Wat wil de schrijver ons daarmee zeggen?

Literatuur is een product dat tegenwoordig het beste verkoopt als een authentiek, uniek en persoonlijk product, zoals de broden van Menno of Jordy. Tuig je boekpresentatie op met slingers en ballen, met een schmierend verhaal waarin de noodzaak van jouw schrijversbestaan en dit boek overduidelijk blijken: ‘Waarom schreef je dit boek?’ Leg uit wat je nu eigenlijk bedoelde met die verwijzing naar zus of zo in je boek, doe een beetje interessant, verwijs naar de juiste literaire goden en leg nog eens uit waarom ook alweer en dan willen we het wel lezen – als een illusionist die z’n trucs uitlegt. Geef mij de schrijvers die zich daar te vuur en te zwaard tegen verzetten.

PP thumb omslag PaveseEen van mijn favorieten is Cesare Pavese. Naast prachtige poëzie en vertalingen van Amerikaanse literatuur schreef hij onder andere de roman Jouw land, die onlangs in een heruitgave van De Bezige Bij verscheen. Vincent Overeem schreef er een nawoord bij in de vorm van een brief aan Pavese: ‘Je moet een bewonderaar zijn geweest van Ernest Hemingway. Je schrijft over hem in je dagboeken, weliswaar niet veel, maar in Jouw land waart Hemingways geest absoluut rond. ‘Energie, helderheid, niet-literatuur’, zijn de woorden die je gebruikt voor Hemingways boeken. Je hebt in ieder geval geen literatuur willen schrijven. En weet je wat ik vooral zo geweldig vind aan jouw roman? Je bent er niet. Jíj, de schrijver, je bent nergens aanwezig in je tekst.’ Het is waar: Jouw land, het verhaal van een ex-gevangene die op het platteland aan het werk gaat en daar in een bizar boerengezin terechtkomt, is alleen het verhaal. Pavese zal geen woorden verloren laten gaan aan uitleg. Hij vertelt het verhaal, hij hangt niet de schrijver uit. Pavese zocht ook in zijn poëzie naar de ‘wezenlijke uitdrukking’ van ‘wezenlijke feiten’.

Dit is precies wat ik Alex Boogers hoorde zeggen toen hij in maart zijn boek Alleen met de goden presenteerde en over het schrijven vertelde: ‘Als ik de schrijver lees, lees ik z’n verhaal niet.’ De schrijver met de persoonlijke boodschap, de schrijver die het literaire spelletje speelt, leidt af van het verhaal. Het is de ijsbergtheorie van Hemingway: een schrijver geeft alleen de feiten (dialoog, actie), het deel boven water. Natuurlijk is dat deel er dankzij structuren en ideeën die onder het oppervlak aanwezig zijn. Als een schrijver zijn eigen deel onder water niet kent, is het verhaal waardeloos. Maar wie goed kan schrijven, kan met alleen dat ‘kale’ verhaal alles vertellen.

Liever speculeert Boogers zelf ook niet over de interpretatie van zijn werk. Dat mogen critici doen, of de lezers zelf. In een interview in 2002 zei hij al: ‘Ik blijf het vreemd vinden dat het blijkbaar nodig is je boek uit te leggen.’ Maar het is waar, een schrijver die als Hemingway en Pavese voor minimalistisch proza kiest, moet zich nog wel eens verdedigen. Van Hemingways personages werd wel gezegd dat ze van bordkarton waren. En je werk niet willen uitleggen in het mediacircus dat tegenwoordig nodig is om een boek te verkopen, is dat niet te elitair? Of juist te lui misschien?

Gelukkig heeft de Duitse Juli Zeh recent een sterk boek geschreven (Briefroman) waarin ze ook juist deze benadering, ze noemt die de ‘antipoëtica’, verdedigt: ‘Antipoëtica is geen antimagie. Ze geeft alleen toe dat een schrijver die over literatuur nadenkt en spreekt geen schrijver is, maar een lezer.  Niet literatuur produceren, maar schrijven is het wezenlijke.’

Ook schrijft ze een vernietigende brief aan een leraar Duits die haar uitnodigt om op school haar werk te bespreken: ‘De auteursintentie wordt – en dat is het parapsychologische eraan – niet door de auteur voortgebracht, maar door de leraar Duits. Alles draait om de hamvraag, en die luidt als volgt, let op, meneer D., kunstmatige pauze, rondkijken, ademhalen, iets te veel lucht voor zo’n korte vraag, en dan: ‘Wat wil de schrijver ons daarmee zeggen?’ En dit is wat zij daarvan denkt: ‘Uit de tijd dat ik zelf nog Duitse les had, herinner ik me een soort schema dat de leraar op een dag op het bord tekende. Links stond ‘zender’, rechts ‘ontvanger’, daartussen stond een pijl, waarvan de punt dreigend op de ontvanger was gericht. Nu boort deze pijl zich dwars door mijn schrijvershart. Het idee dat ik als ‘zender’ een weerloze ‘ontvanger’ bestook en dat dat dan literatuur is, zorgt dat ik per ommegaande wil capituleren.’

Natuurlijk is het niet lui of elitair om je boodschap in boek noch presentatie uit te willen leggen – wat overigens niet betekent dat er over het hele schrijven niets te vertellen valt. Deze schrijvers geven alleen meer ruimte aan het verhaal en aan de lezer zelf. En dat is de echte magie.


Michelle van Dijk is schrijver op michellevandijkschrijft.nl. Ze won ooit de allereerste editie van Write Now! en schrijft columns, opiniestukken en korte verhalen. Lees meer artikelen van haar hand.

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s