Drie kleine verhalen

DE KLEINSTE KERMIS VAN DE WERELD

Ik was laatst op de kleinste kermis van de wereld. Er stond een draaimolen met één paard dat rondjes om zijn eigen as draaide. Er stond een manshoge kartonnen doos waaruit om het anderhalf uur een slecht verklede vampier sprong. De suikerspinnen waren zo groot als een duim. De eerste dertig seconden van James Brown’s ‘I Feel Good’ stond op repeat. Dat is een liedje over je goed voelen. Maar ik voelde me slecht. Bijzonder slecht. Ik had gesolliciteerd op een baantje bij de wasserette, maar was het niet geworden. Ze waren toch voor een universiteitsmeisje gegaan. Ik dwaalde over het terrein en plukte colablikjes uit de ruimte tussen de tegels. Dacht aan mijn moeder, wilde dood. De maan paste in mijn jaszak, maar dat was nog geen reden om dat dan ook meteen te doen. Naast mij was er niemand, trouwens. Niet links, niet rechts. ‘Ze vinden het te klein,’ zei de man die bij de botsauto stond.

DE GEEST IN DE JURK

Ik stond in een kledingwinkel. Het regende buiten. De warmteblazers boven de deuren briesten. Ik bekeek een jurk. Een gele zomerjurk. De jurk bewoog alsof er een geest in stond te dansen. Een geest die, zo droomde ik dan, over de wereld had gezworven om de perfecte jurk te vinden. En deze jurk was het geworden. Op mijn beurt was dit waar ik naar had gezocht: een vlaag van iets anders, een moment dat de stof mijn bestaan zorgvuldig op had weten te tillen. Als de plooi van een jurk voordat de dans begint.

BELOEGA

Ik zag een schaduw over de straat zag vallen. Waarom weet ik niet, maar ik moest denken aan iets dat een vriend me ooit had verteld: dat hij aan de Jufferenwal had gestaan tijdens carnaval en iedereen naar huis had zien gaan. De verklede mensen liepen als een leger zombies over de straat, hun schmink uitgelopen, scheuren en vlekken in hun kleren. Alsof ze met de fictie hadden gevochten, zei hij, en hadden verloren. Maar goed, er viel een schaduw over de straat en ik liep naar buiten om te kijken waar het vandaan kwam. Ik keek omhoog en zag een gigantische beloegawalvis in de lucht zweven. Zijn vinnen bewogen niet, ik bedoel: hij was niet aan het zwemmen. Het leek alsof hij machinaal vooruit werd gedreven. Langzaam. Ik keek opzij, naar de mensen op het terras van de tapasbar en zag dat niemand naar de walvis aan het kijken was. Ik keek de andere kant op en ontmoette de ogen van een jongen die aan het roken was. Hij keek ook omhoog en zei: ‘Mooie dag, niet waar? De zomer komt er aan.’

Irene Cecile - Robin Kramer - Beloega


Robin Kramer (1990) is schrijver en boekverkoper. Hij schreef voor verschillende literaire tijdschriften en platforms, waaronder De Titaan, Boekblad, De Optimist, hard//hoofd en The Daily Indie. Lees meer artikelen van zijn hand.

Irene Cécile (1981) is illustrator, ontwerper en fotograaf. Ze werkt veel in opdracht voor zowel particulieren als bedrijven. Het állerleukst vindt ze wetenschapscommunicatie projecten: ingewikkelde ideeën met behulp van illustraties vereenvoudigen en overdragen. Kijk voor meer informatie op haar website.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s