Vrees voor het stijgende water

Op de akkers aan weerszijden lag water dat niet wegzakken wilde. Een kansloze dag voor de oogstmachines. Aan de linkerkant de suikerbieten, de kruinen al boven de grond uit. De mais ernaast stond geel en recht. (pag. 7)

Hoogvlakte, de eerste roman van Naomi Rebekka Boekwijt (1990), begint dan wel met een slechte oogstdag, de vruchten waarvan Boekwijt het zaadje met de verhalenbundel Pels (2013) plantte, kunnen twee jaar later zeker geplukt worden. De roman laat precies zien waar je als recensent op hoopt; groei. En er groeit veel in Hoogvlakte; de aardappels op het veld, de personages, zowel menselijk als dierlijk, en de onrust. 

Het verhaal speelt zich af in het Zwitserse Feldi, ‘Eenzaam oord in Europa’, waar de ik-verteller, de Nederlandse Maite van Veen, op de boerderij van Moser woont en werkt. We leven een klein jaar met haar mee, leren de mensen in Feldi kennen, en zien het water stijgen.

Ark
‘Tijdens de afdaling viel mijn oog op het Hühnerhus. Het werd rondom met een hele rits latten ondersteund.’ (pag. 65). Moser, de norse en strenggelovige boer, vreest het water. Zijn geloof in een straffende God doet hem handelen naar Noach; hij laat een ark bouwen. Of hij hierin doordraait of dat zijn zorgen reëel zijn, blijft tot het einde de vraag. Het water staat hem namelijk ook figuurlijk tot aan de lippen. De boerderij van Wyss, zijn naaste buur, is een modern bedrijf. Wyss leeft voor het geld en doet steeds pogingen het land van Moser op te kopen. Moser probeert zijn land en zijn beesten te beschermen tegen deze verstikkende concurrentie.
Ook in Hoogvlakte weet Boekwijt het boerenleven als geen ander vast te leggen; het werk dat intensief en altijd aanwezig is, de natuur met haar heilzame stiltes en tegelijk verwoestende krachten, het dier dat vaak meer karakter toont dan de mensen die het hoofdpersonage omringen, en de machine. Zo dicht bij de natuur steken de machines groots af tegen de mens en haar kunnen. ‘UNSER HERZ SCHLÄGT FÜR IHRE MASCHINEN (…). Volgens die slagzin was het hart dus géén machine,’ merkt Maite op. Wel lezen we steeds opnieuw hoe de machine een verlengstuk is van de mens, een kans om te kunnen overleven.

‘Iedereen had wat te bewaken’
In Pels overtuigde Boekwijt de lezer al met haar stijl. Deze is direct, haar zinnen zijn kort, en er is geen woord te veel. De beelden die ze schetst staan dicht op de werkelijkheid. Met een paar woorden extra treedt ze onder de oppervlakte van het zichtbare. Over de drukte in de stad Zürich schrijft ze: ‘De mensen liepen met hun armen zo dicht tegen zich aan. Iedereen had wat te bewaken of te verbergen.’
Waar in Pels de stijl hoog boven de ontwikkelingen van de personages en het verhaal uitstak, is dat in Hoogvlakterechtgetrokken. De stijl vormt de stevige ondergrond waarop personage en verhaal zich moeiteloos kunnen voortbewegen. Dat er op die grond een krachtige vrouw staat, die weet wat ze wil en wat ze nodig heeft, is geen wonder. Haar volgen in haar zoektocht naar de menselijke waarden, geborgenheid en een nieuw thuis als vreemdeling in Zwitserland is een waardevolle tijdsbesteding. Je zult jezelf geheid tegenkomen.

Naomi Rebekka Boekwijt, Hoogvlakte
paperback, 174 blz, € 17,95
De Arbeiderspers, ISBN 978 90 295 8960 4


Hanna Vlaming

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s