Kees Engelhart: ‘Ik kan de werkelijkheid onmogelijk serieus nemen’

Kees Engelhart publiceert regelmatig op Passionate Platform en voorheen in Passionate Magazine. Naar aanleiding van het verschijnen van zijn jongste bundel, Woedende dansen kunnen niet zingen, liet hij zich interviewen door Levity Peters. Binnenkort debuteert Levity Peters zelf bij de uitgeverij waar Kees Engelhart zijn bundels uitbrengt, De Manke God. Een gesprek over het onbenoemde willen vangen in gedichten, leren lief te hebben, en het gegeven dat er nog veel ergere werelden zijn dan die der dichters.

P.- Ik krijg de indruk dat je zo exact mogelijk probeert het onbenoembare te benaderen maar het niet vast wilt pinnen, zodat je niet hoeft te zeggen: dit is het.
E.- Je bedoelt: wat voor mij onbenoembaar is? Ja dat is waar, of dat voor anderen evenzo geldt, kan ik je echt niet vertellen. Ja, het onbenoembare is niet vast te pinnen, dat is wat het onbenoembaar maakt. Verrassend, zich nimmer schikkend naar het voorspelbare. Grillig, niks voorbestemming, je weet het gewoonweg niet. Volgens mij geldt dat voor iedereen. Ik weet gewoon niet of dit het is bijvoorbeeld, dat ik sterk geneigd ben te denken dat dat wel degelijk het geval is, is onbelangrijk.

P.- Het lijkt wel of je plezier hebt in juist de onzekerheid die dat schept. Angst als motiverende emotie voor vrijheid.
E.- Nou ja, onzekerheid; daar zit wel wat in, maar toch: ik ben niet zo onzeker. Maar toch ook wel een beetje, net als iedereen. En zodoende heb ik er uiteindelijk toch dat, wat jij noemt, plezier in gevonden, en beslist ook een soort streven naar vrijheid, welke uiteindelijk toch altijd weer relatief is. Het is zoals het is, en het gaat zoals het gaat, daar heb ik vrede in leren vinden. Voor lange, duistere tijden is dat in mijn leven zeker het geval niet geweest. Ik heb zwaar geleden onder futiele en grote angsten. Uiteraard altijd van beangstigend persoonlijke aard. Wat anderen van jouw angsten vinden, daar heb je in de regel geen idee van: wie heeft het er nu met een ander over zijn angsten?
Dat komt weinig voor. Daarom richt ik mij, waar het mijn angsten betreft, op mijzelf alleen. Ik kan mijn angsten aan niemand beter uitleggen dan aan mijzelf. Daarbij is, voor mij helaas, ook komen te horen, het is slechts een voorbeeld en niet maatgevend, de beklemmende werkelijkheid van de wereld der dichters. Die eeuwige angst er bij te moeten horen: vreselijk. Daar lijden ze stuk voor stuk onder. Ik wil dat niet. Ik laat mij niet door elke ongeschreven wet willoos leiden. Ik ben vrij! Geen concessies. Hierin is de dichterswereld gelukkig niet uniek: er zijn nog veel ergere werelden dan die der dichters. Doodeng gewoon, zoveel als dat er zijn. Dat is wat angst ook kan doen: je vrij maken, vrij van al die werelden. Evenzogoed heb ik heel die dichterswereld, en al haar inhabitanten innig lief. Net als de bewoners van de grote echte wereld. Zelfs diegenen waarvan ik vroeger dacht dat zij minne personen waren, heb ik leren lief te hebben. En dat zonder geloof, hoewel ik beweer de meest gelovige ongelovige ter wereld te zijn. Of ik wil of niet maak ook ik deel uit van de wereld, en vertoon net als iedereen alle goede en kwalijke eigenschappen die binnen een dergelijke gemeenschap passen.

Op mijn dichten heeft een en ander hoegenaamd geen invloed. En daar ben ik blij om. Die instelling heeft bijvoorbeeldWoedende dansen kunnen niet zingen opgeleverd. Geweldig! En weet je: nog geen bundel verkocht. Dat maakt mij zo blij. Niemand kan er, behalve wat fragmenten, werkelijk van weten. In die wereld doen wij alsof wij veel van elkaar weten, maar in wezen, ook ik maak mij daar schuldig aan, kopen wij elkaars bundels niet. Waarom dat zo is, het is mij een raadsel. Het zal met verregaand egocentrisme te maken hebben. Narcisten, ook ik. Daarom wel echter kan ik blijven dichten zoals ik dichten wil. Compromisloos. Eigenzinnig. Heerlijk.

Engelhart1

P.- Het is een soort sardonische humor waarmee je de werkelijkheid lijkt te benaderen. Een serieus te nemen futiliteit; grimmig en licht tezelfdertijd. Futiliteit is niet het juiste woord. De werkelijkheid, continu in verandering. Dat is een betrouwbare basis.
E.- Kijk,  je hebt gelijk, ik ben deze mening oprecht toegedaan: voor mij is het onmogelijk de werkelijkheid serieus te nemen. Ik kan slechts een enkel ding: kijken! Ik heb nergens een mening over. De enige kanttekening die je plaatsen kunt is: dat wat gezien wordt, gezien kan worden, door de lezer bedoel ik dan, door mij bepaald wordt. Dat is alles. In dat opzicht zou je dat een mening kunnen noemen. Een persoonlijke dichtersmening ten aanzien van het aanschouwde en beschrevene, zal je bij mij echter lastig vinden.
Dat is een standpunt. Ik weet te weinig, ik ben een simpel mens: hoe kan ik oordelen dienaangaande? Ik ben niet laf, maar stel mij bij voorkeur bescheiden op. De werkelijkheid is verandering per definitie. Als zodanig zijn er nauwelijks feiten. Niet meer dan veranderende feiten, in ieder geval. Ik heb het niet over de wetenschap. Dat is een fundament te noemen, of het stevig is weet ik niet, maar wel betrouwbaar in zijn onzekerheid. Ontegenzeggelijk.

P.- De drie gedichten ‘Geweest’ vond ik verhelderend. Drie manieren waarop je de werkelijkheid van zowel jezelf als van de ander benadert, en op een zodanig losse manier, dat je de indruk krijgt dat er nog meer mogelijkheden zijn. Die je aan de lezer over laat. Je zet de zaken op een zo stevige manier op losse schroeven, dat je bijna niet durft te denken dat dit het hele verhaal is. Je drukt de lezer met de neus op de verblijdende onzekerheid van het bestaan: onnadrukkelijk maar stellig.
E.- Nou, inderdaad, zo lollig is het bestaan niet. Ik vraag mij weleens af, een onzinnige vraag natuurlijk: als ik de keuze zou hebben gehad te bestaan of niet te bestaan, wat op zich al onmogelijk is, die keuzemogelijkheid, dan had ik natuurlijk onmiddellijk voor het eerste gekozen. Spannend. Maar, het is veelal een lijdensweg, opgevrolijkt door wat aangename incidentele sentimenten. En daar moeten we het dan mee doen, en dat doen wij, ik in ieder geval, dan ook. Ik weet niet of ik het een aangename, dan wel onaangename gedachte vind dat ik, terwijl ik dit vertel, een minuut later eenvoudigweg het leven laten kan. Verblijdend, zeg je dan. Je moet je te weer stellen, dat is hoe ik erover denk.
Vroeger dacht ik heel goed te weten wat werkelijkheid is, heden ten dage ben ik het spoor totaal bijster. In ieder geval houd ik mij vast aan een idee dat de werkelijkheid een fenomeen is dat van seconde tot seconde een andere vorm aanneemt. In dat opzicht is de werkelijkheid vluchtig; gelukkig desondanks kan ik mij daar enigszins een voorstelling van maken: hoe zoiets werkt.

P.- Op verschillende plaatsen wijs je op willekeur: ‘Men kiest een vorm’. Om dat te eindigen met: Gelijk alle fenomenen / Hun bestaansrecht ontlenen / Aan lust en macht / Het zij zo. Het lijkt te verwijzen naar iets groters wat zich via de mens uitdrukt. Hij kiest wel, maar kent zijn drijfveren niet. Hij denkt wel dat hij ‘iets’ is, maar onderworpen aan het boven- of buitenmenselijke. Maar wat hij ook kiest; het is het juiste, want zijn verantwoordelijkheid.
E.- Natuurlijk is het veronderstelde willekeur, wat hebben wij al met al te kiezen. Er zijn grotere driften die ons naar het einde bewegen. Driften waartegen wij niets in te brengen hebben. Beschaving: mij beschaafd gedragen, kost, mij in ieder geval,  altijd inspanning. Liever zou ik mijn aandriften volgen. Ik ga er dan ook vanuit dat ik mij dan meer dier zou voelen: eerder tevreden, geen idee van noodlot, wat zei Nietschze ook weer: onhistorisch zijn. Dat zou ik ook willen. Weten te overleven, maar geen idee wat mij morgen te wachten staat. En daarmee ook niet bezig zijn. Dr. Fritz Perls schiet mij ook opeens, maar niet zomaar, te binnen. Al die angst op termijn, daar heb ik een broertje dood aan: hij heette Chris overigens.

P.- Het aangrijpen van de verantwoordelijkheid, daarin ligt de ernst van de bundel. En de roes. Het bewustzijn van de kracht van een aanvaard lot: Dit is wat mij te doen staat. Dus doe ik dat in volle overgave. En met de grootst mogelijke perfectie. En met de ruimst mogelijke visie. De angst die nergens afwezig is, de diepste menselijke emotie, als de noodzakelijke weerstand om vrijheid te zoeken, en als discipline te nemen: Men zoekt een vorm…
E.- Ja, een noodzakelijkerwijs aanvaard lot, wat moet ik anders. Klagen leidt tot niets. Die overgave… het is een raadsel: ik wil dichten. Van kindsbeen af aan heb ik altijd willen dichten. Ik probeer mijn leven om te zetten in gedichten. Gewoon omdat ik niets anders bedenken kan. En dan, langzamerhand ga je een soort perfectie nastreven, in ieder geval iets wat jouw goedkeuring weg kan dragen. Men zoekt een vorm: inderdaad, ik zoek de mijne. Mijn levensvorm. Daar wijk ik nooit vanaf… dat is mijn verantwoordelijkheid. Niet alleen ten opzichte van mijzelf alleen, maar zeker ook ten opzichte van de klaarblijkelijk noodzakelijke hypocrisie van de mensheid in het bijzonder. Ik ben een simpel dichter, een eenvoudig mens, ik weet weinig, en alle informatie mij toegekomen is verstoord, dat weet ik zeker. Daarom wend ik mij tot de gevoelsmaat: intuïtie is mijn instinct: mijn instinct is mijn oudste bezit. Dat is het fundament van Woedende dansen kunnen niet zingen.

Woedende dansen kunnen niet zingen van Kees Engelhart is verschenen bij De Manke God. Meer info op www.demankegod.nl.

Door: Levity Peters.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s