Jagdish

In de aanloop naar Geen Daden Maar Woorden Festival publiceren we teksten van & over de optredende artiesten. Vandaag: een verhaal van Jerry Hormone uit zijn bundel Het is maar bloed, die in januari 2016 verschijnt.

Ik sta in de keuken tegen het aanrecht geleund en kijk op de klok. Nog tien minuten. Ik concentreer me op m’n ademhaling. Vier tellen in. Zes tellen uit. Dat heb ik van m’n haptonoom. Vier tellen in. Zes tellen uit. Word je kalm van, zegt-ie.
 Er verschijnen spatten op het raam. Godver. Regen. Zie ik straks weer geen reet. Nee. Wacht. Rustig. Ademhalen. Vier in. Zes uit. Vier in. Zes uit.
 Ik hoor een auto in de straat. Kijk weer op de klok. Hij zal toch niet acht minuten te vroeg zijn? Ik kijk uit het raam. Een rode Opel. Het is maar een rode Opel. Vier in. Zes uit.
 Ik voel in een zak van m’n spijkerbroek. Een briefje van vijftig. Een twee-euromunt. M’n leskaart. Huissleutels.
 Nog vijf minuten. M’n vriendin komt de keuken in.
 ’Moet je niet wat ontbijten?’ vraagt ze.
 ’Geen tijd.’
 ‘Ook niet voor een halve avocado met ketjap?’
 ‘Nee.’
 ‘Oké.’ Ze loopt de keuken uit.
 Nog drie minuten. Ik voel nog eens in m’n zakken. Tweeënvijftig piek. Leskaart. Sleutels.
 Nog twee minuten. Ik hoor weer een auto. Kijk uit het raam. Daar is-ie. De donkerblauwe Volkswagen Polo. De L op het dak. Pijn in m’n buik.
 ‘Hij is er,’ zeg ik tegen m’n vriendin die in de huiskamer zit.
Ze kijkt op van de krant.
 ‘Succes.’
 Voor ik de voordeur opendoe, blijf ik even staan. Sluit m’n ogen. Recht m’n rug. Adem nog maar eens vier tellen in.

Van de eerste rijschool die ik mailde, kreeg ik geen reactie. De tweede schreef terug dat ze me zouden bellen. Deden ze niet. Ook niet toen ik m’n nummer nog eens stuurde. De derde was gespecialiseerd in mensen met faalangst. Misschien dat ze mij ook konden helpen. Ik maakte een afspraak voor een proefles. Tien minuten van te voren belde de instructeur af. Hij had op internet opgezocht wat het nou precies was, wat ik had. Hij was ervan geschrokken. Durfde het niet aan.

Zes tellen uit. Ik doe m’n ogen open. Ga naar buiten. Trek de deur achter me dicht. De Polo staat aan de overkant van de straat geparkeerd. Er zit een bleke Marokkaanse jongen achter het stuur. Er wordt tegen hem gepraat. Hij knikt steeds. Ondertussen sta ik nat te regenen. Ik verplaats m’n gewicht van de ene voet op de andere. En weer terug. Jezus, wat duurt dat lang.
 Eindelijk stapt de Marokkaan uit.
 ‘Hoi,’ zeg ik.
 ‘Hoi.’ Hij gaat achterin zitten.
 Vier tellen in. Ik neem plaats achter het stuur. Sluit het portier. Zes tellen uit. Kijk naar rechts. Daar zit hij. Jagdish.
 ‘Goedemorgen,’ zeg ik.
 ‘Goedemorgen, Arjan.’
 Ik geef hem m’n leskaart en de tweeënvijftig euro. Het geld bergt hij op in het dashboardkastje.
 ‘Een volgende keer als het zulk weer is, kun je beter binnen wachten,’ zegt hij terwijl hij m’n leskaart bestudeert. ‘Ik evalueer altijd nog even en moet een nieuwe afspraak maken, toch?’
 ‘Ja,’ zeg ik. ‘Ja.’
 Ik schuif m’n stoel een stuk naar voren. Stel de spiegels af. De radio staat aan.  Schelle Bollywood-muziek. AmorFM.
 ‘Als je klaar bent, kun je gaan.’
 Ik trap de koppeling in. Draai de sleutel om in het contact. De Polo start. Ik zet de ruitenwissers aan. Zet de versnelling in z’n één. Laat de handrem zakken. Kijk in de spiegels en over m’n schouder. Geef richting aan. Laat de koppeling opkomen.
 ‘Vlot sturen,’ zegt Jagdish.
 Ik laat de koppeling verder opkomen. Stuur te langzaam.
 ‘Koppeling in en alles sturen. Vlot sturen. Niet vlot rijden. Anders zit je op die geparkeerde auto voor je, toch?’
 Ik stamp de koppeling in. Ruk aan het stuur.
 ‘Linksaf.’
 Binnenspiegel. Buitenspiegel. Over m’n schouder. Richting aan. Ik begin te sturen. Kijk of er niets van rechts komt.
 ‘Je moet eerst je nacontrole doen, toch?’
 Snel kijk ik nog eens in de binnenspiegel, de buitenspiegel en over m’n schouder.
 ‘Nee, nu is het al te laat. Je had tien meter van te voren nacontrole moeten doen, toch?’
 ‘Ja? Tien meter?’
 ‘Dat heb ik jou geleerd, toch?’
 Ik haal m’n schouders op.
 ‘Dat heb ik jou geleerd, hoor.’ Hij zucht en pakt zijn telefoon.
 Het begint harder te regenen. Ik zet de ruitenwissers een stand sneller.
 ‘Bij de stoplichten rechts.’
 Ik kijk. Geef richting aan. Het licht springt op groen. Ik doe m’n nacontrole. Sla af. Jagdish zegt niks. Ik heb het goed gedaan. Ik adem uit.
 ‘Kom op, gas. Je mag hier vijftig, toch?’
 ‘O ja.’
 Ik geef gas. De motor begint te gieren. Ik schakel naar z’n drie. Laat de koppeling met beleid opkomen. Alles gaat goed. Alles gaat goed.
 We rijden de Schiekade af. Als ik bij de David Lloyd linksaf sla, de Heer Bokelweg op, neem ik de bocht veel te ruim omdat ik door de regen de strepen op de weg niet goed zie. Jagdish kijkt op van zijn WhatsApp-gesprek. Grijpt met links het stuur. Stuurt bij. Mompelt wat in zichzelf. Schudt het hoofd. Kijkt weer op zijn telefoon.
 We gaan langs het Grafisch Lyceum, de Hofpleinlijn onderdoor, rechtsaf de Noorderbrug over. Halverwege de Crooswijksesingel moet ik de auto aan de kant zetten.
 ‘Tot maandag, Abdou,’ zegt Jagdish.
 ‘Ja,’ zegt de Marokkaan. Hij stapt uit. Slaat het portier dicht.
 ‘We gaan weer.’
 ‘Oké.’ Ik kijk en geef richting aan.
 ‘En doe een beetje ontspannen, vriend.’
 ‘Ik zal m’n best doen.’
 ‘Nee, jij moet niet je best doen. Ik doe m’n best en jij doet gewoon wat ik zeg dat je moet doen.’

‘Je moet ze ook nooit vertellen dat je een angststoornis hebt,’ zei een meisje dat ik van groepstherapie ken. ‘En al helemaal niet dat je medicijnen met een gele sticker slikt. Ik heb gelest bij Eswin van rijschool Damini. Hij is superrelaxed omdat-ie mediteert en zo. Als ik jou was zou ik hem eens checken.’

Jagdish stuurt me terug de Noorderbrug over. Stapvoets de zelfs met dit weer stervensdrukke Zwart Janstraat door. De Bergweg en dan de Gordelweg op. Belt ondertussen met iemand in het Hindi. Lacht veel en zegt in plaats van ‘ja’ ‘ha’. Geeft me dwars door het gesprek heen in het Nederlands aanwijzingen. ‘Links.’ ‘Gas los.’  ‘Rem.’ ‘Koppeling in.’ ‘Naar twee schakelen.’ ‘Nacontrole.’ ‘Hier bij de rotonde rechts.’
 We rijden de parkeerplaats van het CBR op.
 ‘Zet hem hier maar neer,’ zegt hij. Hij beëindigt z’n gesprek. Hangt op. Zegt: ‘Ik ga even plassen.’ Stapt uit. Slaat het portier dicht. Haast zich door de stromende regen naar de ingang met de draaideur.
 Iedere les moet hij wel even plassen bij het CBR. Of even langs een verzekeringskantoor om een schadeformulier af te geven. Of bij de stomerij een van z’n slecht zittende pakken ophalen.
 M’n vriendin zegt dat ik daar iets van moet zeggen. Daar betaal ik tenslotte niet voor. Maar Jagdish kan me niet lang genoeg wegblijven. Dus ik heb het er met haar niet meer over.
 Ik adem vier tellen in. Zes tellen uit. Kijk op de klok. Al bijna een halfuur gereden. Bijna op een derde.
 Op AmorFM zijn reclames. Een man met Surinaamse tongval roept: ‘Wintipraktijk Baaswaterval! Voor al uw hulp, wensen en vragen op Surinaams cultureel gebied! De heer Baaswaterval, ruim zestien jaar ervaren als wintimedium, werkt vanuit een praktijk in Capelle aan den IJssel! Gemakkelijk te bereiken per auto en openbaar vervoer! Baaswaterval, uw wintispecialist met een sterk geestelijk karakter om u te mogen helpen!’
 De deur gaat open. Hij is er weer.
 ‘Ga maar.’

‘Eswin werkt hier niet meer,’ kreeg ik te horen toen ik Damini belde. ‘Maar ik heb wel een andere heel erg goede instructeur voor je.’
 ‘Is hij rustig? Ik ben namelijk een beetje een zenuwlijer en…’
 ‘Ja, hij is heel erg rustig.’
 ‘Dan zou ik graag een proefles…’
 ‘Een proefles? Wil je je rijbewijs halen of niet? We hebben een winterdeal. De eerste twintig rijlessen voor maar 440 euro. En dan krijg je een theoriecursus van vijfenvijftig euro gratis. Dat is in totaal een voordeel van 197 euro.’
 ‘O, eh, ja, laten we dat maar doen dan.’

We gaan de snelweg op. De A20 richting Hoek van Holland. Bij het invoegen maak ik te weinig snelheid en wacht ik te lang. Afslag Schiedam. De afrit verandert in de scherpe bocht van twee in drie rijstroken. Ik moet links voorsorteren voor Bedrijventerrein Rotterdam Noord-West. Ga de doorbroken streep over.
 ‘Je kan toch niet zomaar zonder te kijken en richting aan te geven van rijstrook wisselen? Dat is onmenselijk gedrag. Dat is dierlijk gedrag. Want dieren kunnen niet denken.’
 ‘Ja, maar ik dacht …’
 ‘Dat is het hem nu juist. Jij denkt te veel. Jij moet niet denken. Van denken raak jij in de war, toch?’
 Ik zeg niks. Gewoon vier tellen in. Zes tellen uit.
 We rijden een stuk over de S114.
 ‘Hier linksaf.’
 Bedrijventerrein Rotterdam Noord-West. Een doolhof van voorrangswegen en haaientanden.
 Haaientanden. Ik moet terugschakelen naar z’n twee. Of zit ik al in z’n twee? Ik kijk op m’n pook. Nee, toch in z’n drie. Ik schakel terug.
 ‘Niet op de versnellingspook kijken, toch?’
 ‘Ja. Sorry. Het ging automatisch.’
 ‘Het maakt me niet uit hoe het ging. Bij je examen hoef je maar één keer op je versnellingspook te kijken en ze laten je zakken.’
 ‘Oké. Ik zal proberen het niet meer te doen.’
 ‘Proberen? Proberen? Je moet het gewoon niet meer doen. Beloof me dat, alsjeblieft.’
 ‘Maar het ging automatisch. Ik kan niet beloven dat iets dat vanzelf gaat…’
 ‘Hou op met dat kinderachtige gedoe!’.
 ‘Je moet niet zo tegen me schreeuwen,’ zeg ik.
 ‘Schreeuwen?!’ schreeuwt hij. ‘Noem je dat schreeuwen?! Ik verhef alleen m’n stem maar! Jij hebt mij nog niet horen schreeuwen, hoor! Jij wil mij niet horen schreeuwen!’
 Ik verhef m’n stem: ‘Dan moet je je stem niet verheffen.’
 ‘Hé, wie loopt er hier nu tegen wie te schreeuwen?!’
 ‘Luister!’ schreeuw ik. ‘Ik probeer rustig te blijven! Ik probeer godverdomme rustig te blijven! Maar ik kan niet rustig zijn als jij niet rustig bent!’
 ‘Nou, ík kan niet rustig zijn als jij op de versnellingspook kijkt!’
 Ik kan niet meer. Schud mijn hoofd. Zucht.
 ‘Oja?’ zegt Jagdish. Opeens schreeuwt hij niet meer. ‘Wat wil je doen dan?’ De auto langs de kant zetten en een potje boksen?’
 Ik kijk hem aan.
 ‘Zet de auto daar maar neer.’ Hij wijst naar het parkeerterrein voor een installatiebedrijf.
 ‘Ik wil helemaal niet boksen,’ zeg ik.
 Hij pakt het stuur. Draait het naar rechts.
 ‘Terugschakelen,’ zegt hij.
 ‘Ik wil niet boksen.’
 Hij trapt de koppeling aan zijn kant in. Schakelt met rechts naar z’n twee. Stuurt. Schakelt naar z’n een. Remt.
 ‘Hier is goed,’ zegt hij.
 ‘Ik ga niet met je boksen.’
 Hij zet de auto in z’n vrij. Trekt de handrem aan. Doet z’n gordel los. Stapt uit. Loopt door de regen voor de auto langs.
 Doet mijn portier open.
 ‘Stap uit,’ zegt hij.
 ‘Ik ga niet…’
 Hij hangt over me heen. Maakt m’n gordel los. Pakt me met beide handen bij m’n trui. Trekt me uit de auto. Laat me los. Doet een paar stappen naar achter. Gaat breed staan. Balt zijn vuisten. Houdt ze omhoog als een bokser.
 ‘Kom dan,’ zegt hij. ‘Dit wou je toch?’
 Ik adem in. Mijn armen als de regen langs mijn lijf. Eén. Twee. Drie. Vier. Hij haalt uit.

‘Je hebt meteen twintig lessen genomen?’ vroeg mijn vriendin.
 ‘Ja,’ zei ik. ‘Dan kreeg ik korting.’
 ‘Maar je weet toch nog helemaal niet of het een goede instructeur is? Bel ze maar weer op en zeg dat je eerst een proefles wil.’
 ‘Ik ga helemaal niemand meer bellen. Ik heb een hekel aan bellen. Omdat je dan altijd dit soort gezeik krijgt.’
 ‘Oké. Prima. Het zijn jouw lessen.’
 ‘Juist. Mijn lessen. Voor een rijbewijs dat ik van jou moet halen.’
 ‘Kom op, Arjan. Niet weer dit.’

Hij trekt me aan m’n trui overeind. Duwt me terug in de auto. Sluit het portier. Ik voel aan m’n lip. Kijk naar m’n hand. Bloed. Kijk in de spiegel. Nog meer bloed. Hij stapt in. Trekt de deur dicht.
 ‘Zo,’ zegt hij. ‘We kunnen weer.’
 Even is er alleen het geluid van de regen op het dak. Dan, als ik de koppeling intrap en de sleutel omdraai, dat van de motor, die je meer van buiten dan van binnen hoort. De ruitenwissers beginnen te bewegen. Ik zet de Polo in z’n één. Laat de handrem zakken. Kijk. Geef richting aan. Laat de koppeling opkomen. Geef gas.
 Op AmorFM zingt een Bollywood-zangeres. Waarschijnlijk over de liefde.


Jerry Hormone combineert het schrijven van kinderboeken met het maken van Punkrock. Een van zijn bekendere werken is de serie Borre’s gestreepte boekjes. Sinds vorig jaar schrijft Jerry korte verhalen voor ‘grote mensen’ en in januari verschijnt zijn debuut, de verhalenbundel Het is maar bloed. Als muzikant speelt hij in verschillende bands en solo in de Jerry Hormone Ego Trip. Tijdens GDMW treedt hij op zaterdagavond 7 november op in Kantine Walhalla en in Kaapse Brouwers.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s