De favoriete songtekst van Vincent van Meenen

Sinds een paar maanden heb ik een lidkaart van La Rocca.
In Antwerpen is La Rocca een fenomeen. De danstempel ligt op de toegangsweg naar Lier, een onbeduidende stad in een verder onbeduidend land. We komen aan op zondagnacht, het is twee uur. Aan beide kanten van de toegangsweg vormen geparkeerde bedrijfswagens een lang en kleurloos lint. Ik zit op de passagiersstoel van de BMW van Wannes Capelle. Alban rijdt, Marjolein zit op de achterbank. We delen een zakje M&M’s en zo is het goed.

Een half uur geleden zitten we met zijn allen in een Antwerps café na te denken over de mogelijkheden van een zondagnacht. Een nacht voor stouteriken, werkelozen en doorgewinterde alcoholici. Iemand zegt dat we naar La Rocca kunnen. ‘Ik ben daar nog nooit geweest,’ zeg ik. Wannes stelt voor dat we zijn wagen lenen, zelf kan hij niet mee. Wannes Capelle is een lieve mens. Gedurende de nacht zal ik met regelmatige tussenpauzes aan hem denken.
Als ik mijn identiteitskaart laat scannen aan de ingang krijg ik een lidkaart. De kaart is oranje en er staat een leeuw op. De leeuw past bij mijn persoonlijkheid: hij heeft krullen. Marjolein en Alban zeggen dat ze liever anoniem blijven. Alsof dat hier überhaupt kan.
Binnen voeren vrouwen met pruiken, make-up en sexy lingerie op grote offerblokken een extatische dans uit. De dj heft de armen op zijn eigen altaar, reikt naar de hemel. We dompelen ons onder in de massa, bewegen onze hoofden als knikkende ondergeschikten op en neer. We zijn één. Dan biedt Marjolein ons twee pilletjes aan. Ik vraag waar ze die vandaan heeft. Ze wijst naar een man met gemillimeterd haar naast haar. Alban (saxofonist bij Sir Yes Sir en professioneel wildebras) wil het aannemen maar ik hou hem tegen. Zijn vrienden hebben me niet voor niets gewaarschuwd. Alban moet je geen pillen geven.
Marjolein draait zich om en geeft de man zijn pilletjes terug. Ze heeft haar slettenjurk aan. Alban en ik zijn licht over-dressed maar niemand neemt het ons kwalijk; er is iets religieus aan deze plek. Hier wordt men niet kwaad. Het is alsof God van alle kerken vanavond deze tempel heeft gekozen om zijn almacht te openbaren. Er is niemand die daar iets tegen kan beginnen.

Rond vijf uur neem ik plaats aan het stuur van de BMW. Het duurt niet lang meer voor het licht wordt. Aan de kruising met de snelweg laat ik de stad links liggen en scheur naar zee. Marjolein en Alban zijn in slaap gevallen. Ik wek ze anderhalf uur later door de volumeknop open te draaien. Dit zijn ‘Great Ideas For a Waste of Time’: Een nummer als antigif en uitstel tot executie. We weten dat onze wachttijd slinkt. We weten dat tijd binnenkort (als we een échte baan zullen hebben) een luxeproduct wordt. We zullen zwichten voor geld, status of – en dat is het ergste – een gezin. Dit nummer smaakt als het laatste restje onbezonnenheid: mierzoet en wrang. We kijken uit naar onze eerste werkdag zoals we uitkeken naar afgestudeerd zijn: niet. Ik zing mee en de anderen ook; het is de allereerste keer dat we zoiets doen en vormt het begin van het einde. Voor we het goed en wel beseffen zullen we onze eigen ouders geworden zijn. Want dat is wat ouders willen: meezingen en herbeleven.
De zon komt op, de weg is verlaten, de haven van Zeebrugge maakt het rommelend geluid van een walvis. Volgens het dashboard is het drie graden op het strand. De zee kijkt ons wantrouwig aan, alsof ze weet wat ons te wachten staat, alsof ze het weet: van God. Ik doe een gebedje voor Wannes en Marjolein trekt haar schoenen uit. Ze zegt dat haar benen pijn doen. We begrijpen het. We begrijpen het echt. We kijken naar de zon boven het land, rapen een paar schelpen en haasten ons terug de auto in. Dan gaan we vissoep eten.

Sir Yes Sir – Ideas For a Waste of Time

Good ideas are seldom new
But I have hatched a nice one for you
For twenty-five evenings and twenty-five nights
My bed remained unslept in but I’m happy I made it through

We’ll steal a Cadillac and drive it towards the border
And when the guard asks if everything’s okay
You’ll fake a fit and I’ll say that it’s urgent
We’ll drive right past and all our sorrows will fade away.

Come on over, I will show you round my house
We’ll take our time so we can talk about our lives
You can tell me all about your future wife
Those are great ideas for a waste of time

Watch me, my life goes fast
Guard me as I exit
Watch out for crooks she said
Polylingual psychiatrists haunt her head

My plans always change
Yet my good intentions remain
I keep my head up high and I smile
in harmony with myself I turn to you

Most of my projects fail
And I measure the time I’m wasting
Still hope that my waiting pays
So I can find someone else to waste my time with

Great ideas will seldom do
So I refrain from thinking further
I have been sleepless for twenty-five nights
Well now I found out, I’ll give my time to you

Afkomstig van Sir Yes Sir, EP (2011)


Vincent Van Meenen (1989) won met het verhaal ‘Cowboy’ zowel de juryprijs als de Metro Publieksprijs van Write Now! 2012. Hij is oprichter en redacteur van http://www.karkas.be, en treedt op samen met Jan Dertaelen op de slotdag van literaire jongerenprijs De Inktaap, 24 maart in De Doelen, Rotterdam. Van Meenen werkt momenteel aan zijn debuutroman.

Deze editie van Losgezongen verscheen eerder in het september-oktober 2012 nummer van Passionate Magazine.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s