De favoriete songtekst van Arjen Lubach

In de film Ghost World – een briljante verfilming van een strip over twee sociaal onaangepaste meisjes – vindt één van de meisjes een oude plaat met het nummer ‘Devil Got My Woman’ erop. Diezelfde avond draait het meisje, Enid, het nummer een paar honderd keer. Deze sensatie die Enid ervaart is universeel, onverklaarbaar en zeer benijdenswaardig. Hoewel het aantal liedjes dat dit gevoel bij mij teweegbrengt jaarlijks afneemt – het zijn er misschien nog ongeveer twee per jaar – herinner ik me een periode, tijdens mijn adolescentie, dat ik bijna maandelijks werd getroffen door een plakliedje.
De meest imponerende plakker van de laatste paar jaar werd geschreven door een Nederlander die op zijn negende naar Zweden vertrok en daar uitgroeide tot volksheld: Cornelis Vreeswijk. Ik doe weleens een poging om hem door middel van een vergelijking te omschrijven, maar naast dat Boudewijn de Groot zijn eigen muziek niet schreef, Herman van Veen te weinig baard liet staan en niet genoeg dronk, zijn ze bovenal niet vroeg overleden, zoals dat volkshelden betaamt. Cornelis Vreeswijk stierf in 1987.
Ik weet niet of het lied op zich genoeg was geweest om toe te treden tot de lijst met liedjes om nooit te vergeten, maar de toevoeging dat ik het in Zweden leerde kennen, toen ik daar een zomer lang Zweeds studeerde, maakte het onvermijdelijk; binnen op nummer één: ‘Balladen Om Herr Fredrik åkare Och Den Söta Fröken Cecilia Lind’. (De ballade over Fredrik Åkare ((de vrachtwagenchauffeur)) en het lieve meisje Cecilia Lind.)
Afgezien van de melancholische muziek, de stem van Cornelis en het onderwerp (een oude vrachtwagenchauffeur kust met een meisje van zestien), had het liedje zijn impact ook door mijn aanwezigheid in Zweden. Ik was een Nederlander, net als Cornelis, ik hield van een jong meisje, net als Fredrik, en de Zweedse taal had zichzelf in mijn lichaam geïnjecteerd en bereikte die zomer alle cellen, vezels, zenuwen en aderen die ik bezat.
Ik draaide het nummer op mijn koptelefoon als ik van het appartement aan de Rackarbergsgatan naar het centrum liep, langs het conservatorium, door het park, langs de begraafplaats en de Engelse tuin, langs de standbeelden bij de universiteit, de domkerk en onder het poortje door richting de ondiepe rivier met de stenen op de bodem en de overhangende restaurants. En telkens begon Cornelis opnieuw met zingen, over Fredrik en Cecilia, die bij het water staan op het eiland Öckerö, luisterend naar een bas en een accordeon die bij een paviljoen bespeeld worden, in een andere zomer dan mijn zomer, maar zeker tijdens een zomer. Ze dansen en kussen. Fredrik is oud, de maan is nieuw, de liefde is blind.
Wat er met al die liedjes gebeurt: de verbeelding in het nummer wordt vervangen door de herinnering aan het liedje. Als ik het nu opzet, denk ik aan die zomer in Uppsala, niet zozeer meer aan Fredrik en Cecilia. Ze zijn van mij geworden. Ik heb de muziek en de woorden geadopteerd en mijn eigen gedachten eraan toegevoegd.
Precies wat zo’n liedje moet doen dus.

Balladen Om Herr Fredrik åkare Och Den Söta Fröken Cecilia Lind
Från Öckerö loge hörs dragspel och bas
Och fullmånen lyser som var den av glas.
Där dansar Fredrik Åkare kind emot kind
med lilla fröken Cecilia Lind.

Hon dansar och blundar så nära intill,
hon följer i dansen precis vart han vill.
Han för och hon följer så lätt som en vind,
Men säg varför rodnar Cecilia Lind?

Säg var det för det Fredrik Åkare sa:
Du doftar så gott och du dansar så bra.
Din midja är smal och barmen är trind.
Vad du är vacker, Cecilia Lind.

Men dansen tog slut och vart skulle dom gå?
Dom bodde så nära varandra ändå.
Till slut kom dom fram till Cecilias grind.
Nu vill jag bli kysst, sa Cecilia Lind.

Vet hut, Fredrik Åkare, skäms gamla karln!
Cecilia Lind är ju bara ett barn.
Ren som en blomma, skygg som en hind.
Jag fyller snart sjutton, sa Cecilia Lind.

Och stjärnorna vandra och timmarna fly
och Fredrik är gammal men månen är ny.
Ja, Fredrik är gammal men kärlek är blind.
Åh, kyss mig igen, sa Cecilia Lind

Afkomstig van het album Grimascher och telegram (Metronome, 1966) van Cornelis Vreeswijk. Gebaseerd op de traditional ‘Monday Morning’.


Deze Losgezongen verscheen eerder in het sep-okt 2010 nummer van Passionate Magazine.


Arjen Lubach (1979) is schrijver, cabaretier en televisiepresentator. Meest recente roman: IV (2013). Hij verzorgt samen met Paulien Cornelisse een taalrubriek bij De Wereld Draait Door. In de satirische tv-talkshow Zondag met Lubach neemt hij het nieuws van de week onder de loep. Eind februari gaat het nieuwe seizoen van Zondag met Lubach van start.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s