Jay McInerney: ‘Iedere dramatische gebeurtenis wordt uiteindelijk opgenomen in de geschiedenis. Fictie helpt daarbij.’

Eindelijk heeft Jay McInerney zijn nieuwe roman bijna voltooid, zo maakte hij onlangs op Facebook en Twitter bekend. Sinds zijn 9/11 roman The Good Life uit 2006, heeft de wereldberoemde Amerikaanse schrijver alleen nog oude verhalen en non-fictie in boekvorm verzameld. Wij kijken uit naar de terugkeer van een van de grote chroniqueurs van de hedendaagse Amerikaanse samenleving. Voor de gelegenheid herplaatsen wij het interview dat wij in 2006 n.a.v.The Good Life met McInerney hadden. Een gesprek over hoe fictie helpt om tragedies een plek in de geschiedenis te geven.


Jay1The Good Life
, de nieuwe roman van Jay McInerney, is in essentie een liefdesverhaal tegen de achtergrond van het New York vlak na 11 september. McInerney, op promotiebezoek ter gelegenheid van de Nederlandse vertaling, vertelt over zijn persoonlijke ervaringen rond de aanslagen, hoe zijn roman erdoor beïnvloed werd, en de invloed van tijdgeest en actualiteit op de literatuur.

Jay McInerney (V.S., 1955) werd in één klap wereldberoemd met zijn debuut Bright Lights, Big City (1984). Het verhaal over een journalist die nachtclubs, modeshows en parties afloopt op zoek naar vrouwen en cocaïne werd gezien als een tijdsdocument van de decadente jaren tachtig. Samen met o.a. Bret Easton Ellis en Tama Jonavitz werd hij de ‘Brat Pack’ genoemd: hippe, glamoureuze chroniqueurs van het moderne grotestadsleven. Ze oogstten zowel bewondering – eindelijk waren er schrijvers met de uitstraling van popsterren – als afkeer vanwege hun weinig diepgravende thematiek. Dat McInerney en Ellis (met Less Than Zero) de afgestomptheid van hun rijke maar verveelde personages ook impliciet bekritiseerden werd daarbij nogal eens over het hoofd gezien.

De Brat Pack viel snel uiteen, Ellis werd nog omstredener vanwege zijn extreem gewelddadige American Psycho, Janovitz zonk weg in vergetelheid. McInerney’s volgende romans bleven dicht bij de tijdgeest van dat moment. Zijn reputatie was tweeslachtig; zijn talent als satiricus werd alom erkend, maar dat hij bleef schrijven over het najagen van geld, kicks en status werd hem nogal eens aangewreven. Verheffend of op zijn minst sympathiek vinden velen zijn personages niet. Toch bleek hij, in zijn karaktertekening, een grotere romanticus dan aanvankelijk gedacht, zeker in vergelijking met het nihilisme van Ellis. Dat McInerney nu met een grote, door 9/11 geïnspireerde liefdesroman komt, heeft opnieuw veel discussie losgemaakt.

Zinloos
McInerney, die in Greenwich Village, Manhattan, woont, zag de verwoesting van de Twin Towers deels met eigen ogen. ‘Ik was zojuist opgestaan die ochtend, en vanuit mijn raam zag ik rook boven de noordelijke toren uitkomen. Ik heb twee uur lang bij het raam gestaan, terwijl ik afwisselend naar buiten keek en naar CNN. Het was zo onwerkelijk, alsof ik naar een film keek. Ik zag de tweede inslag gebeuren, maar ik weet niet eens meer of ik dat op tv of vanuit het raam zag. Vlak na elkaar stortten beide torens in.’
‘Toen ging ik de straat op. Mensen liepen naar de buitenwijken, bedekt met as, het leken wel geesten. De optocht was grimmig maar ordelijk. Ik ben naar het ziekenhuis gegaan omdat ik bloed wilde geven. Er stond een enorme rij. Maar het bleek helemaal niet nodig, er waren geen gewonden, alleen doden. De sfeer was zo vreemd. Mensen praatten met elkaar, waren ontzettend betrokken. Maar men voelde zich ook machteloos.’
Juist in die periode werkte McInerney aan een roman met een Caribisch-Amerikaanse terrorist die een bomaanslag pleegt op de première van een Hollywoodfilm, uit weerzin tegen de Amerikaanse decadentie. ‘Ik ben gestopt met dat verhaal, ik vond het ineens ongepast. Het hele idee van romans schrijven leek even zinloos, veel schrijvers hadden dat gevoel. Er gebeurde zoveel, het leek alsof fictie dat toch nooit bij kon houden. Ik heb alleen enkele artikelen geschreven. Verder heb ik twee maanden in een soepkeuken bij Ground Zero gewerkt, om tenminste iets te doen voor de stad.’
‘Toen ik weer fictie ging schrijven vond ik dat ik niet om de ramp heen kon. Ik dacht: hoe langer ik ermee wacht, hoe onwerkelijker het zal worden. Ik wilde er niet als een journalist over schrijven, dat is mijn vak ook niet. Er was al zoveel informatie in de media. Ik wilde schrijven over het verhoogde bewustzijnsniveau dat een tijdje in de stad hing. In veel opzichten was het een goede periode. Het is net als in oorlogstijd, mensen zijn opener, saamhoriger. Ik zag mensen allerlei kleine, goede daden verrichten. Ik ben blij dat ik dat heb meegemaakt. Tegelijkertijd merk je dat zo’n periode nooit lang kan duren.’

Niet beheersbaar

Jay2.jpgMcInerney greep terug op twee personages uit zijn eerdere roman Brightness Falls, Corrine en Russell, een idee dat al een tijdje door zijn hoofd speelde. Brightness Falls(1992) was gesitueerd rond de beurscrash van oktober 1987. Uitgever Russell doet met geleend geld een ambitieus bod om de uitgeverij waar hij werkt op te kopen. Uiteindelijk spat de luchtballon uiteen, de jaren tachtig waarin de sky de limit was lopen op hun einde, en Corrine en Russell zijn terug bij af.
De echtgenoten zijn in The Good Life veertigers geworden, nog steeds samen maar worstelend met vage gevoelens van onvrede. Corrine ontmoet Luke, een ambiërend schrijver die zijn baan op Wall Street heeft opgezegd, op 12 september op straat. Luke is gewond nadat hij heeft helpen puin ruimen. Later treffen ze elkaar weer als vrijwilliger in een veldkeuken bij Ground Zero, en krijgen ze een geheime verhouding. Even staat hun leven op zijn kop, net als alles in New York, maar na enkele maanden nemen vertrouwde patronen weer de overhand. Luke besluit te doen wat volgens hem het beste is voor alle betrokkenen.
McInerney zegt dat hij lang geworsteld heeft om de juiste toon voor The Good Life te vinden. Bijna drie jaar werkte hij eraan. ‘Brightness Falls had duidelijk een satirische toon. In de jaren tachtig leek een beurscrash het einde van de wereld, na 9/11 blijkt hoe betrekkelijk dat is. Corrine en Russell waren twintigers, nog zonder kinderen, ze dachten dat alles mogelijk was. Het was een decadente tijd maar ook naïef in zekere zin.’
‘Deze roman moest somberder worden, hoewel hij aan het begin, wanneer het 10 september is, nog wel humoristisch is. Gaandeweg concentreert het verhaal zich op de verhouding tussen Corrine en Luke. Ze komen tot de ontdekking dat sommige keuzes die je gemaakt hebt onomkeerbaar zijn. Je hebt verantwoordelijkheden op je genomen. En als er dan een echte ramp gebeurt realiseer je je dat het leven niet altijd beheersbaar is. Sommige gebeurtenissen zijn groter dan jezelf. Het enige wat je kunt doen is proberen er het beste van te maken. Dat doen de meeste personages in The Good Life, met wisselend succes. Ze komen dichter tot elkaar, maar onbaatzuchtige daden hebben vaak ook een egoïstische kant, en omgekeerd.’

Weinig ontzag
Iets eerder dan de Nederlandse vertaling, verscheen The Good Life in februari in de V.S. Hoe is de ontvangst geweest? ‘Erg uiteenlopend. Het is mijn beste roman genoemd, en de eerste roman die het New York van na 9/11 heeft weten te vangen. Maar er waren ook uitgesproken negatieve reacties. Het onderwerp ligt erg gevoelig. Sommige critici vinden dat ik er met te weinig ontzag over heb geschreven. Ze begrijpen niet dat ik over liefde en seks schrijf, ontrouw, alledaagse dingen. Misschien vinden ze dat ik er een grote tragedie van had moeten maken. Of dat ik over de heldendaden van de brandweermannen had moeten schrijven. Maar ik wilde het over de gewone aspecten van het leven hebben. Niet over de aanslagen maar over de gevolgen ervan.’
‘Zelf heb ik ook ervaren hoe zo’n ramp je leven kan beïnvloeden. Ik had een date op de avond van 10 september. We besloten niet samen de nacht door te brengen, maar de volgende keer. Op 11 september kon ik haar niet bereiken. Vervolgens kwam ik in mijn eigen maalstroom van gebeurtenissen terecht. Ik probeerde een vriendin te helpen die de stad uit moest. Ik bekommerde me om vrienden en ik deed vrijwilligerswerk. Nu spreek ik haar weer af en toe, maar het momentum van die ene avond is voorbij. Stel dat we wel die nacht met elkaar geslapen hadden, en dat we vervolgens de aanslagen samen hadden beleefd. Zou die ervaring ons bij elkaar hebben gebracht? Ik weet het niet.’

Het specifieke

Jay3The Good Life
is lang niet de enige recente Amerikaanse ‘post-9/11’ roman. Veel aandacht trok Extremely Loud & Incredibly Close van Jonathan Safran Foer die, net als diverse andere schrijvers, een emotioneel verhaal rond het verlies van dierbaren vertelt. Aan de andere kant staat het deze zomer te verschijnen Terrorist van John Updike. McInerney: ‘Updike kiest het gezichtspunt van een terrorist, Foer heeft voor een persoonlijke invalshoek gekozen. Er is veel aan te merken op Foers boek, maar ik vind het psychologisch scherpzinniger dan de meeste journalistiek die na 9/11 is geschreven. Misschien is het een kwestie van tijd voordat iemand een politiek getinte roman over de aanslagen schrijft. Maar ik vraag me af of literaire fictie daar per se goed in is.’
‘Ik zie geen trend in de romans die nu verschenen zijn. Daar ben ik ook niet naar op zoek, in literatuur gaat het niet om het algemene. Toen ik Bright Lights, Big Cityschreef was het niet mijn bedoeling om de jaren tachtig te karakteriseren, ik vertelde een verhaal over een specifiek personage. Als je nu terugkijkt blijkt het iets over een bepaalde periode te zeggen. Als dat op voorhand mijn bedoeling was geweest had ik er waarschijnlijk niets van terecht gebracht.’
‘Ik heb even getwijfeld aan de betekenis van literatuur na 9/11, maar nu denk ik dat het belangrijker is dan ooit. Je ziet het aan de ontvangst van Ian McEwan’s Saturday in Amerika. In de openingsscène stort er in Londen een vliegtuig om onduidelijke redenen neer, maar als je de kritieken leest lijkt het wel alsof de roman over 9/11 gaat. Er is behoefte aan schrijvers om de wereld waarin we leven te duiden. Hoe ik naar de jaren twintig kijk wordt niet bepaald door geschiedenisboeken maar vooral door de romans van F. Scott Fitzgerald. De twintigste eeuw was verschrikkelijk, verschillende malen is de roman dood verklaard. Hoe kan je nog schrijven na zoiets krankzinnigs als de holocaust, vroeg men zich af. Toch is dat gebeurd. Iedere grote dramatische gebeurtenis wordt uiteindelijk opgenomen in de geschiedenis. Fictie helpt ons daarbij.’

Dit interview verscheen in een eerdere versie in het mei-juni 2006 nummer van Passionate Magazine.

Erik Brus publiceerde met Fred de Vries het boek Gehavende stad, muziek en literatuur in Rotterdam van 1960 tot nu en is medesamensteller van verzamelboek ROTTERDAM. Hij realiseerde i.s.m. Laurens Abbink Spaink de novelization Zwartboek van de film van Paul Verhoeven. In 2015 verscheen het mede door hem samengestelde boek Ken zó in Boijmans – Frans Vogel 80 (Studio Kers). Lees meer artikelen van zijn hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s