Vermijd de verbinding met het voorwerp

Kunst en literatuur vormen soms een gouden koppel. Denk bijvoorbeeld aan The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde, of de Libris-prijswinnende roman Specht en zoon van Willem Jan Otten. Ook De kop van Oskar Wronski, de tweede roman van kunsthistorica en schrijfster Gerdien Verschoor, valt in die categorie. Een bijzondere, enigszins dromerige roman.

Baronesse Ophélia Bentinck Nyevelt van Heeckeren, geboren 24 augustus 1916, groeit op in het familiekasteel de Zwanenborch in Overijssel. Zoals dat ging in die tijd wordt Ophélia geacht al jong te trouwen. Maar zij, ‘een meisje dat op een jongen leek’, wil alleen maar tekenen. Handen als kolenschoppen, die niet kunnen ophouden met schetsen van borsten en bilpartijen, buikplooien en beenpezen. ‘Bij obers en hotelrecepties smeekte ik om potloden, die ik in mijn haren verstopte, en ik maakte tekeningen op stadsplattegronden, tafelkleden, toiletdeuren. Ik boetseerde koppen uit stukken brood, maakte tronies van kussens, bewerkte olijfpitten met mijn nagelvijl.’
Op de dag van het huwelijk, vlak voor het jawoord klinkt, kiest Ophélia voor het vrije kunstenaarsbestaan en zet ze het op een rennen. In haar bruidsjurk zwemt zij de IJssel over, een beeld dat herinnert aan het wereldberoemde schilderij van John Everett Millais. Maar deze Ophelia verdrinkt niet; zij zwemt haar vrijheid tegemoet, stapt op de trein naar Parijs en noemt zich voortaan Odessa van Heek.

Duizenden schetsen en beelden
Op de roltrap van Gare du Nord kruisen haar ogen die van een donkere man, ‘een kapotte prins met een verenpak’. Odessa raakt geobsedeerd door ‘dat dunne lijf waar kleren als slordige veren tegenaan gefrommeld zaten, die kale kop met vouwen om de ogen, die benige vingers die boven de leuning van de roltrap zweefden alsof hij iets wilde aanraken dat hij lang geleden had verloren.’
Bij haar leraar Paul Dupré zal ze hem weerzien, deze Oskar Wronski. Hij is een Russische kunstenaar die in de Eerste Wereldoorlog gewond is geraakt en zich in het Poolse Lódz heeft gevestigd, waar hij een museum voor moderne kunst heeft opgericht. In Parijs ruilt hij eigen werk voor dat van andere hedendaagse kunstenaars. Odessa en Oskar intrigeren elkaar en ze krijgen een korte affaire. Wanneer de lente van 1939 is overgegaan in de zomer verdwijnt Oskar Wronski echter van de ene op de andere dag met de noorderzon. Terug naar zijn vrouw Olga, terug naar Lódz.
Odessa blijft geobsedeerd door Oskar Wronski. Hij heeft zich in haar handen verborgen. Duizenden schetsen en beelden maakt ze van zijn kop. Dagelijks stopt ze tekeningen in een envelop: OSKAR WRONSKI, LÓDZ, POLOGNE, die nooit beantwoord worden. Wanneer ze kasteel Zwanenborch erft, trekt ze zich daar alleen terug om onverdroten door te werken. Pas op haar vijfenzeventigste brengt Odessa een bezoek aan Wronski’s Poolse atelier.

Relatie tussen kunstenaar en muze
Het tijdvak waarin het verhaal zich afspeelt had overtuigender geschilderd kunnen worden – nergens waande ik me als lezer in de eerste helft van de twintigste eeuw. Ook de sterke zintuiglijkheid van Odessa had beter gedoseerd kunnen worden. Maar dat zijn kleine oneffenheden op een alleszins fascinerend doek. Zoals Odessa zich nauwelijks bezighoudt met wat er zich allemaal afspeelt in de buitenwereld, word je als lezer opgenomen en meegezogen in haar beleving en raakt de rest steeds maar op de achtergrond. De realiteit speelt simpelweg niet zo’n belangrijke rol.
Gerdien Verschoor speelt in De kop van Oskar Wronski op een mooi subtiele manier met fantasie en werkelijkheid, origineel en afbeelding, met de relatie tussen kunstenaar en muze. Ze heeft herhaling aangebracht in de structuur van het boek (de eerste drie hoofdstukken hebben dezelfde titels als de laatste drie) en echo’s en spiegelingen in het verhaal geweven die de raadselachtigheid versterken. Waarom zoekt Odessa haar grote liefde nooit op? Waarom laat Oskar Wronski al die jaren nooit iets van zich horen? Hoe is het hem vergaan, daar in dat onheilspellende Lódz, achter het IJzeren Gordijn?
Gedreven door een groot verlangen worden Odessa en Oskar voortgestuwd. Blijf zoeken naar de zuivere vorm. Vermijd de verbinding met het voorwerp, zo luidt het motto van Oskar Wronski’s leermeester. Misschien is dat wat Odessa van Heek haar hele leven eigenlijk doet.

Gerdien Verschoor, De kop van Oskar Wronski
paperback, 172 blz, € 18,95/€ 14,99 (e-book)
Atlas Contact, ISBN 978 90 254 4190 6


Vivian de Gier is schrijver, journalist, redacteur en schrijfcoach. Onder de naam A•Quattro•Mani maakt ze met Marc Brester recensies, literaire interviews en (reis)reportages door heel Europa, in tekst én beeld. Ook schrijven ze korte verhalen, novellen en biografieën. Lees meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s