De vorm van de wereld is al lang uitgetekend

Scott1The Counselor gaat eind oktober in première (medio november in Nederland), maar de buzz rond de nieuwe film van regisseur Ridley Scott is nu al groot in filmkringen. Op filmforums wordt bij voorbaat van een klassieker gesproken en de diverse Oscars voor The Counselor worden alvast onderverdeeld.
Die hoge verwachtingen zijn begrijpelijk. Scott is de maker van filmklassiekers als Alien, Blade Runner en recentelijk de Alien-prequel Prometheus. In de hoofdrollen spelen Michael Fassbender (Hunger, Shame, Prometheus, Inglourious Basterds) en Penélope Cruz (bekend van films van Pedro Alomodóvar en Woody Allen). Verder zijn er bijrollen voor Javier Bardem (No Country For Old Men, Biutiful), Brad Pritt en Cameron Diaz. Maar hoe uitzonderlijk deze combinatie van namen ook is, het meeste opzien baart die van de scenarioschrijver. Cormac McCarthy is een van de belangrijkste Amerikaanse schrijvers van deze tijd, maar staat er ook om bekend dat hij de schijnwerpers meestal mijdt. Diverse van zijn romans zijn verfilmd, maar nu heeft hij voor het eerst zelf meegewerkt aan een grote Hollywoodproductie.
Cormac McCarthy schreef voor The Counselor een scenario over een Amerikaanse advocaat die, uit liefde voor een vrouw, een enorme financiële slag probeert te slaan door zich in te laten met drugssmokkel over de Mexicaanse grens. Daartoe moet hij samenwerken met de gewetenloze drugsbendes die Mexico in hun greep hebben. Vrijblijvend flirten met het kwaad blijkt voor de advocaat onmogelijk: zijn onderneming loopt totaal uit de hand. Zelfs voor McCarthy’s begrippen schijnt het verhaal van The Counselor bruut en compromisloos te zijn.

Scott2.jpg‘Misschien moet het toch maar een roman blijven’
Cormac McCarthy, onlangs 80 jaar geworden, was lange tijd de ultieme writer’s writer in Amerika. Een cultschrijver van keiharde en tegelijk poëtische romans die ergens tussen westerns en southern gothic in lagen. Schrijvers en journalisten liepen met hem weg, maar zijn boeken verkochten slecht. Overigens werkte McCarthy zelf ook niet erg mee om zijn werk onder de aandacht te brengen. Aan publieke optredens of interviews deed hij niet. Hij had verschillende baantjes, trok veel rond in de V.S. en ook door Europa, trouwde, kreeg een zoon, hertrouwde, scheidde weer, leefde in motels en een tijdlang in een zelfgebouwde schuur. De bewondering van literaire insiders betekende wel dat de in armoede levende McCarthy enkele malen een schrijversbeurs toegewezen kreeg, waardoor hij toch weer in staat was een volgende hoog geprezen maar weinig gelezen roman te schrijven.
Vooral zijn vijfde boek, Blood Meridian (1985), heeft inmiddels een mythische status gekregen. Het is het op historische gebeurtenissen gebaseerde verhaal van een naamloze jongen, the kid, die zich aansluit bij een groep scalpenjagers die in 1849 en 1850 moordend door het Amerikaanse grensgebied met Mexico trekt. Aanvankelijk zijn hun slachtoffers Indianen – voor elke scalp krijgen ze van lokale leiders een vergoeding – maar al snel moorden ze iedere Indiaan, Mexicaan, boer of soldaat die op hun pad komt in een delirium van redeloos geweld.
Dit gaf een totaal ander beeld van het wilde westen van de 19e eeuw dan de heroïsche en overzichtelijke western-strips en -films dat meestal gaven. Blood Meridian is dan ook wel een anti-western genoemd. De bekende criticus Harold Bloom (die dit voorjaar is overleden) noemde het de grootste prestatie van welke levende Amerikaanse auteur ook, en het beste boek sinds William Faulkners As I Lay Dying uit 1930. In 2006 kwam Blood Meridian in de verkiezing van The New York Times van de beste Amerikaanse boeken van de afgelopen 25 jaar op de derde plaats terecht (na Beloved van Toni Morrison en Underworld van Don DeLillo).
Overigens heeft Ridley Scott, voordat The Counselor op zijn pad kwam, overwogen om Blood Meridian te verfilmen, maar in 2008 twijfelde hij in een interview in Empire al hardop: ‘We hebben een scenario klaar, maar bij scènes waarin complete Mexicaanse trouwpartijen worden gescalpeerd, ligt er wel een grens. Misschien moet het toch maar een roman blijven.’

Scott3.jpgNatuurlijke orde
Een commerciële ommekeer voor McCarthy kwam met de roman All the Pretty Horses (1992) over twee Texaanse jongens, John Grady en Lacey, die in 1949 in Mexico proberen werk te vinden als cowboy. In dit verhaal is zowaar een romantisch element verwerkt: John Grady krijgt een affaire met een Mexicaans meisje, wat door haar vader echter niet geaccepteerd wordt. All the Pretty Horses won de National Book Award en werd ook McCarthy’s eerste boek dat in Hollywood verfilmd werd, met Matt Damon en Penélope Cruz in de hoofdrollen. Maar regisseur Billy Bob Thornton zag zich door de filmstudio gedwongen om zijn aanvankelijke montage, die ruim drie uur duurde, sterk in te korten. Het wat vlakke eindresultaat kreeg matige kritieken en was ook geen grote publiekstrekker.
In All the Pretty Horses’ opvolger The Crossing (1994), het tweede deel van wat The Border Trilogy zou worden, maakt de jonge Billy drie maal een reis van New Mexico naar Mexico. Op de achtergrond speelt de dreiging en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De eerste reis maakt Billy als zestienjarige jongen met zijn vader en jongere broer Boyd, op jacht naar een wolvin die dieren rond hun boerderij gedood heeft. Wanneer Billy de wolvin vangt, doodt hij haar niet maar probeert haar terug te leiden naar Mexico, dat volgens hem haar thuisland is.
Een uitzonderlijke daad: rijdend op een pony sleept Billy aan een touw een recalcitrante wolvin achter zich aan. Iets in de natuurlijke orde, meent hij, moet hersteld worden. Onderweg ontmoet hij anderen, eenlingen vaak die zich stand moeten zien te houden in de ruwe omgeving. Soms worden er vriendelijke, soms beschouwende woorden gewisseld over de aard der dingen. Bijvoorbeeld aan het begin van zijn reis, als Billy eten krijgt aangeboden van een naburige boer (aanhalingstekens gebruikt McCarthy nooit in zijn dialogen):

Ze begonnen te eten.
Ik ga haar naar Mexico brengen.
De man reikte naar de boter. Nou, zei hij, dat lijkt me een goed idee.
Ik breng haar daarheen en laat haar los.
De man knikte. Je laat haar los, zei hij.
Ja meneer.
Ze heeft daar ergens puppies, of niet?
Nee meneer, nog niet.
Weet je dat zeker?
Ja meneer, maar dat is ze wel van plan.
Wat heb jij tegen de Mexicanen?
Ik heb niks op hen tegen.
Je hebt alleen maar bedacht dat ze daar nog wel een paar wolven kunnen gebruiken.
Ik ben niet van plan haar aan iemand daar te geven. Ik breng haar alleen maar daarheen en laar haar daar los. Het is waar ze vandaan komt.
Heel methodisch schraapte de man met een mes boter langs de rand van een beschuit.
Je bent een heel eigenaardige jongen, zei hij. Weet je dat?
Nee meneer. Ik ben altijd net zoals anderen geweest voor zover ik weet.
Nou dat ben je niet.
Ok meneer.
Vertel me een ding. Je bent toch niet van plan om dat ding tot net voorbij de grens te dumpen, of wel? Want dan kom ik je achterna met een geweer.
Ik ga haar terugbrengen naar de bergen.
Haar terugbrengen naar de bergen, zei de man.

Scott4.jpgHet is een typerende dialoog. Beide personages spreken in korte, haast stugge statements, vanuit een visie over hoe het leven in elkaar zit. Billy zal nog meerdere mensen tegenkomen die hem niet per se onwelwillend zijn, maar die zijn onderneming eerder als onzinnig dan als idealistisch beschouwen. Hoe dan ook, Billy is allesbehalve een egocentrische persoonlijkheid die zichzelf als centrum van het universum ziet.
Gruwelijke scènes zijn er ook. Billy’s enorme inspanningen om de wolvin, die natuurlijk niets begrijpt van wat hij wil, in bedwang te houden worden nauwgezet beschreven. Uiteindelijk mislukt hij in zijn missie: de wolvin sterft en hij moet haar begraven. Wanneer Billy weer thuiskomt, blijken zijn ouders vermoord door paardendieven.
De lezer is aan het eind van de eerste reis van Billy, op eenderde van het verhaal, al zwaar emotioneel aangeslagen, maar dit is nog maar het begin. Billy en Boyd gaan naar Mexico om de gestolen dieren van hun ouders terug te vinden. Tijdens deze reis verdwijnt Boyd samen met een meisje en laat Billy achter. Jaren later hoort hij dat Boyd in Mexico is overleden. Billy graaft het lichaam van zijn broer op en probeert het, onder grote ontberingen, terug naar hun geboortegrond te vervoeren omdat hij het daar wil herbegraven. Maar de uiteindelijke ontgoocheling is ditmaal zo mogelijk nog groter.
The Crossing is contemplatiever dan al McCarthy’s eerdere boeken. Het heeft dezelfde rauwheid, maar is doortrokken van de melancholie van een hoofdpersoon die gedreven wordt door een drang naar rechtvaardigheid, maar stuit op een keiharde, nauwelijks beïnvloedbare buitenwereld. Zelfs zijn liefde en begrip voor de wolvin blijft eenzijdig, ook al is het ontroerend dat het hem niet weerhoudt haar te willen redden. Een oude Mexicaanse pelsjager zegt tegen Billy dat de wolf een jachtdier is en een ‘hoger wezen dat weet wat mensen niet weten: dat er geen orde is in de wereld behalve de orde die er door de dood in is aangebracht.’

De man die alle mannen is
In het derde deel van de trilogie, Cities of the Plain (1998), blijken John Grady uit All the Pretty Horses en Billy uit The Crossing vrienden te zijn geworden. Het is 1952 en ze werken samen op een veefokkerij. Daar, net zoals op boerderijen en fokkerijen in de omgeving, gaat het economisch zeer slecht. Een agrarisch tijdperk is aan het voorbijgaan is zal vervangen worden door een nieuwe oorlogsindustrie. John Grady sterft na een ruzie met een bordeelhouder om een prostituee. Uiteindelijk blijft Billy, ook hier, een eenling in een veranderende wereld waarop hij nauwelijks vat heeft.
In een schitterend slot heeft hij – een oude, zwervende man inmiddels – een gesprek met een mysterieuze man die hij bij een schuilplaats ontmoet. Billy vermoedt dat hij De Dood is (ook al overleeft Billy de ontmoeting). Ze praten over dromen, werkelijkheid. De man zegt:

‘De vorm van de wereld en alles wat zich erop bevindt is allang geleden uitgetekend. Dit leven dat je leidt is geen beeld van de wereld, het is de wereld zelf, en het bestaat niet uit botten of dromen of tijd maar uit verering. (…) Elke man zijn dood is een vervanging voor ieder ander. En omdat de dood voor iedereen komt is er geen andere manier om de angst te verzachten dan van die man te houden die voor ons staat. We zijn niet aan het wachten totdat zijn geschiedenis geschreven wordt. Hij is hier allang geleden voorbijgekomen. De man die alle mannen is en die voor ons in de beklaagdenbank staat totdat onze eigen tijd gekomen is en wij hem moeten vervangen. Hou je van hem, die man? Ben je bereid het pad dat hij heeft genomen te eren? Wil je naar zijn verhaal luisteren?’

Billy, murw van wat hem allemaal is overkomen, lijkt dit pleidooi voor Scott5.jpgcompassie maar half te horen. De man verdwijnt en Billy krijgt, als een nieuwe winter in aantocht is, onderdak bij een gezin.
Overigens is ook van Cities of the Plain een film in ontwikkeling, die in 2014 wordt verwacht. Regisseur is Andrew Dominik, hoofdrolspeler James Franco: de acteur, regisseur, producent en schrijver wiens ster de afgelopen jaren in hoog tempo rijst. Zelf regisseerde James Franco onlangs een verfilming van McCarthy’s derde roman Child of God (1973), over een gewelddadige man die steeds verder buiten de burgermaatschappij komt te staan. Hij ontspoort zodanig dat hij eindigt als necrofiel en seriemoordenaar. Child of God gaat in september in première op het filmfestival van Venetië. Afbeelding: James Franco in Child of God


Leven en dood

Met The Border Trilogy vond Cormac McCarthy voor het eerst een groot lezerspubliek, maar zelf bleef hij zoveel mogelijk buiten de publiciteit. Na lang aandringen door zijn agent, stond hij echter bij het uitkomen van All the Pretty Horses toe dat een reporter van The New York Times enkele dagen met hem optrok en daar een stuk over schreef (gepubliceerd april 1992). McCarthy woonde sinds 1976 in El Paso in het uiterste westen van Texas, bij de grens met Mexico.

Scott6.jpgUit het interview, of beter gezegd lange sfeerschets met korte citaten van McCarthy, rijst allesbehalve het beeld op van de grimmige eenling dat de reporter op voorhand lijkt te hebben verwacht. McCarthy blijkt een innemende, elegante en amusante man, hij is alleen iemand die liefst zijn eigen weg gaat. Hij was de zoon van een vooraanstaande advocaat en groeide op bij Knoxville, Tennessee. Hij was een buitenbeentje in de familie, begon enkele malen een universiteitsstudie zonder die af te maken, werkte enkele jaren bij de luchtmacht en begon in 1959 met schrijven. Hij kende naar eigen zeggen maar één uitgever, Random House, dus hij stuurde daar zijn eerste manuscript The Orchard Keeper naar toe. Dat werd zijn debuut in 1965. Over schrijven zegt McCarthy niet erg veel in dit interview, hij is meer geïnteresseerd in wetenschap – hij bezoekt regelmatig het Santa Fe Institute, waar wetenschappers vanuit allerlei disciplines samenkomen. Als zijn favoriete schrijvers noemt hij Herman Melville (Moby Dick), Dostojevski en Faulkner. Hij is geen fan van schrijvers bij wie het niet over ‘leven en dood’ gaat, en daar rekent hij Proust en Henry James toe: ‘Ik begrijp hen niet. Voor mij is dat geen literatuur.’
Het terugkerende gegeven uit zijn werk dat de mens onderdeel is van een groter geheel waarin hij niet al teveel heeft in te brengen, komt op de volgende manier ter sprake: ‘Er bestaat geen leven zonder bloedvergieten. Ik denk dat de opvatting dat de menselijke soort verbeterd kan worden, dat iedereen in harmonie kan leven, een gevaarlijk idee is. Degenen die dit idee uitdragen zijn de eersten die hun ziel, hun vrijheid opgeven. Je verlangen dat het bestaan zo zal zijn, zal je een slaaf maken en je leven leeg.’

Scott7.jpgVerbijsterend kwaad
Na The Border Trilogy werd het een tijd stil. Maar McCarthy, zo zou blijken, werkte aan twee boeken tegelijkertijd. In 2005 verscheen No Country For Old Men, dat drie mannen volgt nabij de Amerikaans-Mexicaanse grens in 1980. Llewelyn Moss, een dertiger en Vietnamveteraan, komt toevallig langs een autoweg waar zojuist een drugsdeal uit de hand is gelopen. Hij negeert de roep om hulp van een gewonde Mexicaan, en vindt iets verderop een dode man met een koffer met 2,4 miljoen dollar in cash. Llewelyn steelt het geld, en al krijgt hij spijt en keert hij terug om de Mexicaan alsnog te helpen, hij heeft een verschrikkelijke keten van gebeurtenissen in gang gezet. De tweede hoofdpersoon is Anton Chigurgh, een gewetenloze huurmoordenaar die opdracht heeft gekregen het door Llewelyn gestolen geld terug te halen. Hij zal overigens niet de enige partij blijken die achter het geld aangaat. Als derde is daar sheriff Ed Tom Bell, een W.O.II-veteraan die de drugsdeal onderzoekt waar het allemaal mee begon, en die Llewelyn en zijn vrouw probeert te beschermen voor Anton. Uiteindelijk slaagt Bell er niet in om Llewelyn en zijn vrouw te behoeden, en evenmin weet hij Anton te vangen. Hij blijft gedemoraliseerd achter, verbijsterd over het onbegrijpelijke kwaad dat kennelijk in sommige mensen huist.
No Country For Old Men werd twee jaar later verfilmd door Joel en Ethan Coen. De dreigende sfeer en de ijzige dialogen uit het boek waren zo overtuigend omgezet dan wel behouden, dat het een artistieke en commerciële triomf werd voor de Coen broers. De film won vier Oscars, waaronder voor beste film van het jaar, en beste mannelijke bijrol: Javier Bardem als Anton.

The Road
Slechts een goed jaar na No Country For Old Men verscheen de nieuwe roman The Road (2006), waarin een vader en zijn jonge zoon samen door een geruïneerd landschap trekken. Een plotselinge apocalyptische gebeurtenis heeft de aarde in een door as bedekte, levenloze vlakte veranderd. Er zijn slechts verspreide groepjes menselijke overlevers, en velen zijn zo wanhopig dat ze tot kannibalisme zijn vervallen. De moeder van de jongen heeft eerder, nadat de niet nader genoemde ramp (een nucleaire oorlog? Een ecologische catastrophe?) zich had voltrokken, een eind aan haar leven gemaakt, ook al smeekte zijn vader haar om dat niet te doen. Op de vlucht voor de oprukkende winter, proberen vader en zoon de kust te bereiken.
De vader, die steeds zwakker wordt, probeert zijn zoon te beschermen voor ondervoeding, ziekte, en de voortdurende dreiging van dieven en moordenaars. Maar waar hij misschien wel het meest bang voor is, is het morele verval dat hij zoveel om zich heeft gezien. Steeds houdt hij zijn zoon voor dat zij de ‘goods guys’ zijn, ‘we’re carrying the fire’. Daarbij lijkt ‘the fire’ te staan voor menselijke waardigheid. Steeds hebben vader en zoon korte gesprekken, vaak niet meer dan een paar zinnen over en weer. McCarthy gebruikt die zinnen niet zozeer om informatie te geven of een plot voort te stuwen – veel plot bevat het eenvoudige verhaal immers niet – maar om te laten hoe het onderlinge contact hen gaande houdt.
The Road werd onmiddellijk als een meesterwerk onthaald. Het verhaal van ‘the man’ en ‘the boy’ is zo tot de essentie teruggebracht, gaat zo onomwonden over leven, liefde en dood, dat talloze lezers het boek als verpletterend hebben ervaren. Toen eind 2009 het eerst nieuwe decennium erop zat, werd in vele lijstjes, ook in Nederland, The Road als het beste boek van de afgelopen tien jaar bestempeld.
Amerika’s bekendste talkshowhost Oprah Winfrey koos The Road voor haar Book Club, en tot ieders complete verrassing gaf McCarthy toestemming voor een tv-interview met Oprah, dat in juni 2007 werd uitgezonden. Voor het eerst, 74 jaar oud, vertelde McCarthy op tv over zijn werk, dat hij het liefst met wetenschappers omging, dat hij nauwelijks andere schrijvers kende, en over de lange periode van armoede die hij Scott8.jpggekend had. Over The Road zei hij dat zijn eigen gevoelens als vader voor zijn toen achtjarige tweede zoon (uit zijn tweede huwelijk) aan de basis van het verhaal stonden. Hij noemde zijn zoon zelfs co-auteur, omdat gesprekken tussen hen letterlijk in het boek verwerkt waren.
The Road werd verfilmd in 2009 door John Hillcoat, met Viggo Mortensen als de Man, en met een soundtrack van Nick Cave. Het was een respectvolle verfilming, die een donkere, zeer groezelige ambiance wist te creëren. De glimp van hoop waarmee The Road eindigt, is in de filmversie nog iets aangezet, maar het werkt en ontroert.
Dat zowel boek als film zo’n gevoelige snaar raakten, moet met de existentiële angst te maken hebben die gedurende de jaren nul in de tijdgeest is geslopen. De zorg die zelfs leeft omtrent het voortbestaan van life as we know it. De illusie van maakbaarheid, waarbij iedereen de schepper is van zijn eigen geluk, heeft een knauw gekregen. Dat een mens niet alles in zijn leven beheersen of bevatten kan, heeft McCarthy vanaf zijn eerste boeken uitgedragen. Maar ten tijde van The Road leek het alsof zijn visie voor de tijdgeest had uitgelopen, en er nu plots mee samenviel.
Afbeelding: Kodi Smit-McPhee en Viggo Mortensen in The Road

Theater
Cormac McCarthy heeft zich ook aan het theater gewaagd. Zijn theatertekst The Stonemason (in 1995 in boekvorm uitgegeven) volgt drie generaties van een Afro-Amerikaanse metselaarsfamilie; het stuk wordt zelden opgevoerd. Zijn tweede stuk, The Sunset Limited (boekuitgave in 2006) was in het theater succesvoller. Het bestaat uit één lange dialoog tussen een professor, White, die zojuist geprobeerd heeft zichzelf voor een trein te werpen, en die gered is door Black, een christelijke ex-gevangene. Black heeft White meegenomen naar zijn kleine appartement waar ze een lang gesprek voeren over menselijk lijden, de plek van een individu binnen het grote geheel, en de vraag of God bestaat. McCarthy werkte de tekst zelf om tot een tv-scenario voor de HBO-film The Sunset Limited (2011), met acteurs Tommy Lee Jones (tevens regisseur) en Samuel L. Jackson.
McCarthy woont inmiddels in New Mexico, ten noorden van Santa Fe (en is voor de derde keer gescheiden). Hij werkt naar eigen zeggen aan verschillende boeken, een ervan is gesitueerd in New Orleans rond 1980. Deze roman gaat over een jonge vrouw die een eind aan haar leven heeft gemaakt, en de uitwerking die dit heeft op haar broer. Lange scènes uit haar verleden doorkruisen het vertelheden. Voor het eerst staat hier een vrouw centraal in zijn werk. Gewoontegetrouw laat McCarthy zich echter door niemand opjagen en voorlopig is nog onduidelijk wanneer zijn eerstvolgende boek uitkomt.

Scott9Geen centraal conflict
Terug naar The Counselor. In juni jl. is in The New Yorker een lang fragment uit het scenario gepubliceerd, getiteld ‘Scenes of the Crime’. Nauwgezet wordt beschreven hoe pakjes met cocaïne in de kunststof tank van een truck worden verborgen. De truck wordt door twee mannen over de Mexicaanse grens gereden richting centraal Texas. Bij nacht spant een van de twee bestuurders een metalen draad over de weg. Een motorrijder die de truck blijkbaar achtervolgde vliegt met een snelheid van 190 mijl p/u tegen de draad aan; de helm met zijn hoofd erin rolt over de weg. Verderop komt de motor in een vonkenregen tot stilstand. De truck komt bij de scene of the crime, een van de twee bestuurders stapt uit en sleept het onthoofde lichaam van de motorrijder naar de kant van de weg.
Later wordt de truck achtervolgd door twee mannen in een sedan. Er vindt een vuurgevecht plaats. De enige overlevende, een van de achtervolgers, hijst zichzelf – zwaargewond – de cabine van de truck binnen en belt een schroothandelaar. De truck wordt naar de garage van de schroothandelaar gesleept. Terwijl de gewonde man verderop op een sofa in een mobile home ligt te wachten, wordt de tank met een snijbrander opengemaakt en de pakken cocaïne worden tevoorschijn gehaald.
De advocaat/hoofdrolspeler speelt geen enkele directe rol in deze lange sequentie uit de film. Dat kan toeval zijn, maar het zou niet verbazen, wanneer de film eenmaal in première is gegaan, als blijkt dat dat allesbehalve toeval is. De advocaat denkt met het kwaad te kunnen spelen. Hij vergeet dat daarmee, zoals altijd blijkt in de geschiedenis, onbeheersbare gebeurtenissen in gang worden gezet.
Zo bezien is het mogelijk ook geen toeval dat de officiële trailer van The Counselor zo opvallend abstract is. Hoe kan het dat deze trailer geen enkele suggestie van een plot of een centraal conflict bevat? Dat is toch juist waarmee de meeste filmtrailers het publiek naar de bioscoop proberen te lokken: een duidelijk afgebakend conflict tussen goede- en slechteriken.
Als deze trailer één beeld oproept, is dat van een stel individuen dat zich met schimmige zaken bezighoudt maar geen idee heeft van de mogelijke consequenties. Maar misschien is dat wel wat regisseur Ridley Scott zo in het oorspronkelijke scenario heeft aangetrokken. In zijn beste film Alien (1979) voerde Scott immers al een groep ruimtevaarders op die denkt zich ongestraft met een onbekend buitenaards organisme in te kunnen laten. De gevolgen zijn, voor zoiets beperkts als de menselijke soort, niet te overzien.

Erik Brus publiceerde met Fred de Vries het boek Gehavende stad, muziek en literatuur in Rotterdam van 1960 tot nu en is medesamensteller van verzamelboek ROTTERDAM. Hij realiseerde i.s.m. Laurens Abbink Spaink de novelization Zwartboek van de film van Paul Verhoeven. In 2015 verscheen het mede door hem samengestelde boek Ken zó in Boijmans – Frans Vogel 80 (Studio Kers). Lees meer artikelen van zijn hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s