Het liefdesleven van Nathaniel P.

Met grote, vastberaden stappen verdween Juliet in de verte, maar ze bewoog zich stijfjes, als iemand die koste wat kost wil verbergen dat haar schoenen knellen. Onwillig liep Nate de andere kant op. In de invallende schemering leek de overvolle straat niet langer feestelijk, maar treurig, als een kermis. Hij kwam vast te zitten achter een drietal jonge vrouwen met zonnebrillen op hun hoofd en met tassen die tegen hun heup stuiterden. Terwijl hij zich langs hen heen wrong, wond de dichtstbijzijnde haar golvende blonde haar om haar hals en sprak op autoritaire toon tegen haar metgezellen. Ze wierp een vluchtige blik op hem. Hij wist niet of de minachting op haar gezicht echt was, of dat hij het zich verbeeldde. Hij voelde zich bekeken, alsof Juliets belediging hem had gebrandmerkt.

Een paar straten verderop was het minder druk. Hij versnelde zijn pas. En het begon hem te irriteren dat hij zich zo opwond. Goed, Juliet mocht hem niet. En wat dan nog? Zij stelde zich ook niet bepaald eerlijk op.

Wát had hij op zijn minst kunnen doen? Hij was maar drie of vier keer met haar uit geweest toen het gebeurde. Geen van beiden kon er iets aan doen. Zodra hij zich had gerealiseerd dat het condoom was gescheurd, had hij zich teruggetrokken. Net niet op tijd, zo bleek. Dat wist hij, omdat hij niet zo’n man was die verdween nadat hij het met een vrouw had gedaan – en al helemaal niet als het condoom was gescheurd. Integendeel: Nathaniel Piven was een product van een postfeministische jeugd in de jaren tachtig en een politiek correcte universitaire opleiding in de jaren negentig. Hij wist precies welke privileges mannen hebben. Bovendien beschikte hij over een goed functionerend en nogal luidruchtig geweten.

Maar bedenk nou eens hoe het voor hém was. (Inmiddels stevig doorstappend stelde Nate zich voor dat hij zich verdedigde voor een publiek.) Volgens de algemeen geldende norm – vertelde hij zijn toehoorders – had zij als vrouw aan het kortste eind getrokken. En dat was natuurlijk ook zo. Maar voor hem was het ook geen lolletje. Nu het op zijn dertigste eindelijk de goede kant op ging met zijn carrière – iets wat geenszins onvermijdelijk of zelfs maar te verwachten was toen hij in de twintig was – diende zich ineens de vraag aan of hij vader zou worden, wat alles natuurlijk zou veranderen. Toch had hij er niets over te zeggen. Degene die het voor het zeggen had, was iemand die hij nauwelijks kende, een vrouw met wie hij weliswaar naar bed was geweest, maar die je met geen mogelijkheid zijn vriendin kon noemen. Hij had het gevoel in zo’n tv-documentaire te zijn beland waar hij als kind op woensdagmiddag na school naar had gekeken, waarvan de moraal was dat je niet met een meisje naar bed moest gaan als je niet bereid was om samen met haar een kind op te voeden. Dat had hij altijd onzin gevonden. Waarom zou een zichzelf respecterend tienermeisje uit een goed nest – aankomend studente, toekomstig welgestelde jonge professional, iemand voor wie alle mogelijkheden nog openstonden (een multinational leiden, een Nobelprijs winnen, tot eerste vrouwelijke president worden verkozen) – waarom zou zo’n jonge vrouw besluiten een baby te krijgen en zo ‘in de statistieken belanden’, zoals dat in het betekenisloze maatschappelijke jargon van tegenwoordig heette?

Toen Juliet het nieuws vertelde, besefte Nate hoeveel er was veranderd in de jaren dat hij erover had zitten nadenken. Een nu al vermogende zakenvrouw van vierendertig als Juliet keek misschien anders tegen de situatie aan dan een tiener die nog een zee aan mogelijkheden voor zich had. Misschien was ze niet meer zo optimistisch over wat het lot voor haar in petto had (de eerste vrouwelijke president worden was bijvoorbeeld nogal onwaarschijnlijk). Misschien was ze pessimistisch geworden over mannen en daten. Misschien zag ze dit wel als haar laatste kans om moeder te worden.

Nates toekomst hing af van Juliets beslissing, en toch had hij er helemaal niets over te zeggen, kon hij er zelfs geen enkele invloed van betekenis op uitoefenen. Terwijl hij met een kopje thee – thee! – in zijn hand op de blauw met wit gestreepte bank in haar woonkamer de ‘situatie’ met Juliet zat te bespreken, zag het ernaar uit dat hij als een monster zou worden bestempeld als hij liet doorschemeren dat hij de baby of foetus, of hoe je het ook wilde noemen, het liefst zou willen laten weghalen. (Nate was helemaal voor het recht van de vrouw om te kiezen en al het jargon dat erbij hoorde.) Hij had daar de juiste dingen gezegd – dat het haar beslissing was, dat hij haar zou steunen in wat zij wilde doen, enzovoort, enzovoort. Maar je kon het hem toch niet kwalijk nemen dat hij alleen maar opluchting voelde toen ze – op een toon van ‘ik ben een gehaaide journalist die niet met zich laat sollen’ – zei dat een abortus voor de hand lag? Zelfs toen stond hij zichzelf niet toe ook maar enige emotie te tonen. Hij sprak op omzichtige en afgewogen toon. Hij zei dat ze er goed over moest nadenken. Wat viel hem nou te verwijten?

Nou, van alles. Blijkbaar verweet ze hem van alles.

Nate bleef even staan op een hoek toen er een illegale taxi voorbij kroop, waarvan de chauffeur naar hem keek om te zien of er misschien een ritje in zat. Nate gebaarde naar de auto dat hij moest doorrijden.

Terwijl hij overstak, raakte hij ervan overtuigd dat Juliet hem eigenlijk verweet dat zijn reactie, hoe fatsoenlijk ook, meer dan duidelijk had gemaakt dat hij haar vriend niet wilde zijn, laat staan de vader van haar kind. Het kwam allemaal zo dichtbij. Je moest beslissen of je ja wilde zeggen tegen deze potentiële mens, letterlijk een mengeling van jou en die ander, of dat je elk spoor van zijn bestaan moest uitwissen. Je moest er natuurlijk ook over nadenken hoe het zou zijn als de omstandigheden anders waren – vooral als je een vrouw was en wel een kind wilde, stelde hij zich zo voor. Toen hij daar in Juliets woonkamer zat had het Nate verbaasd hoe akelig, hoe verdrietig hij zich voelde, hoezeer hij de (althans op dat moment in zijn ogen) zwakke, onverantwoorde lust verafschuwde die hem in deze ongemakkelijke, huichelachtige situatie had doen belanden.

Maar was hij daarom een klootzak? Hij had haar nooit iets beloofd. Hij kende haar van een feestje en had haar aantrekkelijk en leuk genoeg gevonden om haar beter te willen leren kennen. Hij had ervoor gezorgd geen grotere verwachtingen te wekken. Hij had tegen haar gezegd dat hij niet uit was op iets serieus, dat hij zich wilde richten op zijn carrière. Zij had instemmend geknikt. Toch was hij ervan overtuigd dat het allemaal anders zou zijn gelopen als hij tegen haar had kunnen zeggen: Luister, Juliet, het lijkt me beter om dit kind niet te laten komen, maar misschien later wel een, ergens in de toekomst… Maar hoewel hij bewondering had voor Juliets elegante, zakelijke houding, haar energie en zelfvertrouwen, was dat eerder met een emotieloze fascinatie, als voor een fraai staaltje karaktersterkte, dan met liefde. Eigenlijk vond hij haar een beetje saai.

Toch had hij alles gedaan wat je van hem mocht verwachten. Hoewel hij minder geld had dan zij, betaalde hij de abortus. Hij ging met haar mee naar de kliniek en terwijl de ingreep werd verricht, zat hij op een vlekbestendige, jeugdherbergachtige bank te wachten tussen een wisselende bezetting tienermeisjes die als bezetenen op het minuscule toetsenbord van hun mobieltje zaten te typen. Toen het achter de rug was, bracht hij haar per taxi thuis. Daar beleefden ze een aangename, merkwaardig gezellige dag met films kijken en wijn drinken. Hij ging de deur alleen maar uit om een recept voor haar te halen en wat boodschappen voor haar te doen. Toen hij rond negenen uiteindelijk opstond om naar huis te gaan, bracht ze hem naar de deur.

Ze keek hem peinzend aan. ‘Vandaag was… nou ja, het was minder erg dan het had kunnen zijn.’

Ook hij ervoer op dat moment een bijzondere tederheid. Hij streek een paar haren van haar wang met zijn duim, die hij even liet liggen. ‘Ik vind het heel naar wat je hebt moeten doormaken,’ zei hij.

Een paar dagen later belde hij om te horen hoe het met haar ging.

‘Nog wat pijnlijk, maar verder oké,’ zei ze.

Hij zei dat hij blij was dat te horen. Er viel een lange stilte. Nate wist dat hij ter afleiding iets luchtigs moest zeggen. Hij deed zijn mond al open, maar werd overvallen door een paniekerig voorgevoel: dit telefoontje zou leiden tot een eindeloze reeks, de dag bij Juliet tot een avondje naar de film, allemaal vanuit een soort plichtsbesef en een bijna griezelige quasiflirterigheid.

‘Ik moet ophangen,’ zei hij. ‘Fijn dat je je beter voelt.’

‘O.’ Juliet zoog haar adem in. ‘Oké… Nou, dag.’

Eigenlijk had hij daarna nog eens moeten bellen. Toen hij Elisa’s straat in liep, moest Nate toegeven dat hij een paar weken daarna had moeten bellen of mailen. Maar op dat moment wist hij niet of ze wel op een telefoontje van hem zat te wachten. Misschien was het een pijnlijke herinnering aan iets wat ze liever achter zich wilde laten. Hij wist ook niet wat hij moest zeggen. En hij was afgeleid, werd in beslag genomen door andere dingen, door het leven. Zij had hem kunnen bellen.

Hij had meer gedaan dan veel andere mannen zouden hebben gedaan. Kon hij er iets aan doen dat hij gewoon niet zulke sterke gevoelens voor haar had? Wat had hij op zijn minst kunnen doen?

De voordeur van Elisa’s flatgebouw werd opengehouden door een grote kei. Het licht uit de gang maakte een gele boog op de betonnen stoep. Voor hij naar binnen ging, bleef Nate even staan, haalde diep adem en streek met zijn hand door zijn haar. Binnen kraakten de traptreden onder zijn voeten. Op Elisa’s overloop rook het naar gebakken uien. Even later zwaaide de deur open.

‘Natty!’ riep Elisa terwijl ze hem omhelsde.

Hoewel Elisa en hij al meer dan een jaar uit elkaar waren, voelde haar appartement op de bovenste verdieping van een brownstone in het steeds populairdere Greenpoint voor Nate bijna net zo vertrouwd als zijn eigen huis.

Voor ze er was komen wonen waren de bakstenen wanden gestuukt, met bloemetjesbehang eroverheen. Onder de vloerbedekking bleken dikke, onregelmatige vloerdelen te zitten. Elisa’s huisbaas, Joe junior, had Nate en Elisa een keer foto’s laten zien. Na meer dan twintig jaar was de bejaarde Poolse bewoner vertrokken om bij een dochter in New Jersey te gaan wonen. Joe junior had de vloerbedekking eruit getrokken en het stucwerk van de buitenmuren gebikt. Zijn vader, die het huis in de jaren veertig had gekocht en inmiddels naar Florida was verhuisd, had hem voor gek verklaard. Volgens Joe senior was het een betere investering om er een vaatwasser in te zetten of de oude badkuip te vervangen. ‘Maar ik zei dat je

op die manier geen poenige huurders trekt,’ legde Joe junior op een middag uit aan Nate en Elisa, terwijl hij een paar tegels in de badkamer repareerde. ‘Ik zeg: mensen die grof geld betalen gaan helemaal los voor een bad op pootjes. Het is een kwestie van smaak, zeg ik tegen hem.’ Joe junior draaide zich naar hen om met een pot plamuur tussen zijn vlezige vingers. ‘En had ik gelijk of niet?’ vroeg hij joviaal, terwijl een brede grijns zijn gezicht liet stralen. Hand in hand stonden Nate en Elisa opgelaten te knikken, niet wetend hoe ze moesten reageren nu ze zo onomwonden – en raak – werden bestempeld als een bepaald type slachtoffer.

Nate had Elisa de twee niet-bakstenen muren beige helpen verven, dat contrasteerde met de donkere baksteen en het crèmekleurige kleed onder haar bank. De eetkamertafel hadden ze samen bij Ikea gekocht, maar de stoelen en een hoge kast bij de deur waren van haar grootouders geweest. (Of waren het haar overgrootouders?) Haar boekenkasten reikten bijna tot aan het plafond.

Nu voelde de vertrouwdheid van haar appartement verwijtend. Elisa had per se gewild dat hij er vanavond bij zou zijn. ‘Als we echt vrienden zijn, waarom kan ik je dan niet samen met een paar mensen te eten vragen?’ had ze gevraagd. Wat viel daar nou tegenin te brengen?

Op de bank zat Nates vriend Jason, een tijdschriftredacteur die – zowel tot Nates ergernis als vermaak – al een tijdlang probeerde Elisa in bed te krijgen, vorstelijk achterovergeleund met zijn handen om zijn achterhoofd. Jason hield zijn knieën absurd ver uit elkaar, alsof hij een zo groot mogelijke afdruk van zichzelf probeerde te maken op Elisa’s bank. Naast Jason zat Aurit, ook een goede vriendin van Nate, die net terug was van een onderzoeksreis naar Europa. Aurit zat te praten met een meisje dat Hannah heette, die Nate een paar keer eerder had ontmoet – een slanke schrijfster met pronte borsten die er aantrekkelijk uitzag, al was haar gezicht nogal hoekig. Vrijwel iedereen vond haar aardig en slim, of slim en aardig. Op de loveseat zat een vrouw die Elisa kende van de universiteit.

Nate wist niet meer hoe ze heette en had haar te vaak ontmoet om het nog te kunnen vragen. Hij wist dat ze advocate was. De man in pak met de wijkende kin die met zijn arm om haar schouder zat, was waarschijnlijk de bankier met wie ze verschrikkelijk graag wilde trouwen.

‘We vroegen ons al af wanneer je ons ging vereren met je gezelschap,’ zei Jason zodra Nate met beide voeten over de drempel was.

Nate zette zijn schoudertas op de grond. ‘Ik had wat oponthoud onderweg.’

‘Lijn G?’ vroeg Aurit meelevend.

Er werd instemmend gemompeld dat van alle New Yorkse metrolijnen vooral lijn G onbetrouwbaar was.

Nate ging op de enige beschikbare plek zitten, naast Elisa’s studievriendin. ‘Leuk je te zien,’ zei hij zo vriendelijk als hij kon opbrengen. ‘Dat is al een tijdje geleden.’

Ze keek hem onbewogen aan. ‘Toen Elisa en jij nog bij elkaar waren.’

Nate meende een beschuldigende toon in haar stem te horen – als in ‘voordat je haar gevoel van eigenwaarde vermorzelde en haar geluk aan duigen sloeg’.

Hij dwong zichzelf te blijven glimlachen. ‘Het is hoe dan ook te lang geleden.’

Nate stelde zichzelf voor aan haar bankiervriendje en probeerde de man aan de praat te krijgen. Als die haar alleen maar bij naam zou noemen, zou Nate tenminste één zorg minder hebben. Maar de oud-corpsbal liet haar meestal antwoord voor hem geven (equity research, Bank of America, daarvoor Merrill Lynch, enerverende transfer). Hij communiceerde bij voorkeur non-verbaal: een gebeitelde glimlach en welwillende, vaderlijke knikjes met zijn hoofd.

Al snel – hoewel het sneller had gemogen – noodde Elisa hen naar een tafel vol schalen en schotels.

‘Het ziet er allemaal heerlijk uit!’ zei iemand terwijl ze om de tafel cirkelden en stralend glimlachten naar al het lekkers en naar elkaar. Elisa kwam met een botervloot terug uit de andere hoek van de kamer. Fronsend keek ze nog eens de kamer rond. Er ontsnapte een zelfvoldane zucht aan haar mond toen ze gracieus in haar stoel zonk, waarbij de golvende gele stof van haar rok opbolde.

‘Val aan, jongens,’ zei ze, zonder zelf enige aanstalten te maken om te beginnen. ‘Anders wordt de kip nog koud.’

Terwijl hij de kip cacciatore zat te eten – die overigens heerlijk was – bestudeerde Nate Elisa’s hartvormige gezicht: haar grote, heldere ogen en hoge jukbeenderen, haar fraaie, boogvormige lippen en de overdaad aan witte tanden. Elke keer als Nate haar zag werd hij getroffen door Elisa’s schoonheid, alsof de herinnering aan hoe ze er werkelijk uitzag sinds de vorige keer was vertekend door de gekwelde emoties die ze had uitgestraald sinds ze uit elkaar waren gegaan: in zijn gedachten was ze uitgegroeid tot een ellendig schepsel. Wat een schok toen ze opendeed, blakend van een krachtige, bijna agressieve gezondheid. Ooit was Nate tot de conclusie gekomen dat de kracht van haar schoonheid school in haar vermogen zichzelf voortdurend te transformeren. Als hij dacht dat hij het had gedetermineerd, had opgeborgen als een vaststaand gegeven – knappe meid – draaide ze haar hoofd of beet op haar lip, en als een speeltje dat je schudt om het overnieuw te laten beginnen, veranderde haar schoonheid van vorm, werden de coördinaten gewijzigd: nu eens dook ze op in de elegante contouren van haar gewelfde voorhoofd en hoge jukbeenderen, dan weer in de schuchtere lach om haar lippen. ‘Elisa de Schone,’ had Nate zonder nadenken gezegd toen ze hem bij de deur omhelsde. Ze had gestraald en zijn late komst door de vingers gezien.

Even later was hij geacclimatiseerd. Hannah had haar gecomplimenteerd met haar huis. ‘Ik vind het vreselijk,’ had Elisa geantwoord. ‘Het is klein en slecht ingedeeld. Het sanitair is ongelooflijk goedkoop.’ Toen een snelle glimlach: ‘Maar toch bedankt.’

Door de bekende zweem van klagerigheid in Elisa’s stem kwam een al even bekend mengsel van schuldgevoel, medelijden en angst bij Nate naar boven. Ook pure ergernis – dat verwende, dat humeurige van haar. Haar schoonheid werd irritant, een Calypsoachtig lokmiddel om hem voor de zoveelste keer te strikken.

Terwijl hij met zijn vork in de kip prikte, zag Nate de poriën op Elisa’s neus en een paar pukkeltjes op haar voorhoofd, bij de haargrens; van die schoonheidsfoutjes waarvan het bij de meeste andere vrouwen weinig hoffelijk zou zijn om er een punt van te maken. Maar bij Elisa, wier knapheid leek af te dwingen dat ze werd beoordeeld naar olympische maatstaven van volmaakte schoonheid, duidden deze onvolkomenheden gek genoeg op een gebrek aan wilskracht of inzicht van haar kant.

‘Waar ben jij de laatste tijd mee bezig?’ vroeg ze hem terwijl de schaal met aardappelen voor de tweede keer rondging.

Nate depte zijn mond met een servet. ‘O, met een essay.’

Elisa’s ronde ogen en scheefgehouden hoofd vroegen om nadere toelichting.

‘Het gaat erover dat het een van de voorrechten van de elite is om het uitbuiten van mensen aan anderen over te laten,’ zei hij met een blik op Jason, die schuin tegenover hem zat.

Het idee voor dit essay was een beetje vaag, en Nate was bang dat hij naïef zou overkomen, als degene die hij als jonge twintiger was geweest, voordat hij had geleerd dat ambitieuze stukken over belangrijke of diepgaande onderwerpen een voorrecht waren dat tijdschriften alleen gunden aan mensen die al naam hadden gemaakt. Maar onlangs had hij een boek geschreven. Hij had er een aanzienlijk voorschot voor gekregen, en hoewel het pas over een paar maanden uit zou komen, had het boek al heel wat publiciteit opgeleverd. Áls hij het nog niet had gemaakt, dan begon hij toch aardig in de buurt te komen.

‘We laten andere mensen dingen doen waar we zelf moreel gezien te schijterig voor zijn,’ zei Nate met meer overtuiging. ‘Het geweten is de ultieme luxe.’

‘Je bedoelt dat er bijna alleen maar mensen uit de arbeidersklasse het leger in gaan, dat soort dingen?’ zei Jason zo hard dat alle andere gesprekken stilvielen. Hij pakte een stuk stokbrood van een snijplank. ‘Kun je de boter doorgeven?’ vroeg hij aan Hannah, waarna hij zich weer verwachtingsvol tot Nate wendde.

Jasons krullen waren plat gekamd met een glinsterend smeersel. Hij zag eruit als een duivelse cherubijn.

‘Dat bedoel ik niet precies,’ zei Nate. ‘Ik bedoel…’

‘Ik ben het helemaal met je eens, Nate,’ mengde Aurit zich in het gesprek, waarbij ze met haar vork zwaaide alsof het een aanwijsstok was. ‘Volgens mij staan Amerikanen in het algemeen te ver af van alle rottigheid die komt kijken bij het beschermen van het zogenaamde gewone leven.’

‘Dat is natuurlijk het Israëlische standpunt…’ begon Jason.

‘Dat is beledigend, Jason,’ zei Aurit. ‘Het is niet alleen kleinerend maar ook nog raciaal…’

‘Het is inderdaad beledigend,’ vond ook Nate. ‘Maar het gaat me eigenlijk niet zozeer om veiligheidskwesties als wel om het dagelijks leven, op welke manieren we ervoor zorgen dat we ons niet medeplichtig hoeven te voelen aan de economische uitbuiting die overal om ons heen plaatsvindt. Neem nou Whole Foods. Als je daar boodschappen doet gaat de helft van je geld naar het voorrecht van een ethisch zuiver geweten.’ Hij zette zijn wijnglas op tafel en gebaarde om zijn woorden kracht bij te zetten. ‘Of denk aan de Mexicaan die tweemaal per week door de huisbaas wordt ingehuurd om onze vuilnis op straat te zetten. Persoonlijk zouden we hem niet uitbuiten, maar ergens weten we best dat die vent een illegale immigrant is die nog niet eens het minimumloon verdient.’

‘Joe junior zet de vuilnis zelf buiten,’ zei Elisa. ‘Maar hij is spotgoedkoop.’

‘Is er verschil tussen “raciaal” en “racistisch”?’ vroeg Elisa’s universiteitsvriendin.

‘Het gaat ook al zo met de jongens die onze pizza bezorgen en onze broodjes smeren,’ ging Nate verder. Hij wist dat hij een ongeschreven regel van de dineretiquette overtrad. Gesprekken dienden ter verluchting, ter vermaak. Je hoorde je niet bezig te houden met de inhoud van wat er gezegd werd, alleen met de manier waarop het werd gezegd. Maar dat kon hem op dat moment niet schelen. ‘We buiten ze niet zelf uit,’ zei hij. ‘Nee, daar huren we iemand voor in, een tussenpersoon, meestal een kleine ondernemer, zodat wij ons er niet rot over hoeven te voelen. En toch profiteren we van hun goedkope arbeidskracht, al hebben we de mond vol van ons liberalisme – hoe geweldig de New Deal was, de achturige werkdag, het minimumloon. In theorie klagen we er alleen maar over dat het niet ver genoeg is doorgevoerd.’

‘Wacht even, Nate.’ Aurit hield een lege wijnfles omhoog. ‘Moeten we er nog een opentrekken?’

‘Joe huurt Mexicanen in als er geklust moet worden,’ zei Elisa op aangeschoten, peinzende toon terwijl ze naar de kast bij de deur liep. Daarbovenop stonden meerdere flessen wijn waarvan de halzen uit kleurrijke plastic tassen staken. Die waren natuurlijk meegebracht door de andere gasten. Nate herkende de limegroene verpakking van de Tangled Vine, de wijnwinkel bij hem in de buurt. Het leek zijn blunder alleen nog maar groter te maken. Op weg hierheen had hij wijn willen kopen.

Elisa koos een fles rood uit en liep terug naar haar stoel. ‘Wil iemand hem openmaken?’ vroeg ze, waarna ze zich tot Nate wendde. ‘Sorry, Nate. Ga door.’

Nate was de draad van zijn betoog kwijt.

Hannah nam de fles van Elisa aan. ‘Je zei dat we profiteren van uitbuiting maar onze handen wassen in onschuld,’ zei ze behulpzaam, terwijl Elisa haar een doffe, koperen kurkentrekker gaf die oud genoeg was om met Lewis en Clark te zijn mee geweest op hun negentiende-eeuwse expeditie naar de westkust. Ongetwijfeld een van Elisa’s ‘erfstukken’. ‘Volgens mij…’ begon Hannah.

‘O ja,’ zei Nate. ‘O ja.’

Zijn redenering schoot hem direct weer te binnen. ‘In romans van Dickens lees je toch altijd over jochies van acht die in fabrieken werken of bedelen op straat? En je vraagt je af waarom niemand zich daar toen druk om maakte? Nou, zo anders zijn wij niet. We kunnen het alleen beter verbergen – en dan vooral voor onszelf. Toen praatten mensen hun gedrag tenminste nog goed door toe te geven dat ze minachting hadden voor de armen.’

Jason richtte het woord tot de bankier. ‘Voor als je het nog niet had gemerkt: onze jonge hond Nate heeft last van een bijzonder acute aanval van liberaal schuldgevoel.’

 

Het liefdesleven van Nathaniel P.  van Adelle Waldman verschijnt 1 mei bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam. Oorspronkelijk titel: The Love Affairs of Nathaniel P. Vertaling: Lucie van Rooijen. Aantal pagina’s: 288, prijs € 18,95, ISBN: 9789046816448, NUR: 302

Adelle Waldman was verslaggever en schreef voor The Wall Street Journal, The New York Times Book Review, The New Republic, Slate en The New Yorker. Net als Nate woont Adelle in Brooklyn.

Copyright auteursfoto @ Lou Rouse

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s