Geen andere oplossing dan moord

Meteen op de vijfde pagina is een foto te zien van een oude koffer. Het ziet er uit als een normale volle geruite koffer met gebutste zwarte hoekjes, maar toch overheerst het gevoel dat er iets niet aan klopt. Onder de foto staat een bijschrift: ‘Lijk in koffer 1927’. Deze foto komt uit het fotoboek Moord in Rotterdam, waarin ruim zestig politiefoto’s zijn opgenomen uit de periode 1905 tot en met 1967 (uitgeverij Duo Duo Rotterdam, 1994). 

Menno Wigman legt in het woord vooraf van de in kleine oplage verschenen dichtbundel De vrede moe uit dat hij door de foto’s in dat boek geïnspireerd raakte en gedichten ging schrijven over moord en doodslag. En het leidde tot een gesprek met Diana Scherer. Ze vertelde dat Moord in Rotterdam ook haar had geïnspireerd. Terwijl Wigman in de hoofden van de moordenaars probeerde af te dalen, boetseerde zij lichamen van porselein die ze op diverse plekken fotografeerde. Niet lang na die eerste afspraak werden ze geliefden en begonnen al snel over dit gezamenlijke boek te fantaseren, waarmee ze hun liefde konden bezegelen. Of, zoals Wigman het aan het einde van zijn inleiding mooi verwoordt: Mocht, ik zeg: mócht het ooit gebeuren dat mijn liefste en ik onbedaarlijke ruzie krijgen en het een van ons, zoals bij de meeste moordenaars, ‘zwart voor ogen wordt’, dan blijft altijd nog dit boek.

De grootste zoekterm
‘Dit boek’ bevat acht (grotendeels eerder gepubliceerde) gedichten van Menno Wigman en evenzoveel foto’s van Diana Scherer. Het boek is tweetalig uitgegeven, de Engelse vertalingen van John Irons staan op dezelfde bladzijde als het Nederlandse gedicht. Het grafisch ontwerp is van Willem van Zoetendaal, ontwerper en uitgever van fotoboeken. Er is een lichtgroene kleur gebruikt voor de bladzijden, zwarte letters voor de Nederlandse gedichten en rood voor de Engelse vertalingen. Het boekje is met veel gevoel voor schoonheid gemaakt: Bijna ieder gedicht wordt vergezeld door een paginavullende foto, op twee fotospreads na, waarop er beide keren aangeklede porseleinen lichamen in een plas water liggen.
Het dichtst in de buurt van de kofferfoto komt een foto van een porseleinen hoedje dat op de grond ligt: ook daar klopt iets niet. Deze foto staat naast het gedicht ‘Herostratos’, waarbij een persoon wordt omschreven die binnenkort veel doden zal maken, aan het einde wordt kenbaar gemaakt dat deze persoon de grootste zoekterm zal zijn. De opening van het boekje met ‘Rorschach’ is erg goed gekozen. In dit gedicht is de moordenaar al gepakt en wordt onderzocht. Tijdens het onderzoek wordt tussen haakjes verteld wat de vlek was. Maar dat gebeurt met zo’n haat, dat hier echt een moordenaar aan het woord is, beangstigend bijna. (Het was een vrouw, een lange, slanke vrouw. / Nerveus. Verknipt. En luier dan een roos. / Ze sprak met modder. Moest mijn leven uit.  // Soms lees ik moordberichten in de krant. / Ik had een wil. Duid vlekken. Weeg mijn huid.) De wil om te doden zit echt in die moordenaar. Zij moest echt uit dat leven worden weggeruimd. In ‘Oud verhaal’ gaat het over het leven van een dolk: eerst ligt deze te koop in een vitrine, en dan vertrekt hij in een vestzak met een hart dat sloeg. Vervolgens: Een stem. Getier. En toen, opnieuw / die meisjesnaam. Het kwam op dienen aan. Het lijkt alsof de vrouw in het gedicht vreemd is gegaan en de partner haar daarvoor hard straft.

De jongen liep glansloos weg
Zo wordt in bijna ieder gedicht het gevoel opgeroepen dat de moordenaar geen andere keus had dan de dood te geven aan zijn slachtoffer. De vrede moe, want of het nou het slachtoffer is of de dader, beiden zijn moe in de gedichten van Wigman. De dader heeft zich zo ontwikkeld dat hij geen een andere oplossing meer kan vinden voor zijn problemen, dan de moord plegen. Er zit een gedicht tussen, waarbij een toeschouwer getuige is van een moord. Er wordt gezien dat een jongen galant zijn mes uit iemands ribbenkast trok. Maar toen viel de avond, het mes verdween en de jongen liep glansloos weg uit het gedicht. Het is de laatste regel die zo treffend is voor de uitgave van De vrede moe: De dood verzint van alles, maar niet dit. Bij dat laatste gedicht is ook een foto afgebeeld van een porseleinen popje op een granieten vloer, met het hoofd op een doucheputje. Dan zie je dat een voetje is afgebroken. En besef je hoe je in de hoofden van de daders bent gaan zitten bij lezing van de gedichten.

Diana Scherer en Menno Wigman, De vrede moe / The Peace Weary 
vertaling naar het Engels: John Irons
paperback, 32 blz, € 17,00
Azul Press, ISBN 978 94 906 8767 0
te bestellen via www.azulpress.com


Coen Geertsema

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s