PPRaouldejong2

Raoul de Jong: De literaire wereld is echter

Raoul de Jong staat op 9 november op Geen Daden Maar Woorden Festival Utrecht. Hij zal voorlezen uit zijn nieuwe boek De grootsheid van het Al, dat is gebaseerd op de voettocht die hij deze zomer ondernam van Rotterdam naar Marseille als padvinder in de Geheime Orde des Pucks. Daarnaast zal hij in het programma-onderdeel Passionate Platform Live vertellen over wat er zoal in zijn boekenkast staat.
Met dit interview gaan we terug naar 2005. Passionate Magazine sprak dat najaar met Raoul de Jong over schrijven – zijn eerste roman Het leven is verschrikkulluk! was recentelijk verschenen –, acteren en het Viva-gevoel.

Hij doet er luchtig over, maar intussen heeft Raoul de Jong (1984) zich opgewerkt van Spunkpuber tot broodschrijver en vliegt hij op zijn 21e gratis naar New York: Raoul is hot. Twee weken voor zijn vertrek spreek ik hem in zijn woonplaats Schiedam.

Sinds 2001 publiceert Raoul de Jong columns in online jongerenmagazine Spunk. Hij speelde de hoofdrol in een toneelbewerking van De gouden druppel door het Ro-theater, speelde een gastrol in de kindersoap van NickelodeonZoop, studeerde een jaar literatuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en leende zijn olijke verschijning aan verschillende reclamespotjes. In 2004 kwam Stinknegers uit, een relaas over zijn reis door West-Afrika. Dit jaar verscheen zijn debuutroman Het leven is verschrikkulluk! bij uitgeverij Augustus. Hij is gevraagd modellenwerk te doen in New York en gaat daar tevens beginnen aan twee korte verhalen.Toch is hij als gevierd aanstormend talent opvallend down to earth: hij komt me wel even met de fiets van het station halen.
De Jong: ‘Tijdens de Literaire Salon op de Uitmarkt in Amsterdam werd ik me bewust van de druk die er op je komt te liggen als jonge debutant. Ik werd er geïnterviewd door Diederik van Vleuten. Hij ging er automatisch van uit dat ik nog veel meer boeken wil gaan schrijven, en dat ik een nieuwe Gerard Reve wil zijn, maar dat is niet zo. Na mijn eerste boek dacht ik gewoon “zo, dat heb ik in ieder geval gedaan”.’
‘Ik wilde ook ineens niet meer naar New York daarna, ik werd gek van de aandacht. Het voelde even alsof ik het alleen maar voor anderen doe, alsof ik moét presteren en met een briljant meesterwerk op de proppen moet komen. Maar ik vind schrijven gewoon leuk, ik doe het voor mezelf. Met Spunk heb ik afgesproken dat stukjes van mijn boek in columnvorm op Spunk geplaatst worden, maar niet allemaal. Ik schrijf nu even echt voor mezelf. Ik kijk heel erg naar de reis uit, maar New York schijnt wel heel kapitalistisch en op uiterlijk gericht te zijn. Bovendien moet ik het drie weken zien uit te houden zonder geld. Misschien kan ik aan de slag bij een hondenuitlaatservice of als afwasser of zo. Ik heb geen greencard dus het moet sowieso allemaal zwart. Via de uitgeverij word ik daar in contact gebracht met Candace Bushnell. Misschien heeft zij contacten waar ik wat aan heb, want een slaapplaats heb ik ook nog niet. Maar ja ik kan altijd nog terug als ik het niet uithoud.’
‘Op de Uitmarkt moest ik vooral signeren, handjes geven en glimlachen. Toen een vriend voor mijn neus stond zijn we weggegaan en bier gaan drinken. Toen merkte ik dat ik langzaam mezelf weer een beetje werd. Ik ben gewoon 21 en ik hou van bier drinken.’

Commerciële eendagsvlieg
De verplichting handjes te geven en geforceerd te blijven glimlachen op literaire gelegenheden sterkt het vermoeden dat de literaire wereld niet meer vies is van commercie. Raoul de Jong lijkt daar als Spunktelg op het eerste gezicht aan mee te werken. ‘De acteerwereld heeft wat dat betreft wel wat van het schrijverswereldje weg. Maar toch is de literaire wereld echter, mensen zijn liever en relaxter. Het zijn allemaal mensen die nadenken over het leven en over zichzelf. In de acteerwereld, bij Zoop in elk geval, houden ze zich alleen maar bezig met de juiste kleren en het juiste imago. Vorig jaar kreeg ik een vaste rol in Zoop aangeboden, maar het ging niet samen met mijn studie, en de uitgeverij vond het ook niet leuk, dus het bleef beperkt tot een gastrol. Dit bleek achteraf beter, want het acteerwereldje was helemaal niet leuk. In mijn column voor het NRC heb ik er toentertijd mijn gal over gespuwd. Ik wou de publicatie ervan nog tegenhouden want het was te open, maar het was al te laat. Toen ik terugkwam bij Zoop zei niemand hallo. Die column van mij hing dus al een tijdje in de kleedkamer, vreselijk! Het heeft drie maanden geduurd voor ik over die dag heen was.’

Raoul1‘Ik ben nog wel voor Costa gevraagd, maar dat heb ik niet gedaan. Ik zag al helemaal voor me welke kant m’n leven op zou gaan. Ik zag ook wat het met de mensen deed die in Zoop speelden en dat wilde ik niet. Dan zou ik geen dingen maken die ik mooi vind,  en dat vind ik het belangrijkste. Ik heb zelf dingen te vertellen, ik wil zelf dingen maken, niet alleen maar een plaatje opvullen. Sommige spunkcollega’s van mij kiezen wel voor de commerciële weg. Het levert wel heel veel op, veel geld, mensen doen aardig tegen je. Maar het grootste gedeelte van je tijd ben je bezig met mensen overtuigen dat je het kan. Ik weet het zelf al, dat mensen het ook leuk zouden vinden. Netwerken, daar gaat alle tijd inzitten. Tot eindelijk iemand met geld je de mogelijkheid biedt te laten zien wat je kan.’
‘Als het publiek niet door heeft dat zij en ik niet hetzelfde zijn wordt dat later wel duidelijk. De bladen moeten iets verkopen, een gevoel, het Vivagevoel ofzo. De mal is al klaar en jij vult ‘m in, bladen kunnen je naakt op de kiek zetten, en dat verkoopt. Op lange termijn is het veel waardevoller om het niet te doen, om je eigen pad volgen, daarom schrijf je toch? Ik weet dat ik doodongelukkig word als ik me voor karretjes laat spannen. Tijdens Zoop was ik zo ongelukkig. De week nadat ik inZoop speelde had ik een rolletje in een Zwitserse film. In het vliegtuig naar Wenen kon ik alleen maar huilen, ik voelde me zo uitgeleefd. Anderen bepalen wie je bent, hoe je eruit ziet. Ik kan dat niet aan, ik word er verdrietig van.’
‘Aan de andere kant maak ik ook gebruik van commercie. Ik heb het ook nodig. Het boekje in New York moet echt van mij zijn, en ik kan het zo krijgen want ik ben hot, het zou dom zijn daar geen gebruik van te maken. Dat merk ik omdat ik jong ben, en er niet uitzie als Jan Wolkers. Als alle  publiciteit nu zou stoppen hoop ik dat mensen in ieder geval het goede beeld van me hebben, dat ze me begrijpen. Ik hoop niet dat ze denken dat ik heel arrogant ben en alleen maar bezig ben met beroemd worden. Dat werd me wel gezegd toen ik nog literatuur studeerde: jonge debutanten zijn commerciële eendagsvliegen. Dat was zo frustrerend, je wordt er volgestopt met wat literatuur is volgens de academici. Ik ben er na een jaar mee gestopt. Bovendien wou ik me volledig op m’n boek concentreren. Ik moest gewoon even stoppen, de trein stil zetten. Dus ik nam een baan bij een telemarketingbedrijf en vormde een bandje met mensen die ik kende, gewoon voor ons zelf.’

Donker en duister
Een jaar literatuurwetenschappen aan de universiteit drukt zijn stempel op hoe je leest en schrijft. Het leven is verschrikkulluk lijkt zich met zijn sterk autobiografische karakter, alledaags taalgebruik en losse stijl echter weinig van academische voorkeuren aan te trekken. De Jong: ‘Misschien had ik wat anders geschreven als ik die studie wel had afgemaakt. Dan had ik me waarschijnlijk meer beziggehouden met of het wel literatuur was, en had ik me waarschijnlijk meer met de vorm beziggehouden. Ik leer nu tijdens het boeken schrijven, dus mijn volgende boek zal beter zijn dan het vorige. Maar ik zie mezelf toch niet als schrijver, en mijn boek, ach, ik weet niet of dat literatuur is. Mijn stijl is herkenbaar en luchtig. Het gaat vaak over mezelf, daar ben ik me van bewust. Ik weet niet of ik dat anders kan. Waar het leven om draait is om te leren en wat ik heb geleerd, daar schrijf ik over, ook als het niet over mezelf gaat. Om het af te ronden voor mezelf, en om het te delen. Misschien dat dat ooit verandert, maar ik vind het ook zelf leuk om te lezen. Ik vind dat je om een verhaal moet kunnen lachen, het hoeft allemaal niet zo donker en duister.’
‘Ik hoop dat als mensen mijn boek lezen ze er gelukkig van worden. Je herinnert je het over tien jaar vast niet meer, maar ik had het leuk gevonden na de middelbare school zo’n boek als het mijne te kunnen lezen. Het is eerlijk, daarom is het herkenbaar. Ik laat me ook van mijn slechte kant zien, ik doe dingen niet goed, maar het is niet erg, het hoort erbij als je een mens bent en je moet er om kunnen lachen. Als je dat door hebt, ben je ook al een beter mens.’
‘Ik schrijf ook niet vanuit de ambitie bij te moeten dragen aan de literatuur. Het zou leuk zijn als ik het doe, maar het is niet mijn doel. Het gaat er bij boeken niet om of het literatuur is, het gaat erom wat het met je doet. Al komt dat meestal wel overeen. Als ik een boek lees moet het me raken, me aan het denken zetten. Het leven is verrukkulluk van Campert heeft me bijvoorbeeld enorm geïnspireerd. Ik hoop trouwens niet dat hij boos is dat ik z’n titel heb gepikt. Maar dat vond ik in ieder geval een heerlijk boek, ik begreep het nu ook beter. Brandende liefde van Jan Wolkers en The Catcher In The Rye van Salinger zijn ook echt prachtig. Maar mijn beslissende boek was Kartonnen dozen van Tom Lanoye. Daar werd ik heel gelukkig van. Het is bijna wiskunde hoe die hoofdstukken in elkaar zitten. Ik ben niet letterlijk daarom gaan schrijven, maar het boek heeft me zeker geïnspireerd. Ik wou andere mensen net zo gelukkig maken als ik werd van het lezen van Kartonnen dozen, ik wou ook laten zien dat het leven wel mooi is.Tom Lanoye is ook zo’n wijs mens, zo wil ik wel worden. Hij heeft zoveel te vertellen. Bij de meeste mensen is dat heel vervelend, maar bij hem is het leuk. We hebben ooit samen geluncht, en dat was heel prettig. De zon scheen en hij praatte aan één stuk, heel inspirerend. Ik weet niet meer waar het over ging, maar ik voel nog steeds de warmte die hij over zich heen heeft hangen.’
‘Het liefst doe ik het eigenlijk allemaal: het schrijven van een misdaadroman, spelen in een goede film, iets in de trant van Pulp Fiction bijvoorbeeld, of verder met de band waar ik in zing. Als ik op de fiets zit zie ik de videoclip al voor me. Als mensen ernaar kijken zullen ze zien dat mijn boeken en muziek hetzelfde zijn, ze ademen hetzelfde gevoel. Het is ook allebei niet briljant, maar het is ik, en het is eerlijk. Ik wil mijn eigen videoclips, bij Top of the Pops stomme danspasjes doen en de videoclips van TMF en MTV op de hak nemen. Als ik terugkom uit New York ga ik daar achteraan.’

Dit interview verscheen in het nov-dec 2005 nummer van Passionate Magazine.

Door: Diana Chin-A-Fat

Een gedachte over “Raoul de Jong: De literaire wereld is echter

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s