Losgezongen

De favoriete songtekst van Alex Boogers

Het was Elvis.
Misschien had je gewild dat het iemand anders zou zijn. Misschien stond je er toen niet zo bij stil. Waarom zou je? Wat doet het er eigenlijk toe? Je hebt het van horen zeggen. Je moeder beweert dat het Elvis was. En wat zegt de muziek die je tijdens je jeugd heeft vergezeld op weg naar het volwassen leven nu helemaal? Het gaat om de muziek waarvoor je kíest. Je ontdekt als volwassene steeds andere muziek, die je kunt uitleggen, die verklaarbaar is, en die een beeld oproept waar je je mee kunt vereenzelvigen, omdat het indruk maakt op anderen, omdat het iets zegt over wie je nu bent, of zoals jij vindt dat je nu bent. Je denkt aan ‘Cavalleria Rusticana’ van Pietro Mascagni. Het contrast van Robert De Niro die in zijn boksjas met het luipaardmotief eenzaam in de ring danst op de melancholische klanken van Mascagni in Martin Scorsese’s Raging Bull. De muziek raakt je op een manier die je niet in woorden kan uitdrukken. Dat zegt het al, vind je. Muziek hoor je niet te kunnen uitleggen. Muziek vindt zijn weg nog voordat er gesproken wordt, en is daar wanneer elk woord te veel lijkt. Troost, zegt men. En je bent het ermee eens, al zou je willen dat ze het niet zo walgelijk uitspreken, zo zalvend en bedeesd. Je luistert naar Maria Callas. Als ze ‘O Mio Babbino Caro’ zingt en haar stem klinkt door de speakers in je vijftien jaar oude verroeste BMW 318i, dan ben je tot tranen geroerd wanneer je vijfjarige zoon achterin zegt: ‘Ze klinkt als een engel.’ Dat is zo, zeg je. En je weet dan, daar, op dat moment, dat je die uitspraak nooit zal vergeten. Je zoon en jij. Hoe zwak ben je geworden sinds dat hij er is? Kun je nog naar een film kijken waarin kinderleed te zien is? Hoe staat het met de journaalbeelden van de joodse en Palestijnse kinderen die gebukt gaan onder het terreur van de volwassenen? Hoe komen die beelden nu binnen? Je ziet een Arabische vader en een Joodse vader hun kinderen naar school brengen, zoals jij dat doet, in jouw veilige wereld. Je ziet geen verschil tussen jou en de vaders, en juist dat maakt het zo schrijnend. Je luistert naar Cat Stevens of Yusef Islam of hoe hij ook heet. Je hoort zijn krakerige, broze stemgeluid als hij ‘Father and Son’ zingt. Het wisselende perspectief van de vader en de zoon. Ooit zal je zoon op dezelfde wijze naar jou kijken, of net iets anders, maar dan toch. Je zult de kloof herkennen, en het verdriet, en het geluk, en je hoopt dat het goed uitpakt als het eenmaal zover is. Stevens of Islam verwoordt het goed. Ook nu nog. Zijn woorden klinken niet anders sinds hij het heilige boek van de moslims aanhangt. Daar schuilt een les in. En je beseft: we zijn allemaal soulbrothers. Niemand bewandelt zijn pad zonder muziek. Je herinnert je nog hoe je in het ziekenhuis lag na een ernstig ongeluk. Je herstel duurde lang. Je voelde je onbegrepen. Mr. Mister zong ‘Broken Wings’, en dat lied ging over jou. Je wilde maar een ding: weg. ‘We Are Growing’ van Margaret Singana staat in de Top 40. Je kent de tv-serie Shaka Zulu waarvan het nummer afkomstig is, en jij bent, net als Shaka, een strijder, een vechter. Dus luister je naar de Afrikaanse drum, en blijf je liggen, want je wil genezen, sterker worden, sterker dan zoveel anderen, sterker dan iedereen, ook al beweert je moeder, je omgeving, het milieu waarin je opgroeit, dat je niets waard ben, dat je er niet toe doet, dat het niets uitmaakt of je het redt of niet. Niemand wacht op je. Niemand geeft om je. Niemand kijkt naar je om. Je bent een verstotene. Een outcast. En je beseft dat Elvis beter bij je past dan je misschien denkt. Misschien zijn het geen artiesten, zijn het niet eens nummers die op je lijf geschreven zijn. Misschien zijn het slechts zinnetjes. Kleine stukjes van een refrein dat zoveel zegt, dat de juiste klank geeft aan hoe je je voelt. Je groeit op in een migrantenbuurt, voornamelijk Surinamers en Turken. Je beste vriend is een Surinamer. Zijn moeder luistert naar ‘Amazing Grace’ van gospelzangeres Mahalia Jackson, en je voelt je nederig en klein bij haar ontzagwekkende stemgeluid. Zijn vader laat je luisteren naar zwarte muziek voor mannen: Otis Redding, Marvin Gaye, James Brown. Je verlangt naar sexual healing, en ergens schuilt er, net als James, een sex machine in je. Dat weet je. De meiden weten het. Ze zien het aan je. Die onaangepaste blanke jongen uit een zwarte buurt. Je bent ‘straat’. Je bent rap. Je bent hiphop. Grandmaster Flash and the Furious Five. Je bent Eminem, lang voordat de kansloze Marshall Mathers uit het armoedige woonwagenpark zichzelf opnieuw uitvond. De blanke jongen met het zwarte hart. Jij bent het. Opgegroeid in een naamloos gat, het liefst op straat, in een kansarme migrantenwijk, zonder enig perspectief, maar met een droom, die je met niemand deelt, met gedachten, die je nooit uitspreekt, en starend naar een weg die alleen jij voor je ziet, en die je moet bewandelen, omdat er niets anders op zit, omdat er geen weg terug is. Je hoort de omgeving, mensen die zeggen dat ze je kennen. Ze zeggen dat je het niet moet doen. Ze geloven er niet in. Je zal worden genegeerd. En je lacht, en je weet dat je moeder, hoe dwaas ze vaak ook was, gelijk heeft: het kon nooit iemand anders zijn dan Elvis. De muziek kiest jou. Een jongen met een droom, die hij zelf niet eens goed onder woorden wist te brengen. Je beweegt dwars door alles heen. Moeilijke jongen, zegt men. Maar jij kent je titel inmiddels. En je draagt hem, omdat je sterk genoeg bent om hem te kunnen dragen. ‘Rebel,’ is jouw repliek. En je voegt toe: ‘Van geboorte, het is nooit anders geweest.’

Elvis Presley – The Impossible Dream

To dream the impossible dream
To fight the unbeatable foe
To bear with unbearable sorrow
To run where the brave dare not go
To right the unrightable wrong
To love pure and chaste from afar
To try when your arms are too weary
To reach the unreachable star

This is my quest
To follow that star
No matter how hopeless
No matter how far

To fight for the right
Without question or pause
To be willing to march into Hell
For a heavenly cause

And I know if I’ll only be true
To this glorious quest
That my heart will lie peaceful and calm
When I’m laid to my rest

And the world will be better for this
That one man, scorned and covered with scars
Still strove with his last ounce of courage
To reach the unreachable star
(muziek Mitch Leigh, tekst Joe Darion, 1965)



Alex Boogers
(1970) publiceerde de romans Het boek Estee (onder pseudoniem M.L. Lee), Het waanzinnige van sneeuw, Lijn 56, Het sterkste meisje van de wereld, De tijger en de kolibrie (nominatie BNG Nieuwe Literatuurprijs 2010) en Alle dingen zijn schitterend, dat onlangs de prijs voor Beste Rotterdamse Boek van 2012 won. Zojuist verscheen de novelle Wanneer de mieren schreeuwen bij uitgeverij Podium. Zie ook http://www.alexboogers.nl.

Deze editie van Losgezongen verscheen eerder in het maart-april 2011 nummer van Passionate Magazine.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s