Huwelijksmateriaal

Op een dag dat de wind haar uit het huis leek te willen trekken bedacht ze dat ze niets dan excuses hoorde de laatste tijd. De een na de ander sprak de woorden die ze op een ander moment zo graag had willen horen uit de monden die ze wilde kussen, waardoor ze gekust wilde worden, maar dat was toen en nu had ze slechts één gedachte die volgde op hun spijtbetuiging. ‘Het spijt me. Het lag niet aan jou.’

Te laat. Het was te laat.

Ze hadden haar adviezen opgevolgd. Dat had haar voldoening kunnen schenken, maar leidde tot ergernis, bittere ergernis die de wijn op haar tong nog wranger deed smaken. Ze gingen in therapie, haastten zich te zeggen dat het een coach betrof, geen therapeut; ze zworen gewoontes af die henzelf en haar flauw hadden gebeukt met hun uitzichtloosheid, de drank, de drugs, de psychoses; ze hadden haar lief zoals zij hen dat had geleerd. Met haar hadden ze de beste seks gehad en ook nadat het uitging, kwamen ze daar graag voor terug.

Te laat, ze waren te laat, de mannen met hun woorden die wapperden als de gordijnen in het huis, ook al hield ze de ramen gesloten. Ongetwijfeld waren hun woorden gemeend, maar ze werden gestuurd door iets dat vele malen sterker was dan henzelf, dan haar. Waren de excuses eerder gekomen, dan had ze misschien niet blind om zich heen getast en de eerste arm beetgepakt die ze tegenkwam.

Tijdens hun eerste afspraakje zei de man dat hij manipulatief was: waar zij een goede kern had, een goed hart, zat bij hem een donker gat. Ze probeerde het zich voor te stellen, dat gat, maar hij boog voorover en stak zijn tong in haar mond en drukte haar zo stevig tegen zich aan tot ze allebei iets hoorden knappen in haar onderrug.

‘Rustig aan,’ zei ze en dacht niet meer aan het gat waar eigenlijk een hart moest zitten tot het volgende afspraakje. Tijdens dit afspraakje zei hij dat hij afgesplitst was, detached. Hij merkte aan haar dat zij wel liefde kon geven en dat raakte hem. Weer klonk het als een waarschuwing en dreven beelden haar gedachten binnen. Dit keer van een hoofd dat loszweefde van de romp waar het aan vast zou moeten zitten, zoals dat bij haar blijkbaar wel het geval was. Ook deze gedachte verdween al snel, hij stak zijn vinger in haar schede en liet hem daar. Ze wachtte tot de vinger zou gaan bewegen, zou gaan glijden of draaien of duwen of iets! Maar de vinger lag stil.

‘Ik heb gelezen,’ zei hij, ‘dat vrouwen eerst ge-de-armoured moeten worden voordat ze zich kunnen geven aan een man.’ Ze dacht aan alle mannen waar ze het bed mee had gedeeld en dat dat tot dusver prima was gegaan. ‘Volgens de shamanic tantra moet de weerstand eerst opgeheven worden, de angst die je daar beneden hebt opgebouwd.’ Nu werd ze een beetje bang, maar ze zei niets. Wat als het toch waar was? Hij trok zijn vinger terug met een plopje, ongemerkt zat hij best diep.

‘Wat doe je?’ vroeg ze.

‘Ik dacht: ik breng een tweede vinger bij je naar binnen.’

Hij deed wat hij gezegd had. Ook deze vinger bewoog niet. Na een minuut of dertig daalde een diepe rust over haar neer, ze viel bijna in slaap. Ze bedacht dat dit ook een vorm van de-armouring kon zijn, een staat van ontspanning die verdomd dicht grensde aan lethargie waardoor het haar ineens niet meer zo veel kon schelen of ze vanavond met elkaar naar bed zouden gaan, terwijl ze zich had voorgenomen te wachten tot de derde of de vierde date.

Ze belde haar beste vriend en besprak haar twijfel wel of niet met deze nieuwe te gaan seksen wanneer ze hem weer zou zien. De vriend zocht zijn foto op op Facebook.

‘Leuke gast, jammer van die vleespet.’ Ze vroeg wat een vleespet was. De vriend beschreef geduldig de schedel van de man. De beschrijving was accuraat: zijn schedel was half kaal, half behaard. Een vleespet.

‘En bedankt,’ zei ze en hing op.

‘Sorry,’ appte de vriend later die week, vlak voordat het zou gaan gebeuren, of niet.

Er ging een week voorbij (de man ging naar een congres voor social entrepreneurs) waarin ze elkaar niet zagen, maar wel veel aan elkaar dachten. Toen ze elkaar weer zagen, praatten ze de hele nacht en sliepen niet. Het was heet, op het tropische af. Desondanks of juist daardoor was het romantisch, de lucht in de slaapkamer vochtig van de levens die ze deelden in het tempo dat de hitte hen opdroeg: loom en in onsamenhangende, treuzelende zinnen.

‘Trouwens,’ zei hij toen het licht begon te worden en ze net besloten had nog een uurtje of twee te slapen voordat ze naar haar werk moest, ‘ik wil iets met je delen.’ Het werd haar koud om het hart, zoals dat gaat met nieuwe geliefden die al zo dichtbij gekomen zijn dat ze van alles in je om kunnen woelen, ook al hebben ze dat recht eigenlijk nog niet, en het hen gunnen is al helemaal niet aan de orde. ‘Dat congres, hè. Er is iets gebeurd.’

Ze wist al genoeg, maar luisterde toch geduldig naar wat alleen een bekentenis kon zijn. Daarvoor was de slaapkamer nog net donker genoeg. Ze hoefde geen mildheid te veinzen, begrip of verbijstering. Hij zou het toch niet zien.

Dus vertelde hij over ‘De IJslandse dichteres’ en de romantische gedichten die ze voordroeg in een doorschijnende blauwe jurk. Ze luisterde ze terwijl ze in gedachten steeds tegen zichzelf zei: ik zou willen dat ik thuis was, terwijl ze ook wel wist dat ze in haar eigen bed lag.

‘De IJslandse dichteres’ was ook op het congres. Hij kende haar al, ze hadden een en ander uitgewisseld ‘over het internet’. Sterker nog, nu kroop een irritant schuldbewust toontje in zijn stem, zij was de reden dat hij naar het congres was afgereisd.

Uiteindelijk volgde de ontknoping die gewoontjes was en van het dierlijke soort. Wel deelde hij nog dat hij ‘maar heel even in haar was geweest’ en romantisch (in tegenstelling tot wat haar gedichten deden vermoeden) was ze ook al niet. Inmiddels was alle slaap verdwenen en wist ze dat het een lange dag zou worden. Die dag achter haar bureau op het kantoor rinkelden alarmbellen, langdurig en dichtbij haar oorschelp, en had ze spijt dat ze het zonder condoom hadden gedaan.

Ze begon patronen te herkennen. Bijvoorbeeld dat ze nu al bijzonder goed waren in ruzie maken, of althans in het maken van beginnetjes daartoe. Toch was dat juist wat ze fijn aan hem vond. Ze zei alsmaar wat ze niet wilde, dit was nieuw voor haar en erg verfrissend, waarop hij niet kwaad werd of geïrriteerd, maar inging op wat haar dwars zat zonder zich te verdedigen.

Er was nog iets: hij gebruikte vaak het woord nogmaals. Veel van zijn zinnen begonnen er mee. ‘Nogmaals…’ Ze kreeg er de zenuwen van. Alsof ze niet goed oplette, steeds niet hoorde wat hij aan haar vertelde. Toen ze dat tegen hem zei, lachte hij hard en zei dat dat de leraar in hem was. Ze besteedde er verder geen aandacht aan. Ook zei hij vaak: ‘Ik hoor je.’ Dit weet ze aan zijn spirituele kant. Ze vertelde het aan een vriendin met een nuchtere kant.

‘Dat zeggen ze in de rechtbank voordat je levenslang krijgt,’ zei de vriendin. ‘Zo van: Ik hoor het u zeggen.’

Het betekende dus niet alleen vrij weinig, voor zover het wel iets betekende beloofde het niet veel goeds.

In de tussentijd ging ze koffie drinken met een favoriete ex die ze al lang niet had gezien. Misschien had hij raad?

De ex zag er goed uit. ‘Je ziet er jonger uit,’ zei ze. Hij knikte beamend, hij had een nieuwe vriendin, een jonkie van begin twintig met grote borsten waar hij graag en veelvuldig over sprak. Ook liet hij foto’s zien. Het regende op weg naar het café en terwijl hij toekeek hoe ze haar fluorescerende roze regenjas van haar dampende, klamme lijf stroopte, zei hij dat ze een goede uitstraling had.

Ze dronken koffie op het natte terras dat uitkeek op een kleine brug. Aan de overkant van de brug begon een dierentuin. Ze roken de beesten zonder ze te horen. Ze vertelde hoe het met haar ging. De ex luisterde goed, beter dan ooit eigenlijk.

‘Dus,’ zei hij, ‘het gaat je voor de wind, alles lukt. Maar,’ hij grijnsde, ‘je liefdesleven is een puinhoop.’

‘Ja,’ zei ze en grijnsde harder. Door de pijn heen.

‘Mijn nieuwe liefde,’ zei hij, ‘doet me heel erg aan jou denken. Met haar ben ik net zo intiem als ik met jou was. We hadden het heel goed samen. Toch?’

Net op het moment dat ze dacht aan hoe goed ze het samen hadden gehad, fietste een meisje tegen de brug op, het kostte wat moeite, ze was niet groot.

‘Hè wat toevallig, daar is ze,’ de ex sprong op en riep hard haar naam.

‘Darling!’ hij klemde haar met fiets en al tegen zich aan. Er bleef wat ruimte tussen hen, haar borsten. En liefde. Ze zag liefde.

De ex ging zijn fiets pakken. De nieuwe en zij stonden tegen over elkaar. Ze voelde zich oud, volwassen. Zoals je tanig kunt verwarren met sterk. De nieuwe vriendin was van een knisperende schoonheid, met rode vlekjes in haar hals. Ze keek naar haar korte broekje. Het bovenste knoopje zat los. Bijna zei ze het, niet om gemeen te zijn, maar uit schrik, tot ze bedacht dat het knoopje misschien niet dicht kon.

De ex kwam terug en vertelde dat ze gingen kamperen met de tent die zij ooit samen hadden gekocht. Ze zei dat ze de tent zich niet kon herinneren, wat ook echt zo was. Hij beschreef de kleur van de buitentent. Hij zei dat hij een foto had van de tent met haar erin. Toen moesten ze gaan, ze hadden haast.

Voor het zesde afspraakje vroeg ze haar minnaar of hij meeging naar een toneelstuk. Hij appte terug dat hij het moest laten bezinken. Hij was wederom op reis voor zijn werk en zou voor haar eerder terug moeten komen. Toch wilde hij mee.

Die avond keek hij heel verliefd. Hij boog steeds over het tafeltje aan het water, waar ze gebakken visjes aten, om haar te kunnen zoenen. Tijdens het zoenen hield hij zijn ogen open en straalde zo hevig dat ze zich een beetje voor hem schaamde. Niet iedereen hoefde te zien hoe leuk hij haar vond, straks dachten ze nog dat het wederzijds was.

Na het toneelstuk op een terras aan zee waar de zon in zakte, opende ze haar hart met haar rug tussen zijn benen. Ze sprak over geluk en doelen en weten waar ze altijd naar toe had gewild. Over zijn waar ze altijd al had willen zijn. Het duurde een tijdje voordat ze doorhad dat hij niets meer terug zei. Hij zweeg en neuriede af en toe mee met de muziek. Het neuriën werd zingen. Ze draaide haar gezicht naar hem toe en zag dat het over was.

Hij was zich naar haar gaan voegen, zei hij. Hij was de hele wereld over gereisd, vrouwen achterna, en keer op keer was hij ergens tussen hier en die vrouwen zichzelf kwijt geraakt. Terwijl ze naar zijn gezicht keek dat het gezicht van iemand anders leek ineens, dacht ze aan de dichteres en aan zijn leuter die hij in haar had gestoken, en probeerde ze het een en het ander met elkaar te rijmen. Dat hij zei dat ze huwelijksmateriaal was. Dat hij zei dat het hem speet. Dat het leek alsof zijn woorden als luchtballonnetjes uit zijn mond dreven en ze ze één voor één met haar vinger door kon prikken als ze dat wilde. Waarom ze zich niet verroerde en de ballonnetjes weg liet zweven over het grote water dat voor hen lag en steeds donkerder kleurde in de nacht. Waarom ze in gedachten tegen zichzelf bleef zeggen dat dit niet echt gebeurde, dat hij het niet uit kon maken, omdat ze besloten had dat hij het was, de man die zou blijven. Ondanks het weinige haar op zijn schedel dat rood, haast roze, oplichtte in het laatste licht; het uitblijven van de lust die meestal bezit van haar nam in de schoot van een man, had ze besloten dat het mooi was geweest. Ze was klaar met zoeken naar iets beters, klaar met vechten, met hem zou ze verder gaan.

Hij sprak steeds zachter en fluisterde dat hij heel ver ging in dat voegen tot hij plotseling zijn hakken in het zand stak en afstand moest nemen. Nu dus. Ook had hij een tarotkaart getrokken met compromise erop. Ze rilde en keek naar zijn gezicht dat ze niet meer herkende zonder de rimpels die hem sexy hadden gemaakt, ze waren verdwenen, gladgestreken, plots dichtgesmeerd en opgevuld als de huid van een jongeling die haar broertje had kunnen zijn. Hij vatte haar rillen op als een teken van instemming, de horror die het sluiten van compromissen met zich meebracht, en zei: ‘Sorry, dit doe ik nou altijd.’

Ze tuurde naar het water, waar wat damp van opsteeg, tot haar woede bekoeld was. Toen zei ze wat ze eigenlijk van hem wilde horen: ‘Ik begrijp het, het was heel fijn met je, bijzonder. Dank je wel. En nou ja, mocht je je bedenken, weet dan dat ik voor je opensta.’ Hij keek haar aan alsof ze zei dat ze met een morsig mesje zijn familie zou bewerken tot ze smeekten om genade, en zweeg. Ze namen de trein terug naar de stad terwijl ze bleven zwijgen en de schaamte om haar laatste woorden zich stevig om haar nek wikkelde. Zo fietste ze ademloos door de nacht naar huis en dacht dat je soms pas weet wanneer het aan is als de ander het uitmaakt.

De weken erna bleef hij appen. Hij had een fijne connectie met haar gedeeld, schreef hij, en was graag nog intiem met haar geweest. Misschien konden ze contact houden? Uiteindelijk schreef ze terug dat ze veel van hem had geleerd (dit bedoelde ze niet positief, maar ze was inmiddels te vermoeid om het uit te leggen). Hij schreef dat hij hoopte dat ze veel liefde van anderen zou ervaren.

Ze dronk de yogi-thee die hij in haar keuken had achtergelaten en dacht aan haar ruggengraat die knarste bij hun eerste zoen, zijn tandenborstel op haar wasbak, aan de vlucht die hij zou boeken naar haar vakantieadres. Ze dacht aan zijn kern en aan zijn woorden die haar misschien wel het meest van alles hadden verwonderd: ‘Ik lijk zoet, maar ik ben het niet.’ En ze kon het gevoel niet onderdrukken dat ze aan iets was ontsnapt waar ze de gevolgen nooit van had kunnen overzien. Iets waar ze veel van had kunnen leren, maar dat iets bloederigs met zich mee zou hebben gebracht dat vele gedaanten kende en dat ze waarschijnlijk steeds voor iets anders zou hebben aangezien, iets dat met een beetje liefde nog wel te bedekken viel. Zoals ze dat altijd had gedaan.

Eva Kelder (1980) studeerde Engelse Letterkunde en Journalistiek. Tijdens haar verblijf in de V.S. werkte ze aan het crossmediale project In Search of Americans, dat resulteerde in een boek en korte films voor vpro’s Holland Doc. Ze publiceerde verhalen in o.a. Passionate Magazine, De Revisor enDe Gids. Haar debuutroman Het leek stiller dan het was verschijnt medio april bij Meulenhoff. Ze werkt momenteel aan een verhalenbundel.

(foto: Hester Doove)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s