Thomas Blondeau: Een geschreven portret van iemand in het nu

De Vlaamse schrijver Thomas Blondeau is afgelopen weekend plotseling en veel te jong overleden, op 35-jarige leeftijd. Hij schreef de zeer gewaardeerde romans eX (2006), Donderhart(2010) en Het West-Vlaams Handboek (2013).

In 2010 had Passionate Magazine het onderstaande interview met Thomas Blondeau over Donderhart, een liefdesverhaal dat zich afspeelt tegen het decor van Londen tijdens de terreuraanslagen in de metro en bus in juli 2007. Blondeau vertelde in dit interview over hoe hij met zijn boek recht wilde doen aan de maatschappelijke werkelijkheid – vol terreurdreiging – van de wereld anno 2007. Tegelijkertijd gaat ieders persoonlijke leven ook gewoon door. ‘Eigenlijk is alles een combinatie van toeval en eigen sturing.’

In  februari verscheen Donderhart, het tweede boek van de Vlaming Thomas Blondeau (1978). Blondeau debuteerde in 2006 met eX. Zijn eerste publicatie in Nederland was in 2002 met het verhaal ‘De barmhartigheid’ in het jan-feb nr. van Passionate Magazine. Blondeau werkt als journalist voor het Leids Universitair Weekblad Mare.

In Donderhart bevindt hoofdpersoon Max Gosset, een journalist, zich in Londen ten tijde van de bomaanslagen in de metro en bus op 7 juli 2005. Kort ervoor is hij in Brussel zijn ex-geliefde Eva tegen het mooie lijf gelopen, ook op weg naar Londen. Max en Eva hebben elkaar zeven jaar niet gezien. Intussen is de band waar Eva de leadzangeres van is zeer succesvol geworden. Max heeft een mooie journalistieke carrière opgebouwd, maar hij wil meer. Hij woont samen met Véronique. In Londen intensiveert het contact tussen Max en Eva. In plaats van dat dit Max gelukkig maakt, lijkt hij alleen maar neurotischer te worden en probeert hij op allerlei manieren grip te krijgen op de chaos om hem heen. Een mengeling van toeval en eigen toedoen zorgt ervoor dat Max door de journalistieke scoop van wereldformaat heen slaapt (de bomaanslagen) en een peperduur horloge aanschaft dat hem niet staat. Maar beide factoren zorgen er uiteindelijk ook voor dat hij voor een blunder van formaat behoed wordt, waardoor hij revanche kan nemen op zijn hoofdredacteur en zijn ex-geliefde. Donderhart is een verhaal over een liefde voor het leven die verloren gegaan is en dat blijft. Over doorgaan om nieuwe liefde te vinden, want dat is feitelijk het enige wat je kunt doen. Op de achtergrond blaast een vrouw in een papieren zakje van McDonald’s en schreeuwen verslaggevers over het rumoer van door elkaar krioelende mensen heen. Beelden die zonder moeite door iedereen zullen worden herkend.

Iemand in het nu
‘Het belangrijkst is rechtdoen aan hoe je zelf de wereld ervaart, dat is de literatuur die ik wil schrijven. Hoe verliefd of hoe verdrietig je ook bent, je leest intussen heus wel de krant. Wat dat betreft ervaar ik het als vervreemdend hoe geïsoleerd boeken kunnen zijn: je leest dan over een enkel ding zoals liefdesverdriet alsof dat het enige is wat een persoon bezighoudt. Als zulke literatuur iets over mensen zou zeggen zouden we allemaal emotionele pantoffeldiertjes zijn met één probleem. Een meestal is dat probleem dat jij iemand leuk vindt en diegene jou niet.’
‘Volgens mij is het eerder het geval dat je denkt: “O mijn god, ik word nooit meer gelukkig. En ik moet mijn belastingformulieren nog invullen.” Ik wilde daarom van Donderhart een geschreven portret van iemand in het nu maken. Het is geen toeval dat de aanslagen in Londen het decor vormen van mijn boek, maar de politieke geschiedenis is niet de hoofdrolspeler – ik  draag geen antiterroristische oplossing aan. De grootte van deze terroristische aanslag heeft historisch gezien geen precedent in Europa. Londen is toch het New York van Europa: het is de grootste Europese stad en het financiële en culturele hart van het werelddeel. De go between tussen Europa en de Verenigde Staten. Het gebeuren is iets uitzonderlijks van wereldformaat. We zijn allemaal betrokken bij de oorlogen in Irak en Afghanistan, maar niemand was zich er dagelijks van bewust. In 2005 werd dit ineens wel zo. De aanslagen in New York en Madrid gingen eraan vooraf. Maar toen in Londen die tweede reeks (mislukte) aanslagen volgde kort na de eerdere aanslagen in de metro en bussen, besefte iedereen dat dit wel onze dagelijkse werkelijkheid kon worden. Dat je dan naast dat je denkt: “Ik moet naar de supermarkt,” ook denkt: “degene naast mij in de bus kan een bom om zijn middel hebben.” Er waren genoeg mensen, zoals Lodewijk Asscher (voormalig wethouder en huidig waarnemend burgemeester van Amsterdam. IvE), die hardop zeiden dat het een kwestie van tijd was voordat Nederland aan de beurt zou zijn. In die zin was deze gebeurtenis aangrijpender dan de aanslagen op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Hier ging het toch vooral om uitzonderlijke gevallen. Mensen zoals jij en ik zijn niet over hun schouder gaan kijken of er iemand met een mes of ander wapen klaar zou staan. Mensen waren geschokt toen deze twee moorden plaatsvonden, maar de angst in de zomer van 2005 was meer voelbaar. Pieter van Vollenhoven, zelf voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, zei bij Pauw&Witteman dat hij nooit de metro neemt in Amsterdam. Het is niet zo dat we met z’n allen leven in een angstpsychose, maar de impact en het bewustzijn zijn er.’

Schrijven met de krant in de hand
‘Tegelijkertijd schuw ik het schrijven met de krant in de hand. Het gaat mij om de menselijke thema’s in de actualiteit, niet om de anekdotes. Anekdotes werken de verouderingswaarde te veel in de hand. Nu al zeggen mensen: ‘Oja, dat is waar, er waren ook nog een paar mislukte aanslagen in Londen.’ Daar over doorgaan, heeft geen waarde meer. Het gaat mij om het thema angst, hoe dat nu vorm krijgt en hoe dat te beschrijven. Angst is er altijd geweest: Kafka was bang voor de stad, de Tachtigers waren bang voor een zenuwinzinking en wij zijn bang voor terroristen. Dit geldt ook voor de personages in mijn boeken.’
‘Er zitten in Donderhart twee personages waarvan het ook de media is opgevallen dat ze gebaseerd zijn op bestaande mensen (Geike Arnaert, de voormalige leadzangeres van de Vlaamse band Hooverphonic en Alex Callier, bassist van deze band, IvE). Beiden zijn twaalf jaar geleden onderdeel van mijn leven geweest. Het gaat mij er niet om die relaties te beschrijven (of ermee af te rekenen), of om het onthullen van soignante details.  Het gaat mij om de creatie van een personage in mijn boek. Al heeft het mij wel veel media opgeleverd, met name in België. Als ik dit niet zo gedaan had, was ik waarschijnlijk niet geïnterviewd door Studio Brussel.  Zeker niet nadat net een lid van K3 moeder was geworden. En gezien de weg tussen drukpers en oud-papierbak kort is, is media-aandacht op die weg zeker zeer welkom. Maar dit was niet de reden voor mij om het zo te doen. Ik heb de ervaring van de verloren geliefde gebruikt om het bewuste personage mee in te kleuren, en dit werkt erg goed in het boek. Daarmee is het niet ineens tabloidliteratuur. Ik heb mijzelf ook herkend in boeken van Christiaan Weijts en Joost Zwagerman. Dat is een gemengd genoegen. En de hoofdpersoon van het boek, Max, heb ik sterk vormgegeven met Dan (Jude Law) in mijn hoofd uitThe Closer: hautain, maar toch aimabel, cool en gefrustreerd. Dit betekent niet dat het boek op The Closer lijkt, of er een aftreksel van is.’

Lief existentialisme
‘Het hele boek gaat over beeldvorming. Over ambitie die wordt afgelezen aan het succes van een voormalige geliefde. En over hoe bij de hoofdpersoon zo het waanbeeld ontstaat van onrechtvaardig behandeld zijn. In die zin zou je kunnen zeggen dat mijn boek een mensvriendelijke vorm van existentialisme is. Mensen worden afgerekend op hun daden. Maar tegelijkertijd wil het boek maar niet somber worden, niet somber genoeg voor een echt existentialistisch boek. Ik heb zeker een status-quo willen maken van hoe wij in de wereld staan. Er komen ook naturalistische elementen in mijn werk voor. Zo ben ik ervan overtuigd dat de mens als individu weinig keuze heeft, de mens is een speelbal van krachten die moeilijk te beïnvloeden zijn zoals grote oorlogen en scheve machtsverhoudingen. Maar tussen die krachten door moet je naar Ikea en je hypotheek betalen. En op dat niveau kun je wel iets doen, iets betekenen. En je hebt wel degelijk de mogelijkheid als je nieuwe jeans nodig hebt te kiezen voor een verantwoorde Kuyichi, een iets beter zittende Levi’s of een goedkope Hennes&Mauritz. Al was het alleen maar dat als je niet uit het raam springt, je het toch eens moet verven. Maar dan met een ethische factor: wat kunnen we wel doen aan wereldleed.’
‘In Donderhart zie je  ook heel duidelijk hoe snel je de verkeerde kant op gaat als mens, hoe makkelijk je een ethisch dilemma doorbreekt door het onethische te kiezen. Als Max bijvoorbeeld de kans krijgt in de e-mail van Eva in te breken, doet hij dat ook. Je gaat heel eenvoudig de verkeerde kant op. Ik denk dan ook dat veel deugdzame mensen bepaalde ervaringen niet hebben. Zij zijn deugdzaam omdat ze niet vaak in de verleiding zijn gebracht. Als je nooit een relatie hebt gehad waarin iemand zich aan je voeten werpt en je adoreert, is het heel moeilijk oordelen over wat je zou doen in zo’n situatie en er doet zich de mogelijkheid tot vreemdgaan voor.’

Verfilmingen zijn de sokken in je BH
‘Ik kreeg van critici te horen dat ik wel een wereldprobleem aan heb gesneden maar er verder te weinig mee heb gedaan. Dat het eigenlijk onbehoorlijk is om zo’n decor te gebruiken, puur als decor. Dergelijke kritiek had ik wel verwacht, het ligt in de lijn van wat Jonathan Safran Foer en John Updike is verweten. Het hoort nou eenmaal bij het schrijven in dit genre, over actuele gebeurtenissen die veel impact hebben. De kritiek verwacht toch pas reflecterende romans over rampen dertig jaar nadat ze hebben plaatsgevonden, dat is het referentiekader van waaruit beoordeeld wordt. Je mag niet schrijven over een actuele grote ramp. Ik ben blij dat met name de jongere critici een ander referentiekader hebben en zeggen dat ze een mooi inkijkje hebben gekregen in onze manier van leven.’
‘Natuurlijk wil je bepaalde dingen horen. Als je op de dansvloer staat, krijg je ook liever kusjes dan dat iemand je vertelt niets van je te willen drinken. En hoewel ik wel een paar posters heb met citaten uit recensies en interviews, zie ik het relatieve en grillige van de literaire kritiek wel in. Je hebt te maken met momentopnames, ik beoordeel zelf Nooteboom nu ook heel anders dan toen ik hem voor het eerst las. En wat er ook gezegd of geschreven wordt: ik wil geen zwaar experimenteel boek, ik wil lezers. En liefst meer dan ik met eX bereikt heb, want dat boek is heel goed gerecenseerd maar heeft qua verkoopcijfers nog geen deuk in een pakje boter geslagen. Wat wel heel leuk is, is dat ik nu veel e-mail krijg van lezers die mij laten weten genoten te hebben van Donderhart. Dat was met eX minder, hoewel er wel nog steeds scholieren zijn die e-mailen dat ze bezig zijn met een werkstuk en iets in dat kader willen. Maar wat betreft bereik lig ik liever op de tafels in de AKO en de Bruna dan dat mijn volgende boek alleen als e-book zou worden uitgegeven. Ik hoef dat topje van de elitaire berg in de vorm van een Kindle niet te bereiken, liever heb ik dat mijn boek gelezen wordt. Ik heb ook geen illusies wat betreft literaire prijzen en de zogenaamde erkenning. De werkelijkheid erachter is veel meer dat die en die voorzitter was en daarom die en die niet kon winnen, dat soort gedoe. Mij zijn ook verfilmingen van mijn boeken aangeboden. Verfilmingen zijn de sokken in je BH, je voelt je heel leuk, hip en geil. Maar feitelijk heeft het mij niets opgeleverd. Dan zie je het relatieve van al die aanbiedingen snel in. Wat dat betreft zijn verkoopcijfers en meer dan één druk betere graadmeters.’
‘Dit betekent niet dat ik alleen maar schrijf om lezers te trekken. Wat dat betreft heb ik Joyce Carol Oates goed in mijn hoofd zitten. Zij zei: “Schrijf niet voor een ideale lezer. Die is er misschien wel maar ze leest momenteel iets anders.” Ik heb een noodzaak om te schrijven en mijn eerste zorgen zijn literair thematisch. Ik wil meegeven dat het allemaal heel erg kan zijn maar dat je je rug recht moet houden en verder moet. Het heeft geen zin je te verdiepen in de zinloosheid van het bestaan. Het is de bedoeling dat je zelf zin geeft, op een zo goed mogelijke manier. Het leven gooit je van alles in je gezicht. Een deel kun je terugkoppen, maar een ander deel zul je moeten incasseren. Veel van wat er is of wat je meemaakt, is een combinatie van toeval en eigen – bewuste of onbewuste – sturing. Eva in Donderhart is geen halfgod, zij kan goed zingen en ziet er toevallig heel mooi uit. Zo is het met meer onderdelen van het leven, eigenlijk is alles een combinatie van toeval en eigen sturing.’

Dit interview door Iris van Erve verscheen in het mei-juni 2010 nummer van Passionate Magazine.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s