PP header Bram Esser

Zuidas: Kraamkamer van het geluk

De hoofdpersonages van de vier verhalen die Ruimteziek van Bram Esser vormen zijn hun oriëntatie kwijt. Ze weten niet langer wat boven en onder is en drijven soms hopeloos verloren weg van planeet aarde. Vandaag aflevering 4: ‘Zuidas: Kraamkamer van het geluk’.

De jongen leunt onderuitgezakt tegen het dunne stammetje van een olijfboompje in een plantenbak. Er staan een stuk of dertig van die bakken op het plein. De kruinen zijn in strakke bolletjes geknipt. De bomen doen in niets denken aan de knoestige olijfbomen uit zijn geboortestreek waarvan de wortels diep omlaag reiken in de kalkrijke kleigrond, op zoek naar grondwater. De vader van de jongen was olijfboer en ook de jongen was voorbestemd dat te worden. Toen was de oorlog gekomen en was het gezin naar Nederland gevlucht.
Als hij zijn ogen opent ziet hij hoe het zonlicht van alle kanten wordt weerkaatst door het zakelijke spiegelglas. Hemels wit licht dat zich vanaf het plein over het hele land uitspreidt en uiteindelijk de wereld omvat.
‘Het plein met de boompjes,’ zoals de jongen het plein op Zuid WTC omschrijft, is geen gewoon plein zoals je dat elders in de stad aantreft. Het is eerder een soort doorgang, of transitieruimte zoals vliegvelden of stations dat zijn. Wat telt is hetgeen zich afspeelt aan de andere kant van het spiegelglas. Daar waar zoemende computerterminals 24 uur per dag de wereld afspeuren op zoek naar lucratieve investeringsgronden. De jongen denkt weer aan het licht, dat zuivere witte licht waarin zich alle denkbare kleuren bevinden. Vanmorgen was het even weg geweest. Hij had gekeken hoe een groep Afrikaanse regendansers tevoorschijn was gekomen om paraplu’s te verkopen.
Grote zakelijke districten hebben, los van de stad, hun eigen zwaartekracht. Regendansers duiken op en verdwijnen weer om niet veel later met goedkope plastic zonnebrillen de straat op te gaan. Niemand hoeft hier naar de winkel, de Afrikanen hebben altijd precies wat je zoekt.
Twaalf uur. Beweging. De jongen ziet hoe de vroedvrouwen en mannen van het geluk op zoek gaan naar een lunchgelegenheid. Hij kende het, hij had het vaker gezien. In slierten trekken ze aan hem voorbij: dik met losgeknoopte das, bankieren, hoofddoekjes, strak gekamde haren, gele jas, graatmager met colbertje over de arm, een groepjes Braziliaanse zakenmensen. Iedereen is  ingesmeerd met mensenmarinade. In geurwolkjes komen ze voorbij. Lotion en zalf van een of ander belangrijk merk. Maar de jongen laat zich niet misleiden, hij heeft de neus van een roofdier en ruikt de angst er dwars doorheen.
Net als zijn vader werkt de jongen in een olijfboomgaard. Hij plukt weliswaar geen olijven, maar op zijn manier oogst hij ook het fruit dat rijp aan de takken hangt. Niemand lijkt hem te zien. De jongen daarentegen ziet alles. Toch twijfelt hij. Hoe kan hij weten wie de juiste is?
Dan ziet hij haar. De onopvallende vrouw van middelbare leeftijd. Ze draagt een trenchcoat, paars met smaakvol glittertje en een bruinlederen tas over haar schouder. Onopvallend maar goed gekleed. Bescheiden, is het juiste woord. Het graangele haar is kortgeknipt. Iets aan haar zegt hem dat ze hier, net als hij, misplaatst is. Losse deeltjes aangetrokken tot de zon. Hij twijfelt, moet hij op het plein blijven of haar volgen? Moet hij wachten op het teken, of is dit het teken waarop hij had gewacht? Hij staat op.
De vrouw steekt recht het plein over richting metro- en treinstation en langs de enquêteurs die ze met een hulpeloos schoudergebaar weet af te poeieren. Ook aan hem vragen ze of hij wil luisteren naar hun verhaal over kinderen in nood. Het gaat om Nederlandse kinderen, wordt hem benadrukt. Amsterdam Zuid WTC is een goede plek om de filantroop uit de mens te lokken. Hij verontschuldigt zich en zegt dat de filantroop in hem voorlopig een sluimerend bestaan leidt. Het meisje moet lachen, hij is een mooie jongen.

De vrouw gaat niet met de trein, maar loopt onder de rails door naar de andere kant. Ook daar is een plein, groter dit keer. Tè groot misschien wel. Alsof het ontworpen is voor een stralende toekomst met kantoorkolossen die de weidsheid van het plein in proportie moeten brengen. Nu benadrukt de leegte vooral de crisis.
Op de vlakte van stenen plavuizen staan, in symmetrische banen, witgeschilderde houten banken opgesteld. De meeste banken zijn bezet met mannen in donkerblauwe pakken die bezig zijn met het doornemen van stapels papier, soms los, soms ook in mapjes samengebonden. Sommigen roken een sigaret. Anderen zijn aan het bellen. De jongen ziet hoe de vrouw die hij is gevolgd op één van de bankjes heeft plaatsgenomen. Ze heeft haar boek tevoorschijn gehaald en is begonnen erin te lezen. De jongen heeft een zwak voor lezende vrouwen, ze hebben iets kwetsbaars. Hij heeft ze vaak zien zitten in cafés en stelt zich dan voor dat ze graag aangesproken willen worden. Maar cafés maken geen deel uit van zijn werkterrein.
‘Wat leest u daar?’
‘Entschuldigung?’
Dat verklaart de schouderophaling bij de enquêteurs, ze is Duitse.
‘Was lesen Sie’, herhaalt hij.
‘Das Wochenende.’
Of het boek spannend is kan ze hem niet vertellen, ze is nog maar drie bladzijden gevorderd.
De vrouw kijkt naar de jongen en ze twijfelt, ze weet niet wat ze van hem moet denken. De jongen denkt na. Hij stinkt niet, dat weet hij zeker, hij wast zich altijd zorgvuldig. Zijn wangen zijn gladgeschoren en zijn neusharen zijn recentelijk bijgeknipt. Zelfs het haar in zijn oren heeft hij laten wegschroeien door een Turkse kapper. Het moet de hongerige blik in zijn ogen zijn die haar doet twijfelen.
‘Wacht u hier op iemand?’
‘Ja, mijn man en mijn zoon zijn toevallig allebei hier bij de ABN Amro.’
‘Werken ze daar?’
‘Mijn zoon wel, op de afdeling risk management, maar mijn man is hier voor een lunch met het IOC, het gaat over een sport en onderwijs project in Zimbabwe.’
Haar man blijkt president van de Duitse Hockeybond te zijn.
Hockey is een sport waar de jongen maar weinig van weet, hij heeft sowieso weinig met teamsport. De vrouw heeft er misschien ook helemaal niks mee. Het zijn de toevallige dingen die voorhanden zijn; hockey, ABN Amro en Zimbabwe. De jongen en de vrouw praten met elkaar, maar dat zijn slechts woorden, ondertussen worden er hele andere dingen gecommuniceerd. Hij ziet iets flakkeren in haar ogen.
De jongen heeft het gevoel dat ze hem begrijpt. Zonder verder nog iets te zeggen stopt ze hem een kaartje toe en staat op. Ze begroet haar zoon die aan komt lopen en vanuit de verte zwaait. Hij draagt een spijkerbroek en een poloshirt, vreemd. Maar natuurlijk; Casual Friday. Het zakendistrict heeft zijn eigen zwaartekracht, zijn eigen wetmatigheden ook.
De jongen kijkt hoe de moeder en haar zoon op zoek gaan naar een lunchgelegenheid. De zoon heeft zijn leeftijd. Hij denkt aan de ogen van de vrouw, maar kan zich de kleur niet meer voor de geest halen. Hij pakt het kaartje uit zijn borstzak en leest dat ze Verena heet. Mooie naam, vindt hij. Een week zou ze in Nederland zijn, haar man is druk met het hockeytoernooi. Er is dus tijd genoeg. In de moskee hebben de imams gezegd dat het gaat om innerlijke ontwikkeling door middel van het zuivere woord. Ze hebben gelijk, maar soms is een omweg noodzakelijk. Als zoon van een olijfboer weet hij dat je niet kan oogsten zonder vieze handen te maken en soms moet je op plekken zijn waar het zuivere licht minder fel schijnt.
Dan schiet hem de kleur van haar ogen weer te binnen. Ze waren olijfgroen.

Bram Esser (1976) is ontdekkingsreiziger. Steeds op zoek naar verhalen verkende hij de grenzen van de stad, woonde hij in een zeecontainer op het strand van Scheveningen en integreerde hij met een geleende labrador in Vinexwijk Ypenburg. In 2012 verscheen Snelwegverhalen, een roadboek dat hij met Melle Smets maakte over de Nederlandse snelwegcultuur. Foto: Mariëlle Gebben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s