‘Dat is geen schrijven, dat is loodgieten’

Vorige week was de honderdste geboortedag van William S. Burroughs (V.S., 1914-1997), een van de meest controversiële auteurs van de twintigste eeuw. Hij voorzag als geen andere schrijver dat de literatuur gezien het opkomende multimediale tijdperk radicaal vernieuwd moest worden. De openlijk homoseksuele, drugs gebruikende schrijver die per ongeluk zijn eigen vrouw had doodgeschoten was een belangrijk deel van zijn leven op de vlucht voor de autoriteiten. Voor de gelegenheid een overzicht van zijn turbulente leven en werk. ‘Rub out the word.’

‘Dat is geen schrijven, dat is loodgieten’
Het ontregelende leven en werk van William S. Burroughs

burroughs1Twee van de belangrijkste vernieuwers van de literatuur in de twintigste eeuw, William Burroughs en Samuel Beckett, ontmoetten elkaar in Parijs in 1959. Dat gebeurde op uitnodiging van Maurice Girodias van de Parijse Olympia Press. Girodias had het dat jaar als eerste uitgever aangedurfd om Naked Lunch uit te brengen – Burroughs’ visionaire roman vol expliciete seks, geweld en maatschappijkritiek waarin sciencefiction, satire, comedy en horror elkaar in een onnavolgbare kluwen van verhalen afwisselen. Pas drie jaar later zou Naked Lunch in Burroughs’ vaderland de V.S. uitkomen en vervolgens wegens obsceniteit aangeklaagd worden.
De Ierse toneel- en prozaschrijver Beckett was in veel opzichten Burroughs’ tegenpool. Bij Beckett geen anarchistisch en hallucinatoir proza, maar spaarzaam en zeer individualistisch taalgebruik. Beckett, wiens toneelstuk Waiting for Godot enkele jaren eerder minstens zo schandaalverwekkend was geweest als Naked Lunch nog zou worden, liet zien hoe mensen tevergeefs hun eigen, absurde bestaan proberen te begrijpen. Burroughs deed in zekere zin iets vergelijkbaars, maar hij wilde zich daarbij juist door allerlei invloeden van buitenaf laten inspireren. Sinds kort experimenteerde hij daarom met een nieuwe techniek: de cut-up.
Zowel Burroughs als Beckett woonden in Parijs in een soort zelfverkozen ballingschap. Plaats van ontmoeting was het wat schimmige restaurant Chez Lolita. Ze gingen aan een tafel zitten en keken elkaar bewegingloos aan, omgeven door de klanken van een bossanova-band en half ontklede danseressen.
burroughs2.jpgUiteindelijk leunde Beckett voorover en zei: ‘Wat kunt u me vertellen, meneer Burroughs, over die cut-up methode van u?’
‘Nou, meneer Beckett,’ zei Burroughs, ‘wat ik doe is dat ik een bladzijde neem van wat ik heb geschreven en een bladzijde van de Herald Tribune. Ik knip ze in repen uit elkaar en dan voeg ik die in een andere volgorde weer samen, en daar ontcijfer ik nieuwe teksten uit. Vervolgens zou ik een pagina kunnen nemen uit een tekst van u, deze naast de tekst leggen die ik had gemaakt, en dezelfde handeling nog een keer uitvoeren.’
Beckett vroeg verontwaardigd: ‘U gebruikt de woorden van andere schrijvers?’
‘Woorden zijn niet gebrandmerkt zoals ze met de veestapel doen. Heeft u wel eens van een woordendief gehoord?’ vroeg Burroughs.
‘Dat kunt u niet maken!’ zei Beckett. ‘U kunt wat ik schrijf niet met de kranten gaan vermengen.’
‘Nou, dat heb ik wel gedaan,’ zei Burroughs.
‘Dat is geen schrijven,’ schimpte Beckett, ‘dat is loodgieten.’
De discussie zette zich een tijdje voort, maar tot een overeenstemming kwam het niet. De twee zouden later allebei als pioniers van het postmoderne, gefragmenteerde levensgevoel bestempeld worden, maar hun methodes om dat te verwoorden waren totaal verschillend.

Bewustzijnsverruiming
Dat Burroughs zich weinig aantrok van literaire tradities was al gebleken toen zijn eerste roman Junkie uitkwam, gebaseerd op zijn ervaringen als heroïneverslaafde. William S. Burroughs (1914) was opgegroeid binnen een welgestelde familie in St. Louis, Missouri, maar hij had weinig op met het materialisme en nationalisme van de Amerikaanse way of life. Nadat hij Engelse literatuur had gestudeerd aan de universiteit van Harvard reisde hij rond in Europa. Teruggekeerd verkende hij de homosubcultuur en experimenteerde hij met drugs – zeer ondergrondse bezigheden in de puriteinse jaren veertig en vijftig. Hij had allerlei baantjes, waaronder die van insektenverdelger. Schrijven deed hij incidenteel; zijn primaire bezigheid werd dat pas na een schokkende gebeurtenis in 1951, maar daarover later meer.
Burroughs verhuisde naar New York, waar hij in een appartement samenwoonde met een aantal nieuwe vrienden, onder wie de dichter Allen Ginsberg en schrijver Jack Kerouac. Ze zouden bekend worden als de voormannen van de Beat Generation. Alledrie wilden ze een nieuwe, bewustzijnsverruimende literatuur schrijven die zich afzette tegen het benauwde, preutse Amerika. Dat deden zij overigens op zeer verschillende manieren, waarbij Burroughs een veel grimmer levensvisie uitdroeg dan de andere Beats, die als voorlopers van de hippies gezien kunnen worden met hun verlangen naar menselijke harmonie. Burroughs was echter vooralsnog in de eerste plaats een junk. Hij hing met kleine criminelen op straat rond, rolde de zakken van metroreizigers en ging zelf dealen om zijn verslaving te bekostigen.
Ginsberg probeerde Burroughs te koppelen aan Joan Vollmer, een eveneens drugsverslaafde studente journalistiek die in de New Yorkse kunstenaarskringen rondhing. Ginsberg zag in haar Burroughs’ intellectuele evenknie, en hij hoopte dat zij zijn wat koele en superieure houding kon doorbreken. Ze kregen inderdaad een verhouding, al zou ook zij zich storen aan Burroughs’ afstandelijkheid. En met zijn homoseksuele contacten stopte hij niet. Na enkele aanvaringen met justitie zakten zij samen af naar het zuiden. In Texas begonnen ze een wietplantage maar dat bracht niet het gehoopte financiële gewin. Uiteindelijk belandden ze in Mexico City, waar de rechtshandhaving omtrent drugsgebruik en homoseksualiteit heel wat minder strict was.
burroughs3.jpgAangemoedigd door onder meer Ginsberg begon Burroughs aan een roman gebaseerd op zijn ervaringen met heroïne. Junkie doet op zakelijke wijze verslag van het leven van de verslaafde Lee (Burroughs) en zijn pogingen om aan geld te komen, af te kicken en arrestatie te ontlopen. Op bijna encyclopedische wijze wordt informatie gegeven over soorten drugs, methodes om te gebruiken en wetgeving tegen drugs. Emoties heeft de hoofdpersoon nauwelijks. Het is alsof hij van afstand zijn eigen leven gadeslaat.
Ginsberg, onder de indruk van Burroughs’ koele, precieze stijl, zijn openhartigheid en gebrek aan zelfbeklag, nam de rol van agent op zich. Geen enkele van de grote literaire uitgevers in New York was echter in Junkie geïnteresseerd. Burroughs bleef aan het manuscript werken, schrapte filosofische passages en maakte het verhaal zo down-to-earth mogelijk. Maar naast het schrijven lag zijn aandacht nog steeds grotendeels bij zijn verslaving. Hij ondernam een trektocht door de jungle van Equador, op zoek naar de mysterieuze drug yage, samen met een jongen tot wie hij zich aangetrokken voelde. De trip was een grote mislukking – yage vonden ze niet en Burroughs’ avances werden niet beantwoord. Deze ervaring zou de basis vormen voor zijn tweede roman, Queer.

Kwade geest
Burroughs was een paar dagen terug uit Equador, toen hij, op 6 september 1951, in de straten van Mexico City overvallen werd door een diepe neerslachtigheid. Tranen stroomden om onverklaarbare redenen over zijn wangen. Hij liep terug naar zijn appartement en samen met Joan zette hij het op een drinken. Burroughs zat in geldnood en hij had die middag een afspraak bij een vriend, John, die iemand kende die een van zijn pistolen wel wilde kopen. Burroughs was toch al niet tevreden over het wapen, het schoot te laag. Om zes uur kwamen ze bij John. De koper was er nog niet, maar er was een feestje gaande waar flink gedronken werd. Burroughs, nog steeds zeer gedeprimeerd, en Joan deden volop mee.
burroughs4Vier mensen zaten bijeen in de huiskamer. Burroughs haalde in een opwelling zijn pistool uit zijn tas en zei tegen Joan: ‘Het is tijd voor onze Wilhelm Tell-act. Zet een glas op je hoofd.’ Ze hadden nooit een Wilhelm Tell-act gedaan, maar Joan voldeed aan zijn verzoek. Ze draaide haar hoofd weg en zei giechelend: ‘Dit kan ik niet aanzien, je weet dat ik niet tegen bloed kan.’ Niemand nam Burroughs, die vaak een wapen bij zich droeg, serieus. Maar hij deed in zijn dronkenschap wat niemand verwachtte, en vuurde. Het glas viel ongebroken op de grond en Joan zakte ineen in haar stoel. Ze was in haar voorhoofd geraakt. Burroughs knielde bij haar neer, in shock, en probeerde haar tot praten te krijgen, maar ze stierf onmiddellijk.
Burroughs werd gearresteerd, maar zijn advocaat kreeg hem binnen twee weken op borgtocht vrij. Hij werd schuldig bevonden maar de strafmaat zou pas later worden uitgesproken. Nu was hij alleen in Mexico City, met een traumatische ervaring achter de rug en gevangenschap in het vooruitzicht. Het spoorde hem aan zich op een nieuwe roman te storten, Queer. Hij was tot de conclusie gekomen dat op die fatale dag een kwade geest bezit van hem had genomen, The Ugly Spirit. Toen Queer meer dan dertig jaar later, in 1985 eindelijk verscheen, schreef hij in de inleiding: ‘Ik moet de verschrikkelijke conclusie trekken dat ik nooit schrijver zou zijn geworden als Joan niet was gestorven. Haar dood bracht me in contact met The Ugly Spirit en het betekende het begin van een levenslang gevecht, waarin ik geen andere keuze had dan me er door te schrijven aan te ontworstelen.’

Fulltime schrijver
Inmiddels had Ginsberg eindelijk onderdak voor Junkie gevonden. Niet bij een uitgever van literaire hardcovers, maar van paperbacks, het nieuwe medium dat Amerika sinds kort overspoelde met verhoudingsgewijs trashy misdaadromans, westerns, romance, en goedkope herdrukken. Uitgeverij Ace maakte er tot Burroughs’ ergernis echter een dubbeluitgave van. Junkie verscheen in één band met de memoires van een drugsbestrijder. Narcotic Agent had een sterke anti-drugs ondertoon en moest voorkomen dat Ace vanwege Junkie beschuldigd zou worden van drugsverheerlijking. Junkie verscheen geruisloos, zonder recensies. Het was dan ook typisch een boek voor de kiosken, met op de pulpcover een man die een jonge vrouw van achter beetpakt terwijl ze om een drugsspuit vechten. ‘The confessions of an unredeemed drug addict’, luidde de ondertitel.
burroughs5.jpgBurroughs besloot een nieuw begin te maken. Hij slaagde erin de Mexicaanse grens over te steken – in zijn afwezigheid zou hij tot twee jaar gevangenisstraf wegens moord worden veroordeeld, die hij nooit zou uitzitten – en uiteindelijk vestigde hij zich in 1953 in Tanger, Marokko, waar de wetshandhaving nog vrijer was dan in Mexico. Hij huurde er een kamer in een jongensbordeel. Hij worstelde met de dood van Joan, en de afwijzing van Ginsberg op wie hij verliefd was geworden. Maar hij bleef brieven schrijven naar Ginsberg, die de getormenteerde Burroughs op zijn beurt bleef aanmoedigen. Die brieven vormden de basis voor wat Burroughs’ beroemdste roman zou worden. Slechts onder de invloed van de lichte drug majoun begon hij – voor het eerst in zijn leven – fulltime te schrijven. Met een bezetenheid die hij voor de dood van Joan niet kende. Pagina na volgetypte pagina trok hij uit zijn schrijfmachine en gooide hij over zijn schouder op de grond. Het waren uitzinnige grotestadsverhalen over de fictieve metropool Interzone, zowel komisch als inktzwart. Over de ordening ervan bekommerde hij zich niet.
Collegaschrijver Paul Bowles, die ook in Tanger woonde, was er getuige van: ‘Honderden bladzijden lagen verspreid over de vloer, maandenlang, met voetafdrukken erop, rattenuitwerpselen, stukken van sandwiches. Het was smerig.’ Ik zei: “Wat is dat?” Hij zei: “Dat is mijn nieuwe boek waaraan ik werk.” “Heb je er een kopie van?” vroeg ik. “Nee,” zei hij. “Waarom raap je het niet op?” zei ik. “O,” zei Burroughs, “dat gebeurt nog wel een keer.”’
Het waren Kerouac en Ginsberg die op bezoek kwamen en respectievelijk als typist en redacteur met het manuscript aan de slag gingen. Kerouac keeg nachtmerries van het overtypen van de krankzinnige verhalen, maar ging er onder druk van Burroughs mee door. Ginsberg ordende het materiaal, maar Burroughs overtuigde hem ervan het fragmentarische en niet-chronologische karakter ervan te behouden. De overlappende verhalen werden wat hem betreft voldoende bijeengehouden door de thematiek en de personages, al namen die soms verschillende gedaantes aan.

Satirische aanklacht
burroughs6.jpgGinsberg nam het manuscript mee naar de Parijse Olympia Press, die erom bekend stond controversiële romans te durven publiceren, zoals recentelijk Nabokov’s Lolita. Maar pas nadat fragmenten in Amerikaanse tijdschriften tot een schandaal hadden geleid, besloot Olympia Press Naked Lunch in 1959 uit te geven. Drie jaar later verscheen het in de V.S. Binnen enkele jaren had de roman in de V.S. en Europa een grote cultreputatie, voornamelijk in undergroundkringen. De gevestigde literaire wereld was zeer verdeeld, vooral vanwege de fragmentarische opzet. Naked Lunch werd door het gerechtshof in Boston obsceen verklaard en verboden. In hoger beroep, na pleidooien van onder meer Allen Ginsberg en Norman Mailer, werd het boek vrijgesproken, omdat het toch niet ‘geheel ontstoken van vrijpleitende sociale waarden’ was. Het is tot op vandaag het laatste literaire werk in de V.S. gebleven dat is gecensureerd.
Burroughs zag zijn roman vooral als een satire op zijn vaderland. Hij wilde de hypocrisie onder het burgerlijke oppervlak van het Amerika van de jaren vijftig blootleggen. De metropool Interzone wordt bevolkt door junks, criminelen, hoeren, narcotica-agenten en bizarre wezens zoals de Mugwumps. Het boek is een aanklacht tegen de doodstraf, en kent gruwelijke ophangingsscènes. Racisme en religieuze verdwazing worden aan de kaak gesteld. De Burning Negro keert herhaaldelijk terug – Burroughs kwam uit het conservatieve zuiden van de V.S. waar het publiekelijk lynchen van zwarten nog altijd voorkwam. Iedere machthebbende figuur in Naked Lunch probeert een ander onder controle te krijgen, in Burroughs’ duistere maatschappijvisie. In essentie is Naked Lunch een pleidooi voor individuele vrijheid, maar niet door het verheerlijken van seks, misdaad en drugs, waarvan het boek beschuldigd is. Burroughs klaagt juist de machthebbers aan die de verslavende werking ervan, ondermeer door hun stringente wetgeving, uitbuiten.

Wisselend gezichtspunt
Hoe revolutionair Naked Lunch ook was, voor Burroughs ging het het nog niet ver genoeg. Hij raakte er steeds meer van overtuigd dat de traditionele literatuur te behoudend was, geen voeling had met de maatschappelijke ontwikkelingen van zijn tijd, en geen gelijke tred hield met andere zich snel ontwikkelende kunstvormen zoals beeldende kunst, film en fotografie.
burroughs7In zijn Parijse periode raakte hij bevriend met de Amerikaanse kunstenaar Brion Gysin. Samen begonnen ze te experimenteren met cut-up collages. Fragmenten uit de Saturday Evening Post en Time werden naast teksten van Rimbaud en Shakespeare gelegd. Burroughs vond de resultaten hilarisch en meer dan dat, het was een doorbraak. Nu kon hij in de literatuur doen wat in schilderkunst, door middel van collages, al lang gemeengoed was. Samen maakten Burroughs en Gysin verschillende boeken, zoals Minutes To Go en Exterminator. De Zuid-Afrikaanse dichter Sinclair Beiles, die namens Olympia Press redactiewerk voor Naked Lunch had gedaan, experimenteerde met hen mee. Overigens werden zorgvuldig die cut-ups geselecteerd die het beste werkten. Burroughs vergeleek de cut-up met de ervaring van een wandelaar op straat: zijn blik kan afgeleid worden door een passerende auto, hij ziet reflecties in winkelruiten, allelei beelden trekken voorbij, gefragmenteerd en elkaar overlappend naar gelang het voortdurend wisselende gezichtspunt dat een mens nu eenmaal heeft. Door cut-ups kon literatuur het alledaags bewustzijn het best benaderen.
Burroughs publiceerde begin jaren zestig drie cut-up romans, The Soft Machine, The Ticket That Exploded en Nova Express, die in elkaar overliepen en die hij bleef herschrijven. Burroughs vond dat je elk geschikt materiaal, inclusief dat van hemzelf, kon blijven (her)gebruiken. Met typische cut-up zinnen als ‘Gongs of violence show alternative answers to any question – Artists take over the entire answer battery of automatic junk state – I extended this to other flesh – Counterorders issued’ vervreemdde hij veel lezers van zich. Dat was ook onvermijdelijk, want zijn blijvende kritiek op godsdienst, overheid en politie die hun macht misbruiken ten koste van de menselijke vrijheid, gold ook steeds meer de taal zelf. ‘Rub out the word’ luidde een slogan van Burroughs. De machthebbers vervuilden de taal met hun misleidende propaganda en reclame. Cut-ups waren zijn manier om die taal te ontmantelen. Burroughs zocht naar een niet-rationele, en zo mogelijk non-verbale vorm van communicatie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij tapes en filmcollages ging maken, in samenwerking met andere kunstenaars. Het zijn bewust ontregelende, grillige werkstukken waarmee hij zich nog verder van het traditionele schrijverschap verwijderde.

Schatplichtig
burroughs8.jpgNa enkele jaren in Londen, waarin hij door aanhoudende drugsproblemen en ongelukkige liefdesaffaires, slechts twee boeken produceerde, keerde hij in 1974 op instigatie van alweer Allen Ginsberg, die zich zorgen over hem maakte, terug naar de V.S. Hij betrok in New York ‘de Bunker’, een raamloos kelderappartement waar hij allerlei hem bewonderende prominenten uit de kunstscene ontving: Andy Warhol, Lou Reed, David Bowie, Susan Sontag en Patti Smith (‘he’s up there with the Pope’, luidt een bekende uitspraak van Smith over Burroughs). Hij begon met voorleestournees om zijn roem eindelijk eens ten gelde te maken, wat hard nodig was gezien zijn financiële situatie. En hij raakte voor de zoveelste keer verslaafd aan heroïne, die in New York al te makkelijk verkrijgbaar was. Tot aan zijn dood zou hij ermee blijven worstelen. Een laatste trilogie boeken verscheen, Cities of the Red Night, The Place of Dead Roads en The Western Lands. Deze waren aanvankelijke als traditionele verhalen geschreven en vervolgens door Burroughs zelf door de mangel gehaald, een soort omgekeerde cut-ups, maar met een toegankelijker resultaat dan voorheen. Opnieuw waren de thema’s homoseksualiteit, drugs, tijdreizen, magie, occultisme, en het zoeken naar vrijheid.
Hij zocht op 68-jarige leeftijd eindelijk een rustiger leven op in Lawrence, Kansas, maar bleef allerlei projecten ondernemen. Hij speelde een verslaafde priester in de film Drugstore Cowboy van Gus van Sant; werkte samen met Laurie Anderson en Sonic Youth, maakte een cd met Kurt Cobain, een spoken word-hiphopplaat met The Disposable Heroes of Hiphoprisy, en de theatervoorstelling The Black Rider met Robert Wilson en Tom Waits. Onder zijn goedkeuring maakte David Cronenberg een zeer sterke verfilming van Naked Lunch. En hij maakte en exposeerde shotgun paintings, waarbij hij op potten verf schoot waarachter hij een leeg doek burroughs9.jpghad opgesteld om de verf op te vangen. Vele, vele schrijvers en kunstenaars toonden zich gaandeweg schatplichtig aan hem. Sciencefictionauteurs als J.G. Ballard en William Gibson. Auteurs die de thema’s homoseksualiteit en drugs met Burroughs deelden, zoals Dennis Cooper en Jim Carrol. Popbands als Steely Dan (de naam is ontleend aan een dildo uit Naked Lunch) en Joy Division. Vele electronica- en hiphopgroepen zoals Cabaret Voltaire, die met het gebruik van samples de cut-up principes, volgens welke ieder beschikbaar materiaal geplunderd mag worden, in de muziek toepasten. In de Nederlandse literatuur is overigens C.B. Vaandrager de duidelijkste exponent hiervan en zelfverklaard bewonderaar. Zomer 1997 nam Burroughs nog een clip op met U2: ‘Last Night on Earth’. Enkele weken daarna stierf hij, 83 jaar oud. Zijn levenslange maat Ginsberg was hem eerder dat jaar voorgegaan.
Geleidelijk was er tijdens Burroughs’ leven een mythe ontstaan: de zwijgzame en raadselachtige figuur, vormelijk en goed gekleed, die tegelijkertijd schandaalverwekkende boeken schreef en een minstens zo onaangepast leven leidde. De jeugd- en tegencultuur zag in hem een godfather van de underground. Iemand die zich nooit gecompromitteerd had, altijd radicale vernieuwing zocht en die zich niets aantrok van de traditionele afscheidingen tussen kunstdisciplines. Echt veel gelezen werden zijn moeilijk toegankelijke boeken nooit. Burroughs is misschien wel uniek in de mate waarin hij generaties kunstenaars heeft geïnspireerd zonder dat ze zijn werk gelezen hebben. Het is vooral vanwege zijn leven, dat door zijn bewonderaars als een kunstwerk op zich wordt beschouwd, en zijn compromisloze en vernieuwende houding dat de mythe rond hem nog steeds bestaat. Hij voorzag als geen andere schrijver uit de twintigste eeuw de multimediale eenentwintigste eeuw.

Erik Brus publiceerde met Fred de Vries het boek Gehavende stad, muziek en literatuur in Rotterdam van 1960 tot nu en is medesamensteller van verzamelboek ROTTERDAM. Hij realiseerde i.s.m. Laurens Abbink Spaink de novelization Zwartboek van de film van Paul Verhoeven. In 2015 verscheen het mede door hem samengestelde boek Ken zó in Boijmans – Frans Vogel 80 (Studio Kers). Lees meer artikelen van zijn hand.

Dit artikel verscheen in een eerdere versie in het januari-februari 2008 nummer van Passionate Magazine.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s