De favoriete songtekst van Thomas Heerma van Voss

Het gebeurde in de tweede klas van de middelbare school. Tijdens een tussenuur zat ik op een bankje in de hal, tussen de roosterwijzigingen, leunend tegen het kopieerapparaat. Waar mijn vrienden waren weet ik niet meer. Het maakte ook niet uit, ik zat daar prima, met mijn oordopjes in en mijn MP3-speler op schoot. ‘Life’s a Bitch’, dat nummer luisterde ik terwijl drie klasgenotes langsliepen. Ze waren blond en lang, een stuk langer dan ikzelf – al kan dat laatste, bedenk ik nu, ook best verbeelding zijn geweest. Hoe dan ook, ik hoopte dat ze gewoon zouden doorlopen. Geen gedoe, geen ongemakkelijke conversatie, geen muziek die verstoord werd. Maar de meisjes stopten vlak voor me. Twee knikten me aarzelend toe; de derde sloeg een blik op mijn MP3-speler, waarna ze mij doordringend aankeek en met haar ogen knipperde. En toen, schijnbaar uit het niets, stelde ze de vraag die me daarna veel vaker is gesteld, soms verpakt in een grap, soms weggedrukt in een verbaasde blik of een half gefronste wenkbrauw, maar altijd duidelijk voelbaar. ‘Thomas, jij denkt toch niet echt dat je een gangster bent?’

Sinds ik jong ben luister ik naar hiphopmuziek. Negen was ik toen ik mijn eerste rapalbum kocht – per toeval, meer kan ik er helaas niet van maken. Mensen spreken graag van veelbetekenende eerste ontmoetingen, van overweldigende eerste indrukken of van een grote rol van het noodlot. Bij mij was het niets behalve toeval: ik liep door Concerto, wilde een cd van Republica kopen die niet meer op voorraad bleek te zijn, en toen viel mijn oog op een hoesje van ene Warren G – een onbekende, donkere man met een gouden ketting. Wat me tot de foto aantrok: geen idee. Of ik meteen van de muziek hield: waarschijnlijk niet. Maar ik bleef er thuis wel naar luisteren. Misschien omdat ik geen andere cd’s had, misschien omdat ik er toch langzamerhand aan begon te wennen, die opgepompte beats, die gewelddadige teksten.
Niet veel later begon ik te verzamelen. Ik kocht tientallen cd’s. Ik hing posters op van beroemde rappers, ik leerde hun teksten uit mijn hoofd, ik droeg shirts met spreuken van 2Pac en Dr. Dre. Om een of andere reden kon ik de gedachte zomaar een luisteraar te worden niet verdragen. Dat woord zomaar stond me tegen, ik wilde meer bereiken, er woedde een ambitie in me die al jaren een uitweg zocht. Nee, het was geen grote, stuwende kracht, geen alles overheersend vuur, eerder een waakvlammetje, dat heel graag groter wilde worden maar eerst zocht naar iets om te verwarmen. Andere kinderen droomden ervan de wereld rond te reizen of later een groot, succesvol bedrijf op te richten. Ik hield het bij hiphop, daar wilde ik in uitblinken, al wist ik niet precies hoe – door er alles over te weten? Door zoveel mogelijk cd’s te bezitten? Er is zelfs een periode geweest dat ik zelf rapte. Schertsend, parodiërend, maar helaas namen de meeste mensen het serieus. Wellicht had ik dat bij een ander ook wel gedaan. Net zoals mijn Amerikaanse helden rapte ik strak en ongeëmotioneerd, vol hyperbolen, over halfnaakte vrouwen en geweld tegen de politie.

‘Life’s a Bitch’ leerde ik kennen in de brugklas, toen ik bijna alle cd’s van Nas had gekocht. De titel sprak me eerst niet aan – te pathetisch, te theatraal. Maar die klacht verdween toen ik het nummer zelf hoorde. Hiphop valt heel basaal gesteld onder te verdelen in twee soorten: enerzijds de pocherij, vaak vermengd met (onuitgesproken) agressie, geweld en haat tegen autoriteit; anderzijds de meer ontspannen, levensbeschouwelijke muziek. Op ‘Life’s a Bitch’ worden die twee uitersten op een ongeëvenaarde manier verenigd. Het nummer heeft een kalme, wijze ondertoon, en tegelijk beschrijft het de twee meest diepgewortelde problemen ter wereld: armoede en geweld. Centraal staan twee jongens uit een Amerikaans getto, die hun kansloze situatie willen ontvluchten maar tegelijk erkennen hoe onmogelijk dat is – voor hen, voor iedereen om hen heen. Ze doen zichzelf niet beter voor dan ze zijn maar plaatsen zichzelf evenmin in een slachtofferrol. En juist doordat ze niet verzanden in sneren naar één specifieke groep, doordat ze niet uithalen naar agenten, blanken of ambtenaren, is hun verhaal zo krachtig. Het is niet één groep die tekort schiet, het is het hele systeem dat faalt.

‘Cause yeah, we were beginners in the hood as 5 percenters
But something must’ve got in us cause all of us turned to sinners
Now some resting in peace and some are sitting in San Quentin
Others such as myself are trying to carry on tradition.’

Elke keer word ik ontroerd door dat verbaasde, berustende en tegelijk geëmotioneerde ‘But something must have got in us’. Het is de kreet van een toeschouwer en een hoofdrolspeler tegelijk, iemand die in een achterstandsbuurt is opgegroeid en al die figuren met wie hij als kind opgroeide, onschuldig en kleinschalig, plotseling ziet uitgegroeid tot volwaardige misdadigers. Sommigen zitten nu vast in de gevangenis, anderen zijn overleden of, zoals de verteller zelf, nog steeds werkzaam als straatcrimineel. Rapper AZ distantieert zich er niet van, maar plaatst zichzelf ook niet overdreven op de voorgrond – het verhaal is vanuit hem verteld, en tegelijk doortrokken van het besef dat hij net zoals is de rest. Het gaat over slachtoffers en daders ineen, die de cirkel van misdaad en geweld maar niet kunnen doorbreken, en, als ze geluk hebben, niet gearresteerd worden om hun gewoontes (traditie) door te geven aan nieuwe generaties. En wat heeft dat uiteindelijk nou voor effect, aangezien die toch precies hetzelfde zullen doen?

Het is een troosteloos beeld, dat medelijden en afkeer oproept, begrip en verbijstering. In dat opzicht doet ‘Life’s a Bitch’ denken aan de televisieserie The Wire, sociologisch gezien misschien wel het beste wat er ooit over Afro-Afrikaanse achterstandswijken is gemaakt. Natuurlijk had ik hier ook kunnen schrijven over Bob Dylan, Randy Newman, Tom Waits – figuren wier teksten ik bijzonder hoog aansla – maar dit nummer draag ik al meer dan de helft van mijn leven met me mee. Natuurlijk heb ik nooit gedacht dat ik een gangster was, zelfs niet in heimelijke fantasieën of onuitgesproken wensen. Maar als ik mijn ogen sloot en luisterde naar de raps van Nas en AZ, dacht ik wel: zo gek of onrealistisch is het niet, waar die Amerikaanse achterbuurt-types over rappen. Als ik daar was opgegroeid, had ik het waarschijnlijk geen dag beter gedaan dan zij, voelde ik me gedwongen tot dezelfde scheldwoorden, dezelfde zonden, dezelfde grootspraak. En dat voel ik, nog steeds, door dit nummer.

Uiteindelijk is mijn ambitie er wat hiphop betreft anders uitgekomen dan ik eerst dacht. Na een paar jaar in de grootst mogelijke anonimiteit te hebben gerapt, begon ik over het genre te schrijven. Dat ging me beter af. Jarenlang schreef ik iedere week een paar recensies, de meeste ongepubliceerd. Zo kwam ik ook op het literaire schrijven: ik voelde me teveel gebonden door het hiphopschrijven, wilde meer bereiken. En ook al schrijf ik mijn verhalen en romans met meer plezier dan ik ooit heb gerecenseerd – nog steeds publiceer ik af en toe over hiphop. Niet omdat het financieel noodzakelijk is, niet omdat ik er zoveel mensen mee bereik, maar omdat dit mijn ambitie gestuurd heeft en ervoor zorgde dat ik überhaupt begon met schrijven. Omdat ik in de loop der jaren steeds meer van de muziek ben gaan houden. Sinds ik als 9-jarige zomaar een cd pakte, is dit wat betreft muziek mijn voornaamste terrein geworden. Ik ben verknocht geraakt aan de stemmen, de stopwoorden, de beats. Misschien moet ik dat voortaan antwoorden op de vraag: ‘Je denkt toch niet echt dat je een gangster bent?’ In werkelijkheid heb ik nog nooit zoiets gezegd. Tegenover mijn klasgenote zei ik helemaal niets, ik schudde alleen aarzelend mijn hoofd. Daarna liep ze verder, zonder iets te zeggen. En ik draaide het volume van mijn MP3-speler omhoog.

Nas & AZ – Life’s a Bitch

Ayo what’s up what’s up let’s keep it real son (AZ)
Count this money, you know what I’m saying?
Yeah yeah (Nas)
Ayo put the Grants over there in the safe you know what I’m sayin’
Cause we spendin’ these Jacksons
The Washingtons go to wifey, you know how that go
I’m saying, that’s what this is all about right?
Clothes, bankrolls, and hoes you know what I’m saying?
Yo then what man, what? (Nas)

[Verse 1 – AZ]
Visualizing the realism of life and actuality
Fuck who’s the baddest, a person’s status depends on salary
And my mentality is money-orientated
I’m destined to live the dream for all my peeps who never made it
Cause yeah, we were beginners in the hood as 5 percenters
But something must of got in us cause all of us turned to sinners
Now some resting in peace and some are sitting in San Quentin
Others such as myself are trying to carry on tradition
Keeping this Schefervescent street ghetto essence inside us
Cause it provides us with the proper insight to guide us
Even though, we know somehow we all gotta go
But as long as we leaving thieving, we’ll be leaving with some kind of dough
So, until that day we expire and turn to vapors
Me and my capers will be somewhere else stacking plenty papers
Keeping it real, packing steel, getting high
Cause life’s a bitch and then you die

[Hook – AZ]
Life’s a bitch and then you die
That’s why we get high
Cause you never know when you’re gonna go
Life’s a bitch and then you die
That’s why we puff lye
Cause you never know when you’re gonna go

[Verse 2 – Nas]
I woke up early on my born day, I’m 20, it’s a blessing
The essence of adolescence leaves my body, now I’m fresh and
My physical frame is celebrated cause I made it
One quarter through life some Godly-like thing created
Got rhymes 365 days annual plus some
Load up the mic and bust one, cuss while I puffs from
My skull cause it’s pain in my brain vein, money maintain
Don’t go against the grain, simple and plain
When I was young, at this I used to do my thing hard
Robbing foreigners, take their wallets, their jewels, and rip their green cards
Dipped to the projects flashing my quick cash and
Got my first piece of ass smoking blunts with hash
Now it’s all about cash in abundance
Niggas I used to run with is rich or doing years in the hundreds
I switched my motto; instead of saying ‘fuck tomorrow’
That buck that bought a bottle could’ve struck the lotto
Once I stood on the block, loose cracks produce stacks
I cooked up and cut small pieces to get my loot back
Time is Illmatic, keep static like wool fabric
Pack a 4-matic that crack your whole cabbage

Tekst: Nasir Jones. Afkomstig van het album Illmatic (1994).


Thomas Heerma van Voss (1990) debuteerde in 2009 met De allestafel (uitgeverij Augustus). Sindsdien publiceerde hij in o.a. nrc.next en Vrij Nederland. In april 2013 is zijn nieuwe roman Stern verschenen bij Thomas Rap.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s