Groenproza

De Grote Bosatlas

In de kroeg had ik bluffend de atlas opengeslagen en hem uitgedaagd een pijltje op de kaart te gooien. Dat pijltje landde ongeveer op deze plek. Hij keek me aan en we zijn gewoon gegaan. Gelukkig was het niet ver. De rit was hooguit dertig minuten. Desondanks viel ik op de snelweg met mijn hoofd tegen zijn schouder in slaap. Hij maakte me wakker nadat hij de auto onder aan de strandopgang geparkeerd had. ‘We zijn er,’ zei hij. Het dartpijltje sloeg eigenlijk een paar centimeter verder naar links in de kaart, we zouden officieel een stuk de zee in moeten rijden. Dat zei ik nog tegen hem, maar hij vond dit dichtbij genoeg. Dus nu ben ik op het strand met een jongen die ik pas een aantal uur geleden ontmoet heb. Als ik naar rechts kijk zie ik hem lopen in de verte. Ik noem hem de jongen omdat ik zijn naam vergeten ben en omdat hij een stuk jonger is dan ik. Hoeveel jonger hij is heeft hij niet door, denk ik. Om de zoveel passen zie ik hem bukken, iets oprapen en weer weggooien. Hij zoekt schelpen om een ketting van te maken. Voor mij. Even was ik bang dat hij me zou vervelen zodra we hier aangekomen waren, maar dat is niet zo. Hij zoekt schelpen en dat is prima.
Het is hier nogal verpauperd. In tekenfilms zijn stranden bezaaid met zeesterren en krabbetjes en is de lucht altijd blauw. Toen we vertrokken was dat het beeld dat ik had bij deze plek, ik was hier nog nooit eerder geweest. Maar helaas, er ligt een strook rottend zeewier op de vloedlijn. Als ik naar links kijk zie ik hoogovens en raffinaderijen, het water is een soort bruinig grijs en er drijft een dikke laag schuim op. De twee strandtenten zijn nog niet open. De jongen en ik zijn zo’n beetje de enige mensen hier. Daarnet, toen we hier aankwamen, liep er een man met zijn hond. Hij deed alsof hij ons niet zag. Heel erg in de verte liep nog iemand, maar die ging de andere kant op. Nu zie ik niemand meer, behalve de jongen dan. De jongen zei dat het altijd harder lijkt te waaien wanneer je alleen op het strand bent. Ik zei tegen hem dat ik blij was dat we met zijn tweeën waren, want ik vond de wind al sterk genoeg. Normaal komt rond deze tijd de zon op, maar het is zo grauw dat de zee en de lucht naadloos in elkaar overlopen. Het voelt alsof we aan het einde van de wereld zijn gekomen. Dat gevoel probeer ik zo lang mogelijk vast te houden, je voelt het niet vaak.

De jongen was op me afgestapt in De Witte Aap. Dat was de laatste kroeg die ik nog zou proberen die avond. Vroeger was daar altijd wel iemand die ik kende. Het publiek leek nu jonger dan in mijn herinnering. Ik zat in de hoek, aan het einde van de toog en bladerde door een Bosatlas die ik eerder die middag had gevonden op straat. Ik had ooit een vriendin die geloofde dat gevonden spullen niet zonder reden op je pad verschenen. Andersom werkte het net zo volgens haar, wat je kwijtraakte werd altijd weer gevonden door iemand die het harder nodig had dan jij. Ze dacht dat voorwerpen zelf wisten wanneer ze hun nut verloren hadden. Toen de barman aan de bel trok voor het laatste rondje maakte de jongen zich los van zijn groep vrienden en zette een drankje voor me neer. Ik had hem binnen zien komen. Hij was het type jongen wiens naam in alle meisjesagenda’s stond, als je begrijpt wat ik bedoel. Hij vroeg waar ik nu naar toe ging en of hij mee mocht. Ik opende de atlas in het midden en hield hem omhoog. ‘Gooi maar een pijltje’, zei ik. Dat was dus eigenlijk bluf.
Ik deed stoer, maar alleen omdat ik niet wist wat ik moest zeggen. Hij was zoveel jonger dan ik. Het was niet de bedoeling om zomaar met iemand mee naar huis te gaan, ook al wist ik niet goed wat dan eigenlijk wel de bedoeling was. Ik was het huis uitgegooid. Om eerlijk te zijn had ik niet gedacht dat hij echt dat pijltje zou gooien en ik denk dat hij niet had gedacht dat we echt in de auto zouden stappen. Buiten op de stoep leek even hij te aarzelen. Ik nam het voortouw zei ‘jouw auto’. Hij wist niet meer waar die stond. Ik stak de afstandsbediening van zijn auto hoog in de lucht en begon met lopen terwijl ik wild om me heen klikte. Ergens in een zijstraat hoorden we de wagen van het slot bliepen. Dat vond hij prachtig. We hadden geen idee hoe we moesten rijden, gelukkig was er die atlas. Het is een wonder dat we hier gekomen zijn zonder ongelukken. Hij vroeg nog of ik dit vaker deed, dronken instappen bij vreemde jongens. Ik vroeg hem waarom hij dacht dat ik dronken was.
De jongen is nu zo ver weg dat hij een smal streepje op het zand is, ongeveer zo groot als mijn pink. Wanneer hij bukt wordt hij even net zo klein als het eerste kootje. Terwijl ik op het strand zit kijk ik een tijdje naar hem op deze manier, met een oog dicht en mijn pink naast het smalle streepje in de verte. Ik sla mijn armen om mijn knieën en hou mijn voeten vast. Mijn ademhaling gaat op en neer op de maat van de golven. Ik beeld me in dat het geluid van de op de kust stukslaande golven uit mij komt wanneer ik uitadem, dat het dondert en raast in mij. Met mijn tenen grijp ik in het zand. Mijn voeten doen pijn van de hele nacht op hakken en de zandkorrels brengen verkoeling. Ik vraag me af of hij zich afvraagt waar ik ben. Niet de jongen waarmee ik ben, maar de man waarmee ik was.
Het pijltje landde eigenlijk een paar centimeter verder naar links, niet op het land maar op het water. We vonden het grappig dat we een pijltje naar een kaart in De Grote Bosatlas gooiden en dat het terecht kwam op de zee. Ik heb besloten het water in te lopen tot ik op de plek ben waar het pijltje in de kaart was blijven steken. Afmaken waar ik aan begonnen ben. Misschien is het verder dan ik denk en zal ik een stuk moeten zwemmen, dat is dan niet erg. Ik heb al besloten dat ik mezelf mee laat voeren als ik door een stroming gegrepen word. Op een gegeven moment spoel ik vast weer ergens aan, of word ik uit het water gevist door een schip uit een ver land. Verloren dingen duiken altijd weer op. De atlas laat ik achter, hij heeft hem harder nodig dan ik.

Harm Haverman (1980) is afkomstig uit Brabant en woont in Rotterdam. Vroeger maakte hij fanzines en was muzikant, nu schrijft hij fictie. Zijn werk verscheen eerder op deoptimist.net. Harm is getrouwd en vader van een zoontje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s