De favoriete songtekst van Ingmar Heytze

Er zijn popkijkers, popluisteraars en poplezers. Ik behoor tot de laatste categorie. Ooit had ik een tien jaar jongere vriendin. Als ik vertelde dat ik een bepaald liedje mooi vond, zei ze meestal: ‘Ja, mooie clip.’ Een andere vriendin ging weer totaal voor de muziek. Als het maar goed klonk en dansbaar was. De teksten (‘Teksten? Welke teksten?’) interesseerden haar niet; ze hoorde ze niet eens. Nu weet ik ook wel dat een goed liedje niet per se een parel van lyriek hoeft te zijn, maar als ik tijdens het dansen denk: op wat voor stompzinnig geouwehoer sta ik me nu eigenlijk aan te stellen? verander ik onmiddellijk in een zoutpilaar. Ik heb weliswaar niets met zeventienjarigen die teksten van The Doors, Nirvana of Nick Drake uit hun hoofd leren omdat ze denken dat die diep en filosofisch zijn, maar veel muziek waar ik van hou bevat teksten met een verhaal. En als er geen verhaal in zit, zoek ik toch tenminste naar een opmerkelijk idee. Dat vind ik in de teksten van Tom Waits, Elvis Costello, Randy Newman, James Taylor, Joni Mitchell, Paul Simon, Joe Jackson, Evan Dando, Eels, Spinvis en vele anderen.
De laatste tijd draai ik veel Ben Folds (bouwjaar 1966, aanbevolen albums o.a.: Rocking the Suburbs, Ben Folds Live, Songs for Silverman). Ben Folds schrijft wonderbaarlijk mooie, grappige, harde, ironische, gefrustreerde, relativerende en ontroerende teksten op geramde, melodieuze pianomuziek. Rolling Stone schreef over hem: ‘That Folds manages to sell truckloads of records without even touching a guitar might be his most remarkable achievement.’ Zelden heb ik zoiets stompzinnigs gelezen. Dat Folds de liedkunst heeft verrijkt met een aantal briljante liedjes en daarbij ook nog eens een begenadigd pianist en zanger is, lijkt me een stuk belangrijker dan het feit dat hij geen gitaar nodig heeft om platen te verkopen. De teksten van Folds bestaan bijna altijd uit buitengewoon klare (schutting)taal, die volkomen voor zichzelf spreekt.
Een nummer als ‘One Angry Dwarf and 200 Solemn Faces’ doet denken aan ‘On Your Radio’ van Joe Jackson: slagen in de kunst als ultieme wraak op iedereen die je vroeger op het schoolplein in de zeik heeft gezet: Now I’m big and important / One angry dwarf and / 200 solemn faces are you / If you really want to see me / Check the papers and the tv / Look who’s telling who what to do / Kiss my ass / Goodbye.
Uit het licht wrange nummer ‘Best Imitation of Myself’ spreekt het besef dat het niet meevalt om jezelf te zijn. Je probeert je immers altijd te conformeren aan wat andere mensen van je verwachten. Did I make me up / Or make the face ’til it stuck? / I do the best imitation of myself.
In het nummer is de protagonist op zijn nummer gezet door zijn vriendin. Hij luisterde zo goed hij kon, maar dwaalde op zeker moment af. Bovendien wil hij er ook niet echt aan: Now if its all the same / I’ve people to entertain / I juggle one-handed / Do some magic tricks and / The best imitation of myself.
Daarbij, en dat is het mooie van dit nummer, maakt het volgens de zanger ook niet uit dat hij zichzelf imiteert. Het hoort erbij, en ook al heeft zijn vriendin hem dan af en toe ook door, ook het zichzelf spelen komt voort uit hemzelf: Our love is all the same / It come from the same place.
En bovendien, wie zou hem beter kunnen imiteren dan hijzelf? Yeah its uncanny to see / You’d really think it was me / I do the best imitation of myself I do the best imitation of myself.

Best Imitation of Myself

I feel like a quote out of context
With holding the rest
So I can be for you what you want to see

I got the gestures and sounds
Got the timing down
It’s uncanny, yeah, you’d think it was me

Do you think I should take a class
To lose my southern accent
Did I make me up
Or make the face till it stuck
I do the best imitation of myself

The ‘problem with you’ speech
You gave me was fine
I liked the theories about my little stage
And I swore I was listenin’
But I started drifting around the part about me acting my age

Now if its all the same
I’ve people to entertain
I juggle one-handed
Do some magic tricks and
The best imitation of myself

Maybe I’m thinking myself in a hole,
Wondering
Who I am when I ought to know
Straighten up
Now time to go
Fool somebody else
Fool somebody else

Last night I was east with them
And west within
Tryin’ to be for you what you want to see
But I can’t help it with you
The good and bad comes through
Don’t want you hanging out with no one but me

Our love is all the same
It come from the same place
If my mind’s somewhere else
You won’t be able to tell
I do the best imitation of myself

Yeah it’s uncanny to see
You’d really think it was me
I do the best imitation of myself
I do the best imitation of myself

Tekst en muziek: Ben Folds. Afkomstig van het album Ben Folds Live (2002), ook te vinden op: Ben Folds Five (1995).


Ingmar Heytze (1970) publiceerde tien dichtbundels, drie dagboeken en een bundel miniaturen. In 2008 ontving Heytze de C.C.S. Croneprijs voor zijn gehele oeuvre. Vorig jaar verscheen zijn bundel Ademhalen onder de maan. In 2013 verscheen Reisoefeningen, waarin Heytze verslag doet van zijn gevecht tegen reisangst, die hem vele jaren aan zijn woonplaats Utrecht kluisterde. Met Ademhalen onder de maan won Ingmar Heytze de Hugues C. Pernathprijs 2013.


Deze editie van Losgezongen verscheen in het juli-aug 2005 nummer van Passionate Magazine.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s