Het kannibalisme van de latere vegetariër Iron Mike Tyson

De voormalig bokser Mike Tyson gaat een film over zijn eigen jeugd maken, zo onthulde hij afgelopen weekend tijdens de uitreiking van de Golden Globes in Los Angeles. Mike Tyson was als bokser berucht om zijn uitspattingen binnen en buiten de ring, maar ook om de verrassende nieuwe wendingen die hij aan zijn leven gaf. Zo werd hij vegetariër, ging hij acteren, en richtte hij een liefdadigheidsfonds op. Schrijver en journalist Ed van Eeden schreef voor de sportspecial ‘Spierballentaal’ van Passionate Magazine (nov-dec 2012 nummer) het onderstaande artikel over zijn fascinatie voor de legendarische bokser die altijd weer valt en opstaat.

Het kannibalisme van de latere vegetariër Iron Mike Tyson

‘I want your heart, I wanna eat his children!’

Het is sterker dan ikzelf. Als brildragende slungel stond ik in mijn puberjaren om vier uur ´s nachts op om live de tv-verslagen van Muhammad Ali’s gevechten om de wereldtitel te kunnen zien. Ik verslond boksboeken met verhalen over James J. Braddock, Jack Dempsey, Jake ‘Raging Bull’ LaMotta en de epische gevechten tussen Joe Louis en Rocky Marciano of van Sugar Ray Robinson tegen Marvin Hagler. Vreemd genoeg ging ik zelf nooit naar bokswedstrijden, maar bekeek ik wel tientallen documentaires en films over die merkwaardige wereld van gyms in achterbuurten, bokstrainers met gehavende gebitten, machtige managers met geheime agenda’s, en natuurlijk de zweterige tweestrijd in een vierkante ring met touwen eromheen en schijnwerpers erboven.
Toen ik eenmaal mijn brood verdiende met het schrijven van boeken, was ik de coauteur van Regilio Tuurs autobiografie Life Part One. Waar de regen koud is (Veen, 2005). Daarin doet Tuur zijn verhaal over de ontsporing van zijn glanzende carrière en de dramatische manier waarop hij daarvoor boete deed: door zijn eigen succes te torpederen en de klaarliggende miljoenencontracten ongetekend te laten.
Tijdens een van mijn vele interviewsessies met Tuur vertelde hij over een bezoek aan het trainingskamp van Mike Tyson in Catskills, in upstate New York:

Tyson1‘Als afsluiting zou Tyson nog wat bodyshots laten zien. Ik wilde me niet laten kennen, dus stond ik even later voor hem. Iron Mike demonstreerde een “bolo-punch”: een stoot opzij, gevolgd door een opstoot naar het hoofd. Omdat mijn hand pijn deed, hield ik die niet goed voor me zij, ook al omdat ik dacht dat Tyson de slag zachtjes zou demonstreren. Maar dat kán hij eenvoudigweg niet, hij sloopt ook altijd al zijn sparringpartners. En toch sloeg hij mij misschien maar op vijftig procent van zijn kracht.
Hij raakte mijn ribben hard. Ik had al mijn weerstand nodig om te blijven staan. Van mijn leven had ik niet zoveel pijn gehad. Ik voelde mijn ingewanden en dacht dat ik doodging. Bij elk bodyshot dat ik Tyson daarna bij wedstrijden heb zien uitdelen, wist ik wat de stakker tegenover hem voelde.
“Volgende week weer!” riep Tyson toen we weggingen. Ik grimaste terug. Het was drie uur rijden van Catskill naar huis en ik heb onderweg elk bobbeltje gevoeld.
Ik heb drie dagen op bed gelegen met een een drukverband om mijn lijf. M’n hand was lam en ik voelde mijn rib bij iedere hap, ieder slokje en iedere ademhaling. De vierde dag begon ik uiterst voorzichtig weer wat oefeningen te doen en na een week kon ik weer rustig trainen. Gelukkig was ik continu in een uitstekende lichamelijke conditie.
Zoals afgesproken, ging ik na een week weer terug naar Tyson. Sparren ging dit keer niet, maar we namen wel wat technieken door. Ik zei: “Ik ben bang dat je bijna mijn rib hebt gebroken.” Hij glimlachte: “I didn’t mean to.” Ik: “I know.” Hij is echt een aardige vent, alleen immens sterk.’

Tyson2Een aardige vent. Dat was nou niet bepaald de karakterisering die mij voor ogen stond als ik aan Mike Tyson dacht. De man was een beest! Voordat hij door zijn trainer Cus d’Amato tussen de woonkazernes in Brownesville, een van beruchtste wijken van Brooklyn, vandaan was geplukt, had hij al een aanzienlijke criminele staat van dienst opgebouwd. Hij maakte vervolgens naam als amateurbokser met een meedogenloze stijl, die hij trouw bleef als professional. Op zijn twintigste was hij de jongste wereldkampioen zwaargewicht ooit.
Tuur had alle bokspartijen van Tyson op video. Hij liet me zien dat wat ik voor dierlijke aanvalsdrift had gehouden vooral ook het resultaat was van gerichte training en een zeer bekeken aanpak: ‘Een klap in je gezicht doet lang niet zoveel pijn als een klap op je lichaam. Ali zei al: If you kill the body, the head falls by itself. Tyson is daar een meester in: hij heeft allerlei verschillende bodyshots ingestudeerd met Cus d’Amato. De meeste mensen denken dat Tyson alleen maar een bonk kracht en agressie is, maar als je goed kijkt, zie je dat zijn acties een en al techniek zijn. Hij is een pragmatische sloper, overal zit een gedachte achter.’
En inderdaad. Als je een aantal van de fameuze first round knock-outs van Tyson achter elkaar ziet, merk je al gauw op dat hij altijd goed opgewarmd, zelfs bezweet de ring in komt, zodat hij geen tijd hoeft te verspillen aan het gebruikelijke voorzichtige aftasten van de tegenstander, maar er meteen op los gaat. Hij gaat wisselend links en rechts voor staan, om verwarring te zaaien, dreigt met zijn lange stopjab, waarmee hij zijn opponent op afstand houdt, en is dan ineens vlakbij, met een niet te pareren, gedekte hoek.
Op die manier scoorde hij een ongekende hoeveelheid snelle overwinningen op KO. Hij bracht Michael Spinks de enige nederlaag toe in diens prachtige profcarrière. Tuur: ‘Hij sloopte een topper als Michael Spinks in minder dan 90 seconden: opstoot, bodyshot, down. Spinks komt weer omhoog en gooit een rechtse directe zonder inleidende jab, Tyson vangt hem op, boem. Mensen zien niet hoe precies dat is. Totale, secuur opgebouwde vernietiging.’

Vernietiging is het juiste woord. Niet voor niets wordt hij in een tekenfilmserie als The Simpsons en in tal van videospelletjes neergezet als de ultieme, angst inboezemende bokser. Met ‘Iron Mike’ viel niet te spotten. Hij bleef jarenlang ongeslagen en takelde zijn tegenstanders deerlijk toe. Zijn kortste gevecht, in 2003 tegen Clifford Ettiene, duurde 49 seconden: na 39 seconden kreeg de ongelukkige Ettiene een rechtse directe te incasseren, waarna hij in tien seconden werd uitgeteld.
Sommige tegenstanders waren zo bang voor hem, dat ze hun toevlucht zochten in merkwaardige tactieken. Bruce Seldon wilde zijn WBA-titel begrijpelijkerwijs niet zonder gevecht overdoen aan de aanstormende Tyson. Dus stapte hij wel de ring in, met duidelijk zichtbare angst in zijn ogen. Tyson had hem met een van zijn eerste slagen nog maar nauwelijks geraakt, of Seldon ging al op de grond liggen en liet zich uittellen. Zichtbaar opgelucht – en vooral: ongeschonden – feliciteerde hij zijn grote tegenstander vervolgens met de titel.
Je kunt het Seldon niet eens kwalijk nemen, want Tyson was ronduit huiveringwekkend. Van jongs af aan had hij een gedrongen, gespierd lichaam, dat pure kracht uitstraalde. Anders dan Ali en Robinson danste hij niet om zijn opponenten heen, maar ging hij er recht op af en deelde hij, net als George ‘the Forehammer’ Foreman, klappen uit waar zijn hele lichaamsgewicht achter zat. ‘I love to hit people. I love to,’ is een van zijn veel aangehaalde uitspraken.
Die onstopbare power ging gepaard met het intimiderende uiterlijk van een moderne gladiator. Tysons spiermassa’s zijn in de loop der jaren overdekt geraakt met allerlei tattoos, waaronder beeltenissen van Arthur Ashe, Mao Zedong en Che Guevara (volgens hemzelf ‘krachtige persoonlijke totems’). Nadat hij het wereldkampioenschap van alle boksbonden had veroverd en daarmee de onbetwist beste zwaargewichtbokser ter wereld was geworden, liet hij bovendien een opvallende ‘tribal tattoo’ op zijn gezicht aanbrengen, die zijn toch al rauwe gelaatstrekken nog accentueerde. En daarbij vertoonde zijn grijns een paar Jaws-achtige gouden kunsttanden.

Tyson was de sterkste. De straatjongen uit de getto behaalde het ene record na het andere. Na vijf jaar als prof was hij nog altijd ongeslagen: 37 overwinningen, waarvan 33 op knock-out. Niemand kon in zijn schaduw staan En het geld stroomde binnen. Aan het groots aangekondigde maar snel afgelopen gevecht tegen Spinks hield Iron Mike omgerekend 200.000 dollar per seconde over.
Maar ja. Iedereen die ook maar enigszins bekend is met boksverhalen en boksfilms weet dat een succesverhaal als dat van Tyson gevolgd moet worden door een vreselijke neergang. Cus d’Amato, de grote man die Tyson op het rechte pad had gebracht, overleed in 1985. Ook Jim Jacobs, zijn vertrouwenspersoon, stierf veel te jong. En Tyson was vervolgens zo onverstandig om zijn trainer Kevin Rooney, een van de weinigen die hem tegengas durfde te geven en altijd eerlijk zei waar het op stond, na een conflict aan de deur te zetten. Daarmee viel in feite het hechte team weg dat hem al vanaf zijn amateurtijd omhoog had gestuwd. In zijn latere jaren zou dan ook blijken dat Tyson niet meer de goed getrainde, fysiek tot het uiterste voorbereide bokser van weleer was.
En zoals dat vaker gaat: als zovele andere vechtsporters wist Tyson zijn gevreesde vuisten buiten de ring niet in bedwang te houden. Er waren diverse incidenten in het uitgaansleven, waardoor hij regelmatig in opspraak kwam. Ook kreeg hij een boete opgelegd na een ordinair straatgevecht met zijn voormalige tegenstander Mitchell Green en werd hij veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf omdat hij in 1998 na een botsing twee inzittenden van een andere auto te lijf was gegaan.
Maar toen had hij er al een spraakmakende gevangenisstraf op zitten. In 1991 werd Tyson veroordeeld tot tien jaar celstraf, omdat hij de 18-jarige Desiree Washington, Miss Black Rhode Island, zou hebben verkracht. De aanklager stond niet erg sterk, omdat de jonge vrouw in kwestie vrijwillig met Tyson naar diens hotelkamer in Indianapolis was gegaan en er geen bewijzen waren dat ze onder dwang seks met hem zou hebben gehad. Tyson had er om onopgehelderde redenen echter voor gekozen om zich te laten verdedigen door een belastingadvocaat. Van zijn straf hoefde de bokser uiteindelijk slechts ruim drie jaar uit te zitten.

Eenmaal weer vrij begon Tyson aan een met veel publiciteit omgeven come-back. Hij toonde zich ontembaarder dan ooit, onder meer door voorafgaand aan zijn gevecht tegen Lennox Lewis te roepen: ‘I want your heart, I wanna eat his children!’ Tijdens een persconferentie beet Tyson diezelfde Lewis dwars door diens broek heen in zijn dij.
Tyson3.jpgDat was niet eens Iron Mike’s gruwelijkste uiting van kannibalisme. In 1996 en 1997 verloor hij tweemaal kansloos van Evander Holyfield. Toen het in het tweede gevecht opnieuw mis dreigde te gaan, beet Tyson zijn tegenstander hard in diens oor. Daar werd hij niet eens voor bestraft. Dat gebeurde pas nadat hij voor de tweede keer toehapte, waarbij hij daadwerkelijk een stuk uit Holyfields oor beet en dat op de grond spuugde.
Tyson werd gediskwalificeerd. De verontwaardiging over zijn ongehoorde daad was wereldwijd. Hij kreeg een levenslange schorsing opgelegd. De berouwvolle Tyson putte zich uit in excuses tegenover zijn fans, tegenover Holyfield en tegenover de bokscommissies. En jawel, het lukte: uiteindelijk kwam hij er vanaf met niet veel meer dan een berisping. In de praktijk bleek ‘levenslang’ slechts anderhalf jaar te zijn, want toen stond hij alweer in de ring.
De ooit zo ongenaakbare Tyson was echter geen schim meer van zichzelf. Hij won nog een paar titelgevechten, maar incasseerde ook gevoelige verliespartijen. Zelfs op knock-out. En uiteindelijk tegen opponenten die hij in zijn beginjaren kansloos zou hebben gelaten. In zijn laatste profgevecht, tegen de jonge Ier Kevin McBride in 2005, kwam hij na de vijfde ronde niet meer van zijn kruk af en incasseerde hij zijn verlies zittend. Zijn commentaar: ‘I felt like I was 120 years old. I don’t think I have it anymore.’ Na afloop kondigde hij aan te stoppen. Sindsdien heeft hij alleen nog maar meegedaan aan showworstelen en vergelijkbare evenementen.
Tyson4.jpgIn die laatste jaren van zijn roemruchte loopbaan had Tyson veel meegemaakt. Hoewel hij naar schatting 400 miljoen dollar bij elkaar had gebokst, had hij zo met geld gesmeten dat hij failliet ging en zelfs zijn lievelingshuisdieren – een paar tijgers – moest verkopen. Hij werd betrapt op het gebruik van marihuana. Bij drie verschillende vrouwen had hij in totaal zeven kinderen. Een van zijn exen beschuldigde hem ervan dat hij haar zou hebben geslagen. (Tyson: ‘Anyone with a grain of sense would know that if I punched my wife I would rip her head off. It’s all lies. I have never laid a finger on her.’)
Van zijn 50 partijen als profbokser won Mike Tyson er uiteindelijk 44. Tijdens een van zijn gevangenisstraffen bekeerde hij zich tot de islam en liet hij zich omdopen tot Malik Abdul Aziz. Sinds 2012 is hij vegetariër. Hij probeert een goede vader te zijn. En hij heeft een even laconieke als realistische kijk op de manier waarop hij de bokssport heeft bedreven: ‘When you see me smash somebody’s skull, you enjoy it.’


Ed van Eeden (1957) is schrijver, vertaler en journalist. In 2005 schreef hij een biografie over en in samenwerking met bokser Regilio Tuur, Life Part One, waar de regen koud is (uitg. L.J. Veen).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s