Drie strengs geslagen

Negenenveertig keer de winter doorstaan, maar hij had niet het gevoel de vijftigste nog aan te kunnen. Na lang aarzelen koos hij voor de mechanische methode. Volgens een beschrijving op internet was daar een dik touw, dat niet rekte, voor nodig. Hennep moest het zijn, absoluut geen kunststof. De watersportwinkel in de buurt had een keur aan touwen in vrolijke kleuren, alleen geen hennep. De verkoopster wees naar een rol sisal, voor krabpalen, zei ze en keek hem vragend aan. Bij een ijzerhandelaar hing wel een rol, hemp stond er op het prijskaartje, maar het touw leek te dun. De man had dikkere besteld, het zou er volgende week zijn. Zo lang kon hij nog wel wachten. Toen het de week erop niet geleverd bleek, had hij genoeg van de winkeliers. Het was niet dat hij zo nodig de lokale middenstand wilde steunen, hij hield de aankoop alleen liever anoniem. Niet dat dit nu nog uitmaakte – het was grappig hoe je aan gewoontes vasthield, ook als dat er niet meer toe deed. De online touwenwinkel had wel een heel assortiment, zelfs zo veel dat het weer lastig kiezen was. Te dik zou moeilijk te knopen zijn. Hij koos voor 14 millimeter, drie strengs geslagen. Acht meter moest ruim voldoende zijn. De afhandeling ging vlot en soepel, er verschenen mailtjes over gelukte betaling en verzending. Toen het pakketje werd afgeleverd, schrok hij dat het zo klein was, maar het touw bleek ingenieus in elkaar gedraaid, en leek hem precies stevig genoeg.
De dagen erna merkte hij dat het bezit van het doosje hem rustiger maakte; hij had opeens niet zo’n haast meer. Er zou nog wat geregeld moeten worden, maar dat kwam wel, het belangrijkste had hij in huis. Het probleem dat zich nu aandiende was het juiste moment te bepalen om tot de daad over te gaan. De kans dat hij het eindeloos uit ging stellen was aanzienlijk – steeds even wachten op een of andere onbenulligheid: een voetbalwedstrijd op tv of een boek dat hij nog wilde lezen. Hij realiseerde zich dat het moment afgedwongen moest worden, en eigenlijk wist hij ook wel hoe. De kern van zijn problemen bestond eruit dat hij geen echt contact met vrouwen kon maken. Elke toenadering was op zijn minst ongemakkelijk, en liep meestal uit op een regelrechte ramp. Soms lukte het hem zijn ongemak te verhullen en belandde hij alsnog bij iemand in bed. De laatste keer dat dit gebeurde hing er een spiegel tegenover hen, hij schrok ervan toen hij zichzelf bezig zag: hoe zinloos en leeg was het als het gevoel ontbrak. Hij zou zichzelf nog eenmaal deze teleurstelling laten proeven, dat moest voldoende zijn voor het laatste zetje.
Hij kende toevallig een vrouw die geknipt was voor dit plan: een kennis van vrienden, die hij soms op verjaardagen tegenkwam. Ze was grof in de mond, en praatte schaamteloos over haar veroveringen van veel jongere mannen, waarbij ze geen detail onvermeld liet. Ze had openlijk met hem zitten flirten, maar hij had gedaan alsof zijn neus bloedde. Via het bevriende stel achterhaalde hij haar nummer en vroeg zonder omwegen of ze komend weekend mee naar de bioscoop wilde gaan – iets waar hij normaal veel te verlegen voor zou zijn geweest bij een type zoals zij. Ze stemde direct toe, grinnikte en hing abrupt op.
De plezierige spanning op de dag van de afspraak was verwarrend. Tegen de verwarming geleund naast de ingang van de bioscoop, bekeek hij de voorbijgangers – niet langer met afkeer, eerder met hernieuwde interesse, als bij het verlaten van een ver land, een laatste blik voordat je in het vliegtuig stapt. Hij merkte dat hij naar haar uitzag, zijn blik rekte zich hoopvol uit naar elke schaduw die de straatverlichting vooruit wierp. Toen ze binnenstapte en hem opmerkte, lichtten haar ogen op en krulden haar mondhoeken omhoog richting een glimlach. Ze nestelden zich met een drankje op een bank tegen het raam van de foyer, de verwarming kon de tocht van buiten net niet verdrijven. Hij probeerde de rol van versierder aan te nemen. Ze was stil voor haar doen, en zat hem vorsend aan te kijken, alsof ze vermoedde dat er iets niet klopte. De film was een meevaller en hielp hem om beter in de stemming te komen. Na afloop nog een drankje, op dezelfde plek als ervoor. Toen ze naar het toilet was, keek hij om zich heen en zag twee jonge mensen staan zoenen, hun soepele lijven op volstrekt natuurlijke wijze verstrengeld met elkaar. Terwijl het stel gearmd de deur uit liep, kwam zij terug. Waarschijnlijk had ze de situatie in de beslotenheid van de betegelde muren overdacht, want ze begon hem uit te horen: was hij wel gelukkig, wat wilde hij nu eigenlijk? Dit ging de verkeerde kant op, zonder na te denken flapte hij eruit dat hij gewoon een vrouw wilde. Of nee, dat was het toch ook weer niet helemaal, vervolgde hij met zijn gebruikelijke relativering, maar ze knikte en zei dat ze met hem meeging. Hij was er van uitgegaan dat ze in haar bed zouden belanden en vroeg of dat geen beter idee was. Ze liet haar toch al lage stem nog een octaaf zakken: ‘Ik word juist opgewonden van gore vrijgezellenflats.’ Daarna beet ze zachtjes in zijn oorlel.
Ze liep van de bijna lege woonkamer, waar de laatste spullen al in dozen ingepakt stonden, naar de slaapkamer. Hij volgde haar op een afstandje.
‘Ga je binnenkort verhuizen, of ben jij een van die minimalistische types?’ Voor hij een antwoord kon verzinnen, zag hij tot zijn schrik dat haar hand naar het doosje op de vensterbank ging. Ze haalde het touw eruit en keek naar het briefje dat erbij lag, met daarop een tekening van hoe je een beulsknoop moest leggen. ‘Kinky, hmm… Ergens past het wel bij jou, stille wateren, niet waar?’ Ze keek even door haar oogharen en gooide hem het touw toe. ‘Oké, rope yourself up, cowboy.’
Nadat ze was vertrokken, bleef hij op bed liggen uithijgen. Zijn hand ging over de pijnlijke striemen in zijn nek, terwijl hij omhoog keek naar de verwarmingsbuis waaraan het touw bungelde. Een bevestigingsbeugel was kromgetrokken, maar had het gelukkig gehouden. Hij zou hem moeten verstevigen, voor de volgend keer. ‘Bel me, wanneer je maar wilt,’ had ze gezegd bij het afscheid. Zodra de wonden in zijn hals genezen waren, zou hij dat zeker doen, want nooit eerder was hij zo overweldigend klaargekomen.

Dirk van Waterschoot (1964) komt uit Zeeland en woont in Amsterdam. Hij studeerde Europese Studies, daarna scenarioschrijven aan de Schrijversvakschool. Hij werkte voor diverse non-profitorganisaties en schildert ook naast het schrijven. Dit verhaal is zijn eerste publicatie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s