PPartikel Bertram Mourits header

Financiële crisis en fictie: over literatuur en de harde werkelijkheid

De wereld verandert onophoudelijk onder invloed van de financiële crisis. Het kan niet anders, of dat geldt na verloop van tijd ook voor de wereld in romans. Aan de hand van enkele romans die zich afspelen in New York, Londen, Amsterdam – en soms ook over de rest van de wereld – laat Bertram Mourits zien hoe literatuur omgaat met de werkelijkheid. Kunnen we er iets van leren, of houden schrijvers als Zadie Smith, Tom Lanoye, John Lanchester, Martin Amis en Thomas van Aalten ons juist de meest duistere spiegels voor? En hoe duur zijn de huizen in romans tegenwoordig?

Caitlin Moran is Londen een beetje beu. Het blijft de beste stad ter wereld om te wonen, maar de vraag is hoe lang dat nog zo blijft. Londen is een stad als een gokmachine, schreef de auteur en journaliste begin november 2013 in haar Times-column: je trekt aan de hendel en je hebt geen idee wat eruit komt: kersen, citroenen, winst of verlies, alle mogelijkheden liggen open.
Maar sinds een paar jaar is er een ontwikkeling gaande die even prozaïsch als noodlottig is voor de toekomst van de stad: huizenprijzen zijn de pan uit gerezen. Geen starter kan zich meer een woning veroorloven, laat staan dat bijvoorbeeld een beginnend journalist zonder al te veel opdrachten de huur kan opbrengen, zoals Moran jaren geleden. Als dat zo doorgaat, wordt Londen een geestelijk armoedige stad, aldus Moran. Goed nieuws voor de rest van het land, want al die creativiteit moet ergens heen. Maar Londen? ‘Dat zal zichzelf eindeloos in de spiegel van de Thames blijven bewonderen, tot op een dag blijkt dat de rivier is opgedroogd en de stad leeg, op skeletten en slecht geld na.’
De huizenprijzen zijn niet pas dit jaar gestegen, maar het begint nu wel op te vallen: er komt geen nieuw bloed meer bij. Bovendien, sinds 2008 is de glorie van wat er de jaren daarvoor binnenkwam nogal verbleekt: de financiële crisis heeft het centrum van de financiële wereld hard geraakt.

Financiële ijdelheden

Finan1.jpgLonden was lang niet altijd dat centrum – het was New York dat zich geruime tijd de hoofdstad van het geld mocht weten. Op het hoogtepunt van New Yorks financiële glorie schreef Tom Wolfe zijn roman The Bonfire of the Vanities (1987). Hoofdpersoon Sherman McCoy belichaamt het nieuwe New York, en dan vooral Wall Street. In deze jaren is dat op zijn sterkst en luidruchtigst. ‘Master of the Universe’ noemt McCoy zich zonder een spoor van ironie, en hij waant zich dan ook onkwetsbaar, zowel op zijn werk als in zijn eigen leven.
Wanneer hij met zijn vriendin een verkeerde afslag neemt, gaat het fout; ze rijden iemand aan en geheel tegen de verwachtingen worden ze opgespoord en komt McCoy voor de rechter. Het resultaat maakt dan al niet meer uit, de Master of the Universe is kwetsbaar gebleken en met groot genoegen beschrijft Wolfe de ondergang van zijn hoofdpersoon. Helemaal vrij van moralisme is hij daarbij niet; de titel lijkt te refereren aan een gouden kalf-achtig scenario.
Het klinkt bijna idealistisch, vergeleken met de situatie waar we nu mee te maken hebben gekregen. Bij Wolfe is het systeem op zichzelf niet verrot: het zijn de mensen die er misbruik van maken, en die in dit geval nog om hun loontje komen ook.
Een stap verder gaat regisseur Oliver Stone, die aan het slot van zijn film Wall Street (1987) subtiel in het midden laat hoe het op termijn zal aflopen. Ja, Gordon ‘Greed is good’ Gekko zal wel de gevangenis indraaien, waarschijnlijk net als zijn protegé en kompaan – maar dan al is duidelijk dat diens talent op waarde wordt geschat door de sector. Veroordeeld of niet: hij kan een baan overhouden aan de geschiedenis.
Finan2En met zo’n cynische wending komen we in de buurt van het bankwezen zoals ons dat de afgelopen jaren in een crisis heeft gestort. Want het systeem bleek aanleiding te geven om zwakke plekken uit te buiten, in plaats van te versterken. Rijkdom bestond uit fictief geld, afkomstig uit een soort omgekeerd piramideschema dat niet alleen de schuldenaren in problemen bracht, maar al snel zo’n beetje de hele Westerse wereld.
Het is een cynisch beeld: de hypotheekadviseur die het mogelijk maakte dat mensen voor een habbekrats langdurige verplichtingen konden aangaan, was in veel gevallen een goed mens dat echt meende dat hij of zij de wereld vooruit hielp door aan mensen die dat helemaal niet konden betalen een huis binnen bereik te brengen. Geen Gekko, geen McCoy, maar een lieve burgerman met een baan bij een bank.
Het systeem echter heeft het mogelijk gemaakt dat er veel geld verdiend kon worden op een risico, en zo werd het kwetsbaar. Maar die adviseur, die bedoelde het goed en hield met een vriendelijk gebaar de poort naar de hel open.

Teleurstellend eindejaars-extraatje
Finan3.jpgVoor dit soort mensen heeft de Britse auteur John Lanchester oog in zijn roman Capital. Die verscheen vorig jaar, toen New York zijn prominente positie allang had verloren aan Londen – sinds decennia het midden van de financiële macht.
Het uitgangspunt van zijn roman is een straat: Pepys Road, in het zuidoosten van Londen, waar de huizenprijzen de pan uit zijn gerezen. Dat is niet zo heel interessant voor de weduwe die er haar laatste jaren slijt, maar het is handig voor de talentvolle Senegalese voetballer die een goeie woonplek zoekt, zij het niet meteen in het landelijke Surrey. Fijn ook voor de talrijke bouwvakkers die kelders mogen uitgraven en dakkapellen opbouwen. En het is relevant voor de succesvolle bankier Roger Yount, die weliswaar een fijn salaris heeft, maar die desondanks compleet afhankelijk is van de enorme bonussen die worden uitgereikt aan het eind van het jaar. Een bedrag van zeven cijfers heeft hij nodig, éigenlijk, al is dat misschien wat hoog gegrepen. Maar de optelsom aan uitgaven – vooral van zijn vrouw – maakt dat de nood hoog is geworden.
Het probleem is: er beginnen wat barstjes te ontstaan in de ogenschijnlijk onverwoestbare sector waarin Yount actief is. En hij heeft die geluiden ook wel gehoord, maar ze zullen hém toch niet aangaan?
Wanneer zijn bonus niet eens de zes cijfers haalt, realiseert hij zich dat hij zijn levenspatroon ingrijpend zal moeten veranderen (zijn vrouw misschien nog wel meer). Wat hij zich niet realiseert is dat hij met dit teleurstellende eindejaars-extraatje pas aan het begin van de ellende staat. Een ambitieuze medewerker is ondertussen bezig met shady deals die in eerste instantie flinke winsten opleveren. Type Sherman McCoy uit The Bonfire of the Vanities, een ‘master of the universe’ die compleet roekeloos te werk gaat en het soort denigrerende mailtjes schrijft waarover we nu zo geschokt reageren wanneer ze uit de archieven van Goldman Sachs komen (‘klanten zijn muppets’) of van de Rabobank (‘Aaah mijn arme klanten’).

Compassie
Dat blijft niet goed gaan – evenmin als het goed ging met Goldman Sachs of de Rabobank – en wanneer er opeens een enorm bedrag verloren gegaan blijkt te zijn, wordt niet alleen de bankier in kwestie geofferd, maar ook diens superieur: Roger Yount dus, die zijn ondergeschikten er blijkbaar onvoldoende onder wist te houden.
Niet alleen is er geen bonus meer, er is gewoon helemaal geen geld meer. Het is opmerkelijk met hoeveel compassie Lanchester over dit personage schrijft. Hoewel de bankier uit eigenbelang handelde, voel je dat Lanchester op zoek is naar de kiem van menselijkheid in deze hoofdfiguur – die hij daarom portretteert als bijna romantische idealist, een natuurmens (zij het dat die eigenschap pas opduikt wanneer hij een affaire met de oppas overweegt).
Nu de wereld steeds chaotischer wordt, wordt de roman weer ‘experimenteel’ in de negentiende-eeuwse zin van het woord. Literatuur is een laboratorium: creëer een wereld, gooi er personages in, confronteer ze met onverwachte omstandigheden, en beschrijf wat er gebeurt. Flaubert deed het zo, Louis Couperus ook, en John Lanchester staat in deze traditie met zijn omvangrijke boek. Geen vormexperimenten in deze roman, maar een zo grondig mogelijk beeld van de werkelijkheid. Die vraagt om de aandacht en is ook zonder vormexperimenten al ingewikkeld genoeg.
Finan4.jpgWat dat engagement voor John Lanchester persoonlijk betekent, is nogal ontwapenend. Als kind was hij bang voor de abstractie van pinautomaten, zo simpel is het. Wat je niet ziet, kan niet bestaan. Bij hem geen moralisme zoals bij Tom Wolfe. Nee, hij maant tot voorzichtigheid, zoals in een interview in NRC Handelsblad. ‘Zet vraagtekens bij je verlangens,’ suggereert hij. En, simpel maar uiterst relevant: ‘overweeg de risico’s bij het afsluiten van een hypotheek.’ Het is een gevoel voor understatement dat ook zichtbaar is in zijn grappig geschreven maar overigens bloedserieuze analyse van de crisis met de omineuze titel Whoops! uit 2010.
Lanchester is mild over zijn personages – maar steeds minder over het systeem waarin ze moeten functioneren. Hoe absurd het gedrag ook is van het bankiersechtpaar dat zichzelf kapot consumeert, je krijgt gek genoeg toch begrip voor ze. Ze proberen het net zozeer te rooien als de asielzoeker die een illegaal baantje als parkeerwacht heeft.
Maar met het systeem heeft Lanchester weinig mededogen. Alleen is het lastig om voor het falen daarvan daders aan te wijzen. Ons aller hebzucht heeft het mogelijk gemaakt dat we op een zorgvuldig gecreëerde maar hoogst instabiele luchtbel leven.

Nog meer geld in Londen
Finan5.jpgEen van de beroemdste levende Engelse schrijvers, Martin Amis, heeft met een lange tussentijd twee romans geschreven waarin geld centraal staat. Ook die twee boeken laten zich tegenover elkaar plaatsen, en ook bij Amis kruipt het mededogen waar het niet gaan kan.
Zijn vroege klassieker Money (1984) dateert zelfs nog van voor de allergrootste financiële decadentie, maar het is duidelijk dat hij die wel zag aankomen. Money is een jaren-tachtigboek in de traditie van Wolfe’s Bonfire of the Vanities. Hoofdpersoon John Self (duidelijk een speaking name) is een reclamejongen die een film aan het maken is, die Good Money of Bad Money moet gaan heten, daar zijn de geldschieters nog niet helemaal uit.
Een vreselijke man aan wie de lezer toch geen hekel krijgt omdat zijn motivatie, zeg maar gerust zijn angst zo herkenbaar is: uit vrees de boot te missen wil hij alles ervaren en dat probeert hij zonder aanziens des persoons. In elk geval is geld het middel, en Self doet alles wat hij kan om eraan te komen.
Het wordt een abstract genoegen en als je uit de context citeert, klinkt Amis een moment bijna profetisch: ‘als we ophielden te geloven in geld, zou het binnen tien minuten niet langer meer bestaan.’ Wat John Self (of misschien Martin Amis) toen niet voorzag, is dat het gevolg van dat demasqué niet betekent dat we terug zouden gaan naar een zuiverder wereld, maar dat dit wantrouwen in geld en financiële instituties onze wereld op de rand van de afgrond wist te krijgen.
In 2012, op het hoogtepunt van de financiële ellende dus, verscheen Amis’ roman Lionel Asbo, met de opmerkelijke ondertitel ‘State of England.’ Die titel is opmerkelijk omdat het boek weliswaar over geld gaat, maar op het eerste gezicht geen analyse van Engeland lijkt te zijn.
Finan6.jpgHoofdpersoon is een petty criminal die een winnend lot gekocht blijkt te hebben en die in een klap multimiljonair is, iets wat hij in de gevangenis verneemt, en wat een cipier doet verzuchten: ‘God heeft gevoel voor humor’. Verbluffende rijkdom, een ongewone stand van zaken voor iemand wiens leven draait om ‘prison and porn’.
Amis bekommert zich in dit boek niet om de problemen van de gewone man in Londen – en hij schrijft ook niet om het financiële systeem te ontmaskeren. Maar zijn gedachte-experiment is leuk: wat gebeurt er wanneer een draaideurcrimineel opeens de rijkdom van een bankier verwerft? Gaat hij er verantwoord mee om?
Nee, natuurlijk niet, maar anders dan bankiers, reclamejongens, of terroristen, maakt Asbo geen groter geheel kapot. Deze slechterik is hanteerbaar, zozeer zelfs dat je hem maar nauwelijks nog een slechterik durft te noemen – meer iemand met een beetje pech en een kort lontje.

Ons taalgebied
Ook in het Nederlands zijn er wel enkele boeken geschreven waarin de financiële crisis een rol van betekenis speelt. Niet eens zo heel veel, en dat terwijl je volgens Tom Lanoye moeilijk anders kan. In een interview met Humo legt hij uit: ‘De financiële en economische crisis vormt een ongelofelijke arena voor wie, zoals ik, wil schrijven over het hier en nu.’ Schrijven over hier en nu deed Lanoye altijd al: van zijn columns tot en met zijn Shakespeare-bewerkingen, zijn Stadsgedichten en het pamflettistische Fort Europa: hij is betrokken en verdiept zich.
En als betrokken Vlaming stemt de financiële wereld hem niet vrolijk: ‘Het is een feodaal systeem met een top waaraan niemand wil of durft raken. Een financieel-feodale aristocratie, die zich boven de wet stelt.’ Vanuit dat idee schrijf hij recent Gelukkige slaven, een roman waarin twee hoofdpersonen een naam delen – en ook de angst voor een bestaan dat ze niet kunnen beheersen.
De ene Tony Hanssen is een voormalig organisator van cruises, bij uitstek een microkosmos die beheersbaar lijkt te zijn voor wie zich aan boord bevindt, de andere een ict-specialist die weliswaar enig inzicht heeft in de gevolgen van de moderne tijd voor de privacy, maar die de controle snel verliest.
Finan7.jpgHet is voor Lanoye de kern van de problematiek: het ‘systeem’ (ook hij gebruikt het woord regelmatig) is te ingewikkeld geworden, en niemand is meer aansprakelijk.
Net als John Lanchester maakt ook Lanoye grote sprongen in zijn roman. Het gaat hem niet alleen om de hoofdpersonages, het gaat hem er ook om iets over de wereld te zeggen. De boeken van Lanchester en Lanoye zijn kaleidoscopisch, in een traditie die doet denken aan laat negentiende-eeuws realisme; bij uitstek een periode waarin men de werkelijkheid probeerde te begrijpen via de literatuur. Hugo, Dickens, Zola: behalve rijk aan verhaallijnen en personages zijn het ook boeken die getuigen van menselijke betrokkenheid.
Daartegenover staat Thomas van Aalten, De schuldigen (2011) – een van de meest duistere boeken die de crisis hebben opgeleverd. ‘Welkom in de machine,’ zegt het ene personage tegen het andere wanneer duidelijk wordt hoe erg de crisis gaat worden, en de suggestie is duidelijk: er is een mechanisme in gang gezet dat door niemand meer valt tegen te houden. Van Arthur Koestler tot Pink Floyd heeft dit beeld een rijke traditie en daar speelt Van Aalten ook mee. Er zitten spoken in machines: in cola-automaten, mobiele telefoons, borden boven de snelweg. Want opeens vallen daar allerlei beurscijfers te lezen, toekomstvoorspellingen bovendien. Geheime boodschappen waarmee je rijk kan worden, maar waarmee elk evenwicht verdwijnt, de machine is op hol geslagen.
Finan8.jpg‘Ons systeem heeft ons de das omgedaan,’ is de donkere conclusie en de mens is een willoos slachtoffer van een systeem dat hij zelf heeft gebouwd maar dat hij niet langer onder controle heeft. Het is een mooi gegeven dat Van Aalten dit al bij een oudergesprekje op de middelbare school demonstreert. Wanneer een docent uitlegt hoe hij onwillige kinderen straft zegt een ouder: ‘Een bonussysteem bij positieve resultaten, wat zegt u daarvan?’ Wat een onzin, weten ze op school – maar het hele financiële systeem is gebouwd op het drijfzand van de bonusfilosofie. En dat loopt dus helemaal fout.
Wat dit boek zo donker maakt is de beklemmende manier waarop kunst erin voorkomt: een kunstproject wordt de dekmantel voor een gruwelijke aanslag, want goede kunst kent geen moraal, en wie dit standpunt moreel verwerpelijk vindt, wordt gevraagd ‘hun emoties uit te schakelen’. ‘Sentiment en romantiek heeft de kunst voor lange tijd gedomineerd. Leg me nu eens met zakelijke argumenten uit waarom Anne Frank geen goede personal branding zou hebben.’ Het kunstwerk is moraalloos dus.

Paranoia
Wat Thomas van Aaltens boek ook beklemmend maakt is de sfeer van paranoia. Een van de levens wordt gereconstrueerd ‘aan de hand van videobeelden, mail- en sms-verkeer, dagboeknotities en telefoongesprekken, Facebook- en Twitterupdates, gps-gegevens en geldtransfers,’ aldus de ondertitel van een hoofdstuk.
Hoe de verteller aan die informatie komt, vertelt Van Aalten niet, en dat is ook nergens voor nodig – dat is een impliciet gegeven, zo gáát het tegenwoordig blijkbaar nu eenmaal. Ook bij Lanoye is iedereen opspoorbaar, al het communicatieverkeer blijft bewaard. Alleen de banken blijken oncontroleerbaar. De gangen van het geld zijn onnavolgbaar.
John Lanchester speelt ook met allerlei angsten tegelijk, wanneer hij de bewoners van de onlangs zo rijk geworden straat laat lastigvallen met briefjes ‘Wat van jou is wordt van ons’. De angst voor terrorisme wordt hier slim gecombineerd met de vrees voor een gebrek aan privacy. En terwijl déze vrees met een sisser afloopt, blijkt die tekst wel degelijk profetisch geweest te zijn: wat van de bewoners was wordt van… ja, van wie eigenlijk? Niemand heeft iets ingepikt en toch is er ongelooflijk veel bezit verdwenen: opgeofferd aan het systeem.

Finan9.jpgGoede afloop is nooit universeel

Er is een wijk in Londen, Willesden (in het postcodegebied NW – compleet aan de andere kant van Londen dan waar Capital zich afspeelt: in SE), waarin het mechanisme dat Caitlin Moran in haar Times-column beschrijft nog niet helemaal zichtbaar is; er woont een wat minder gefortuneerd deel van de bevolking en zeker in Zadie Smiths roman NW (2012) zijn het vrijwel alleen oorspronkelijk Caribische of Afrikaanse personages die de wijk bevolken.
De openingsscène leest als een parabel over de financiële crisis: aan hoofdpersoon Leah’s deur staat een wanhopige vrouw met een droef verhaal: haar moeder is door een ambulance meegenomen, maar zij kon niet mee. Ze heeft het adres van het ziekenhuis, maar geen vervoer; geen tijd voor een bus en geen geld voor de taxi. Als Leah – ze kent haar nog van school, weet ze dat niet meer? – haar 20 pond zou kunnen lenen, is ze geweldig geholpen, en morgen krijgt ze haar geld terug.
Wanneer Leah dit verhaal aan haar vrienden vertelt, verklaren die haar voor gek: dat geld ziet ze nooit meer terug. En ze krijgen gelijk, en zo is er weer iemand die een bedrag verloren heeft, maar erger nog: is het wantrouwen in de buurt toegenomen, de instabiliteit vergroot, de ruimte voor mededogen weer afgenomen.
Maar dan duikt onverwacht de vraag op: was het eigenlijk wel slecht besteed geld? Met die conclusie gaat Leah niet direct akkoord, want of die vrouw nu heeft gelogen of niet: als je zo’n ingewikkeld verhaal verzint ben je wanhopig. En als je wanhopig bent, dan verdien je hulp van iemand die het beter heeft. Simpel mededogen, menselijkheid in een egoïstische wereld.
NW is prachtig geschreven – en het laat de lezer volkomen in het duister over de toekomst die Smith ziet. Smith ziet het zelf ook niet voor zich: ‘De goede afloop is nooit universeel. Er blijft altijd iemand achter.’
En zo volgen we een groep mensen met wie het soms goed gaat, soms slecht. Er is niet veel plot, het is één grote stedelijke blues. Het is een Zero sum game, anders gezegd: waar winnaars zijn, zijn verliezers. En de wanhoop van die verliezers is echt. Of dat nou iemand is die met een truc moet bedelen, of iemand die bestaat bij de gratie van handel en bonussen. Die mensen krijgen een stem en een verhaal – worden bemoedigd of de grond in geschreven, maar ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat de literatuur het niet helemaal heeft opgegeven met de mensheid. De gelukkige slaven bij Lanoye, de schuldigen van Van Aalten, de handelaar bij Lanchester, de crimineel van Amis en de verliezers van Smith: er is mededogen met ze, zelfs al bestaat die louter in de taal.


Bertram Mourits (1969) is redacteur bij uitgeverij Atlas Contact, en schrijft voor o.a. de Poëziekrant. Hij schreef het boek Zestig. Een nieuwe datum in de poëzie over de Zestigers (2001). Samen met Pieter Steinz schreef hij Luisteren & cetera (2011), een gids voor de popmuziek uit de jaren zeventig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s