Losgezongen

De favoriete songtekst van Lize Spit

I thought it was there for good so I never tried.

Mijn laatste regenjas kon ik als het niet regende eenvoudig opbergen, in een van de binnenstebuiten jaszakken. Er kwamen dan elastieken tevoorschijn met een vrouwelijk en een mannelijk eindje, in elkaar te klikken net als de slotjes van een bikini.
Als ik het bundeltje rond mijn middel droeg, wiebelde het op en neer in de holte van mijn onderrug alsof daar al wandelend iets was losgekomen. Soms draaide ik het zakje naar de voorkant. De schaamte om het paarse pakketje dat als een vette onderbuik in mijn schoot bengelde, is mijn laatste herinnering aan het hebben van een eigen regenjas.

Nadien volgden regenpakken, inclusief regenbroeken met fluorescerende strepen. Bij elke stormachtige dageraad wurmde ik mijn schoenen doorheen de plastieken broekspijpen voor ik aan de fietstocht van twaalf kilometer naar mijn middelbare school begon. Enkele minuten na het vertrek volgde een steile helling, de brug over het Albertkanaal. Tijdens deze beklimming werden mijn knieholten in de plastieken pijpen natter dan mijn aangezicht dat de regen trotseerde.
Een hele delegatie tieners uit mijn dorp legde elke ochtend dezelfde route af. Waaide het, dan veranderden we in het schijnsel van koplampen in een zwerm trage, trappelende glimwormen. Niemand droeg de regenkledij om de juiste reden. Het was nu eenmaal gekocht, daarom werd het gedragen. Uit medelijden voor onze moeders die zich hadden uitgesloofd.
Het duurde even tot ik het over mijn hart verkreeg het regenpak bij mijn vertrek in mijn boekentas op te bergen, zodat het toch leek of mama’s moeite niet voor niets was geweest.
Niet veel later liet ik deze schijnbeweging ook achterwege.

Leonard Cohens muziek speelde thuis geregeld, op den duur kon ik niet anders dan meezingen. Ik heb lang niet geprobeerd de teksten te begrijpen, maar pikte er de beelden uit die het meeste tot de verbeelding spraken. Een afgeknipte haarpluk, een huisje in de woestijn, een regenjas.
The best of was de soundtrack die bij mama’s weltschmerz hoorde. Als ik op woensdagnamiddagen geen afspraak had gemaakt met een klasgenootje, gewoon thuisbleef, bevond ik me plots achter de schermen van het moederschap, oog in oog met wat huismoeders doen eenmaal hun kroost op school zit. Naast de zetel waarin mama lag te rusten, op het livingtafeltje, stond de witte keukenwekker die we beiden angstvallig in de gaten hielden. In tegenstelling tot mij had mama geen zin dat hij zou rinkelen. Het zou betekenen dat ze weer moest rechtstaan, brood snijden en de tafel dekken, doorgaan in een omgeving die onveranderd was gebleven.
Ik hoopte op de verlossing van het avondmaal. Daar kwamen de dingen altijd weer op hun plaats terecht. Verschillende soorten beleg, netjes uitgestald op een houten plank in het midden van de tafel. Mama aan mijn linker-, mijn oudste zus aan mijn rechterzijde, de broodschaal in het midden.

Er was een leeftijd waarop ik een overzicht bijhield van het verdriet van mensen in mijn nabijheid. Van alle leed wilde ik op de hoogte zijn, er het liefst deel van uitmaken. Zolang ik niet kon voelen wat er in andere mensen omging, vreesde ik dat mijn eigen geluk ongeoorloofd of hypocriet was. Mijn gemoed werd afhankelijk van mijn omgeving. Er waren altijd mensen ongelukkig, ik had er zelf een aandeel in opgeëist dus was verantwoordelijk. Ik was een manager geworden in tijden van een voortdurend dreigende beurscrash.
‘Famous Blue Raincoat’ speelde toen ik een keertje het overzicht durfde verliezen zonder claustrofobisch te worden in de onbeperktheid van roekeloze gedachten. Ik zat bij een vriend in Schaarbeek, in zijn kamer die bijna helemaal werd ingepalmd door een eenpersoonsbed. Hij had een platenspeler, heel de avond draaiden we dezelfde plaat. Ik kon niet stoppen met lachen, misschien uit opluchting dat de gedroogde knopjes ook bij mij werkten, dat ik zoals alle anderen was, was af te leiden.
Leonard Cohen en zijn achtergrondzangeressen zorgden voor een melancholische sfeer, ik zat hardop te broeden op verschillende vragen.
Of een schuldgevoel schuld impliceert. Of ik me met dat schuldgevoel een soort bestemming had toegeëigend, uit onbestemdheid. Of verantwoordelijkheid niet net zit in het geloof dat dingen veranderlijk zijn, dat niets op voorhand verloren is.
We draaiden de plaat om, alles wat we zeiden klonk gemeend en serieus maar bracht ons verder aan het lachen. Ik ondersteunde mijn hoofd met mijn hand en merkte dat ik met dit gebaar helemaal op de dochter van mijn moeder leek.
Mijn kaakspieren bleven de hele dag die volgde stram.

Ik ben in Brussel blijven wonen omdat deze stad een groot deel van mijn overzichtjes ondermijnt. Met de negentien gemeenten lijkt het alsof niemand aan het roer staat, niemand statistieken bijhoudt. Er heerst een willekeur die ik verdragen kan, zolang er thuis geen kruimels op het aanrecht slingeren.
Het regent hier niet minder dan in de uitgestrekte Kempische velden, maar de hoge daken en de vele auto’s geven de indruk dat de druppels met omwegen en minder talrijk de grond halen. Dat ik geen enkele regenbestendige jas in mijn kast heb hangen, vormt het bewijs dat ik hoop aan bepaalde dingen te kunnen ontsnappen.
Zonder paraplu wandel ik dicht tegen de gevels van huizen om te schuilen. Daarboven, op de randen van dakgoten en balkonnetjes, hoopt de regen op tot ze klaar is om in dikke druppels naar beneden te vallen, recht in een onbedekte nek.
Meestal krimp ik niet ineen door het water dat over mijn rug naar beneden rolt, maar door de schuld om mijn in deze verre stad verworven zelfbehoud.

Leonard Cohen – Famous Blue Raincoat

It’s four in the morning, the end of December
I’m writing you now just to see if you’re better
New York is cold, but I like where I’m living
There’s music on Clinton Street all through the evening.
I hear that you’re building your little house deep in the desert
You’re living for nothing now, I hope you’re keeping some kind of record.

Yes, and Jane came by with a lock of your hair
She said that you gave it to her
That night that you planned to go clear
Did you ever go clear?

Ah, the last time we saw you you looked so much older
Your famous blue raincoat was torn at the shoulder
You’d been to the station to meet every train
And you came home without Lili Marlene

And you treated my woman to a flake of your life
And when she came back she was nobody’s wife.

Well I see you there with the rose in your teeth
One more thin gypsy thief
Well I see Jane’s awake –

She sends her regards.

And what can I tell you my brother, my killer
What can I possibly say?
I guess that I miss you, I guess I forgive you
I’m glad you stood in my way.

If you ever come by here, for Jane or for me
Your enemy is sleeping, and his woman is free.

Yes, and thanks, for the trouble you took from her eyes
I thought it was there for good so I never tried.

And Jane came by with a lock of your hair
She said that you gave it to her
That night that you planned to go clear –

Sincerely, L. Cohen

Tekst en muziek: Leonard Cohen. Afkomstig van het album Songs of Love and Hate (1971).


Lize Spit (1988) schrijft scenario’s, proza en poëzie. Ze werkt aan haar eerste langspeelfilm en aan haar eerste roman. Onlangs won ze met haar korte verhaal ‘ordehandhaver’ zowel de juryprijs als de Metro Vlaanderen Publieksprijs van Write Now! 2013.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s