‘Maar Nausicaä dacht aan iets anders’

‘Zo was ik die dag
met mijn meiden gewoon
naar het zomerse strand.
Verrees daar ineens
een vent of het niets was,
naakt als Zeus zelf
op de allereerste dag:
benen als bomen,
armen als slangen,
een torso van bombast
(klein hartje eronder)
(dat denk ik tenminste),
en een dinges waarom
wij gilden van ‘t lachen,
zo liederlijk lang
dat zijn pogingen hem te verbergen
bespottelijk leken, bizar,
zijn handen zo druk in de weer daar,
de schaamte voorbij,
maar niet helemaal,
maar niet ver genoeg
om het rijzen ervan
onder mijn ogen,
mijn eigenste, nymfblanke blootheid,
hoe bleu ook,
te temmen.
Het balspel waarmee wij ons
vrolijk vermaakten
vlak voor die hunk
met zijn dinges daar opstond,
OMG!,
werd een wel heel ander balspel.
Werd een spel om heel ander vertier.

Hij sprak toen zijn slimme en strelende woorden
van knielen, mijn schoonheid en bouw
en de vlees’lijke bloem die ik zijn zou,
van eendracht en wangunst,
maar wat wil je,
was de vraag die zich
daar in me stelde,
die zich in mij aanbood
als vraag waarop eigenlijk
louter één antwoord mogelijk was: hem.
Hem,
die lustige mannetjesputter,
die godlijke dulder,
die zijns ondanks mij toonde
waar mijn vlees al die jaren
al heter naar haakte,
hem,
man als zwaard voor mijn schede,
als dooier in mijn schaal.
Man als was in mijn handen,
man als honing op mijn toast.
Man om ter plekke
met smaak te verorberen,
de melk waar mijn moeder
mij altijd voor maande,
zou ik dragen in mijn hand,
smeren op mijn huid,
de schaduw die hij
zou belichamen wanneer hij me nam zou mijn zon zijn,
zon die zich uitstort,
zon op en in mij,
zon die zijn stralentooi
draagt als een krijger de bloedende kop van een leeuw zonder angst
die zijn meerdere vond in de krijger,
die zich dan uitstort.

Maar ik was niet alleen,
mijn meiden,
ze giechelden,
ervaren als ze waren,
zagen mijn opwinding,
hadden door wat die godlijke daar met me deed
door de verdronken
onschuld te spelen,
zijn trouwring tenslotte
glinsterde prikkelend
om z’n linkerpink, zijn pik (sorry mam)
was de schrik
nog geenszins te boven en trilde,
voor allen zichtbaar,
in het donker achter
zijn bollende handen,
de kom ze vormden
een schat in zich vattend
die ik zelf zonder schroom in mijn eigen,
zacht van het wassen,
masserende handen zou pakken en afstropen tot ik
de macht van de glans ervan afspatten zien zou en koesteren tegen
mijn vingerzoekend,
schoonlokkig,
vruchtvattend midden.
En zo werd ik,
wel en niet,
die ochtend in het zuiden,

vrouw. Ik wist vanaf toen
hoe het was om vlees
om het lid van een man te zijn,
al was ik dat niet nog,
al weersprak nog mijn tong
wat ik werkelijk dacht.
De kracht van het inzicht
bekleedde met vleugels
de woorden die ik
tot hem, tot die
welbehangen,
onversaagde,
aangespoelde,
mij met zijn lijf en zijn ogen
tot in mijn essentie ontledende,
zo uit de strijd
(maar welke?)
weggelopen held met maar één missie,
een ontketen-mij -,
sprak:
“Omdat gij, Vreemdeling, niet op een domme gelijkt en niet onaanzienlijk…”
De rest was mijn toekomst.
De rest is geschiedenis.
De rest is bekend.’


Onno Kosters (1962) is dichter, vertaler, en als docent-onderzoeker verbonden aan de opleiding Engels van de Universiteit Utrecht.

‘Maar Nausicaä dacht aan iets anders’ is een vrije interpretatie van hoe Odysseus aanspoelde op het eiland Scheria en wat dat losmaakt in Nausicäa: de held laat haar niet onberoerd. Het gedicht is geschreven in dactylische hexameters (Homerus’ vorm), opgesplitst in kortere regels. De titel en de regel ‘Omdat gij, Vreemdeling, niet op een domme gelijkt en niet onaanzienlijk…’ zijn afkomstig uit de metrische vertaling van de Odyssee door Aegidius W. Timmerman (Amsterdam: A.J. Paris, 1934).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s