Groenpoezie

Een eind bij de zee vandaan

Een eind bij de zee vandaan

En toen de zeven donderslagen gesproken hadden, wilde ik het opschrijven, maar ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben en schrijf het niet op. Openbaringen 10:4

Dat vlot dat we in elkaar zetten, onder het water,
was precies goed: toen hij wandelde, donker tegen de lucht,
met wapperend gewaad,
was het alsof de onstabiele golven zijn slanke
en ongeschonden voeten droegen. De meeuwen vlogen over,
vallend, schreeuwend alleen; gerafelde flarden wolk
dreven in balken langs de zon. Daar op de kust
was de reactie van de menigte onverwijld. Hij
ging er goed mee om, vond ik – het schrijden, de houding van het hoofd, prima.
Lange stroken licht lagen verblindend op de golven.
En toen wisten we dat ons werk de moeite waard was geweest:
het dagenlange zagen, het in elkaar zetten, al die spijkers,
de vermoeiende repetities, overwegingen wat de uitvoering betreft.
Maar als je een wonder wilt, moet je er ook voor werken,
je plannen zorgvuldig voorbereiden en de menigte
net een stap voor zijn. Verslag uitbrengen over een wonder
is een puur genoegen; maar er een in elkaar zetten vereist
tact, verbeelding, een speciaal talent voor het karwei
dat niet iedereen heeft. Een wonder betekent, kortom, werk.
– En nu zijn er die komen zeggen dat wonderen
niet datgene waren waar we op uit waren. Maar wat
is er anders? Welke andere hoop heeft het leven in petto
dan het wonderbaarlijke, de bekwame en geduldige
uitvoering, het teamwerk, alle pijn en moeite die elk wonder kost?

Zieners die hun bed doorwoelen, achtervolgd en geradbraakt
door vragen over Messianisme en eschatologie,
zijn als de mist die ’s avonds opkomt, en komen,
misschien, tot iets wat nog minder is, Ernstige supernaturalisten, toegewijde gelovigen,
ondergaan de extase (voor wat het is) maar niet
onze extase. Wij hadden het zelf gemaakt. Toch, soms,
als de stortvloed van die tijd
terugstroomt, verbaas ik mij over onze moed
en onze ondernemingszin. Het was alsof de wereld
één donker wordende, verlaten zaal was geweest
waar rijen onaangestoken kaarsen stonden; en wij kwamen
niet zozeer uit liefde, of hoop, of zelfs verering, maar
uit angst voor de dood, kwamen met onze aanstekers
en zagen de kaarsen een voor een oplichten, vlammen
tegen de lange nacht van onze angst. We dachten
dat we nooit konden doodgaan. Nu ben ik minder zeker.
– De reiziger op de vlakte kan de bergen zien
op afstand; dan verliest hij ze uit het zicht. Zijn weg
windt zich door de valleien; dan, als een pad zich plotseling afbuigt,
staan de pieken naakt voor hem; ze zijn iets anders
dan wat hij beneden zag. Ik denk nu aan het vlot
(voor mij op de een of andere manier het toppunt van de hele zaak)
en alle verwachtingen van die dag, maar ook de grot
die we volstopten met brood, de geheime bijeenkomsten
in de heuvels, de nepmoordenaars ingehuurd voor de laatste achtervolging,
het zorgvuldig opvoeren van de genezingen, de omgekochte officials,
de kleding van de engelen, vlekkeloos in elkaar genaaid,
de medicijnen die werden toegediend achter de steen,
die ultieme wolk, zo volmaakt, en zo opportuun.
Ik heb nooit geweten wie al dat bloed voor elkaar kreeg.

De dagen lengen. Het was lang geleden.
En ik ben gekomen op dat punt bij het afslaan van het pad
waar de pieken oneindig zijn – hoornvormig en schilferig, verstopt met doorns.
Maar zelfs hier weet ik dat ons werk de kosten waard was.
Wat wij hebben laten gebeuren kan niemand ons afnemen.
Het leven biedt geen wonderen aan, ongelukkigerwijs, en heeft hulp nodig.
Niets zal het zelfde zijn als het eens was,
zeg ik tegen mezelf. Het is donker hier op de piek, en het wordt steeds donkerder.
Het lijkt erop of ik een soort extase onderga.
Was het zonlicht op de golven die dag? De nacht valt.
En nu lijkt het water ver weg, irreëel, en misschien is het dat ook.

De ambassadeurs

Geen ogen. Geen licht. De ene verkilde en incomplete hand
klauwt naar de plek waar de leuningen waren geweest
of vindt op den duur de gladheid van een wand.
Zweet als een voorhoofd waar waarzeggers de gezondheid van een toerist op zagen,
slaat een zwarte bladzij om. Dit is de manier waarop
we geloven dat we weer leren. Dit is de manier waarop we
iets leren.
Glimlach zonder spiegels naar een punt in de ruimte
bepaald door één scherp perfect landschap in de geest
dat een seconde lang duidelijk blijft, dan faalt
en nooit, waarschijnlijk, weer zo scherp zal zijn.

Slaat een zwarte bladzij om… Leer zonlicht
als je kan: de bodem van de put
draait rond in deze stilte en is donker,
is koud, is al de plaatsen die je nooit gezien hebt,
is alles wat de dokters niet zeiden,
is koud, met water dat neerstroomt langs de zijkant.

Ketens slepen door grind. Er is niets over
dan het verlangen iets te zijn wat je niet bent –
totaal slecht te zijn geweest, of minder slecht dan je was,
teruggekeerd te zijn precies zoals je wegging
eer de voorbereidingen voor dit donker werden getroffen.
De lippen te vinden om te zeggen: ‘Het was tenminste een leven.’
De mannen zonder benen op stadstrottoirs haasten zich
op wielen van rolschaatsen; en wat zij weten
verschrompelt de papieren bloemen bij hun genitaliën.

Het is een warme ochtend. Dit maakt deel uit van de wereld.
Er moeten opnieuw overwinningen en nederlagen onderscheiden worden.
Is dit alles? Is dit de manier waarop we iets
leren? Dit is de manier waarop we leren.


Dodenmars

Onderaan de bunker, waar de stank van kerosine
het huwelijksritueel aangaf, branden leider en hoer,
gebrekkig aanmaakhout zelfs in de wind, weer verder.

Iemand in uniform neuriet Brahms. Bedienden bereiden verhalen
van ooggetuigen voor als de nacht valt, als rokende kolen
laarzen verwachten op het steen, de bezettingstroepen. Huil minister.

Diep in de ondergrond van de Kyffhauser bergen
snurkt de Heilige Romeinse Keizer door in een slaap
die zeven eeuwen verduurt. Zijn lange rode baard

groeit door de tafel tot aan de vloer. Hij beweegt even.
Ver in het labyrint rommelt laag de donder en sterft weg.
Tril en lig stil. Is Hitler nu in de Himalaya?

We zijn in Cleveland of Sioux Falls. De architectuur
lijkt op Omaha, de lucht binnengepompt vanuit Düsseldorf.
Koude regen druipt maar door net buiten de tralies. De testikels

barsten open op de tafel als de commissaris
de tang openschroeft, zijn handschoenen uitdoet, Isvestia
neerlegt. (Oude saboteurs, gecontroleerd door Trotsky’s

intrigerende en onoverwonnen geest, bedreigen Novgorod nog steeds.)
– En niet ver van de groeven worden die botten van ons,
verbrand, gebleekt en splinterend, opgeschept, klaar voor de velden.

Ondertitel

Wij presenteren voor u vanavond
een film van de dood: let op
deze scenes, onthuld door beschadigd celluloid
niet gesponsord en belastingvrij.

Wij vragen slechts deze dingen:
Alle kauwgum moet onder de stoelen worden geplaatst
of snel doorgeslikt, alle zakken popcorn
moeten in de foyer worden achtergelaten. De deuren
zullen gesloten blijven gedurende
de voorstelling. Raadpleeg a.u.b.
uw programma’s: let erop dat er
geen uitgangen zijn. Dit is
een noodzakelijke voorzorgsmaatregel.

Verwacht geen dialoog, of het geluid
van enige menselijke stem: wij achtten het raadzaam
deze voorstelling te synchroniseren met
gegil van varkens, langzaam geluid van vuurwapens,
de scherpe droge klik
van lege snoepautomaten.
Wij zeggen opnieuw: er zijn hier
geen uitgangen, geen omkoopbare bewakers,
geen toiletraampjes.

Geen slot aan de film, tenzij
het uw eigen einde is.
Doe de lichten uit, herinner
de operateur aan zijn vakbondskaart:
zit voorovergebogen, laat het scherm uw erfdeel
onthullen, de logica van uw bestemming.

Voor mijn dochter

Kijkend in mijn dochters ogen lees ik net
onder de onschuld van ochtendvlees
verborgen, doodstekens waar zij niet op let.
Koudste winden hebben dit haar doorwaaid, een netwerk
van zeewier knoopte zich om die miniaturen van handen:
het langzame gif van de nacht, minzaam en tolerant,
heeft haar bloed bewogen. Dorre jaren die ‘k heb gezien
en die de hare kunnen zijn, verschijnen: vuile, talmende
dood in zekere oorlog, de slanke benen groen.
Of zij, met haat gevoed, geniet van de prikkel
van andermans doodsstrijd; misschien de wrede
bruid van een syfiliticus of een gek.
Deze speculaties verzuren in de zon.
Ik heb geen dochter. Vraag er ook niet om.

Aspecten van Robinson

Robinson kaartspelend in het Algonquin; een dun
blauw licht komt eens te meer neer buiten de blinden.
Grijze mannen in overjassen zijn spoken voorbij de deur geblazen.
De taxi’s strepen de hoofdstraten geel, oranje en rood.
Dit is Grand Central, meneer Robinson.

Robinson op een dak boven de Heights; de boten
rouwen als verloren zielen. Water is leisteen, ver beneden.
Tussen geluiden van ijsblokjes vallend in glas beschrijft
een osteopaat, gekleed voor golf, een oude Intourist-tour.
Vanaf hier sprong de oude Gibbons, Robinson.

Robinson wandelend in het park, in bewondering voor de olifant.
Robinson die de Tribune koopt. Robinson die de Times koopt.
Robinson die zegt: ‘Hallo, ja dit is Robinson. Zondag
om vijf uur? Ja graag. ‘t Gaat goed. En met jou?’
Robinson alleen in Longchamps, starend naar de muur.

Robinson bang, dronken, snikkende Robinson
in bed met een mevrouw Morse. Robinson thuis;
beslissingen: Toynbee of luminol? Waar de zon schijnt:
Robinson in gebloemde zwembroek, blik op de branding.
Waar de nacht eindigt: Robinson in East Side-bars.

Robinson met tweed-jasje, Schotse schoenen,
zwarte das en oxford-overhemd. Geluidloos
juweliershorloge dat zichzelf opwindt, de akten-
tas, korte overjas, kleding voor het voorjaar, dit alles bedekking
voor zijn droef, gebruikelijke hart, droog als een winterblad.

vertaling: J. Eijkelboom


Weldon Kees (V.S., 1914-1955) was dichter, kunstschilder, journalist, toneelschrijver, romanschrijver, jazzmuzikant, songschrijver en filmmaker. Na zijn vroegtijdig overlijden ontstond er een cultus rond zijn werk. Meer over leven en werk van Weldon Kees in het artikel van Richard Dekker op dit platform.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s