Kinderen, het goede zaad voor de toekomst

Kinderen zijn kwetsbare wezens. Maar in die kwetsbaarheid schuilt ook hun kracht, zo blijkt uit de vergeten, maar opnieuw uitgebrachte roman En de akker is de wereld (1945) van de Amerikaans-Nederlandse schrijfster Dola de Jong (1911-2003). Sterker nog: in deze roman zijn het de kinderen die strijdlustig zijn en vol plannen, terwijl de volwassenen gelaten toekijken.

Die volwassenen zijn Lies en Aart, twee jonge mensen die al vóór de Tweede Wereldoorlog uit Nederland vertrokken zijn, op de vlucht voor de Nazi’s. Op hun tocht per woonwagen naar het zuiden nemen ze zes verweesde kinderen mee: de Vlaamse Berthe, de Franse Pierre, de Duitse Hans en Rainer en de Poolse zusjes Maria en Loeba. Zelf krijgen ze ook een kind, Dolfje. Na een lange reis komen ze aan in het Marokkaanse Tanger, waar Aart een akker koopt om groentes te verbouwen. Het is goed om te weten dat ook de Joodse schrijfster zelf in 1940 – nadat ze is geschrokken van het groeiende antisemitisme in Amsterdam (haar beide ouders werden uiteindelijk vermoord door de Nazi’s) – met haar verloofde gevlucht is naar Tanger. Ze weet dus waar ze het over heeft als ze over het jonge gezin schrijft. Maar terug naar het verhaal.

Grotemensenwerk
Vol vertrouwen begint het gezin op de akker te werken, terwijl de Arabieren gniffelend toekijken. Alleen zij weten hoe de grond bewerkt kan worden. Lies en Aart zaaien allerlei groentes, de kinderen sjouwen af en aan met blikken water, maar de aarde is gierig en de druppels verdampen nog voor ze de aarde raken. Het gezin lijdt honger, is door het dagelijkse werk op het land dodelijk vermoeid en Dolfje wordt op zijn plekje in de schaduw volop door vliegen lastig gevallen. We lezen hierover: ‘Zo eenzaam zien kinderen die grotemensenwerk verrichten eruit, zo verstoten alsof de wraak van de hele mensheid op hun schouders ligt.’ Omdat ze het grotemensenwerk zat is, besluit de ondernemende Loeba in een huisje op het strand te gaan wonen, waar ze intrekt bij de Nederlandse Manus, voor wie ze huishoudster is.
Ook Maria en Berthe lijden zichtbaar onder het harde leven. Zij bekommeren zich om Dolfje. Rainer is de stilste van allemaal maar zwoegt als een man. De 17-jarige Hans broedt echter op een plan om de akker te verlaten en ander werk te vinden, iets wat hij absoluut niet met de koppige Aart kan bespreken. Als Aart door een misverstand in de gevangenis belandt, ziet Hans zijn kans schoon en verhuist het gezin naar een mooi wit huisje op de heuvel. Lies heeft niet de kracht om zich hiertegen te verzetten. Hans verdient geld in de stad met afwassen, het geven van Duitse les en als marktkoopman – de kinderen kunnen eindelijk kind zijn. Alleen Lies weet niet wat ze moet doen: ze kookt het eten en verdient wat geld met sokken haken, maar verder komt ze tot niets.

Afwachtende volwassenen
Deze gelaten houding zien we vaker bij de volwassenen in dit boek: Aart was niet in staat de kinderen een goed leven te schenken, maar ook de dikke Nederlandse consul en zijn vrouw zijn afwachtend als het op handelen aankomt. Zo wordt er in eerste instantie geen geld beschikbaar gesteld voor het gezin, omdat ze nog vóór de oorlog uit Nederland vertrokken zijn en daarom geen echte refugiés zijn – en de consul laat dit voor wat het is, zit er niet achteraan.
De Jong schrijft in een lichte stijl die goed past bij de blijmoedige kinderen. Haar sfeerbeschrijvingen van het multiculturele Tanger zijn bovendien pakkend en realistisch – niet verbazend als je je bedenkt dat De Jong zelf ook in Tanger heeft gewoond. Maar vooral hebben we hier te maken met een knap staaltje gevoelswereldbeschrijving: de puberende, nukkige Maria komt net zo tot leven als de melancholische, tobbende Hans. Al lezende besef je dat kinderen de wereld mooier kunnen maken. Zoals het motto van het boek: ‘…en de akker is de wereld; en het goede zaad zijn de kinderen des Koninkrijks…’ Dit boek wil ook zo’n zaadje zijn: gezaaid in de harten van steeds weer nieuwe lezers (dankzij Uitgeverij Cossee óók huidige lezers), toont het hoe zwaar het leven ten tijde van oorlog is voor de allerkwetsbaarsten en geeft het hoop op betere tijden.
Hoe zwaar het leven ook is in Tanger, de kinderen tonen zich nooit verslagen. Ze hebben juist een enorme avontuur- en overlevingsdrang. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de wandeling naar het strand om het nieuwe huis in te richten – op zoek naar schelpen en houten wrakken die als meubels kunnen dienen. Ook de manke Pierre toont zich een rasoptimist, die jubelt als het hem gegund wordt naar school te gaan. Daarvoor regelt zijn vriend Hans wel een ezeltje. Dat is ook bijzonder aan dit boek: de oorlog is een thema, maar het boek behandelt net zo goed vriendschap en menselijke veerkracht. Hans is soms wel pessimistisch, vooral als hij terugdenkt aan zijn vader die in het verzet zat, maar ook als hij nadenkt over de wereld. Ongelooflijk actueel nu duizenden vluchtelingen jaarlijks omkomen op zee zijn Hans’ vragen: waarom haat de ene helft van de wereld de andere? En: zal het ooit nog goed komen met de wereld na de oorlog?

Dola de Jong, En de akker is de wereld
gebonden, 272 blz, € 21,90
Cossee, ISBN 978 90 593 6605 3


Daphne Jager (1987) studeerde Nederlandse taal- en cultuur in Nijmegen. Ze is een echte lettervreter. Naast lezen is schrijven favoriet. Gedichten, essays, recensies – het kan allemaal. Op Passionate Platform maakt ze je warm voor mooie nieuwe boeken. Lees meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s