Aan tafel

Het ging niet zozeer om dronkenschap van mijn ouders, want die viel wel mee, en ook mijn broers en zussen waren wel te pruimen, al mocht ik toekijken als ze van hun zakgeld ijs en kauwgom met voetbalplaatjes kochten. Ik moest daar nog vier jaar op wachten. Nee, het waren de snauwen, de grauwen, de bevelen. De hele dag door. ‘Opstaan,’ werd geroepen vanaf beneden. ‘Jas aan, muts op, doorlopen en niet bij de boekwinkel blijven hangen.’ Het ging de hele dag door. ‘Schriften open, voor je kijken.’ Ik werd er zeer neerslachtig van. Als kind van zes was ik een moedeloze jongen die de hele dag liep af te wachten, wat hij nou weer moest, wat er nou weer van hem verlangd werd, van wie hij nu weer een opdracht kreeg. Als mijn vader thuis kwam, werd het ietsje minder. Die zei er tenminste nog ‘jongen’ achteraan. ‘Huiswerk maken, jongen. Nu geen tv meer kijken, jongen.’ Maar daarna weer mijn moeder: ‘Handen wassen. Aan tafel!’
In dienst werd het nog erger. Sergeants hadden het tot kunst verheven. Alleen ‘op de plaats rust’ en ‘ingerukt mars’ gingen niet als schokgolven door me heen.
Nu ik volwassen ben, merk ik dat ik er soms van droom, dat ik achterna gezeten word door meisjes en vrouwen. Meisjes die roepen ‘harder’ en ‘kom’, mijn baas, een vrouw met armen als worsten, die roept ‘tafel zes’ of ‘tafel twintig’. Ik werk in het restaurant van de VARA. Dan zie ik de koppen van Jeroen Pauw, Paul de Leeuw, Astrid Joosten, Giel Beelen. Ze roepen ‘twee bier’, ‘nog een hamburger met kaas’, ‘hier nog een stoel voor Jan Mulder’ en een ander ‘als je het maar laat’ er meteen achteraan. Ze komen op me af met lange scherpe nagels, draden slijm tussen hun boven- en ondergebit. Matthijs van Nieuwkerk met halflange slierten grijs haar, grote gele tanden, hij schreeuwt ‘aan tafel, aan tafel.’ Ik word wakker van mijn eigen geschreeuw. Het T-shirt dat ik draag, zit aan mijn lijf geplakt.
Mijn vriendin is een Vlaamse. Die hebben manieren. Maar nu wordt ze steeds uit haar slaap gehaald. Ze zegt dat het afgelopen moet zijn, dat het zo niet langer kan, dat ik mij moet laten behandelen. Ze zegt dat het te zot voor woorden is.

De psycholoog die ik raadpleeg, denkt daar anders over. ‘Het is een bekend verschijnsel,’ zegt hij. ’Ik word er regelmatig mee geconfronteerd. Ik kom het vaak tegen bij mensen van uw leeftijd, van voor de participatiemaatschappij. U bent een kind van het tijdperk waarin de bevelsstructuur dominant was.’
‘Ben ik dan niet de enige?’
Hij lacht. ‘U moest eens weten.’
‘Er is een zelfhulpgroep,’ zegt hij en geeft mij een adres.
Een van de deelnemers heeft gewerkt bij Greenpeace. Ze zegt: ‘Ik verzet mij tegen een zelfhulpgroep. Een actiegroep is het alternatief.’ Ik steek mijn hand op als we stemmen.
Wij willen dat onze spreektaal verandert. Dat is het eerste actiepunt. Er moet weer ‘alstublieft’ worden gezegd, en ‘graag gedaan,’ en ‘dank u wel’. Onderling gebeurt dat al. Dat is het begin. Wij geven zelf het goede voorbeeld, ook buiten onze groep. Het moet zich verspreiden als een olievlek. Wij spreken er anderen op aan en steunen elkaar als mensen niet naar ons willen luisteren of zeggen dat we op moeten rotten.

Er zit een scheidsrechter in onze groep, die introduceert het op het voetbalveld. De jongens moesten er wel aan wennen. ‘Ingooien alstublieft’, ‘ik verzoek u een penalty te nemen’.
Iemand dacht dat hij het sarcastisch bedoelde en sprak hem aan op zijn gedrag. Dat leidde tot een gele kaart. Wij bespreken dat soort kinderziektes. Inmiddels volgen twee collega-scheidsrechters zijn voorbeeld.
Mijn vriendin zegt dat hij binnenkort wel alleen voor doven en slechthorenden zal mogen fluiten en begint hartelijk te lachen.
Irritant kreng, denk ik.
‘Wil je alsjeblief niet van dat soort domme opmerkingen maken,’ zeg ik.
Twee onderwijzers in onze groep hebben het bijzonder zwaar. Zij zijn er erger aan toe dan ik. Ze vertonen kopieergedrag. Ze brullen tegen leerlingen en dreigen de hele dag met straf. Ook als er eigenlijk niets gebeurt. Dat bekennen ze ook later. Zij hebben op zich genomen een lesbrief te schrijven waarin zij aandacht vragen voor hun probleem. Kortgeleden zijn ze geïnterviewd door het magazine van hun vakbond. De gevolgen zijn niet uitgebleven. Ze werden bespot en voor verklikkers uitgemaakt. Het schijnt het topje van een ijsberg te zijn. Ik beschouw ze als klokkenluiders.
We hebben een lange weg te gaan.

We moeten zoeken naar een rolmodel. Dat is ons tweede actiepunt. Iemand die het goede voorbeeld geeft.
Er worden politici genoemd, maar de meesten van onze actiegroep zeggen: ‘Schei uit alsjeblieft.’ Want die zijn zelf meestal ziek en er komen er steeds meer bij.
Ik stel Matthijs van Nieuwkerk voor. ‘We kunnen hem aanspreken op onze gezamenlijke strijd tegen hufters, bumperklevers en andere zakkenvullers,’ zeg ik.
Afgesproken wordt dat ik hem zal benaderen.
Na twee brieven en negen e-mails besluit ik te bellen.
Een jongen met een buitenlands accent zegt dat alle post wordt besproken in de redactie.
Ik vraag waarom ik dan maar niks hoor.
Hij zegt dat De Wereld Draait Door een serieus praatprogramma is.
‘Wij willen niet praten,’ zeg ik. We willen alleen dat Matthijs voortaan zegt: ‘Aan tafel alsjeblieft.’
‘Bent u gek, of zo,’ zegt de Marokkaan, of Turk of Iranees, want dat weet ik niet precies.
Ik vraag of hij mij wel fatsoenlijk aan wil spreken.
‘Natuurlijk, meneer,’ zegt hij. ‘Neem mij niet kwalijk.’
Ik zeg dat ik anders contact met Pauw op ga nemen.
‘Dat moet u zeker doen, meneer,’ zegt hij.
‘Om te vertellen hoe ik door jullie word behandeld,’ zeg ik.
Hij noteert mijn gegevens en zegt dat hij het de volgende redactievergadering onder de aandacht van Matthijs van Nieuwkerk zal brengen.

Sindsdien kijk ik met mijn vriendin naar DWDD, iedere avond en afgelopen week merkte ik dat hij het niet meer schreeuwt, maar vriendelijk, bijna vragend zegt, ontspannen met zijn handen op zijn knieën: ‘Aan tafel?’

John Toxopeus (Utrecht, 1946) is gepensioneerd en was daarvoor vakbondsbestuurder. Hij studeerde psychologie. Hij publiceerde in verschillende literaire tijdschriften. In 2013 debuteerde hij met de verhalenbundel Desnoods met harde hand. Onlangs verscheen zijn roman in verhalen We doen of er niets aan de hand is (recensie alhier.) Hij blogt op www.mijn2deleven.nl 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s