Zelfs de cultuurbarbaren vallen (voor Frederik Willem Daem)

Frederik Willem Daem wil zijn lezers uit de kleren voor ze een glimp van de inhoudsopgave hebben kunnen opvangen. Om zijn debuut de wereld in te schieten, beschreef hij de linnen titelomslagen van zijn verhalenbundel Zelfs de vogels vallen in één marathonsessie, manu propria. Een charmeur van nature. Op mijn exemplaar, nummer zevenhonderdvierendertig van de duizend, pende hij titel en auteursnaam neer met souplesse. Mijn kleren lagen op de grond. Dat ik er honderdnegentig pagina’s later pas aan dacht ze op te rapen, heeft meer te maken met wat er uit zijn pen stroomde dan met schoonschrijfkunst.

Wie of wat is Frederik Willem Daem zelf? Om te beginnen een seismograaf, die de wereld waarin we moeten leven registreert, meet en vastlegt tot aan het losliggende kiezelsteentje op de hoek van de straat, en niemand spaart van de messcherpe lessen die je uit zijn waarnemingen kunt trekken, zeker zichzelf niet. Soms benoemt hij zichzelf, compleet met voor- en achternaam, tot middelpunt van een verhaal. In ‘Monstertjes II’, bijvoorbeeld, reikt hij ons zijn jeugdherinnering aan over de supermarkt op wielen die tweemaal per week het huis van zijn grootmoeder passeert, inclusief dialectgebruik: ‘Weutel, tomatte, kiwi’s, selder, rooi kool, ‘k heb al bananne gezegd.’ Maar met verwijzingen naar Jommekes Paradijseiland of het spelletje ‘zetels-oversteken-zonder-de-grond-te-raken’ haalt hij ook de kindertijd van zijn lezers terug, zodat we zijn anekdote met onze eigen herinneringen kunnen aanvullen. Wanneer oma’s ‘oudsten Daem’ ten slotte bijna stikt in een zure Napoleonbol, schiet ons dan ook te binnen hoe we zelf worstelden met het eerste snoepje waarin we ons verslikten, tot onze haren overeind staan van die benauwende nagedachtenis.

Nog meer kwelt hij zijn lezers als hij met zijn ironische blik onze cultuur ontmaskert voor wat het is: omkoopbaar, mediabelust en consumptief. ‘Het land dat God vergat’ vindt plaats in de contreien van spetterend vet en een sissende burgers. In de McDonald’s, waar de mislukkelingen, de eenzaten en de mensen wiens dromen zijn verpulverd elkaar treffen, portretteert Daem hoe een afgekickte consument toch eindigt met een hap uit een Big Mac. Een aanklacht zijn de verhalen niet, want hij vergeeft het ons keer op keer. Dat hij door de vingers ziet dat wij ook maar mensen zijn, vormt echter geen pak van ons hart. Het is eerder des te schrijnender. In vier happen is de burger weg. Ik ben voorzichtiger met de frieten. Roer ze in de ketchup voor ik ze wegspoel met cola. Het is dinsdag en er zijn nog zoveel dingen die ik in het leven wil doen. Morgen, nee, overmorgen maak ik daar werk van. Autch.

Daarnaast moet Daem bij de illusionisten hebben afgekeken. Hoewel een aantal elementen terugkeren in de verhalen – de flashbacks, exotische settings (tot aan de ruimte toe), bijtende spot, popcultuur – houdt hij een trukendoos achter de hand: zijn meerstemmige verteltrant. Terwijl lezers van de eindstreep van het ene verhaal in de start van het andere glijden, verandert de markante, deplorabele verteller soepel van stem. Nu eens laat Daem een meesmuilende astronaut op je los, die in zijn ruimtedagboek moordstrategieën uitdoktert op een marketingmanager in het ruimtetoerisme, dan weer introduceert hij puberale rotzakjes met uit de hand gelopen pornofantasieën. Hij weet het allemaal te verkopen door af te wisselen tussen smeuïge of met vlagen afstotende dialecten, de Vlaamse tussentaal en strak AN. Om nog maar te zwijgen over titelverhaal ‘Zelfs de vogels vallen’, waar het verstelstandpunt van een televisiepredikant die zich voorbereidt op zijn eerste comebackshow binnen het verhaal verschuift. Halverwege zijn relaas hoor je hem niet meer. Je ziet hem, door de ogen van zijn vrouw, die het optreden woord voor woord voorspelt en ontmaskert. In tegenstelling tot teleurstellende televisiemusicals als Into the Woods, waarbij de soundtrack klinkt als één monotoon lied, laat Daem zijn zangers de volledige toonladder bezetten.

Maar bovenal doet het niemand vreemd opkijken dat Frederik Willem Daem audiovisuele kunsten heeft gestudeerd. Nu vuistdikke Tolstojs steeds vaker links gelegd worden voor die ene aflevering op de laptop en dat extra uurtje appen, kunnen Daems experimentele, cinematografische vluggertjes wel eens in de geëvolueerde smaak vallen, zelfs in de milieus van cultuurbarbaren. Van het kortste verhaal, een vier pagina’s durende observatie van een vader en een zoon die rookcirkels naar elkaar blazen om de afstand na een echtscheiding te overbruggen, tot en met het titelverhaal, de tien ingenieuze, artistieke en ironische momentopnames die Zelfs de vogels vallen omsluit laten zich lezen als volwaardige romans. Ook zonder Tolkieneske afmetingen kun je authentiek zijn. Gedaan met het korte verhaal op de onderste sport van de touwladder naar het felbegeerde uitgeefcontract.

Frederik Willem Daem – Zelfs de vogels vallen
Gebonden, 224 pagina’s, € 19,90
De Bezige Bij, ISBN 9789023490296


Amélie Hurkens (1995) doorkruist dagelijks half België voor haar studies Nederlandse en Engelse Literatuur en Taal aan de KU Leuven. Treinsgewijs, het liefst in het gezelschap van Lewis Carroll, Vladimir Nabokov of Willem Frederik Hermans. Vandaag gebruikt ze haar pen om absurde verhalen te schrijven, morgen wil ze hem als journaliste inzetten voor de wereld.

Een gedachte over “Zelfs de cultuurbarbaren vallen (voor Frederik Willem Daem)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s