebreid aan het woord, zonder uitgebreide analyse, zodat de lezer zelf de uitspraken kan beoordelen.

Maar de citaten die Van Casteren toont en de beschrijvingen die hij geeft, sturen de lezer toch naar een bepaald beeld van de personages. Dit is ook de het sterkste punt van Van Casterens manier van vertellen: ogenschijnlijk normale mensen lijken altijd wel iets geks te hebben, en er is altijd wel iets vreemds aan de gang van zaken. Juist doordat hij geen expliciet oordeel geeft wordt zijn oordeelsvermogen niet gewantrouwd, hij noemt zijn personages niet emotioneel instabiel, zonderling of pervers. Echter doordat hij wel hun eigenaardigheden registreert die wijze op een bepaalde aard, krijgt de lezer wel dit beeld. Zo laat hij een forensisch rechercheur zeggen dat het handig zou zijn als iedere burger van een chip was voorzien. Deze observaties, die weinig met de rode draad te maken hebben, maken de personages menselijker en levendiger. Ook in de literatuur vindt hij interessante aanknopingspunten die een bijzonder licht op de zaak kunnen werpen, zo oppert Van Casteren dat het been er met opzet zou zijn afgezaagd zoals een personage van Charles Bukowski – Amerikaanse dichter en cultheld –  heeft gedaan om ‘de grootste eenbenige dichter ter wereld te worden’.

Om zijn zoektocht af te ronden eindigt Van Casteren met een tocht langs de IJssel en de Rijn, van Wijhe naar Düsseldorf, de omgekeerde weg die het been heeft afgelegd. De tocht onderneemt hij om het been als het ware thuis te brengen. ‘Het is versmolten met de oorspronkelijke eenheid waar het niet meer dan een onderdeel van was.’ Er wordt geen concreet antwoord gegeven, maar wel een mooi afgerond geheel gecreëerd. Van Casterens onrust is voorbij: het been rust in vrede.

Joris van Casteren, Het been in de IJssel
paperback, 272 blz, € 17,95
Prometheus, ISBN 978 90 446 2109 9


Joep Harmsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s