De ellende maakt afstand onontbeerlijk

Het lot van de familieleden van een schrijver is vaak dat ze deel uit gaan maken van zijn of haar oeuvre. Hannelore Grünberg-Klein stond voor liefhebbers van Arnon Grunberg daarom vooral bekend als de eigenzinnige, humoristische vrouw uit Grunbergs Voetnoten in de Volkskrant. De moeder die als ultieme hyperbool haar gezinsleden ‘erger dan Auschwitz’ noemde en rozen afknipte in het Beatrixpark omdat ze nog eens ondeugend wilde zijn. Literatuurliefhebbers zullen vooral vanwege deze Voetnoten geïnteresseerd zijn in de postuum verschenen memoires van Hannelore Grünberg-Klein, getiteld Zolang er nog tranen zijn. Hoe dan ook heeft Grünberg-Klein als Auschwitz-overlevende een boeiend levensverhaal, dat ook zelfstandig bestaansrecht heeft.

Onderkoelde toon
Zolang er nog tranen zijn is een ander boek dan de titel doet vermoeden. Geen gevoelige vertelling over een traumatische oorlogservaring, maar een feitelijk verslag met een onderkoelde toon. Veelzeggend is wat dit betreft de openingszin: ‘De jaren twintig in Duitsland kenmerkten zich door een grote werkloosheid onder het Duitse volk’. In de tweede alinea begint Hannelore Grünberg-Klein wel over zichzelf, maar ook dan blijft ze vooral informatief. Wanneer de schrijfster opmerkt dat het op joodse feestdagen ‘gezellig’ was, moet de lezer dat maar aannemen, want een typering van die gezelligheid volgt niet.

De afstandelijke vertelwijze is opvallend, aangezien Grünberg-Klein over haar eigen geschiedenis vertelt. Dit is verfrissend, maar soms schiet het verhaal erdoor uit de bocht. Het begin bevat bijvoorbeeld duizelingwekkend veel telegramberichten en politieke feiten. ‘Aan ons kinderen gleed dit alles voorbij,’ schrijft ze, ‘en wij zaten in onze eigen wereld van fantasie en spelletjes.’

Pas halverwege het boek schrijft Grünberg-Klein meer vanuit haar eigen perspectief, hoewel de schrijfstijl hier en daar onevenwichtig blijft. Soms benoemt ze details die onbetekenend lijken, of zijn haar formuleringen onbeholpen. Om uiting te geven aan haar verdriet over een overleden vriend schrijft ze bijvoorbeeld: ‘Wij zullen hem nooit vergeten!’.

Glimp van humor en venijn
Interessant en beschouwend zijn de passages over haar tewerkstelling in een vliegtuigfabriek. Grünberg-Klein blijkt een scherp oog te hebben voor de onderlinge afgunst aldaar. Het levert een van de meest persoonlijke hoofdstukken op. Even krijgt de lezer een glimp van haar humor en venijn wanneer ze een verraderlijke medegevangene omschrijft als  ‘een imposante dromedaris uit Oostenrijk met sluwe, kleine varkensogen’.

In Arnon Grunbergs nawoord van Zolang er nog tranen zijn staat te lezen dat hij eens aan zijn moeder vroeg of zij het erg vond om aan de oorlog terug te denken. ‘Nee,’ antwoordde zij, ‘Het zijn gewoon de feiten’. Misschien geeft dit een verklaring voor de schrijfstijl in deze ongewone memoires; de ellende maakt afstand onontbeerlijk. Het maakt Zolang er nog tranen zijn een verrassend boek dat een wat onbeholpen schrijfstijl combineert met een opvallend gebrek aan moralisme en sensatie.

Hannelore Grünberg-Klein, Zolang er nog tranen zijn,
hardcover, 176 blz, € 18,50
Nijgh & Van Ditmar, ISBN 978 90 388 0053 0


Ezra Hakze (1993) schrijft voornamelijk poëzie, maar steeds vaker ook proza. Aangezien al haar bezigheden met literatuur te maken moeten hebben, studeert ze Nederlandse taal en cultuur aan de UvA. In 2012 werd een van haar gedichten gepubliceerd in de Doe maar dicht maar-bundel van dat jaar. In 2015 won ze Write Now! Amsterdam. Lees meer artikelen van haar hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s