Ex-patrouille

I tawt I taw a puddy tat

1.

De dag voor de zomervakantie spelen we vossenjacht,
zoals elk jaar. We herkennen elkaars ouders, ondanks

hun camouflage, elke keer weer sneller. (Straks moeten
we naar een nieuwe school, in een stad die nog heel wat

vossenjachten vereist voor we haar kennen). Vandaag
ontdekten we dat een krant een volwassen man

kan bedekken. Aan het eind van de dag wisten we
nog steeds niet wiens vader we hadden gezien

2.

Laatst leerde ik het woord transformatie
Toen ik thuiskwam zag ik een grote spin

een jongen bijten. In de volgende scène
was de jongen vermomd en kon hij

spinnenwebben maken. Maar de echte
transformatie vond pas plaats

toen hij door het zolderraam klom
en weer een jongen werd. Vanuit de woonkamer

vraagt een oudtante, ze heeft krulspelden in,
of ik al weet wat ik later wil worden

3.

Met mijn hoofd boven de wastafel
was ik de gel uit mijn haar, en denk aan

de camouflageschmink die ik
naar een hoek van het kastje heb geschoven

Elke avond zie ik in de spiegel
eerst een bleke vlek, en als de shampoo

uit mijn ogen verdwenen is, zie ik een omtrek
die op een hoofd lijkt, ontdek dan een mond,

en soms na goed kijken een glimlach
(al moet ik daar nog op oefenen)

4.

We hadden codenamen en verwachtingen bedacht. Een van ons droeg een te grote legerjas die vorig jaar nog heel cool zou zijn geweest. Ik had een stuk groen ontdekt, net achter de rijtjeshuizen van een paar straten verderop. Wij zagen niemand. (Even mijn ogen sluiten en ik hoorde struiken ritselen, voorzichtig ademen, iemand die zachtjes hoest. Ogen dichtknijpen, en dan zag ik eerst vlekken; daarna zag ik wie er achter de vlekken op de loer lagen.) Uiteindelijk haalde ik mijn vuist uit mijn zak, stak (klik) duim en wijsvinger uit. Een andere jongen zei: ‘Straks zeg jij weer dat je hem geraakt hebt en hij zegt van niet, en daar heb ik geen zin in.’ Toen we nog steeds niemand zagen, verlieten we het groen.

5.

We hebben morgen bij het zwembad afgesproken
Het water gaan we al nauwelijks meer in; onze vlotten zijn nu
handdoeken. Het dekbed ligt als een vangnet over me heen

Het zwart strekt zich uit. Ik laat het langzaam blauw worden
Vanaf de deur drijven oorlogsschepen naar mijn bed
Ik moet goed mikken, ze laten zinken voor ze hier zijn

6.

Mama heeft me vanmiddag al geld
voor een ijsje gegeven. Om me heen hoor ik
chipszakjes en meisjesnamen. Mijn handdoek

klem ik tegen mijn buik (‘kippenborst’,
hoorde ik laatst), als een omgedraaide magische cape
Iemand zegt dat zijn grote broer geld

uit een muur kan halen. Ik weet niet
wat het goede antwoord is als me iets wordt gevraagd
Misschien wil ik onzichtbaar worden

7.

Thuis klim ik op het platte dak, eerst
om ook bruin te worden,

maar dan draai ik me van mijn rug
op mijn buik als ik bedenk

dat dit de plek is om op wacht
te liggen. Schaduwen

arceren de straat. Ik zie iemand
(zijn gezicht zie ik niet,

wel zijn tentakels) onder een boom
vandaan glijden. Ik weet

dat ik snel moet zijn. Maar mijn handen
willen niet meer transformeren


Maarten Buser (1991) studeerde Nederlands en letterkunde in Nijmegen. Hij werkt als freelance journalist en poëzie- en popmuziekrecensent. Gedichten van hem verschenen in onder andere De RevisorHet Liegend KonijnLiter en Extaze. Hij won de Nijmeegse voorronde van schrijfwedstrijd Write Now! en schreef ‘Ex-patrouille’ voor de finale. In januari 2016 verschijnt zijn debuutbundel Club Brancuzzi bij uitgeverij Koppernik.

3 gedachtes over “Ex-patrouille

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s