Filmpje

De jongen ligt onder hem op de grond. Hij wordt op zijn rug geslagen, aan zijn schouders en armen getrokken. Hoe meer tegenwerking, hoe sterker hij zich voelt, hoe steviger hij op zijn knieën zit, hoe meer kracht er naar zijn armen vloeit, naar zijn handen, zijn duimen. Naar de toppen van zijn duimen. Die priemen door de holte van die iele nek, zijn nagels dringen door de huid onder de adamsappel. Sneetjes bloed. Grote, glazige, wegdraaiende ogen.
Filmt iemand dit? schreeuwt hij om zich heen. Dit moet op youtube!
Hij drukt door, en door, hij kan niet meer loslaten, het gorgelen moet ophouden. Die ogen moeten dicht.

*

Fred moet de jongen vinden die het filmpje op internet heeft gezet. Ze wonen in een klein dorp. Het filmpje moet van internet af.
Een hand op zijn schouder. Rustig, zegt Rinus, van wie hij alles heeft gehoord. Rustig. Neem even een slok.
Ze staan samen aan een hangtafel voor de feesttent. Ze zijn maar met z’n tweeën. Het bier smaakt Fred niet, hij heeft nog last van gisteravond.
Maar hij herinnert zich geen voorvallen.
Wat nou rustig? zegt Fred. Hoe kan ik nou rustig blijven!
Daar heeft Rinus niet meteen een antwoord op. En ook niet na een poosje. Hij laat de hand van Freds schouder glijden en kijkt in zijn bierglas.
Rinus had vanochtend per ongeluk een glimp van het filmpje opgevangen. In de keuken. Zijn dochters zaten aan tafel, achter de laptop. Het geluid stond hard. Ze gingen zo in de beelden op dat ze niet doorhadden hun vader ineens achter ze stond en vroeg wat ze zaten te kijken.
Rinus heeft er zelf maar een paar seconden van gezien. Meer hoefde van hem niet. Hij wilde het alleen zien om zijn dochters te kunnen geloven. Minder dan een paar seconden was ook genoeg geweest.
Het filmpje is van gisteravond laat en was vanochtend al meer dan duizend keer bekeken. Het is nu eind van de middag. Hoe snel gaat zoiets?
Fred vond al dat mensen hem raar aankeken, maar dat doen ze al maanden, sinds zijn voordeur openging en iedereen naar binnen kon kijken. Nu keken ze hem dus raar aan om twee redenen, of om een van de twee.
Hij neemt twee grote slokken. Hup, volgend biertje. In één keer achterover. Dat doet hij normaal gesproken niet in het openbaar; wethouder ben je ook tijdens de feestweek.
Zijn ze binnen? vraagt Fred aan Rinus. Hij wijst met een duim de feesttent in. Jouw dochters?
Rinus heeft geen idee. Ze waren in elk geval niet meer thuis toen hij ervandoor ging. Zou kunnen. Hij kijkt op zijn horloge. Zo laat alweer. Zou kunnen.
Fred pakt een extra biertje zodat hij binnen niets hoeft aan te nemen en door kan lopen. Nu even geen praatjes. Geen informatieverschaffing. Geen verzoekjes. Geen kleinburgerlijk leed.
Laat me erdoor!
Hij kijkt over iedereen heen en baant zich een weg door de feesttent. Een zure lucht. De biertjes moet hij op schouderhoogte voor zich houden. De hitte knelt om zijn hoofd, het zweet loopt over zijn slapen in zijn nek. Er wordt uit volle borst meegezongen met smartlappen. De harde bas dreunt tussen zijn oren. Mannen bieden hem biertjes aan en kloppen op zijn schouder, vrouwen proberen hem te verleiden tot een dansje. Mannen en vrouwen roepen dingen in zijn oren.
Iemand van de tennisvereniging vraagt naar zijn dochter. Waarom is ze toch gestopt? Zo’n talent die meid. Het seizoen is alweer bijna voorbij, maar nog steeds vragen mensen ernaar. Niemand neemt genoegen met de verklaring dat ze er geen zin meer in heeft, het plezier kwijt is. Maar ze heeft zo veel talent, zeggen ze dan. Alsof talent een garantie is voor plezier en motivatie.
Ook deze vrouw wil er meer van weten, met haar sjekstem. Ze stinkt naar bier en rook en houdt hem de hele tijd vast bij z’n ellenboog. Hij heeft zin om de vrouw op tillen en over hoofden te gooien. Maar hij moet zich beheersen, als wethouder en als mens. Maar vooral als vader. Tennis zou een goede uitlaatklep voor haar zijn geweest. Daar probeerde Fred haar begin dit seizoen ook van te overtuigen, maar toen vlogen de verwijten hem om de oren als de ballen uit een strak afgesteld kanon. Nu ze met tennis ineens het leven van haar ‘moest afslaan’, stootte het haar af. Haar moeder vond het prima dat ze stopte, dat hielp ook niet erg. Aan school besteedt ze die vrije tijd in ieder geval niet.
Het is een kleine feesttent. Hij is een lange man. Vanuit het midden van de feesttent kan hij de hele ruimte overzien. De dochters van Rinus zijn er niet, maar er zijn genoeg andere jongelui die ervan zullen weten. Zoals zijn eigen dochter. Het is een klein dorp, ze kennen elkaar allemaal, ze hebben het allemaal gezien.
Hij kan die anderen niet vragen naar het filmpje.
Het is een klein dorp.
Hij kan het wel aan zijn dochter vragen. Maar die ziet hij nergens. Wel een vriendinnetje van haar. Naar zijn eigen dochter kan hij natuurlijk wel vragen. Iedereen vraagt hier de hele tijd naar iedereen. Niets bijzonders.
Toch spreekt hij het meisje liever niet aan, met al die burgerpaparazzi. Eén filmpje is erg genoeg. Hij wacht tot een pauze in het nummer, de overgang naar een nieuw liedje. Tot een moment, in ieder geval, waarop iedereen kan horen wat hij aan het meisje vraagt, zodat er geen enkel misverstand kan bestaan over zijn intenties.
Hij is weer even de jongen die alle moed bijeen raapt om dat ene meisje aan te spreken.
De pauze komt er. Fred stapt op het meisje af.
Weet jij waar Jasmijn is? vraagt hij heel hard, alsof er alsnog een refrein uit de boxen schalt waar hij bovenuit moet komen.
Mijn dochter?
Het kauwgomkauwende meisje trekt een pijnlijk gezicht. Ze port met een wijsvinger in het oor aan zijn kant. De meisjes eromheen giechelen.
Ja, ja, ik weet wel wie Jasmijn is, hoor.
Waar is ze?
Het meisje trekt haar schouders op en wordt afgeleid door een jongen die een denkbeeldige lasso naar haar uitgooit. Ze laat zich met schokkende heupen meetrekken en gilt: Ik weet niet!
De muziek zwelt weer aan en iedereen om Fred heen zingt en host mee met weer een smartlap. De houten vloer trilt. Er host een ander meisje voorbij, een mooie meid, ook een vriendin van zijn dochter. Hij pakt haar bij d’r elleboog. Dat gebeurt haar waarschijnlijk de hele tijd, want ze kijkt lachend opzij. Een lach die wat verflauwt als ze ziet dat hij het is.
Ik zoek Jasmijn. Mijn doch-
Die zal nog wel op bed liggen, roept het meisje terug. Ze kantelt een denkbeeldig glas voor haar mond. Een jongen vraagt iets aan haar. Zij knikt naar Fred en zegt iets tegen de jongen, in zijn oor, afgeschermd door een hand. Alsof Fred van deze afstand iets zou kunnen horen, in deze herrie.
Het meisje heeft nog amper iets gezegd of de jongen schiet in een soort stuiplach. Hij pakt zijn telefoon erbij en maakt wat snelle vingerbewegingen. Het meisje kijkt hem boos aan en probeert zijn telefoon af te pakken. Niet doen, lijkt ze te zeggen. De jongen houdt haar af met zijn vrije hand. De hand met telefoon steekt hij uit naar Fred, die even schrikt van het idee dat hij van dichtbij wordt gefilmd. Maar hij ziet een schermpje, geen achterkant, geen camera. Een constatering die hem oplucht, maar niet voor lang, tot het moment dat zijn blik op scherp staat.
De jongen duwt de telefoon bijna in zijn gezicht, lachend. Van zijn vrije hand maakt hij een megafoon.
Gaat het hierover?
Een bewegend hoofd. Blond haar dat glinstert in het lampje van de camera en fel afsteekt tegen de donkere achtergrond. In het aureool van licht kijkt ze kort omhoog, in de camera. Maar ze houdt niet op. De duisternis wordt opgevuld door de stem van een jongen. Woorden, gegrinnik. Gegorgel.
Het meisje trekt de arm van de jongen weg en schreeuwt van alles in zijn oor. De jongen kijkt verbaasd, dan vol ongeloof, uiteindelijk geschrokken. Met die blik kijkt hij naar Fred. Hij steekt een hand omhoog, een stopteken dat voor excuusgebaar moet doorgaan, en maakt zich uit de voeten, gaat op in de massa.
Fred wil de jongen achterna gaan, maar hij krijgt zijn benen niet in beweging. Zijn zolen vastgeklonken in de plakkerige vloer.
Twee keer met zijn ogen knipperen en de jongen is helemaal uit zicht, misschien zelfs al buiten. Het maakt Fred ook niet uit, hij heeft geen tijd te verspillen.
Een paar keer in- en uitademen. Rustig worden. Kracht verzamelen.
Het gaat weer.
Hij manoeuvreert zich zo snel mogelijk de tent uit en doet of hij de aangereikte biertjes en dansjes niet opmerkt, de klopjes op zijn schouder niet voelt. Door een muur van ruggen breekt hij naar buiten. Eenmaal daar, in het licht van de zon vlak boven de daken, komt hij op adem. Hij laat zijn hartslag zakken tot de frequentie dat hij een telefoongesprek kan voeren.
De mobiel van zijn dochter gaat niet over.
Er zit niets anders op dan haar moeder te bellen.
Die weet niet beter of Jasmijn loopt hier ergens rond, ze heeft geen idee, ze is op vakantie. Dus ze gaat nu ophangen.
Fred is haar voor.
Hij loopt het feestterrein af. Stevige maar ingehouden pas, rug recht, borst vooruit. Soeverein. Niemand iets laten merken. Vriendelijk groeten.
Het is drie minuten fietsen naar het huis waar hij geen sleutel meer van heeft. Steken in zijn knie bij het wegduwen van de hoogste versnelling. Zuur dat vanuit zijn dijen omhoog stroomt. Resten bier die in zijn maag plonzen, omhoog zijn keel in. Bloed trekt uit zijn hoofd weg, uit zijn gezicht. Rijwind van een auto. Scherven zon. Vlekken.
Even een pedaalslag overslaan, ademen, blik scherp stellen. Maar geen snelheid verliezen. Bloed laten stromen.
Er ligt geen sleutel op de geheime plek. Ook niet op plekken waar hij de sleutel zelf zou verstoppen.
Hij belt aan, drie keer. Hij slaat tussendoor op het gewapende glas op ooghoogte, een paar keer op de deur zelf. Harde bonzen, op dat dikke hout, een pijnscheut in de knokkel van zijn pink. Hij roept door de brievenbus, hij schreeuwt door de brievenbus, hij laat het metaal zo hard mogelijk klepperen, hij houdt een oor bij de opening en luistert met ingehouden adem.
Steentjes tegen haar raam.
Hij voelt dat het geen zin heeft, dat ze er echt niet is.
Nog maar eens bellen. Voicemail. Of ze hem snel wil terugbellen, het is belangrijk. Hij houdt van d’r. Dat moet je nooit vergeten. Nooit!
Hij blijft even voor het raam staan. Een nieuwe bank. Verder alles nog hetzelfde. De vorige bank staat bij hem thuis, die wilde haar moeder hier niet meer hebben, zij wilde niet herinnerd worden aan wat ze tussen de zitkussens had aangetroffen. Hij had die tweede mobiel ook gewoon op zijn werk moeten laten liggen, wat had hem toch bezield? Vanwaar de nonchalance?
Hoe ironisch dat het nu, maanden nadat hij door de mand viel, weer om een mobiele telefoon ging die alles op z’n kop zette.
Misschien is ze naar zijn appartement gegaan. Ligt ze daar te hopen dat hij thuiskomt om tegen zijn borst uit te huilen. Daddy’s little girl.
Zijn appartement staat nog steeds vol dozen. Hij heeft te veel spullen voor de beschikbare ruimte. Hij hoeft niet eens alles uit te pakken om dat te kunnen inschatten. Het meeste staat op Marktplaats. Het verkopen gaat langzaam, ondanks alle tijd die hij erin steekt. Marktplaats voelt meer als thuis dan zijn appartement. Het liefst zou hij het appartement ook op Marktplaats zetten. Eigenlijk voelt het alleen als zijn thuis wanneer hij er zijn dochter aantreft na weer eens ruzie met haar moeder.
Als hij flink doorfietst, kan hij binnen tien minuten thuis zijn. Iedere minuut dat het filmpje online staat, is er één teveel. Hij moet die jongen vinden. Dat filmpje moet eraf, godverdomme. God-ver-domme.
Zijn benen voelen stijf van de spurt naar zijn oude huis, hij probeert te denken aan betere tijden, hij roept beelden op van vakanties en fietstochtjes, van toernooien waarin zij schitterde.
Maar de beelden en geluiden van het filmpje wringen zich er steeds doorheen. De stem van die klootzak. Het gegrinnik. Die donkere achtergrond. De repeterende bewegingen van haar hoofd, van boven gefilmd. Haar blonde haar in een staart, door hem vastgehouden, aangetrokken. Haar holle rug, die gespierde kuiten.
Look at the camera, bitch.
Dat doet ze. Zonder te stoppen met waar ze mee bezig is, alleen iets langzamer. Tussendoor een vluchtige blik omhoog. De mooie grote ogen van haar moeder. Dezelfde smekende blik.
Nee, daar wil hij niet aan denken. Laat die twee werelden niet samenvloeien.
Hoe ze dat ding even als een microfoon voor haar mond houdt. Haar gekromde vingers. Zachte trekjes. Hoofd weer beetje naar achter, staart strakgetrokken, mond open, tong naar buiten. Decolleté. Het gegorgel. De zucht. De bibberende camera. Het gelach.

Bijna thuis stopt hij bij een heg om over te geven. Vanaf zijn zadel, handen op het stuur. Het zuur verschroeit zijn keel en gehemelte, de tranen in zijn mond centrifugeert hij tot speeksel om de resten uit te spugen. Uithijgen. Spugen.
Zijn dochter. Daddy’s little girl.
Alles in huis is zoals hij het heeft achtergelaten. Nergens een spoor van Jasmijn. Het verlangen naar haar aanwezigheid is nu groter dan de woede over het filmpje, over de meer dan duizend of tweeduizend views. Hoeveel zullen dat er inmiddels zijn?
Hij moet terug naar de feesttent. Rondvragen. Kijken. Voor hij weer de deur uit gaat, slaat hij twee glazen whisky achterover.

Rinus heeft haar in de tussentijd niet gezien. Niets gehoord ook verder. Nee, zijn dochters ook niet. Ja, hij heeft zijn ogen en oren opengehouden. Kom even tot rust, Fred, haal adem. Hier, een biertje, en nog één. Je kunt nu toch niets doen.
Het schemert en het wordt fris. Ze gaan binnen aan de bar staan. De sfeer is uitgelaten, oud en jong dansen door elkaar, nog even en het bier sproeit door de lucht.
In stilte drinkt Fred zijn biertjes. Hij kijkt om zich heen, gefocust op de jongeren, en laat de gesprekken die Rinus met passanten voert langs hem heen gaan. Bekenden die langslopen, vraagt hij naar zijn dochter. Hij klampt ze aan zoals mensen dat bij hem doen.
Hier, zegt Rinus, die een cola in zijn hand drukt. Even rustig aan.
Fred pakt de cola aan en giet het glas leeg in de spoelbak achter de bar.
Doe zelf rustig aan.
Misschien moeten we even wat gaan eten, zegt Rinus. Hij stelt een locatie voor en wrijft erbij over zijn pens. Lekker joh.
Ga maar alvast, zegt Fred, die meteen zijn bestelling doorgeeft. Vanuit zijn ooghoek ziet hij op de dansvloer een bekend gezicht.
Ik moet nog iemand spreken.
Hij knikt naar iemand uit het bestuur van de voetbalclub.
Weet je het zeker?
Fred knikt en loopt al in de richting van het bestuurslid.
Ja, ik kom zo.
Het bestuurslid geeft hem in het voorbijgaan een hand en probeert nog iets te vragen, maar Fred wijst naar zijn mobiel en loopt door, naar een hoek waar hij rustig op een kruk kan zitten om alles te overzien. Telefoon op tafel.
Kleuren lopen in elkaar over als zijn oogleden bij elkaar komen. Als de brei naar één kleur neigt, gaat hij wat rechter op zitten. In slaap vallen kan hij zich niet veroorloven.
Een kerel die even verderop bier haalt, zwaait naar hem en stoot dan zijn maat aan om naar hem te kijken. Ja, hij ziet het wel hoor, stelletje huichelaars. Hij ziet alles, hij weet alles. Zag die barman ook alles maar. Ja, natuurlijk wil ik er nog een.
De jongen met het bekende gezicht is omringd door andere jongens. Alle ogen gericht op de telefoon in het midden. Ze lachen, ze slaan een hand voor hun mond. Ze kijken op theatrale wijze weg van de telefoon. Eentje wijst naar het schermpje, alsof de anderen het anders niet opmerken. En dan die stomme grijnzen erbij. Die gruizige koppen.
Hij tikt zijn bacardi-cola achterover.
Nu is het afgelopen.
Hij staat op van zijn kruk en houdt zich staande aan de tafel. De cola borrelt in zijn buik, de bacardi stijgt naar zijn hoofd. Hij wacht even en zet dan de paar stappen die nodig zijn om bij het groepje te komen.
Zo, heren, zegt Fred, met een arm om de nek van de jongen die de telefoon vasthoudt.
Waar kijken we naar?


Rick van Leeuwen (1981) is de auteur van Misschien sliep je al (2010, Thomas Rap). Zijn tweede roman verschijnt naar verwachting in het najaar van 2014. Korte verhalen van zijn hand verschenen in diverse literaire tijdschriften en online magazines. Hij schrijft wekelijks voor Hpdetijd.nl. Foto: Bob Bronshoff.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s