Triggerhappy

1

De eerste avond stonden de sterren, en dat waren er nogal wat – duizenden zo zonder grotestadslicht – boven het huis en de omringende bergen geparkeerd, zonder op te schuiven of in te schikken. De hemel leek een kunstwerk, alsof het doek was weggetrokken en de lucht zojuist onthuld. In Den Haag keek Frank zelden naar de sterren; een enkele keer daargelaten, op kerstavond bijvoorbeeld, of als Nicole en hij bezoek uitlieten. Naar de hemel turen bewaarde je onbewust voor als je op vakantie was en nauwelijks
iets omhanden had.
Later die avond kregen ze ruzie, moe als ze waren van de lange reis naar de Haut-Languedoc en moe van wat ze van thuis met zich meedroegen, onuitgesproken zaken; en ten slotte vielen ze in slaap. Het met elkaar goedmaken zou tot de volgende dag moeten wachten.

De veldkrekels, forse exemplaren, die al vroeg in de middag
met tjirpen begonnen, vulden de lucht en daarmee
de middag.

In de struiken rond het zwembad huisden de horzels, die tevoorschijn kwamen als je het water verliet en zich eenmaal in de nabijheid van een natte rug, schouder of dijbeen niet eenvoudig lieten wegbonjouren.
Tweemaal per week kwam een man die het zwembad bijhield het terrein van Villa Aurora op. Een man die zo vroeg en stilletjes arriveerde dat je hem niet hoorde. Dat hij was langs geweest, leidde Frank af uit het feit dat het terrasmeubilair was opgeruimd en het zwembadwater lichter blauw was.
Frank zou de schoonmaker niet éen keer treffen, alsof deze hem ontweek; hoewel Frank een lichte slaper was die in Den Haag meestal van het minste gerucht wakker werd en dan beneden controleerde of alles in orde was – op de waakzaamheid van de hond had Frank nooit durven vertrouwen – en daarna stil in bed schoof om Nicole niet te wekken, zoals hij Juliette indertijd evenmin had gewekt tijdens zijn nachtelijke rondes.
De olijfbomen opzij van het huis waren fors gesnoeid en zouden voorlopig nauwelijks vruchten opleveren. Ze waren gekortwiekt omdat ze licht wegnamen van het terras bij het zwembad wanneer de zon van de berghelling naar beneden kroop en achter de olijfbomen verdween.
Voortaan deed de zon een uurtje langer mee.
Er waren de bloeiende cactussen; en de paarse lavendelvelden in de vallei en tegen enkele berghellingen, velden die zo sterk geurden dat het leek of iemand met een spuitbus in de weer was geweest. De lucht zelf was blauw als het zwembadwater in de diepte eronder, maar dan zonder
rimpels en kringen.

In de verte lagen de Pyreneeën; achter hun hoge toppen ontvouwde zich het Spaanse land. Er was de bergwind die plotseling kon opsteken en geen koelte bracht, want het was een warme wind die over de hoogvlakte ging.
Maar er was ook de wind die van zee kwam en aan het einde van de ochtend fris aanwakkerde, en deze koele wind herinnerde Nicole aan die andere zee, veertienhonderd kilometer verderop, waar haar kinderen woonden, anderhalve dag rijden hiervandaan.
Al met al hadden ze het naar hun zin, meende Frank, ook al zaten ze niet in Spanje, zoals Nicole als vakantiebestemming had geopperd, noch in Italië of Portugal.

Tegen elven parkeerde Frank voor de Intermarché in Lézignan en om halfeen reden ze terug. In Olonzac, het laatste grotere plaatsje in de buurt van hun vakantieverblijf, stelde Frank voor wat te drinken. De zon scheen zonderde zaak te overdrijven en de terrassen zaten vol, maar ze vonden een tafel.
‘Wil je een wijntje?’ vroeg Nicole.
‘Straks misschien. Ik moet nog rijden, dus ik wacht wel tot we thuis zijn.’
‘Het is van hier naar huis een kippeneindje,’ zei Nicole.
‘Daarbij, die Fransen om ons heen zitten allemaal aan de wijn en die laten hun auto echt niet staan, hoor.’
Ze vroeg de ober die de uitkomst van het beraad ongeduldig had afgewacht om een karaf witte wijn, die in een oogwenk op tafel stond.
‘Kom lieverd,’ zei Nicole, ‘ontspan eens. We zijn op vakantie.
Zelfs ik begin er zin in te krijgen.’
‘Had je dat dan niet,’ vroeg Frank, ‘zin in vakantie?’
‘Bij mij duurt het altijd even voordat ik ergens zin in heb, dat weet je toch?’
Nicole hief haar glas en tikte het glas van Frank aan.
‘Maar als ik eenmaal zin heb…’
Frank pakte zijn glas en hield het omhoog. ‘Daar drink ik op.’

Aan het einde van de tweede dag zag Frank het bliksemen boven de Pyreneeën; maar het onweer haalde Mont Céleste, de berg waarop Frank en Nicole verbleven, niet.
De bergen stapten uit de regenwolken tevoorschijn, indrukwekkender dan ze zich eerder hadden voorgedaan, en leken iets te zijn gegroeid.
‘Weet je,’ zei Nicole toen ze ’s avonds bij het zwembad zaten, ‘ik vind het geweldig hier, een heerlijk huis, praktisch ingericht, alles doet het zowaar, alle apparatuur en geen kraan die druppelt of lekt en geen lamp die vervangen moet worden, dat maak je niet vaak mee in vakantiehuizen, en dan de ligging in de natuur… En toch, het klinkt misschien gek, maar ik zou het niet eens zo erg vinden om morgen terug te gaan naar Den Haag. Ik mis de zee.’
‘Meen je dat nou?’ vroeg Frank verbaasd. Maar in zijn hart verlangde ook hij soms naar de geur van de Noordzee die met grote regelmaat de Sportlaan aandeed.
‘Begrijp me niet verkeerd,’ zei Nicole, ‘ik heb het naar mijn zin hier, daar-niet-van, maar als we overmorgen wakker werden in Den Haag zou ik dat niet eens zo erg vinden, wil je dat geloven?’
‘Nee,’ antwoordde Frank, ‘daar kan ik me niets bij voorstellen, eerlijk gezegd. Ik begrijp werkelijk niet waar je het over hebt.’
‘Als het je hier zo goed bevalt,’ zei Nicole, ‘waarom kun je dan geen seconde stilzitten? Is er iets dat je zo onrustig bent, zit je iets dwars?’

In de schaduw van de platanen bracht Frank veel van zijn tijd naast het zwembad door. Nicole deed de tuin. De eigenaar had met klem verzocht om de bloemen regelmatig water te geven, vooral de bloeiende oleanders, anders waren die vanwege de brandende zon binnen de kortste keren weg.
Later op de dag maakte Nicole iets eenvoudigs, want ze had geen zin om uitgebreid te koken en op hulp van Frank hoefde ze opnieuw niet te rekenen als ze hem zo bij het zwembad zag. Had hij zich ten tijde van zijn huwelijk met Juliette ook zo gedragen, of had hij toen vaker de handen uit de mouwen gestoken? Dat moest ze hem toch eens vragen, zonder dat hij haar vraag als een persoonlijke aanval zou uitleggen.
Hij zag er goed uit, vond ze. Bij zijn slapen werd zijn haar wat dunner, maar hij was nog altijd jeugdig en aantrekkelijk. Jammer dat ze tegenwoordig zo weinig samen deden.
Vroeger tennisten ze; maar áls Frank dat nog deed, tenniste hij met vaste tennisvrienden, en niet met haar.
Frank was lastiger in de omgang dan ze had verwacht.

Op een avond wandelden ze het weggetje af dat langs hun vakantiehuis omhoogliep en kwamen bij een splitsing. Links in het gras stond een roestbruin stalen kruis op een voetstuk, opzij ervan piekte een hoge houten paal; daar hing de kabel aan die het handjevol bungalows en villa’s op Mont Céleste van elektriciteit voorzag.
‘Het lijkt wel een graf,’ zei Nicole. Ze wees naar de steen en het kruis.
‘Dat is het ook.’
Een vogel wiekte boven de velden en landde in een van de bomen op de nabije heuvelrug.
‘Daar hebben we het nooit over gehad,’ zei Frank, ‘over wat er moet gebeuren als een van ons komt te overlijden. Waar wil jij komen te liggen bijvoorbeeld, hier?’
‘In deze verlatenheid?’ reageerde Nicole. ‘Alsjeblieft niet, zeg.’
‘Ik wel,’ zei Frank. ‘Aan rust geen gebrek.’ Zoals vaker vond Nicole het moeilijk uit te maken of Frank meende wat hij zei.
‘Jij liever dan ik,’ vervolgde Nicole. ‘Ik zou hier niet dood aangetroffen willen worden. Nee, in Den Haag natuurlijk, daar wil ik begraven worden. Maar waar in Den Haag, tja, daar vraag je me wat.’
En wilden ze bij elkaar komen te liggen, Nicole en hij, aan het eind van de rit? Daar was Frank opeens niet honderd procent zeker van. Tot voor kort was het bij elkaar begraven worden voor Frank een uitgemaakte zaak. Maar opeens twijfelde hij. En wat wilde Nicole?
‘Doe me een lol, Frank,’ zei Nicole. ‘Zullen we het daar een andere keer over hebben? We zijn op vakantie,
weet je nog?’ Ze keek hem bezorgd aan. ‘Waar zít je met je gedachten?’
Ze streek over zijn haar. ‘Ik hoef me toch geen zorgen over je te maken, lieverd, of wel soms?’

Terwijl ze terugliepen naar hun vakantiehuis gloeide de lucht boven hen roze en rood aan. De zon was aan haar dagelijkse landing begonnen, spoedig hield ze het voor gezien.
Frank tastte naar de hand van Nicole en kneep er ter geruststelling onnadrukkelijk in; alsof hij daarmee de eventueel bij haar ontstane twijfel over zijn opmerkingen van zo-even de baas kon. Een gebaar dat hem des te gemakkelijker afging omdat hij voor zichzelf de balans had opgemaakt. Hij zou niet in Den Haag begraven worden.
Of Nicole hem wel of niet tot in het graf zou vergezellen,
was geen vraag waar hij vannacht veel slaap aan zou verliezen.
Andere zaken hielden hem bezig.

Triggerhappy van Bart Chabot verschijnt 31 oktober bij De Bezige Bij.  256 blz., ISBN: 978 90 234 7358 9,  verkoopprijs ca. € 19,90

Bart Chabot (1954) is dichter, schrijver en de biograaf van Herman Brood (Up On The Hilton Roof). In 2011 verscheen Diepere lagen, een aangrijpend relaas over de ziekte die hem trof. Triggerhappy is zijn eerste roman.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s