Losgezongen

De favoriete songtekst van Peter Buwalda

Het laatste wat we moeten doen is songteksten loszingen van de muziek waarop ze zijn geschreven en hopen dat we iets overhouden wat te maken heeft met poëzie. Dat is een denkfout die tot weer grotere denkfouten leidt, zoals het in alle ernst voordragen van Bob Dylan voor de Nobelprijs voor de literatuur. Andersom werkt ook slecht: een sonnet van Slauerhoff, een strofe William Blake, hoe zeg je het, ‘vastzingen’ aan popmuziek heeft zover ik kan overzien nog nooit een ballroom shaker opgeleverd. Het geinige van songteksten vind ik nou juist dat ze ongegeneerd símpel mogen zijn, graag zelfs.

Al twintig jaar luister ik naar het koeterwaals van John Lennon op ‘I Am The Walrus’.

‘expert texpert, choking smokers, don’t you think the joker laughs at you (hihihi, hahaha), see how they smile like pigs in a sty, see how they snide, et cetera.’

Het betekent zo goed als niks, het betekent dat Lennon apestoned was, maar omdat zijn trip vastgenageld zit aan stuwende cello’s, aan een spugend metrum, aan dat nasale, krassende stemgeluid van hem, zijn ze onweerstaanbaar en voor altijd fris op die wonderlijke manier die voorbehouden lijkt aan een goeie plaat.

Woorden spalken op een beat, wie dat als geen ander kon was Chuck Berry, die eind jaren vijftig eigenhandig een nieuwe songwriterstandaard zette met hits als ‘Roll Over Beethoven,’ ‘Johnny B. Goode’, ‘Carol’, ‘Nadine (Is It You?)’, en ga zo maar door, platen die om allerlei redenen fantastisch zijn en niet in de laatste plaats vanwege het stromen van zijn teksten. Alles wat Berry schreef had razende vaart en humor en gleed als een pofadder. Misschien vinden homies en mc’s nu dat ik iets geks zeg, maar op ‘Maybellene,’ Berry’s debuutsingel uit 1955, wordt eigenlijk al gerapt, ‘Maybellene’ is een spetterende car song waarin Chuck in een V8 Ford plankgas achter een dame in een roze Cadillac aan scheurt en waarin hij de gebeurtenissen staccato voorbij laat snateren, vol binnenrijm, zweepslag, snelle grappen en sneren die al na drie keer luisteren voren trekken in je geheugen. Prima.

Hóe prima precies is op een geweldige manier vastgelegd door Sam Phillips, de baas van de legendarische Sun Studio op 706 Union Ave in Memphis, Tennessee. Op 4 december 1956 zaten daar Carl Perkins en Jerry Lee Lewis (dan nog niet doorgebroken) bijeen voor een opnamesessie van eerstgenoemde, Johnny Cash hing ook rond omdat hij naar verluidt geld nodig had uit de kas, toen Elvis de Pelvis binnen wandelde, twee jaar eerder ontdekt door Phillips, maar dan al een vlammende komeet met nummer één hits en filmcontracten aan alle vingers van zijn hand, goeie middag, zeg. Samen vormde het viertal die middag het fameuze Million Dollar Quartet omdat Phillips zo gis was om de krant te bellen voor een foto en zijn bandrecorder te laten meelopen toen de mannen begonnen aan een spontane jam.

Het is te mooi, eigenlijk, te veel. The Killer, Mister ‘Blue Suede Shoes’, The Man in Black en The King? Samen? In het wonderjaar 1956? Iets kan ook té historisch worden. De jongens zingen gospel, country and western, een smeuïge, slepende versie van Elvis’ ‘Don’t Be Cruel’ (in de stijl waarin hij Jackie Wilson het nummer had zien zingen in een casino in Vegas, een versie die hij béter vond dan die van hemzelf en een maand later ten uitvoer bracht bij Ed Sullivan), maar het hoogtepunt is het moment waarop Carl Perkins Chuck Berry’s nieuwe single ter sprake brengt, ‘Too Much Monkey Business’, met op de B-kant ‘Brown Eyed Handsome Man’ – dan pas een dikke maand oud, raar idee, zeg – en de geestdrift die vervolgens losbreekt, het ongeremde enthousiasme waarmee Presley, Lewis, Perkins en Cash (die laatste weliswaar onhoorbaar) zich op Chucks ‘Brown Eyed Handsome Man’ storten (Elvis vindt dat loflied op mooie zwarte kerels beter dan ‘Too Much Monkey Business’, zegt hij, waarover te twisten valt, maar niet met de King, natuurlijk), en ze zich hele stukken in herinnering roepen en die samen luidkeels zingen en zich als schooljongens verkneukelen over de brille waarmee Berry zijn regels marcheren laat. ‘That’s a rolling stone,’ roept Lewis nadat Carl en Elvis zich hoofdschuddend verwonderd hebben over de strofe waarin Venus van Milo haar armen verliest, maar dan op z’n Chuck’s. Van enige rivaliteit met de brown eyed handsome man zelf lijkt geen sprake: ziedaar hoe rock-‘n-roll de kloof tussen blank en zwart verkleinde. Het ontroert me, het enthousiasme waarmee deze southern boys, deze rednecks, steeds weer een ander stukje ‘Brown Eyed Handsome Man’ inzetten, om pas schaterlachend op te houden wanneer ze de draad kwijt zijn.

Brown Eyed Handsome Man

Arrested on charges of unemployment,
he was sitting in the witness stand
The judge’s wife called up the district attorney
Said you free that brown eyed man
You want your job you better free that brown eyed man

Flying across the desert in a TWA,
I saw a woman walking across the sand
She been a walkin’ thirty miles en route to Bombay
To get a brown eyed handsome man
Her destination was a brown eyed handsome man

Way back in history three thousand years
In fact ever since the world began
There’s been a whole lot of good women sheddin’ tears
For a brown eyed handsome man
It’s a lot of trouble was brown eyed handsome man

Beautiful daughter couldn’t make up her mind
Between a doctor and a lawyer man
Her mother told her darlin’ go out and find yourself
A brown eyed handsome man
Just like your daddy, he’s a brown eyed handsome man

Milo Venus was a beautiful lass
She had the world in the palm of her hand
But she lost both her arms in a wrestling match
To get brown eyed handsome man
She fought and won herself a brown eyed handsome man

Two, three count with nobody on
He hit a high fly into the stand
Rounding third he was headed for home
It was a brown eyed handsome man
That won the game; it was a brown eyed handsome man

Chuck Berry, 1956


Peter Buwalda (1971) is auteur. Hij was journalist en redacteur bij verschillende uitgeverijen. Buwalda is mede-oprichter van het literaire poptijdschrift Wah-Wah en schreef verhalen en essays voor onder andere De Gids, Vrij Nederland, Bunker Hill en Hollands Maandblad. In september 2010 debuteerde hij met de roman Bonita Avenue dat een prachtige ontvangst kreeg en een bestseller werd.

Dit artikel verscheen eerder in het nov-dec 2010 nummer van Passionate Magazine.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s