Sanneke van Hassel: Nest – Een uitgestippeld leven

Op 12 december jl. is aan Sanneke van Hassel de Anna Blaman Prijs 2013 uitgereikt op het Rotterdamse stadhuis. De Anna Blaman Prijs is een driejaarlijkse prijs voor schrijvers die wonen en/of werken in het Rijnmondgebied. 

Passionate Magazine interviewde Sanneke van Hassel in 2010 toen haar roman Nest op uitkomen stond. Nest is een schitterend verhaal gesitueerd in een door wijken als Kralingen en Amsterdam Zuid geïnspireerd stadsdeel vol welgestelde formaliteit. De chique ouders Belia en Heppe krijgen met tegenslag rond hun dochters te maken en proberen een potentieel schandaal verborgen te houden.

‘Ik zie er eigenlijk niet uit,’ aldus Sanneke van Hassel als ze aan haar keukentafel zit in een ensemble waarmee ze comfort boven presentatie verkozen heeft. ‘Vroeger zou je waarschijnlijk een mantelpak aangetrokken hebben voor een interview. Laten we het wijten aan de informalisering van de samenleving.’ Nest, haar eerste roman na de verhalenbundels IJsregen en Witte veder, is gesitueerd in Schoonoord, een door wijken als Kralingen en Amsterdam Zuid geïnspireerd stadsdeel vol welgestelde formaliteit. De chique ouders Belia en Heppe worden geconfronteerd met een onverwachte tegenslag die hun dochters Julia en Malou aangaat. Het bestrijden van die tegenslag is tweeledig: zo snel en netjes mogelijk het potentiële schandaal afhandelen, en daarnaast vooral de schijn voor de buren hooghouden. Maar ouders en kinderen gaan verschillend met de problematiek om.

Drie generaties
In Nest komen de verschillende karakters allemaal diverse keren aan het woord. Heppe is vooral bezig de problemen van het gezin zo efficiënt mogelijk op te lossen, met zo min mogelijk schade voor de goede naam van het gezin. Belia is een actieve moeder die alles heel erg goed wil doen, wat de ergernis opwekt van Malou, die een jongen van een paar klassen hoger hoopt te strikken. Buren, een sociaal werkster, een voor een benefietconcertje ingeschakelde trompettist: ze vertellen allemaal met een heel eigen en afgewogen stem. Julia is de enige wier kant van het verhaal maar één keer voorkomt.
Alle stemmen zijn geschreven vanuit de eerste persoon, wat aangrijpend en bij vlagen zelfs beklemmend werkt. Toch was dat oorspronkelijk niet Van Hassels plan. ‘Voordat ik aan het boek begon heb ik bijvoorbeeld De Metsiers  en As I Lay Dying (van resp. Hugo Claus en William Faulkner, red.) gelezen. Die zintuiglijke manier van schrijven, de stream of consciousness, zo wilde ik ook schrijven. Bij De Metsiers voel je de heftige temperaturen, je ruikt de stal. Dat vind ik prachtig. Maar ik merkte bij het schrijven dat mijn karakters juist veel babbelden zonder iets te zeggen. Zintuiglijkheid, het associatieve – dat bleek helemaal niet te passen bij dit milieu.’
Het offer dat Van Hassel maakte door de stream of consciousness tot het laatste hoofdstuk los te laten, is het waard geweest. De verschillende stemmen zijn afgewogen en vertonen hun eigen trekjes zonder in stereotypen te vervallen. Daarbij worden op subtiele wijze de denkpatronen en gevoeligheden van drie verschillende generaties blootgelegd. Een kwetsbaar evenwicht, waar hard voor gewerkt is: ‘De structuur van het boek stond vrijwel direct. Het fijnslijpen van de verschillende stemmen heeft wel veel tijd gekost. Als je in de eerste persoon schrijft loop je met ieder enigszins gekleurd woord het risico dat je commentaar geeft – je eigen commentaar, niet dat van het karakter. Ik heb veel moeten afzwakken om dat te voorkomen. Wat dat betreft is het misschien makkelijker om een boek met maar één stem te schrijven: als je die stem eenmaal te pakken hebt, laat je die niet makkelijk meer los. Bij dit boek heb ik lang moeten zoeken en schaven om de verschillende tonen goed te krijgen.’

Versleten formaliteit

Sanneke1Een centraal thema in het boek is de maakbaarheid van het moderne welgestelde leven. Dat milieu schept verwachtingen van zijn deelnemers, die daar niet altijd aan kunnen voldoen. ‘Binnen die kringen zijn er de middelen – geld en kennis – en de traditie om het hoogst haalbare uit het leven te halen. Tegenslagen worden weggemoffeld voor de omgeving. “We bellen wel even iemand, dan regelen we het zo en dan hebben we het er niet meer over.” Het heeft de schijn van ultieme vrijheid om jezelf te ontplooien, maar in essentie wordt er voor kinderen in die kringen meer bepaald en voorgekauwd. Het wordt interessant om te zien hoe volgende generaties daarmee omgaan: de ouders gaan vaak nog veel formeler met elkaar om, en ik denk dat de jongeren dat niet meer kunnen. Bij de studentenverenigingen van hun ouders heerste bijvoorbeeld nog een ontplooiingsideaal, dat is nu vooral een feestideaal is geworden.’
Rijke buurten zijn overal te vinden, maar wat Van Hassel fascineert aan Kralingen is het contrast met de omgeving. Rotterdam kent van de grote steden de meeste allochtonen en de meeste laagopgeleiden, maar ook exorbitant rijke vlokken als Kralingen en Hillegersberg. ‘In Amsterdam en Utrecht moet je juist veel geld hebben om in het centrum te wonen, in Rotterdam is dat anders.’ Van Hassel is ervan overtuigd dat er nog scherpe standenverschillen bestaan: ‘Je kunt ontzettend slim zijn, maar als je geen boeken of uitdagingen worden aangeboden kom je moeilijk uit de lager opgeleide kringen waar je in verkeert. De sociale mobiliteit is natuurlijk veel groter dan in 1902, maar het standsverschil zit puur in het opleidingsniveau. Hier in Rotterdam zijn de verhoudingen voor een gemengde school niet x procent autochtoon en x procent allochtoon: het gaat om een mix van laagopgeleiden en hoogopgeleiden.’ De macht, meent Van Hassel, ligt nog altijd bij de welgestelde hoogopgeleiden. ‘De Rotterdamse bekleders van hoge functies in fondsen en commissies komen bijna allemaal uit Kralingen. Ook in de kunst- en cultuursector zitten veel van die mensen in de besturen.’
Desondanks heeft ze het wel over een haat-liefde verhouding: ‘De traditie om met kunst bezig te zijn en je actief te bekommeren om de toekomst van je kinderen, dat zijn goede gewoontes. Mensen in dit milieu zijn vaak druk met allerlei commissies en doelen, die daadkracht vind ik heel mooi. En toegegeven, ik hou ook van tuinieren. Maar het gaat mij om de extreme vorm van het uitstippelen van iemands leven, en het gebrek aan flexibiliteit. Het onvermogen om buiten bepaalde kaders te denken. Natuurlijk is dat een generalisatie, want als ik een boek had geschreven over de verhoudingen van een stel krakers waren er ook poses en machtsverhoudingen geweest. Een groep definieert zichzelf door met zijn eigen gewoontes anderen uit te sluiten. Maar deze groep mensen fascineert me, juist doordat ze alles vooraf bepaald willen hebben en in de praktijk heel invloedrijk zijn. Wat doe je als je daar in geboren bent? Wat is je vrije wil als kind? Dan moet je sterk in je schoenen staan om je eigen pad te kiezen.’

Observerend
Sanneke van Hassel wordt geprezen om de manier waarop ze haar woorden niet ontziet. Haar verhalen grossieren in uitgeklede taal, waarin geen woord teveel gezegd wordt. Als voorvechtster van het korte verhaal (ze organiseerde dit jaar het korte verhalenfestival Hotel Van Hassel in De Balie en schreef een open brief in de Volkskrant waarin ze zich beklaagde over de beslissing om de Libris Literatuur Prijs niet meer aan verhalenbundels uit te reiken) is het opmerkelijk dat haar nieuwste publicatie toch echt een roman is. ‘Ik wilde dit idee uitwerken, en dat was te groot voor een kort verhaal. Achteraf lijkt het schrijfproces er één van rozengeur en kabbelende beekjes, maar halverwege vond ik het wel erg zwaar. Ik wilde een schets maken van een beklemmend milieu, maar ik kreeg het zelf benauwd van die mensen, van het constant met dezelfde karakters in dat kleine kringetje opgesloten zitten.’
Niet alleen doordat ze steeds was aangewezen op dezelfde karakters, ook door de volledig andere manier van werken ging het schrijven van de roman haar moeilijker af dan het schrijven van verhalen. ‘Bij een kort verhaal kies je één veelzeggend beeld, en zoek je naar wat je weg kan laten. Een boek gaat over hoe iemand zich ontwikkelt, en daarin moet het karakter in verschillende omstandigheden voorbij dat ene veelzeggende moment gebracht worden. Ik vind het fijn om niet te weten wat er verder gebeurt, het niet uit te leggen. In een roman worden verbanden gelegd, wordt samenhang tussen dingen geschept. Die samenhang is ook nodig om een roman te schrijven. Toen ik bijvoorbeeld voor een project in Sarajevo was, vroeg ik me af of er vijftien jaar na de oorlog al een grote oorlogsroman geschreven is. Die roman was er nog niet echt, maar er waren wel veel prachtige en veelzeggende korte verhalen over de oorlog. Voor een verhaal kun je ergens nog midden in zitten, terwijl voor een roman genoeg afstand nodig is om een overzicht te hebben. Toch hou ik van het fragmentarische, van de willekeur, van dingen die zomaar gebeuren.’
Van Hassels spaarzame woordgebruik is in Nest terug te vinden, en ook haar schrijfstijl is herkenbaar voor kenners van haar korte verhalen. In haar roman is geen ruimte voor uitgesponnen gedachtekronkels in meanderende zinnen, maar wel voor gedetailleerde en veelzeggende registratie van de handelingen van haar karakters. ‘Ik vind het interessant om meer filosofische, bespiegelende boeken te lezen van mensen, maar ik schrijf zelf meer observerend. Ik beschrijf hoe mensen naar elkaar kijken. Ik geef wel iets prijs van een gedachtewereld, maar vaak in niet meer dan in één zin. Ik probeer te uit te leggen hoe een personage in elkaar zit door de manier waarop hij naar de wereld kijkt, wat hij doet en hoe hij zijn handelingen uitvoert. Er is meer aan een karakter dan zijn gedachtewereld. Hoe gooit een karakter een autodeur dicht, hoe schenkt hij een drankje in? Wat ziet hij, maar vooral: wat mist hij? Dat vond ik ook interessant aan het schrijfproces van Nest – past het bij een karakter om te zien dat zijn vrouw een paarse trui voor hem heeft aangetrokken of valt hem dat niet op?’

Verhalen van de buren

Sanneke2Ondanks de nieuwe roman laat Van Hassel het korte verhaal niet in de steek, en bekommert ze zich om de promotie van het genre. Met de organisatie van Hotel van Hassel probeerde ze het korte verhaal een weekend lang de aandacht te geven die het verdient. ‘Ik wist niks van korte verhalen op de middelbare school. Ik wist niet dat er hele bloemrijke verhalen zijn, en hele kale. Dat het een heel ander genre is dat ook anders gelezen moet worden dan romans. Dat het vaak ook gaat om wat er niet staat, in plaats van wat er wel genoemd wordt. Er is voor iedere lezer wel iets prachtigs te vinden, maar mensen weten het niet. Dat is zo vreselijk zonde. Het besluit van het bestuur van de Librisprijs om korte verhalen niet meer te laten meedingen vind ik dus volstrekt onbegrijpelijk.’
Van Hassel koos ervoor om het Europese verhaal tijdens Hotel van Hassel centraal te stellen. ‘Amerikaanse verhalen worden nog relatief veel gelezen, maar wat er bij de buren gebeurt weten we niet. Dat komt deels door de markt: verhalenbundels worden minder verkocht, dus vertalingen zijn zeker voor schrijvers uit bijvoorbeeld Oost-Europa soms te kostbaar. Jammer, want er worden hier in Europa zoveel fantastische verhalen geschreven. Ik heb hier geen diepgravende studie naar verricht, maar ik heb het idee dat Amerikaanse verhalen vaak volgens een bepaald – overigens prima werkend – format geschreven worden. In Europa lijken er meer verschillende vormen te zijn. Gyrđir Elíasson uit IJsland, bijvoorbeeld, schijft verhalen van niet meer dan anderhalve pagina waarbij droom en realiteit door elkaar lijken te lopen. De Oekraïense Anatoli Gavrilov schrijft korte impressies in gebalde zinnetjes die ontzettend goed in elkaar zitten. Dat moet je bijna als poëzie lezen. Bij Hassan Blasim voel je de traditie van het groteske. Zijn verhalen zijn een soort sprookjes vol heftige beelden. Europees werk zoekt voor mijn gevoel meer naar mengvormen en variatie. De Europese korte verhalenschrijver schrikt niet van een beetje experiment.’
Van Hassel heeft momenteel geen plannen voor een nieuwe roman. De eerstvolgende stop in haar oeuvre wordt waarschijnlijk weer een verhalenbundel. ‘Ik ga kijken of wat ik tot dusver aan korte verhalen heb geschreven tot een nieuwe bundel te smeden valt. Het is fijn om even af te wachten wat er komt. Ik ben ook bezig met een kleine cyclus over twee garnalen, ik denk dat ik daarmee begonnen ben als een ontsnapping aan mijn roman. Je kan schrijven dat garnalen met elkaar aan het dineren zijn, en dat is dan zo. Dat is het fijnste aan literatuur: je kunt zelf iets oproepen wat er nog niet is.’

Dit interview verscheen in het september-oktober 2010 nummer van Passionate Magazine.

Wiegertje Postma (1987) doet aan schrijven. Ze debuteerde in 2006 met de streekbusroman Vijf strippen, die genomineerd werd voor de Academica Debuntantenprijs. Daarnaast was ze jarenlang een gevierd columniste bij Spunk.nl, waardoor haar columns regelmatig in het NRC Handelsblad verschenen. Ook publiceerde ze onder andere in Passionate Magazine, nrc.next en DIF. Lees meer artikelen van haar hand.

Een gedachte over “Sanneke van Hassel: Nest – Een uitgestippeld leven

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s