De nautilus wacht

de nautilus wacht

we hebben omdat het al bijna november wordt
een duikboot verzonnen waarmee we zo nu en dan
onder duiken. met negenentwintig meter onder zee
lijken de wisselingen van woorden op niets,
waterig. een officier betrekt de wacht
bij de periscoop. om de beurt mogen we van hem
naar boven kijken.

dang
dang
dang

we zien niets, maar op het sonarscherm,
een woud van biotopen. konden we er in rondlopen –

maar we varen
in een duikboot, zegt de officier. we volgen zijn verhalen.

laat de officier aan het woord.
laat hem op geen enkele beslissing terugkomen.
laat niemand de wacht wisselen.

onderweg

met een gezicht van kom maar naar mij toe
had ze gezwaaid, heel vrolijk, met
haar beide armen, grote halve rondes.

en ze riep dat het nu menens is,
dat ze nu werkelijk weg –

in de auto zag ik haar armbewegingen
in de ruitenwissers terug. 156 kilometer naar huis
is lang in zo’n geval. dat moet je echt van me aannemen.

er zijn wegrestaurants te bedenken waar ze keihard
cross canadian ragweed draaien, of marco borsato,
maar de situatie is nu zo, dat we beiden hier maar wat
in de stilte zitten te eten,

dat we net zo goed kunnen gaan praten,
dat we langzaam en regel voor regel
uit de doeken kunnen doen hoe we hier zijn gekomen.

toekan

op de vrijmibo schoot een collega me aan
en vertelde me met een verse bel wijn in haar hand
dat ze het vermoeden had dat ik een toekan was.

ik liet haar mijn handen en mijn neus zien.
niet bepaald toekandingen, zei ik haar,
maar ze haalde haar schouders op.

ik weet het ook niet zeker, zei ze. ze verklapte dat er
op werk een weddenschap was over mij: toekan of mens.
het was een beetje 50/50.

ze zat in het toekankamp,
want de mensen uit het andere kamp hadden te weinig overredingskracht.
ze dronk van haar wijn. ik nipte van mijn bessenjus.

wild a7

dus nu heb ik je weer terug.
ik heb je opgepakt en tot een
handzaam formaat opgerold. de straat die zich vertakt

en versplintert tot een stad
is teruggebracht tot een mens in mijn zak.
in een fastfoodtent

hoor ik de verhalen aan, samengebald
in een kartonnen bakje. je zegt dat het min of meer
geweldig was daar. dat iedereen er –

en dat de mensen daar zo – het schuldgevoel
dat ik je maar half hoor is
de ketchup op mijn frietjes. de beste verhalen

moeten nog komen, weet ik. als je je uitrolt,
de kaart op onze keukentafel legt en vraagt wat
ik in hemelsnaam de hele tijd hier thuis –


Wout Waanders (1989) schrijft gedichten. Hij droeg voor op festivals als Onbederf’lijk Vers, Zwarte Cross, Manuscripta, Gedichtenbal, Wintertuinfestival en Lowlands. Gedichten van hem verschenen o.,a. in Dighter, Extaze, MEST en diverse bloemlezingen. In 2014 won hij Write Now! Den Bosch en in 2012 won hij de Poëzieprijs van de Stad Oostende. Met o.a. bovenstaande gedichten nam hij deel aan de Write Now! 2014-finale en kreeg een eervolle vermelding. Wout was hoofdredacteur van literair tijdschrift Op Ruwe Planken en campusdichter van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Een gedachte over “De nautilus wacht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s