Lepel

‘Dat duurde lang.’
‘Sorry, ik moest even wat pakken.’
Met een ernstig gezicht keek hij haar aan. ‘Hoe bedoel je: “wat pakken”? Alles staat toch al op tafel?’
Ze bleef staan bij de deuropening, ze hield een potje pesto op.
‘O, was dat het,’ zei hij. ‘Nou, ga maar snel zitten, anders wordt het koud. Dat zou zonde zijn.’ Hij hief zijn glas: ‘Proost. Op ons. Op ons drieëndertigjarig huwelijk.’
Ze proostten. Drieëndertig. Inderdaad, drieëndertig jaar waren ze al samen. Hij kon zich hun bruiloft nog goed herinneren, al dacht hij er eerlijk gezegd zelden aan – daar was hij de man nu eenmaal niet naar. Hij keek liever vooruit, naar de dagen die nog kwamen, naar wat allemaal nog in het verschiet lag.
‘Ik hoop dat het je smaakt,’ zei hij. Het duurde een paar seconden voor hij toevoegde: ‘Dit is een speciale dag.’
Hij nam een hap, het eten deed hem goed. De laatste keer dat hij voor zijn vrouw kookte was de kip ietwat rood, maar op deze oosterse ovenschotel was niets aan te merken. Hij had er dan ook wortels uit Hongarije voor gebruikt, die hem waren aangeraden door zijn zwager, al jaren chef-kok bij een vooraanstaand restaurant.
De telefoon ging.
Meteen stopte hij met kauwen. Eerst keek hij naar zijn vrouw, maar die haalde haar schouders op. Daarna wierp hij een korte, venijnige blik op het toestel, alsof dat zelf hoogstpersoonlijk verantwoordelijk was voor deze onderbreking.
Gaandeweg leek het gerinkel harder te worden.
Zijn vrouw maakte aanstalten naar het toestel toe te lopen, maar nog voordat ze uit haar stoel was gekomen zei hij: ‘Laat gaan, laat gaan. Dat houdt vanzelf wel op.’
Na een halve minuut kreeg hij gelijk, het geluid stopte. De stilte die volgde leek indringender dan die van voor het telefoontje.
In hoog tempo at hij verder. Het was lang geleden dat hij zoiets lekkers had geproefd. Naar restaurants gaan deden ze niet meer, hoewel zij daar wel geregeld om vroeg. Dat konden ze zich sinds zijn pensionering simpelweg niet meer veroorloven, zelfs niet naar het restaurant van zijn zwager, want die gaf nauwelijks korting. En er kon veel gezegd worden van zijn vrouw, wat overigens niet gebeurde – mensen spraken tot zijn spijt zelden over haar – maar niet dat ze goed kon koken. Dat beschouwde hij misschien wel als het grootste minpunt van hun huwelijk. Hij kon wel meer minpunten bedenken, maar toch vond hij niet dat ze een slecht huwelijk hadden. Sterker nog, als vrienden ernaar informeerden, zei hij altijd: ‘Mijn vrouw en ik hebben een gezond huwelijk.’ Hij vond namelijk niet dat je kan spreken van een ongezond huwelijk als het grootste minpunt is dat je vrouw niet lekker kan koken.
Hij nam een nieuwe hap, ook al had hij de vorige nog niet helemaal doorgeslikt.
Ze schraapte haar keel. Pas op dat moment realiseerde hij zich dat ze al die tijd nog niets had gegeten. ‘Is er iets verkeerd?’ vroeg hij bezorgd.
‘Ik heb een te grote lepel.’ Ze pakte haar lepel en hield hem even omhoog.
‘O,’ zei hij, ‘je mag de mijne wel.’ Hij schoof haar zijn lepel toe, pakte de hare en at verder. ‘Smakelijk eten,’ zei hij, tevreden met zijn manier van handelen. De laatste jaren was hij steeds meer iemand geworden die kordaat optrad als de situatie daar om vroeg.
Maar in plaats van te eten stond ze op. ‘Ik pak toch even een andere lepel. Anders heb jij een veel te grote.’
‘Nee hoor, het gaat prima,’ zei hij. ‘Ga toch zitten. Geniet van de schotel, ik heb er mijn best op gedaan. We zijn niet elke dag drieëndertig jaar getrouwd.’ Hij nam een nieuwe hap. Zijn bord was inmiddels halfleeg.
Ze bleef staan. Ze keek naar hem, en wees naar de lepel in zijn mond. ‘Dit is echt geen gezicht.’
‘Wat? Wat is precies geen gezicht?’
‘Die lepel!’ Ze zette een stap opzij. Daagde ze hem soms uit? Dat zou niet eens zo’n slecht teken zijn: na drieëndertig jaar wilden ze elkaar tenminste nog scherp houden, dat kon van de meeste huwelijken niet gezegd worden.
‘Ga zitten,’ zei hij, hij deed zijn best vriendelijk te klinken. Ja, dat was een ander nadeel van hun huwelijk: zodra iets niet naar wens ging liet zijn vrouw zich meteen uit het veld slaan, ze kon zich nooit over kleine tegenslagen heen zetten. Maar nu had hij toch echt met alles rekening gehouden. Hij had kaarsen aangestoken, twee flessen van haar favoriete wijn ingeslagen, aangename achtergrondmuziek opgezet, een overheerlijke Oosterse ovenschotel gemaakt, en ten slotte ook nog eens de tafel netjes gedekt – in de eetkamer welteverstaan, niet in de keuken waar ze meestal aten, want deze avond was niet als meestal. Meer kon ze zich niet wensen, en nog gedroeg ze zich zo.
Even vroeg hij zich af waar hij dit aan verdiend had.
‘Geniet nou maar,’ zei hij daarna. ‘Jij hebt nu toch een goede lepel?’ Demonstratief nam hij een nieuwe hap. ‘Het is echt heerlijk. Probeer maar. We moeten nu gewoon gezellig eten. Onze bruiloft vieren.’
Zwijgend ging ze weer zitten en schonk zichzelf wijn in. Ze bood hem niets aan.
‘We mogen Steven trouwens wel dankbaar zijn,’ zei hij. ‘Wat een heerlijk recept, vind je niet? Echt heerlijk.’ Met zijn vork prikte hij enkele stukjes wortels van zijn bord. Koud was het eten nog niet te noemen, maar echt warm was ook anders. Hongaarse worteltjes koelden kennelijk snel af.
Toen schoof ze haar stoel luidruchtig naar achter en schoot overeind. ‘Dit is echt geen gezicht! Hoe kunnen we hier in godsnaam gezellig zitten als ik de hele tijd moet kijken naar hoe jij eet met die gigantische opscheplepel.’
Hij schrok. In die drieëndertig jaar dat ze getrouwd waren had ze zelden zo tegen hem geschreeuwd. Als ze zich aan elkaar ergerden gingen ze eigenlijk altijd snel in een andere kamer zitten.
De telefoon ging weer. Beiden wachtten ze tot het geluid stopte, wat tamelijk lang duurde – langer dan de vorige keer.
Vervolgens keek hij naar haar bord en zei: ‘Neem alsjeblieft een hapje. Anders wordt het koud. Ik heb enorm mijn best gedaan. Het enige wat ik wil is dat je het lekker vindt. Dat we gezellig ons huwelijk vieren.’
Ze zei niets, ze keek hem alleen maar doordringend aan. Betekenis viel er uit haar blik niet af te leiden. Ze keek als een actrice die de juiste emotie maar niet te pakken kon krijgen, die blanco voor zich uit blijft staren, ook al staat in het script duidelijk aangegeven welke gevoelens ze allemaal moet uitdragen.
Hij legde haar hand op de hare. ‘Liefje, vind je het soms niet lekker ruiken? Is dat het? Ruikt het eten soms bedorven?’
‘Nee, het ruikt prima,’ zei ze voor zich uit. Toch nam ze ook nu geen hap. ‘Ik hoef maar één deur door, dat is alles. Als je me de lepel meteen had laten halen, was ik allang weer terug geweest.’
‘Ik zit hier, hoor,’ zei hij, zijn stem sloeg lichtelijk over. ‘Recht tegenover je, niet daar bij de muur.’
‘Dat weet ik.’
‘Kijk me dan aan. En ga gewoon weer zitten, neem tenminste een hap. Eéntje maar, dan mag je naar de keuken, zo vaak als je maar wilt. Alsjeblieft. Het moet niet koud worden. Je moet dit gerecht in volle glorie hebben geproefd.’
Ze bleef staan. ‘Jij loopt ook zo vaak van tafel.’
‘Dat is geen argument,’ zei hij. ‘Ik doe dat alleen als ik iets nuttigs moet doen, niet zomaar. Jij hebt nu toch helemaal geen andere lepel nodig?’
Ze zuchtte. ‘Waarom mag ik nooit iets van jou?’
‘Dit is een speciale dag,’ zei hij, maar echt overtuigend klonk het niet. Hij was er met zijn gedachten ook niet meer helemaal bij, ongewild dacht hij aan vroeger, aan zijn eerste huwelijk. Een succesnummer was dat niet geweest.
‘Nooit,’ herhaalde ze toonloos. ‘Nooit mag ik iets.’
‘Hoe bedoel je dat?’ vroeg hij. ‘Je mag alles. Ik laat je volkomen vrij. Dat heb ik altijd gedaan. Ga nu zitten.’ Het klonk commanderend, maar ze leek niet onder de indruk.
‘Vrij? Dat kun je toch niet zeggen? Zo vergeetachtig ben je toch niet?’
‘Vergeetachtig?’ Hij begon zijn grip op dit gesprek steeds meer te verliezen. De ovenschotel was het enige waar hij op dit moment nog grip op had. Dus nam hij nog maar een hap, een van de laatste.
‘Moet ik nu voorbeelden gaan noemen?’ vroeg ze. Ze nam haar glas wijn in haar hand. ‘Is dat wat je wilt?’
‘Is dat wat ik wil?’ vroeg hij. ‘Ik begrijp niet waar je het over hebt. Ik wil samen eten. Ik wil ons huwelijk vieren.’
‘Eén voorbeeld dan,’ zei ze. ‘Gewoon zodat je begrijpt waar ik het over heb.’
‘Neem toch een hapje,’ smeekte hij.
‘Een kind. Vanaf het moment dat ik je ken heb je er alles aan gedaan om te voorkomen dat we een kind kregen. Als ik het erover wilde hebben, begon je over iets anders, of liep je de kamer uit. Net zolang tot het niet meer kon. Dat is toch geen vrijheid? Dat kun je toch geen vrijheid noemen?’
‘Een kind?’ vroeg hij, en weer dacht hij aan zijn vorige huwelijk, zijn vorige vrouw in het bijzonder. ‘We hebben het over een lepel,’ zei hij. ‘Heel simpel: een eetlepel.’
Een kind. Waar haalde ze het lef vandaan? Nota bene op deze dag, de bezegeling van hun samenzijn, uitgerekend nu begon ze er weer over. Het huwelijksleven kon wreed zijn.
Zonder hem aan te kijken dronk ze haar glas leeg.
‘Zullen we het er niet nu over hebben?’ vroeg hij een tijdje later. ‘Niet vandaag. Vandaag zijn we drieëndertig jaar getrouwd.’
‘Dat bedoel ik dus,’ verzuchtte ze. Ze stond nog steeds, met haar handen nu ferm in haar zij. ‘Er is altijd wel wat waarom je het er niet over wilt hebben.’
Ze keken elkaar aan, man en vrouw, een paar seconden lang, onafgebroken.
‘Dit is een speciale dag,’ zei hij, maar eigenlijk was het meer mompelen wat hij deed.
Toen liep ze de eetkamer uit. Hij keek haar niet na, hij bracht zijn lepel naar zijn lippen, en at het laatste stukje van zijn uitstekend geslaagde oosterse ovenschotel – met speciale worteltjes uit Hongarije.

Dit verhaal verscheen oorspronkelijk in het sep-okt 2011 nummer van Passionate Magazine.

Thomas Heerma van Voss (1990) debuteerde in 2009 met De allestafel (uitgeverij Augustus). Sindsdien publiceerde hij in o.a. nrc.next en Vrij Nederland. In april 2013 is zijn nieuwe roman Sternverschenen bij Thomas Rap.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s