Erik Jan Harmens: Toeten die je toe doet, monden die er toe doen

mijn hart bonkt door mijn borst als een op hol geslagen implantaat
alsof ik een hele broccoli inslik de roosjes en de stronk

Dichter-schrijver Erik Jan Harmens bestempelt zijn tijdelijke onderkomen als ‘knus, maar confronterend’. De caravan in Den Ilp, staat voor een ‘suf beeld’: de gescheiden schrijver, 43 jaar, alleen aan een formicatafeltje achter de luxaflex in Landsmeer. Vorige week verscheen nochtans zijn vijfde dichtbundel: Open mond. ‘Het is een verslag van verbijstering en berusting, het is de open mond van iemand die aangeslagen van het canvas opkrabbelt.’

ik grijns als na een tsunami
huis weg kinderen weg lachen

‘Nog maar heel even’ en Harmens verruilt zijn stacaravan in Den Ilp voor stenen muren. ‘Ik moet weg voor de vorst invalt, het is hier nu al berenkoud. Ik wil weer gewoon een huis, met een groot bureau vol rondslingerende papiertjes. Een plek waar ik eindelijk fatsoenlijk aan mijn nieuwe roman kan werken en waar mijn kinderen zich thuis voelen.’

op een gegeven moment zal er toch iets moeten gebeuren
zoals ook tomaten niet voor eeuwig kunnen blijven hangen

Harmens fronst en kondigt zijn naderende vertrek gedecideerd aan, alsof hij ‘het platte, ijzeren dak waarop nu de regen ramt en waardoor de radio ’s nachts onhoorbaar blijkt’, over drie weken met een bijl in stukken wil splijten. En alsof hij wat vervolgens zichtbaar wordt, in een gedicht gaat gebruiken.

ik weet dat ik moet gaan ratelen
maar juist als ik voel dat dat moet zal het haperen

De grote man naast mij oogt ontspannen, jongensachtig en monter; het evenbeeld van zijn zevenjarige Friese Stabij die constant kwispelt met de pluim van een parmantig hooggehouden staart. Het is een heldere septemberochtend waarop Judith Herzberg in mijn scheurkalender over het tanen van moraal en steden, en het verdwijnen van momenten schrijft.

maar ergens blijft het haken
en daarom zijn we hier

ErikJan1De stacaravan is verboden terrein voor interviewers, en vrienden en familie komen er ook niet langs. Dus slenteren we door voorbeeldig groen; het Twiske, de zonovergoten medaille van Landsmeer. Hond Pleun (‘stiekem door de kinderen gekocht tijdens een tournee in België’) blijft plots staan en staart naar een echtpaar met in hun kielzog een soortgenoot en een huppelende big.


mijn mond is al open

nu moet ik nog woorden verzinnen

‘Ik schrijf in het hier en het nu: ik wil geen literatuur die zich aan de werkelijkheid onttrekt. Ik wil niet over de vormen van boomschors dichten; de noodzaak ontbreekt. Ik registreer, en middels een klein terloops schrikdraadachtig regeltje schud ik de boel ineens op. Ik schrijf over mensen en hun verstandhoudingen, over communicatie die verbindt of verwijdert: het heersend onbegrip, de misstanden, de onmacht en de pijn.’

rennen tot het inslaat
tot het kraakt en het splijt en het bot raakt

‘Mijn toon is wanhopig optimistisch, de vorm heel strak. Dwingend. Ik heb een harnas aangetrokken van steeds vier keer twee regels waar ik uit probeer te breken. Die mal waarin de gedichten terechtgekomen zijn, is pas een jaar oud en hangt samen met de situatie waarin ik verkeer.’

spat als bolle vrucht
mijn hart de beat die je nakt

‘Het is een verslag van verbijstering en berusting, het is de open mond van iemand die aangeslagen van het canvas opkrabbelt. Nee, je lippen vormen geen smalle streep; als je ergens in berust ben je nog dingen aan het voelen. Dan ligt je hoofd lichtjes in je nek en je mond hangt losjes open.’

De monden in de bundel haperen en ratelen, stamelen en kussen, piefen en puffen, praten en prevelen. En berusten. Ook is er een open mond ‘als een schotwond’ en een ‘toet’ die de dichter ‘toe doet’. ‘Het draait bij mij om werkelijk contact, om de vraag wanneer en waarom de omgang tussen mensen wel of niet waarachtig is. Ik wil geen opsmuk, ik wil patsboem-in-je-gezicht verzen.’

want het kan niet lief zonder het tuigje
zonder zijn we vrij doet alles pijn

‘Ik dicht over monden die er toe doen, over de manier waarop mensen met elkaar omgaan: hoe ze stranden tijdens het voeren van gesprekken en hoezeer ze tekortschieten in de liefde. Falen en verliezen fascineert me: het verlies van dierbaren, het verlies van onschuld, mislukte relaties en mislukte gesprekken. Ik heb zelf heel veel gefaald: allereerst in mijn huwelijk en in vriendschappen, maar ook met opvoeden en tijdens het schrijven.’

je zegt dat ik niet wil veranderen
maar ik wil juist dat niets hetzelfde blijft

ErikJan2‘Mijn bundel gaat over ons onvermogen om het altijd goed te doen en de onmogelijkheid om dat licht op te vatten. Juist omdat ik het zo graag goed wil doen, bevind ik me in een voortdurend staat van ontevredenheid. Nee, eigenlijk is ontevredenheid niet het juiste woord: bij ontevredenheid zit frustratie. Het is eerder een voortdurende staat van onvolmaaktheid. Het besef dat je bijvoorbeeld, hoe je je best ook doet, geen volmaakte vader kunt zijn. Natuurlijk kan ik bepaalde zaken wel relativeren, maar de waarheid is dat ik faal. En ik kan niet leren minder perfectionistisch te worden.’

ik weet niet precies wat mij drijft
maar ik ga er voor op de loop

‘Leven, schrijven en kinderen opvoeden is niet gemakkelijk, maar iemand groeten ook niet; iemand echt goed groeten is zelfs bijzonder moeilijk! Soms denk ik “fuck mijn stem staat te hard”, en te vaak ben ik in gedachten elders. Dan vergeet ik vrijwel direct na het geven van een receptiehand met wie ik sta te praten. Maar een mislukte groet kun je niet of nauwelijks herstellen. Je moet “sorry” zeggen: “sorry, hoe heet je ook alweer?” Maar dat is stom.’

je hoort niks behalve als je zelf iets zegt
maar dan verpest je het omdat je terwijl je kletst iets beters bedenkt

‘Mijn hoofd is net een iPod: op een gegeven moment zit zo’n ding stampvol liedjes. Er moet iets uit, voor er weer iets anders in kan. Mijn hersens werken net zo: voor er een Irene bij kan, moet er eerst iemand uit.’

ik ben hongerig naar meer
of minder als het teveel is

‘De bravoure is er een beetje uit. Ik heb de boosheid een beetje gedoseerd; de woede is zachter. Tegelijkertijd heb ik geprobeerd om de humor niet aan te zetten; ik wil niet ten gronde gaan aan mijn eigen reputatie. Ik heb mijn grote valkuilen, het effectbejag en de onderbroekenlol à-la André van Duin, voor wie ik overigens veel respect heb, waar mogelijk vermeden.’

deur uit de scharnieren tillen vragen zijn jullie open
dan naar binnen gammel als een opwindiets gemaakt in een land
vanuit hier alleen in theorie te belopen

‘Mijn vorige bundel, die ik samen met Rick de Leeuw schreef, betrof nog echt onze scheidingsblues. Nu gaan mijn gedichten over alles was wat daarna volgt: het totale alleen zijn. Plotseling echt alleen zijn. Enkel een stel dvd’s van de Soprano’s die ik al tig keer gezien heb, verhalen van Isaak Babel en Black Swan, een filosofisch boek over de kracht van het onverwachte. Wat rest is kaal, kwetsbaar wellicht: de stacaravan, de laptop, ik.’

je bent pas alleen als je drukt op de knop aan je koord
in je bed op klossen geen hond die je hoort

‘Een half jaar geleden ben ik gestopt met drinken en ik loop regelmatig hard waardoor ik inmiddels stukken zorgvuldiger, geconcentreerder schrijf. Het is goed om te voelen, “hé, het gaat nu even niet zo florissant”, en daar helpt dat hele gezonde leven dan bij.’

‘Vroeger zat ik vaak in de kroeg en ik trad zo’n twee, drie keer per week op. Daarnaast had ik een verantwoordelijke fulltime managementfunctie in de zakenwereld. Tegenwoordig richt ik me enkel nog op inhoudelijke schrijfopdrachten. Mijn kinderen worden ouder, ze zijn bezig met hun eigen dingen. Ik heb soms ineens een uurtje over waarmee ik me dan niet meteen raad weet. Ik wandel met de hond of ik probeer bewust tijd te verkwisten door iets kansloos op tv te kijken. En dan zie ik mensen die een truck besturen op een bevroren weg in Alaska. Dingen veranderen; vroeger kwam ik altijd tijd tekort en nu trek ik zomaar af en toe een pruillip “van goh, wat zal ik straks eens doen”?’

warm als een niet-meegebrachte deken
we verspillen tijd waar we later bij de oncoloog om smeken

‘Door de drank en drugs raken mijn gevoelens verward; ik krijg voortdurend zand in de ogen gestrooid, en de roes en kater zijn me in de loop der jaren steeds triester gaan stemmen. Mijn nieuwe gedichten zijn dan ook in helderheid gedrenkt: de mythe van de vuurdrank, de toverdrank uit Asterix en Obelix waarmee je zienderogen sterk en immuun wordt, is niet meer.’

waar wij samen zijn is geen zuurstof
maar wel andere dingen waar je naar kunt happen

ErikJan3‘Het motto “breathe deep inside the thrunk hollow” van rapper Mos Def relateer ik aan de achterbak waarin je als ontvoerde diep en heel kalm moet ademen om niet te stikken, ondanks je angst en paniek. Dat geldt ook voor bepaalde fases in mijn leven: ik had de afgelopen jaren reden genoeg om te hijgen, maar om te overleven moest ik kalm blijven en de dingen aanvaarden zoals ze kwamen. Die neprust, die in zijn voorgewendheid ook weer echt is, speelt een grote rol in de bundel.’

De mannen en vrouwen in de boeken en bundels van Harmens kijken voor het slapen gaan evengoed onder hun bed, ‘de rolls royce onder de verstopplaatsen’, ze hebben ‘knikkende knieën als melkflessen in een krat in een rijdende SRV wagen’ en tranen die zich ‘opstapelden als kleine kwallen, als babykwallen, klein en doorschijnend’.

ik hou een kussen in mijn handen
dat ga ik ‘m overhandigen

‘Ik was een tijdje bang voor insluipers, daardoor sliep ik erg onrustig en zag ik ‘s nachts in mijn kamer af en toe mensen die er niet waren. Nu ben ik eigenlijk vooral bang voor extreem geweld dat je soms op je weg treft, zoals op het station van Krommenie-Assendelft om half twaalf ’s avonds, of in een willekeurige parkeergarage in Alphen aan den Rijn.’

als ik je aanraak zeg je au
op zo’n manier dat ik het wil verbinden

‘Wat me raakte in De leugen, een documentairefilm van regisseur Robert Oey waarvoor ik in 2010 de liedjes schreef, is dat het woord “waarheid” in de huidige politieke realiteit geen enkele waarde lijkt te hebben. Wie oprecht is wordt terechtgewezen of haalt de kiesdrempel niet. Een volkomen voorstelbaar onwaarheidje van Hirsi Ali, al lang en breed door haar toegegeven in een eerder stadium, wordt in een zeker politiek momentum ineens een doodzonde. Het opportunisme onder collega-kamerleden is stuitend. Maar ook de meest integere politici maken schoonheidsfouten. En in specifiek deze zaak is de persoon die me dan ineens enorm ontroert Rita Verdonk. Haar verdriet om de tanende band met haar dochter, dat is echt.’

dat zijn niet mijn handen
dít zijn mijn handen

‘Kinderen zijn belangrijker dan boeken. Dat leerde ik van Adriaan Jaeggi. Net als natuurwonderen, zoals een dubbele regenboog boven de skyline van Purmerend, kunnen ze mij de mond snoeren. Naïma is al vijftien en Julian is nu dertien. Hij is autistisch. Ik probeer een veilige, voorspelbare omgeving voor hem te creëren. Met veel rust, niet proppen, niets te snel doen, geen abrupte veranderingen. Hij heeft baat bij overzichtelijkheid en vindt rust in rituelen. Maar dat geldt voor mijzelf net zo goed. En hij vindt meer dan wie ik ook ken, eerlijkheid heel erg belangrijk. Leugens zijn onverteerbaar. Dat vormt dan op een merkwaardige wijze weer een link met de financiële wereld, waar ik me een deel van de week in begeef. Daar zijn transparantie en “full disclosure” nu een enorme prioriteit. En die beide werelden, die van het autisme en die van regelgeving voor koersgevoelige informatie, komen dan allemaal op een bedekte manier weer samen terug in mijn gedichten.’

jongen bang van ballonnen
want straks doen ze pang

‘Tijdens het oversteken leg ik nog steeds mijn hand in hun nek. Ik voel me vaak een vaderzwaan: met een grote vleugel hou ik mijn kinderen beschermend achter me. Ik blaas iedereen weg die ongevraagd in hun buurt komt. Julian wil echter zelf de wereld in en ik moet echt leren om hem los te laten. Hij merkt langzaam dat de wereld niet zo voorspelbaar is. Soms is het lastig voor hem om allerlei tongue-in-cheek grapjes te begrijpen, dus ik probeer zo veel mogelijk uit te leggen. En hij houdt heel veel van humor, dat helpt.’

als ze in werkelijkheid niet knallen
doen ze het wel in zijn hoofd

‘Bepaalde dingen die voorheen een pluspunt waren, zoals onvoorspelbaar gedrag en mijn soms onbestemde zwijgen, kunnen door Julian als bedreigend worden ervaren. Gelukkig kan hij bijzonder goed aangeven wanneer ik hem bang of boos maak, zoals wanneer ik een zware stem opzet. Hij leeft niet, in tegenstelling tot veel andere kinderen met autisme, volgens pictogrammen. We hebben ons wat dat betreft een beetje aan elkaar aangepast.’

dus haal de ballonnen niet weg
haal de jongen weg

ErikJan4‘Ik ben opgegroeid met een oudere broer en zus tussen de grijze flats van Alphen aan den Rijn. Pal naast winkelcentrum De Ridderhof. Het huwelijk van mijn ouders was een vergissing, maar ze zijn toch nog tien jaar bij elkaar gebleven. Vanaf mijn puberteit ben ik zonder vader opgegroeid. We hadden heel weinig geld; aten macaroni met smac. We hadden nauwelijks spullen: geen vloerbedekking en geen telefoon. Het was wel vormend: mensen uit de buurt bakten brood voor ons. Maar het was ook naar. Ik was een jaar of veertien en ik had geen grond onder m’n voeten. Ik wilde erbij horen, ik wilde sportschoenen van Adidas. Ik had van die nepschoenen met vier strepen, waarvan ik toen een zo’n streep probeerde te ontstikken, maar dat komt altijd uit op school: je blijft die weggehaalde lijn natuurlijk zien.’

alsof ze een belofte inhouden
als resorts in een hoogglansfolder

‘Ik was een jaar of tien en ik zou zo’n prikvlaggetje met kaas, worst en een uitje trakteren. Onze katten hadden er ’s nachts van gegeten, maar
de volgende dag hadden we geen geld om vlug iets nieuws te kopen. Voor schooltijd sneed ik de aangeknabbelde kantjes zorgvuldig af, maar toen ik op school kwam vertelde ik het kattenverhaal en de kinderen in mijn klas wilden niets meer hebben. Nu zou ik voor mijn eigen kinderen snel vier verschillende soorten vlaaien halen “en dan kijken we wel waar ze zin in hebben”.’

‘We waren sleutelkinderen, de schuur stond altijd op een kier. We gingen ook nooit op vakantie. Ik herinner me ellenlange zomers waarin weinig tot niets gebeurde. Ik las toen absurd veel, vooral over de ontdekking van de Zuidpool en alle boeken van Sherlock Holmes.’

uiteindelijk sta je niet met lege handen
maar wat je vasthoudt wil je niet hebben

‘Ik lijk op mijn moeder, in die zin dat we allebei graag goed willen doen, maar we zijn ook hevig onzeker en we vinden onszelf soms minderwaardig. Omdat we de dingen anders hadden willen doen dan we ze deden. Die karaktereigenschap is een regelrechte beproeving. Maar er zijn ook leuke dingen: liefde voor muziek, liefde voor taal. We vinden hoe iemand spreekt en de taal hanteert, net zo belangrijk als hoe iemand zich kleedt of hoe iemand ruikt. Mooi spreken is sierlijk en aantrekkelijk: iemand die lelijk praat, bijvoorbeeld door elke zin te beginnen met “ik heb zoiets van”, zou ik het liefst naar heel ver weg verbannen.’

sorry dat ik niet beter kan
sorry dat dit het is

‘Met mijn vader heb ik na een moeizame start van een dikke twintig jaar toch een speciale band weten op te bouwen. Het eerste deel van mijn leven heeft hij niet echt een vader voor me kunnen zijn, later wel meer maar dan toch eerder als gelijkwaardigen, niet hiërarchisch. We hebben een prachtig mooi aantal jaren heel veel met elkaar kunnen lachen en praten en omdat ik me destijds heb gerealiseerd hoe bijzonder dat was, na de valse start van ruim twee decennia, heb ik alle minuten gekoesterd, en daar teer ik op sinds mijn vader bijna tien jaar geleden overleed.’

laat me raden ik blijf dader
maar dan wel een waarin je je kunt verplaatsen

‘Alleen als iemand gif in de grond vindt, of een aantal mensen omlegt, komt Alphen aan den Rijn ter sprake. Ik schrijf mijn nieuwe roman bij wijze van ode: Alphen is een lelijke stad, maar het is wel míjn lelijke stad. Het gaat mij om de psychologische processen, het grasduinen in mijn eigen hoofd. Ik ben veel bezig met herinneringen en de roman is eveneens een aanklacht: in april 2011 schoot een jongen in winkelcentrum De Ridderhof een hoop mensen neer, maar hij heeft ook herinneringen aan flarden geschoten. Ik had destijds in de flanken van zijn zwarte Mercedes kunnen rijden, vrij dichtbij een wijziging in de geschiedenis.’

als wormen in een vader
die je niet neersabelt alleen maar daar ligt

‘Ik hoef het winkelcentrum eigenlijk niet eens meer te betreden; ik ken de kleuren van de tegels, ik weet exact waar ze zijn afgebroken. Aan het hofje naast De Ridderhof grensde onze achtertuin met een schutting die mijn broer in 1983 turquoise heeft geverfd. Diezelfde schutting, enigszins verweerd, staat daar nog steeds, onveranderd. In de zomer heb ik met beide handen staan voelen, met Proust gleed ik terug naar mijn kindertijd.’

ik ben geen kleine jongen
maar getuigen zijn schaars en door een hitte die niemand anders voelt bevangen

‘Ik wil niet begrepen worden, ik wil dat mensen begrijpen dat wat ik doe ergens over gaat. Dat het hout snijdt, dat het van belang is. Dat is het hoogst haalbare! En dat je van te voren, onderweg in een busje of in de kleedkamer, al weet: vandaag wordt het anders. Zoiets voel je, instinctief. Al het cynisme, het gezeur, de misverstanden en de shit zijn weg. Foetsie. Het contact met je publiek is alleen-maar-goed: je snapt elkaar, je vindt elkaar lief. Enkel de maker, een wiebelend katheder, de juiste dictie en de ontelbare luisterende oren in het donker. Dat is magie.’

van het meisje megadrachtig
schaalmodel van hoop

‘Open mond is zowel een waarneming als de gebiedende wijs, een bevel. Ik maak graag lichamelijke associaties met seks en porno: ik vind het interessant wanneer het groezelig wordt, zoals in bierlucht plaatsvindende scènes.’

waarom stop je zodra ik mijn hand op je hoofd leg
waarom leg ik mijn hand op je hoofd

‘Ik ging als kind stiekem naar de bijbelclub, in de periode dat mijn moeder geen tijd had om te geloven en mijn vader de rol had aangenomen van cynische atheïst. Als ik dan thuiskwam van bijbelles werd ik door hem bespot, maar dat aanvaardde ik. Later heeft mijn vader zijn geloof in enige mate weer hervonden; toen hij stervende was heb ik op zijn verzoek een dominee gebeld die hem heeft bijgestaan. Ik probeer genadig te zijn, en als mijn kinderen vloeken zeg ik er wat van.’

‘God bestaat misschien wel niet, maar dan nog kunnen we bidden.
Zijn existentie ontkennen gaat me bovendien niet lukken. Ik geloof in onbaatzuchtigheid; iets goeds doen zonder credits te zoeken. Hoop en troost vind ik minder interessant; in die zin ben ik een ongelovige.’

er is zo weinig wat ik je kan laten zien
maar wat er is is echt

‘Andries Knevel nodigt mij niet uit: ik ben een beetje eng, redelijk ongrijpbaar. Ik maak geen deel uit van een beweging of gemeente; ik blijf de dude met de eenmansreligie; er is niemand die dit geloof met mij bedrijft. Ik bid niet op een bankje in de stacaravan, maar tijdens het rennen ben ik diep in gesprek met het grote, zwarte vlak. Niettemin is ietsisme me dan weer te gratuit. God is lastig in woorden te vangen en het gaat mij vooral om wat ik ervaar, niet om wat ik begrijp. Hetzelfde gaat eigenlijk op voor poëzie: het allermooiste is mensen aan het twijfelen brengen.’

of het is ooit echt geweest
maak een blok van mijn naam en backspace

‘Uiteindelijk weten we zo verdomd weinig: wat is in the end echt en waar en wat niet? Als ik al eerlijk antwoord geef, vertrouwen mensen me waarschijnlijk niet. De vraag is overigens, wat maakt het uit, voor jou? Hoe erg is het, dat iets niet echt is, maar een spel? Misschien is het mysterie juist mooier.’

je mag het dragen maar je kunt nooit loslaten
of je moet het laten vallen maar dan is het stuk

Nawoord EJH: ‘Bij het schrijven van Open mond speelde muziek een belangrijke rol. Tussen de schrijf- en redigeersessies door waren er tien liedjes die ik beluisterde, omdat ze pasten bij de thema’s in de bundel. Omdat ze troost en inspiratie brachten, en soms wilde ik gewoon ook even wild en dierlijk dansen na uren stilzitten.’ Beluister hierde tien liedjes via Spotify.


ErikJan5.jpgErik Jan Harmens
(1970) is schrijver, dichter en performer, en corporate storyteller bij Citigate First Financial. Open mond is begin oktober verschenen bij uitgeverij Lebowski. Eerder publiceerde hij de dichtbundels In menigten (2003), Underperformer (2005; Gedichtendagprijs, nominatie Paul Snoek Poëzieprijs, Jo Peters Poëzieprijs en J.C. Bloem-poëzieprijs) en Gospels en psalmen (2008). In 2007 verscheen zijn debuutroman, Kleine doorschijnende man. Twee jaar later volgde Ik ben een bijl, een bloemlezing van ‘nieuwe dichters uit de jaren nul’. Met Robert Jan Stips schreef hij de liedjes voor De leugen, een documentaire van regisseur Robert Oey. In 2012 publiceerde hij de roman De man die in zijn eentje de Olympische Spelen organiseerde en samen met Rick de Leeuw schreef hij datzelfde jaar de bundel Echte mannen scheiden niet. Harmens werkt momenteel aan een nieuwe roman over winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn.


Nadine Ancher werkt als redacteur, journalist, vertaler en fotograaf. Ze publiceerde interviews en reportages in onder meer De MorgenADVrij NederlandNieuwe RevuOpzijMargriet en Marie Claire. Lees meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s